Musawah: gelijkheid voor moslimvrouwen en moslimmannen
donderdag, februari 26th, 2009“Dit was geweldig. Ik kreeg opnieuw kippenvel, net als toen Mandela werd vrijgelaten,” vertelt Waheeda Amien, oprichtster van de islamitische vrouwenbeweging Shura Yabfazi in Zuid-Afrika. “Dit gaat over wie je echt bent: als feministe en moslima,” zegt de Egyptische vrouwenactiviste Hadil el-Khouly. Beide vrouwen reageren op een nieuw wereldwijd initiatief: ‘Musawah‘, Arabisch voor gelijkheid. Op 14 februari werd het in Kuala Lumpur het startschot gegeven voor deze nieuwe mondiale beweging, die ijvert voor gelijkheid en rechtvaardigheid van mannen en vrouwen in moslimfamilies.
“Musawah is a global movement for equality and justice in the Muslim family, calling for equality, non-discrimination, justice and dignity as the basis of all human relations; full and equal citizenship for every individual; and marriage and family relations based on principles of equality and justice, with men and women sharing equal rights and responsibilities.”

In de Maleisische hoofdstad presenteerden 250 wetenschappers en activisten uit 48 moslimlanden het actieplan, waar de afgelopen twee jaar aan gewerkt is. De beweging gaat ervan uit dat gelijkheid van moslimvrouwen en moslimmannen mogelijk moet zijn op basis van de islamitische leer, universele mensenrechten, en grondwettelijke rechten. Het eerste uitgangspunt om die gelijkheid te bereiken: “De universele en islamitische waarden van gelijkheid, non-discriminatie, rechtvaardigheid en waardigheid vormen de basis van alle menselijke relaties”. Cassandra Balchin, journalist en onderzoeker, schrijft op OpenDemocracy: “Dit uitgangspunt zal voor critici ketters zijn: voor universalisten, die vinden dat uitingen van religie en cultuur onverenigbaar zijn met universele mensenrechten, en voor islamisten, die van mening zijn dat islamitische normen een andere opvatting geeft van rechten. Beide groepen kunnen religieuze mannen en vrouwen niet zien als feministen, en feministen kunnen niets zinvols vinden in religie”.
Mussawah gaat nog een stap verder, door te stellen dat islamitische wetten voor familie en gezin niet goddelijk bevolen zijn, maar door mensen zijn geļnterpreteerd; daarmee staan ze open voor discussie en verandering. Moslimwetgevers vinden dat het debat over islamitische wetten afgesloten is, omdat daarmee sociale onrust voorkomen kan worden. Musawah is juist van mening dat die onrust door de sociale ongelijkheid tussen mannen en vrouwen niet alleen al bestaat, maar ook gevoed wordt.
Het tweede uitgangspunt van de beweging is “Volledig en gelijkwaardig burgerschap, inclusief deelname aan alle aspecten van de samenleving, is het recht van ieder individu”. Met het idee van burgerschap stelt Musawah niet alleen het patriarchale denken in de moslimwereld aan de kaak, maar bekritiseert ze ook de gedachte dat moslims meer of minder zijn dan anderen.
Het derde en laatste uitgangspunt luidt: “Gelijkheid tussen mannen en vrouwen vereist gelijkheid in het gezin”. Concreet betekent dit de vrijheid om je partner te kiezen, het recht om te trouwen of om te scheiden, gelijke eigendomsrechten voor mannen en vrouwen, en gelijke rechten en verantwoordelijkheden voor mannen en vrouwen betreffende kinderen. Opmerkelijk genoeg ontbreekt een verwijzing naar polygamie; misschien omdat in de visie van Musawah dit vanzelfsprekend niet langer zal bestaan.
Musawah, begonnen vanuit de activiteiten van de ‘Sisters in Islam‘, een vrouwenbeweging in Maleisiė, is niet de enige mondiale beweging voor moslima’s. ‘Women Living Under Muslim Laws‘, ‘Women’s empowerment in Muslim contexts‘, en ‘Women’s Islamic Initiative in Spirituality and Equity‘ streven dezelfde doelen na. Shaista Gohir van het moslimvrouwen-netwerk in Groot-Brittanniė, zegt over Musawah: “Toen ik begon met studie en het zoeken naar antwoorden dacht ik dat er maar een of twee andere vrouwen zouden zijn zoals ik. Nu weet ik dat er miljoenen zijn!”





In Egypte lobbyde de 
Kopenhagen wordt een succes als aan drie voorwaarden wordt voldaan, zegt De Boer: Ten eerste, helderheid over de verplichtingen die een kerngroep van landen wil aangaan. Voor industrielanden betekent dat juridisch bindende reductieverplichtingen voor hun uitstoot. Voor de grote ontwikkelingslanden denk ik eerder aan een inspanningsverplichting. Ten tweede: geld op tafel voor ontwikkelingslanden. Ten derde, een andere manier om dat geld te beheren. Want dat gebeurt nu nog teveel volgens de spelregels van de Westerse donoren. Dat moet democratischer. Deze drie voorwaarden hangen met elkaar samen. Zonder het een lukt het ander niet. Maar verder is er vooral



