Archief voor februari, 2009

Musawah: gelijkheid voor moslimvrouwen en moslimmannen

donderdag, februari 26th, 2009

“Dit was geweldig. Ik kreeg opnieuw kippenvel, net als toen Mandela werd vrijgelaten,” vertelt Waheeda Amien, oprichtster van de islamitische vrouwenbeweging Shura Yabfazi in Zuid-Afrika. “Dit gaat over wie je echt bent: als feministe en moslima,” zegt de Egyptische vrouwenactiviste Hadil el-Khouly. Beide vrouwen reageren op een nieuw wereldwijd initiatief: ‘Musawah‘, Arabisch voor gelijkheid. Op 14 februari werd het in Kuala Lumpur het startschot gegeven voor deze nieuwe mondiale beweging, die ijvert voor gelijkheid en rechtvaardigheid van mannen en vrouwen in moslimfamilies.

“Musawah is a global movement for equality and justice in the Muslim family,  calling for equality, non-discrimination, justice and dignity as the basis of all human relations; full and equal citizenship for every individual; and marriage and family relations based on principles of equality and justice, with men and women sharing equal rights and responsibilities.”

musawah

In de Maleisische hoofdstad presenteerden 250 wetenschappers en activisten uit 48 moslimlanden het actieplan, waar de afgelopen twee jaar aan gewerkt is. De beweging gaat ervan uit dat gelijkheid van moslimvrouwen en moslimmannen mogelijk moet zijn op basis van de islamitische leer, universele mensenrechten, en grondwettelijke rechten. Het eerste uitgangspunt om die gelijkheid te bereiken: “De universele en islamitische waarden van gelijkheid, non-discriminatie, rechtvaardigheid en waardigheid vormen de basis van alle menselijke relaties”. Cassandra Balchin, journalist en onderzoeker, schrijft op OpenDemocracy: “Dit uitgangspunt zal voor critici ketters zijn: voor universalisten, die vinden dat uitingen van religie en cultuur onverenigbaar zijn met universele mensenrechten, en voor islamisten, die van mening zijn dat islamitische normen een andere opvatting geeft van rechten. Beide groepen kunnen religieuze mannen en vrouwen niet zien als feministen, en feministen kunnen niets zinvols vinden in religie”.

Mussawah gaat nog een stap verder, door te stellen dat islamitische wetten voor familie en gezin niet goddelijk bevolen zijn, maar door mensen zijn geļnterpreteerd; daarmee staan ze open voor discussie en verandering. Moslimwetgevers vinden dat het debat over islamitische wetten afgesloten is, omdat daarmee sociale onrust voorkomen kan worden. Musawah is juist van mening dat die onrust door de sociale ongelijkheid tussen mannen en vrouwen niet alleen al bestaat, maar ook gevoed wordt.

Het tweede uitgangspunt van de beweging is “Volledig en gelijkwaardig burgerschap, inclusief deelname aan alle aspecten van de samenleving, is het recht van ieder individu”. Met het idee van burgerschap stelt Musawah niet alleen het patriarchale denken in de moslimwereld aan de kaak, maar bekritiseert ze ook de gedachte dat moslims meer of minder zijn dan anderen.

Het derde en laatste uitgangspunt luidt: “Gelijkheid tussen mannen en vrouwen vereist gelijkheid in het gezin”. Concreet betekent dit de vrijheid om je partner te kiezen, het recht om te trouwen of om te scheiden, gelijke eigendomsrechten voor mannen en vrouwen, en gelijke rechten en verantwoordelijkheden voor mannen en vrouwen betreffende kinderen. Opmerkelijk genoeg ontbreekt een verwijzing naar polygamie; misschien omdat in de visie van Musawah dit vanzelfsprekend niet langer zal bestaan.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Musawah, begonnen vanuit de activiteiten van de ‘Sisters in Islam‘, een vrouwenbeweging in Maleisiė, is niet de enige mondiale beweging voor moslima’s. ‘Women Living Under Muslim Laws‘, ‘Women’s empowerment in Muslim contexts‘, en ‘Women’s Islamic Initiative in Spirituality and Equity‘ streven dezelfde doelen na. Shaista Gohir van het moslimvrouwen-netwerk in Groot-Brittanniė, zegt over Musawah: “Toen ik begon met studie en het zoeken naar antwoorden dacht ik dat er maar een of twee andere vrouwen zouden zijn zoals ik. Nu weet ik dat er miljoenen zijn!”

Succes in strijd tegen vrouwendiscriminatie in Arabische landen

woensdag, februari 25th, 2009

Opeenvolgende rapporten van de United Nations Development Programme (UNDP) laten zien dat discriminatie van vrouwen in de Arabische wereld een van de fundamentele belemmeringen is van economische en sociale ontwikkeling in de Arabische landen. De Arab Human Development Reports (AHDR), die sinds 1999 verschijnen, laten een weinig rooskleurig beeld zien van de positie en rechten van islamitische vrouwen. Op een aantal basisvrijheden kunnen vrouwen geen aanspraak maken. Dit belemmert hen in hun eigen sociale en economische ontwikkeling. Bovendien heeft het ontbreken van fundamentele rechten voor vrouwen een negatieve invloed op de ontwikkeling van Arabische landen. Het rapport On the way to improved legal reality: strategies and instruments used to tackle discrimination against women in the Arab world, een uitgave van de Gesellschaft für Technische Zusammenarbeit (GTZ), in opdracht van het Duitse ministerie van Ontwikkelingssamenwerking, brengt deze discriminatie in kaart. Maar het rapport beschrijft tevens een aantal initiatieven in drie Arabische landen die hebben geleid tot verbetering van de (jurische) positie van vrouwen.

violence-against-womenIn Egypte lobbyde de Association for the Development and Enhancement of Women (ADEW) met succes voor een wijziging van de wet die het voor vrouwen onmogelijk maakte dat hun kinderen dezelfde nationaliteit konden verkrijgen als zijzelf. In 2004 werd de wet gewijzigd, waardoor vrouwen die getrouwd zijn met een man van een andere nationaliteit zelf mogen bepalen welke nationaliteit hun kind krijgt. Daarmee verdween het automatisch toewijzen van de nationaliteit van de vader aan het kind, zoals gebruikelijk was (en is) in veel Arabische staten. De ADEW slaagde er, onder andere met hulp van Suzanne Mubarak, Egypte’s firts lady, erin dat duizenden vrouwen eindelijk een eigen identiteitsbewijs ontvingen. In Jordaniė is een nationale coalitie gevormd die ervoor ijvert dat de nu tijdelijke wetten die de minimumleeftijd van vrouwen voor het mogen trouwen regelen, officieel worden. Vrouwenorganisatie Women’s Forum for Research and Training (WFRT) in Jemen geeft trainingen en workshops aan vrouwen en islamitische predikers waarin een vrouwvriendelijke lezing van de Koran wordt gegeven. De WFRT organiseert daarnaast ook rondetafel-gesprekken tussen vertegenwoordigers van vrouwenorganisaties en, soms fundamentalistische islamitische voorgangers.

PVV-stemmer normaliseert

maandag, februari 23rd, 2009

Onderzoek van TNS Nipo, in opdracht van de Volkskrant, wijst uit dat een groeiend aantal hoger opgeleide kiezers zich aangetrokken voelt tot de PVV. Bij de Kamerverkiezingen in 2006 was 9 procent van de PVV-ers hoger opgeleid, nu laat het onderzoek zien dat 13 procent is, en onder de nieuwe aanwas zelfs 16 procent. Ook het inkomen van de gemiddelde PVV-kiezer gaat omhoog, laat het onderzoek zien. “De Wilders-stemmer normaliseert”, zegt Peter Kanne van TNS Nipo. Het profiel van die gemiddelde kiezer is man, woont in rijtjeshuis, werkt door de bank genomen iets harder en is veelal atheļst.

De Volkskrant benaderde mensen die advocaat Gerard Spong woedende en bedreigende e-mails hadden gestuurd nadat Spong zich had ingezet voor vervolging van Wilders wegens anti-islamitische uitlatingen. Vijftien mensen reageerden op de oproep van de krant. “Wat hen bindt,” aldus de Volkskrant, “is de angst voor de islamisering, de roep om een harder optreden tegen criminelen van buitenlandse afkomst en een diepgeworteld wantrouwen jegens gevestigde partijen.” Vooral de PvdA, waarop veel van de vijftien ooit stemden, moet het ontgelden.

Een nieuw groep potentiėle Wilders-stemmers kiest voor de PVV vanwege de vrijheid van meningsuiting die in hun ogen bedreigd wordt. Deze mensen stemden ooit VVD, maar kiezen nu PVV, omdat die partij door de gevestigde politiek wordt gecriminaliseerd, maar ook omdat ze willen voorkomen dat de samenleving segregeert. De islam zien ze als het ‘nieuwe fascisme’.

Volgens de mensen die reageerden op de oproep van de Volkskrant is Wilders de enige politicus die het gevaar van de islamisering van Nederland niet onderschat en pal staat voor de vrijheid van meningsuiting. Wilders wordt gezien als een luis in de pels van de politiek.

Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) signaleert ook onder Nederlanders een toenemende zorg over de beknotting en bedreiging van de vrijheid van meningsuiting. Volgens SCP-directeur Paul Schnabel vonden burgers de vrijheid van meningsuiting altijd al belangrijk, maar is de zorg erom toegenomen sinds de moord op Fortuyn en Van Gogh en de dreigementen tegen Wilders. “Het gaat uiteindelijk niet om dé vrijheid van meningsuiting, maar om ónze vrijheid van meningsuiting”, zegt Schnabel in de Volkskrant. “Het idee is onverdraaglijk dat mensen die niet van hier komen eventjes zullen bepalen dat ik niet mag zeggen wat ik wil.’ Dat sentiment loopt van de vrouw uit de volkswijk die merkt dat haar Turkse buurvrouw zich stoort aan haar blote benen, tot de hoger opgeleide die zich opwindt omdat een toneelstuk onder islamitische druk niet wordt opgevoerd.”

Schnabel signaleert een machtsvraag: “Wie  buigt voor wie? Van wie is dit land? We willen ons niets laten vertellen door types van buiten”.  Volgens Schnabel normaliseert de PVV-kiezer niet, maar was het gedachtengoed dat Wilders verwoordt altijd al aanwezig onder Nederlanders. “Maar het was niet netjes daarmee naar buiten te komen.”

Schnabel plaatst de PVV niet extreem-rechts. “Hij hanteert niet de klassieke rechts-extremistische thema’s. Hij is voor homo- en vrouwenemancipatie en is niet antisemitisch. Wilders is veeleer de exponent van het modern conservatisme. Hij komt op voor de vrijheden van de moderne burger en koppelt die aan een nieuwe vorm van nationalisme.”

Wereldwijd geweld tegen meisjes vraagt concrete maatregelen

maandag, februari 23rd, 2009

Het ministerie van Buitenlandse Zaken organiseert op 9 en 10 maart in Den Haag een internationale conferentie waarop beleidsmakers, deskundigen en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties spreken over de wereldwijde problematiek van geweld tegen meisjes in de huiselijke sfeer en in de familie.

De conferentie Making recommendations work: The Girl Child Conference zal worden geopend door minister van Buitenlandse Zaken Verhagen. Hij wil meer aandacht vragen voor lichamelijk en emotioneel geweld, seksueel misbruik en schadelijke culturele en traditionele praktijken die voor kinderen, en vooral voor meisjes, aan de orde van de dag zijn.

‘Kinderen zijn kwetsbaar en vooral jonge meisjes hebben het op veel plaatsen in de wereld zwaar te verduren’, aldus minister Verhagen. ‘Deze conferentie moet de aanzet geven tot concrete verbetering van hun positie.’

Maandag 9 maart spreken de deelnemers over verwaarlozing, mishandeling en seksuele uitbuiting van meisjes. Dinsdag 10 maart komen genitale verminking, eerwraak en gedwongen en vroege huwelijken en voorkeur voor zonen aan de orde.

Naast het ministerie van Buitenlandse Zaken verlenen ook de ministeries van jeugd en gezin, Justitie, VWS, Sociale Zaken en Werkgelegenheid hun medewerking aan de conferentie, evenals het UNICEF Innocenti Research Centre. Ook de ministers Rouvoet (Jeugd en Gezin), Koenders (Ontwikkelingssamenwerking), Hirsch Ballin (Justitie) en staatssecretaris Bussemaker (VWS) zullen de conferentie toespreken.

A Jihad for Love, part 2

woensdag, februari 18th, 2009

“Het is mijn cultuur en ik geloof in de eenheid van God.” Zegt Parvez Sharma, maker van de film A Jihad for Love, in dagblad Trouw van 16 februari. De aanslagen van 11 september 2001 raakten hem zo diep – “Het was een aanval op mijn ziel” – dat hij besloot de islam vanuit een andere invalshoek te laten zien. Zijn film over de homoscene in verschillende moslimlanden ging in premičre op het internationale filmfestival van Amnesty International in Amsterdam vorig jaar.

jihad for love

Afgelopen maand draaide de film tijdens het festival ‘Movies that matter’. Na afloop had Sharma graag met Geert Wilders over de film willen discussiėren. Maar Wilders gaf niet thuis. “Wilders en Bin Laden hebben het over dezelfde islam. Ik wilde hem laten zien dat er ook een andere islam is,” aldus Parvez.

Yvo de Boer: “Het roer moet fundamenteel om”

maandag, februari 16th, 2009

Yvo de Boer is directeur van het klimaatbureau van de Verenigde Naties, de United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFC-CC). Hij is verantwoordelijk voor het slagen van de klimaattop in Kopenhagen, december van dit jaar. In een interview met Milieudefensie Magazine neemt De Boer alvast een voorschot op wat er volgens hem allemaal moet gebeuren, willen we de klimaatverandering het hoofd bieden.

Yvo de Boer‘Kopenhagen’ wordt een succes als aan drie voorwaarden wordt voldaan, zegt De Boer: “Ten eerste, helderheid over de verplichtingen die een kerngroep van landen wil aangaan. Voor industrielanden betekent dat juridisch bindende reductieverplichtingen voor hun uitstoot. Voor de grote ontwikkelingslanden denk ik eerder aan een inspanningsverplichting. Ten tweede: geld op tafel voor ontwikkelingslanden. Ten derde, een andere manier om dat geld te beheren. Want dat gebeurt nu nog teveel volgens de spelregels van de Westerse donoren. Dat moet democratischer. Deze drie voorwaarden hangen met elkaar samen. Zonder het een lukt het ander niet. Maar verder is er vooral
veel politieke wil en veel druk nodig.”

“Er ontbreekt een sterke druk vanuit de publieke opinie. Ik heb in Poznan de NGObeweging van bureaucratisering beschuldigd. Die lopen daar allemaal rond met dassen om en zitten te vergaderen. In plaats van dat ze, bij wijze van spreken, stenen door de ruiten aan het gooien zijn. Gewoon ouderwets de barricaden op. Ik vind dat aan de politiek onvoldoende duidelijk wordt gemaakt hoe serieus mensen dit nemen. Het lijkt mij verschrikkelijk frustrerend om burger te zijn wat ik overigens ook ben. Braaf je afval te scheiden, met spaarlampen bezig te zijn, zonnepanelen op je dak te leggen, goed te kijken welke koelkast je koopt, en dan te zien dat bij de overheid… ik wil niet zeggen dat er geen flikker gebeurt, maar het is niet in overeenstemming met de ernst van de problematiek. Ik denk niet dat je dat echt verandert door verschrikkelijk open en niet confronterend zijn. Je ziet maar zelden dat politici het gevoel hebben dat hun zetel op het spel staat
afhankelijk van de positie die ze innemen ten aanzien van klimaat. Wie confronteert ze nou? Allerlei instellingen die studies doen en een pak dragen”

“De kleine ontwikkelingslanden worden wel steeds mondiger en zien beter in wat in hun belang is. Ik denk dat ze daar in Kopenhagen zeker voor gaan opkomen. Enerzijds is het verschrikkelijk lastig om in zo’n mondiaal consensussysteem te functioneren, en tot een resultaat te komen waar echt ieder lid het mee eens moet zijn. Aan de andere kant is het in het democratisch voordeel van de kleinere ontwikkelingslanden. Wanneer er voor hen onvoldoende op tafel komt, kunnen ze de consensus blokkeren.”

“Ik ben bang dat het te lang duurt om echt fundamenteel het roer om te krijgen. In wezen moet er een moment komen waarop je zegt: er mogen gewoon geen benzineauto’s meer op de weg. De elektriciteitsopwekking moet CO2 vrij zijn. Als je dat soort omslagen kunt maken, misschien dat het dan nog te redden is. “Mondjesmaat is de grootste vijand van verandering. Als je gelooft in 80 procent minder uitstoot halverwege de eeuw, en daar geloof ik in, dan moet je ook een totaal andere economische structuur, een totaal andere wijze van elektriciteitsopwekking en transport hebben om daar te komen. Dat we steeds de duimschroeven een heel klein beetje aandraaien, met een beetje meer energie-efficiency hier, of een beetje lagere voertuigemissies daar, iets betere banden, of mooiere dubbele beglazing, dat brengt je niet bij een fundamentele verandering.”

Twintig jaar fatwa, dertig jaar Iraanse revolutie

donderdag, februari 12th, 2009

2009 is het jaar van de herdenkingen: Darwin, Calvijn, Studio Sport, Lincoln, Khomeiny en Rushdie. Dertig jaar geleden verjoeg het Iraanse volk de Sjah en werd ayatollah Khomeiny door miljoenen mensen ontvangen in Teheran. De brede volksopstand werd al snel door islamitische groeperingen gekaapt. De Revolutionaire Garde begon met het uitoefenen van terreur, andersdenkenden en politieke en geestelijke tegenstanders vluchtten of werden vermoord. In de Iraanse schijndemocratie, waar het volk de president en het parlement mag kiezen, heeft de islamitische geestelijkheid het voor het zeggen. Van de oorspronkelijke idealen van de revolutie is niets terecht gekomen; de ene dictatuur is vervangen door de andere.

Het was die dictatuur van mullah’s die tien jaar na de Iraanse revolutie een fatwa uitvaardigde over Salman Rushdie. Aart Brouwer staat in De Groene Amsterdammer bij dat scharnierpunt in de westers-islamitische betrekkingen in de twintigste eeuw – 1989 – stil. Volgens Brouwer begon in 1989 met het rumoer rondom The Satanic Verses de islamitische chantage van het Westen. De houding op de Rushdie-affaire liep door dwars door alle landen en culturen heen. Brouwer: “In het vrije Engeland werd de schrijver veroordeeld door niemand minder dan de postfeministe Germaine Greer; in het dictatoriale Syriė werd hij door de gerespecteerde academicus en Erasmusprijs-winnaar Sadik al-Azm juist verwelkomd als vernieuwer van de islamitische moraal. Orthodoxe moslims in het Westen lieten voor het eerst een eigen stem horen en gebruikten die voor een poging om een afwijkende stem uit hun midden het zwijgen op te leggen. Westerse intellectuelen werden op hun beurt wakker geschud omtrent het repressieve potentieel van de islam.” Vooral een groot deel van de westerse intelligentsia krijgt er van Brouwer van langs. Zij hulden zich in stilzwijgen over het doodvonnis tegen Rushdie of steunden zwijgend of openlijk die auteurs die Rushdie betitelden als een ‘gevaarlijke opportunist’ (Roald Dahl, John Le Carré). Afvallige moslims, zoals Ibn Warraq, Nonie Darwish en Tawfik Hamid vonden daarentegen Rushdie niet radicaal genoeg.

Brouwer analyseert de kwestie en stelt dat de affaire begon in India, het geboorteland van Rushdie. Het waren Indiase collegaschrijvers en journalisten die de drukproeven van de roman(!) bezorgden bij politici, ministers en leden van het Hooggerechtshof. Premier Rajiv Gandhi, die er politiek slecht voorstond, rook een kans en verbood het boek in India. Ayatollah Khomeini, die net als Gandhi de roman niet heeft gelezen, zag ook een mogelijkheid om uit de roman politieke munt te slaan. Als sjiļtisch geestelijke, die zijn land in een hopeloze oorlog tegen het soennitische Irak had gestort, greep The Satanic Verses aan om “het revolutionaire elan in Iran te herstellen, de gematigde broeders onder de sjiļtische geestelijken weg te zuiveren en tegelijk het initiatief van de Saoedi’s op het internationale toneel over te nemen”, aldus Brouwer.

En met de fatwa van Khomeiny – die volgens Brouwer geen fatwa is, maar een order tot standrechtelijke executie – werd de affaire-Rushdie de blauwdruk van alle andere affaires rond de islam en de vrijheid van meningsuiting. Volgens de Britse publicist Kenan Malik heeft het Westen de fatwa geļnternaliseerd. “het is de nagst die de wind eronder houdt”, besluit Brouwer. “De boekverbranders zijn aan de winnende hand en dat zonder een lucifer aan te steken.”

Koenders: duurzame ontwikkeling kernbegrip ontwikkelingssamenwerking

woensdag, februari 11th, 2009

‘Duurzame ontwikkeling is het kernbegrip van ons ontwikkelingssamenwerkingsbeleid, waar coherentie van ons nationaal beleid in onze internationale inspanningen onderling duidelijk samenhangen’. Dat zei minister Koenders op 10 februari bij het in ontvangst nemen van de Monitor Duurzaam Nederland 2009.

Koenders stelt dat op mondiale niveau afspraken moeten worden gemaakt over duurzame ontwikkeling. Want hoewel de Monitor de staat van de duurzaamheid in Nederland weergeeft, hebben ontwikkelingen in de rest van de wereld invloed op Nederland en vice versa. Klimaatverandering, verlies van biodiversiteit en uitputting van grondstoffen raakt ons allemaal. Vandaar dat de regering eind dit jaar op de Klimaatconferentie in Kopenhagen inzet op een nieuw klimaatakkoord.

Het kabinet heeft vijfhonderd miljoen euro vrijgemaakt voor hernieuwsbare energie in ontwikkelingslanden, zodat ook in die landen een aanzet wordt gegeven tot een duurzame oplossing van het energievraagstuk.

Mondiale financiėle crisis: van zeepbel naar harde landing

dinsdag, februari 10th, 2009

Achteraf is het verbijsterend hoe snel de financiėle crisis om zich heen heeft gegrepen. Ondanks waarschuwingen – de spreekwoordelijke roependen in de woestijn van de economie – groeide de financiėle zeepbel tot onverantwoorde omvang. En plotseling – binnen een paar maanden (en wat zijn een paar maanden in de menselijke geschiedenis?) – zakte het hele systeem in elkaar. Bijna letterlijk een harde knal, gevolgd door een nog hardere landing.

De Britse minister voor onderwijs en gezin, Ed Balls, noemt de huidige crisis de ergste in 100 jaar. Balls, vertrouweling van de Britse premier Gordon Brown, zei verder dat het “nog wel 10 tot 15 jaar zal duren voordat herstel is bereikt”.

Balls is minister in het Verenigd Koninkrijk. Dat land wordt door het tijdschrift Foreign Policy genoemd als een van de vijf landen waar het IJslandse scenario dichtbij is. IJsland verklaarde zich vorig jaar failliet en kon niet meer voldoen aan haar financiėle verplichtingen. Het Verenigd Koninkrijk is een van de landen die volgens Foreign Policy de economische ineenstorting van IJsland kan volgen. Londen heeft al de bijnaam ‘London aan de Theems’, aldus het blad. Vraag is niet, volgens FP, wanneer het land in een economische recessie zal geraken, maar wanneer het in een economische depressie zal belanden. Tweede land op de lijst is Letland, dat volgens FP het meest op IJsland lijkt, wat betreft de economische situatie. Dreigend in dit land is tevens de mogelijke gevolgen van de financiėle crisis voor het kwetsbare economische systeem. De Griekse democratie lijkt sterker, maar het land – derde op de lijst – heeft een zeer heet najaar achter de rug. Wekenlang vonden in de Griekse steden rellen plaats, waarbij vooral ook banken het moesten ontgelden. Het is volgens Foreign Policy zelfs niet ondenkbaar dat het land de euro-zone moet verlaten. De Oekraļne is nummer vier. Het land heeft een torenhoge schuld en wordt zwaar getroffen door de crisis omdat het afhankelijk is van de export van staal. De vraag hiernaar is wereldwijd gekelderd. Het IMF redde het land van totaal bankroet, maar het is de vraag of Kiev de lening van het IMF kan terugbetalen. Ook in de Oekraļne kan de economische situatie politieke gevolgen hebben. Laatste land op de lijst is Nicaragua. Het land is voornamelijk afhankelijk van remittances (geld dat Nicaraguanen in het buitenland naar huis sturen). Het autoritaire beleid van de regering Ortega maakt hem niet populair bij hulpverlenende landen.

Ondertussen worden ontwikkelingslanden getroffen door een driedubbele crisis: voedsel, klimaat en geld. Nieuw fenomeen daarin is, wat de Volkskrant ‘financieel nationalisme’ noemt. Westerse landen bewaren hun schaarse geld voor de thuismarkt, waardoor ontwikkelingslanden, die geen enkele schuld dragen aan de financiėle crisis, steeds moeilijker aan kredieten kunnen komen. De Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, maar ook onze eigen Wouter Bos, hebben afspraken met de nationale banken gemaakt om het kapitaal zoveel mogelijk binnen de landsgrenzen te houden. Dit ‘eigen-land-eerst’-beleid treft niet alleen de economieėn van de ontwikkelingslanden, maar ook de succesvolle microkredieten worden slachtoffer.

A jihad for love

maandag, februari 2nd, 2009

A Jihad for Love is een documentaire van Parvez Sharma. Sharma, een filmmaker uit India, reisde zes jaar over de wereld om portretten te filmen van moslims en moslima’s die worstelen met hun geloof en hun seksuele identiteit.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Het relaas van de openlijk homoseksuele imam Hendricks uit Zuid-Afrika bijvoorbeeld, en de ervaringen van Mazen die twee jaar vastzat in Egypte. Mazen’s vergrijp: zijn geaardheid. De titel refereert niet aan een gewapende heilige oorlog, maar aan een interne religieuze strijd en het streven om het pad van God te volgen. Sharma filmt deze strijd over geloof en geaardheid in twaalf landen, waaronder Saoedi-Arabiė, Iran, Bangladesh, India, Pakistan en Turkije. Hij filmt meestal in het geheim omdat het vaak geen optie is om de overheid om toestemming te vragen. Hij hoopt dat zijn film bijdraagt aan een dialoog over het taboe dat homoseksualiteit in vele landen nog steeds is.