Archief voor maart, 2009

Nederlanders bezorgt over raciale spanningen

donderdag, maart 26th, 2009

Van alle Europeanen is de Nederlandse bevolking het meest bezorgd over spanningen tussen raciale en etnische groepen in het land. Dat meldt Eurofound, het bureau van de Europese Unie voor verbetering van leven- en werkomstandigheden, in de tweede Europese enquête naar de kwaliteit van het bestaan. Eén op de zes Nederlanders ziet grote raciale spanningen in eigen land. Daarentegen hebben Nederlanders veel vertrouwen in hun politieke instellingen; Nederland behoort tot de vijf landen in Europa waar dit vertrouwen het grootst is. Nederlanders kennen hun eigen gezondheid en de kwaliteit van en de toegang tot hun gezondheidszorg een van de vijf hoogste posities in Europa toe.

Moedersterfte: meer geld en personeel nodig

woensdag, maart 25th, 2009

Dagelijks sterven wereldwijd 1500 vrouwen tijdens een bevalling. Het cijfer is een gemiddelde. Vooral in Afrika en Zuid-Azië is het aantal doden nog steeds hoog. Schandalig hoog, schrijft Chris Brazier in het maartnummer van New Internationalist. Terwijl het sterftecijfer onder kinderen wereldwijd daalt – van 13 miljoen in 1990 naar 9,7 miljoen in 2006 – is de moedersterfte onverminderd hoog gebleven: ruim 500.000 jaarlijks wereldwijd.

In 2000 namen de landen van de Verenigde Naties 10 Millenniumdoelen aan, te verwezenlijken voor 2015. Doel 5 – in 2015 sterven er minder vrouwen door zwangerschap – is het ambitieus. Armoede halveren is het doel van nummer 1. Het sterftecijfer onder kinderen met tweederde terugdringen. Maar doel 5 heeft als doel moedersterfte met 75% terug te dringen. En juist vooruitgang in dit doel is het meest langzaam van alle millenniumdoelen.
De wereld slaagt er niet in de moedersterfte terug te dringen. De beste manier op dit te verwezenlijken is goede gezondheidszorg tijdens bevallingen. Op dit moment geldt dit echter voor 59% van de bevallingen in ontwikkelingslanden. Dit cijfer is voor Zuid-Azië zelfs 49%, en voor Afrika ten zuiden van de Sahara 43%.

Als oorzaak noemt Brazier de achterstandspositie waarin veel vrouwen nog steeds leven. Hij ziet een verband tussen discriminatie van vrouwen en moedersterfte tijdens zwangerschappen. “Hoe slechter de maatschappelijke positie van vrouwen, hoe groter de kans dat ze sterven tijdens een bevalling”. Daarom moet goede gezondheidszorg voor moeders hand in hand gaan met programma’s die de positie van vrouwen verbeteren en meisjes en vrouwen beschermen tegen geweld, uitbuiting en misbruik. Brazier roept op om gezondheid van moeders tot mensenrecht te verklaren. “Het is een schandaal dat moeders onnodig dood gaan, alleen omdat de wereld niet bereid is de nodige voorzieningen om hen te beschermen te leveren,” schrijft Brazier. In 1978 werd tijdens een internationale conferentie in Alma Ata een verklaring aangenomen waarin basisgezondheidszorg voor iedereen centraal staat. Dit relatief goedkope idee werd in de jaren tachtig vervangen door het plan om mensen zelf te laten betalen voor gezondheidszorg, stelt Brazier. In westerse landen een aantrekkelijke gedachte, maar voor inwoners van ontwikkelingslanden een onmogelijke keuze. In 2003 werd er jaarlijks 663 miljoen dollar (488 miljoen euro) aan ontwikkelingshulp voor moeder- en kindzorg in de derde wereld beschikbaar gesteld. Men ging er toen van uit dat een extra jaarlijkse bijdrage van 6 miljoen dollar (4,5 miljoen euro) tot 2015 voldoende zou zijn om de kosten te dekken. Dat gebeurt niet, maar ter vergelijking: de wereld geeft  iedere drie dagen 6 miljoen dollar aan wapentuig uit…

Een tekort aan gezondheidspersoneel is een van de oorzaken van moedersterfte. Wemos, een organisatie die aandacht vraagt voor de gezondheidszorg in ontwikkelingslanden, organiseert op 7 april hierover een bijeenkomst. Wemos is lid van de Global Health World Alliance, die de personeelscrisis in de gezondheidszorg op de politieke agenda hoopt te zetten.

Meer schokkende cijfers:
420-09-maternal-death-causes420-09-most-maternal-deaths1

Hoe vrij is de vrijheid van meningsuiting?

woensdag, maart 11th, 2009

Op 10 maart deed de Hoge Raad uitspraak in een zaak die de “grens van de zaak-Wilders bepaald”, zoals de Volkskrant schrijft. Het hoogste gerechtscollege van Nederland zegt in haar uitspraak dat een beledigende en/of discriminerende uitlating “onmiskenbaar moet gaan over een bepaalde groep mensen die zich door hun godsdienst onderscheiden van anderen”. De rechters van het college zeggen daarmee dat wie een godsdienst beledigt, daarmee niet automatisch de aanhangers van die religie beledigt.
De Hoge Raad deed deze uitspraak – met verwijzing naar de zaak-Wilders – in een zaak over de veroordeling van een man die in 2004 een poster voor zijn raam had gehangen met de tekst: ‘Stop het gezwel dat islam heet’. De rechtbank en het gerechtshof in Den Bosch hadden de man veroordeeld op grond van onnodig grievend ten aanzien van islamitische gelovigen. De Hoge Raad stelt dat dit een te ruime uitleg is van artikel 137c: “Dit artikel stelt niet strafbaar het zich beledigend uitlaten over een godsdienst, ook niet als dat gebeurt op zo’n manier dat de aanhangers van die godsdienst daardoor in hun godsdienstige gevoelens worden gekrenkt”.

De beslissing van het hof in Amsterdam om Geert Wilders te gaan vervolgen en de uitspraak van de Hoge Raad gaan over de vrijheid van meningsuiting en de eventuele grenzen van dit grondrecht. Sinds Pim Fortuyn en Geert Wilders houdt deze kwestie de gemoederen bezig. In De Groene Amsterdammer van 6 maart jl. buigt emeritus hoogleraar informatierecht Egbert Dommering zich over de grenzen aan de vrijheid van meningsuiting. Dommering stelt dat de westerse samenleving in verwarring zijn. Enerzijds is de westerse wereld kosmopolitisch en geseculariseerd, waarin wereldburgers zich met gemak bewegen tussen mondaine metropolen en moderne levensvormen, en anderzijds een tegenbeweging van mensen die zich afkeren van deze ‘snelle’ wereld, en kiezen voor het lokale en terugkeer naar het eigen nationale nest. Dat is zichtbaar bij autochtone Nederlanders én migranten uit islamitische landen. Beide groepen worstelen met hetzelfde identiteitsprobleem: “een verlangen naar de eigen cultuur, taal en geografie”, schrijft Dommering.
Hij vindt dat de discussie over integratie zich “heeft vastgebeten in de culturele factor”. Ook in deze discussieverwarring: gaat het nu om integratie of om assimilatie?

Om de verwarring nog groter te maken, constateert Dommering vervolgens dat er binnen de ‘liberale intellectuele voorhoede’ de mythe is ontstaan dat een onderdeel van de vrijheid van meningsuiting ‘het recht om te beledigen, of ‘het recht om te kwetsen’ is. Opmerkelijk genoeg loopt de discussie in Nederland hierin uit de pas met die in andere westerse landen. Juist in de Verenigde Staten (het lichtbaken van de liberale voorhoede, schrijft Dommering) is veel gediscussieerd over de ondergrens van de vrijheid van meningsuiting. Verdedigers van de absolute vrijheid van meningsuiting beroepen zich op het Amerikaanse recht, maar in Europa heeft men voor een andere weg gekozen, aldus Dommering. Het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens en het VN-verdrag tot uitbanning van alle vormen van discriminatie en rassenhaat (dat door de VS niet is geratificeerd) zijn hiervoor de richtingwijzers. Een sterke bescherming van het debat over zaken van openbaar belang staat centraal. Voor het Europese hof, die voor de vrijheid van meningsuiting een grens heeft getrokken tussen politieke retoriek die ‘vrij’ is en het gebruik van beledigende termen zonder grond, is de ondergrens het aanzetten tot haat en geweld. Religieuze opvattingen vallen onder de vrijheid van meningsuiting, maar godsdienstkritiek kan zich beroepen op diezelfde vrijheid.

Volgens Dommering zegt het Europees Hof dat een staat negatieve en positieve verplichtingen heeft. In het geval van het ‘migrantendebat’ is een positieve verplichting dat “extremistische en mogelijk haatzaaiende politici of groeperingen inhoudelijk worden tegengesproken“. En hier wringt de schoen, stelt Dommering. Want politici zijn bang om politiek-inhoudelijk kritiek te uiten op extremisme uit angst voor het weglopen van kiezers. Daarom wordt steeds meer de rechter ingezet om een oordeel te vellen. “Juist omdat de politiek niets doet, moet de rechter het karwei opknappen”, schrijft Dommering. Het Amsterdamse hof heeft met zijn besluit om tot vervolging van Wilders over te gaan juist de benedengrens van de vrijheid van meningsuiting proberen te markeren, aldus de emeritus hoogleraar.

Drie weken eerder hielden Dick Pels en August Hans den Boef in De Groene Amsterdammer een pleidooi om nu “eindelijk eens op te houden met de demonisering van het fascisme”. Te pas en te onpas wordt het F-woord gehanteerd: als vloek, scheldwoord en dooddoener. Door links én door rechts. Een zakelijke historische vergelijking tussen de diverse genocides die de wereld heeft gekend is nog steeds taboe, stellen de auteurs. Hun kritiek richt zich specifiek op auteur en publicist Joost Zwagerman. Hij hanteert volgens Pels en Den Boef een “alles-of-niets logica” en ziet niet dat genuanceerde en gematigde moslims, zoals Ahmed Aboutaleb en Ahmed Marcouch “het slachtofferschap ver voorbij zijn”.

De auteurs stellen dat provocateurs in het publieke debat nodig zijn “om de grenzen van het denkbare en zegbare te kunnen verleggen”. Maar “die zuiverende agressie wordt echter meestal ingekleed als het ‘zeggen van de waarheid’(die zij immers in pacht menen te hebben)”. Daarmee zijn zij te vergelijken met bijvoorbeeld religieuze fundamentalisten, die ook menen de waarheid in pacht te hebben.

Daarmee komen de auteurs bij de kern van hun betoog, namelijk dat volgens hen de vrijheid van meningsuiting in onze grondwet te beperkt is geformuleerd. Daadwerkelijke bedreiging of ophitsing tot geweld zijn uitgesloten, maar verder moet iedereen vrijuit kunnen spreken. “Tolerantie betekent niet dat we elkaar moeten respecteren, maar dat we de afwezigheid van respect zo goed mogelijk moeten zien uit te houden.” Vrijheid van meningsuiting houdt volgens de auteurs in dat “weerzinwekkende, ondemocratische en discriminerende ideeën” geuit moeten kunnen worden – zonder dat ze met het F-woord worden gedemoniseerd – maar ook dat er de vrijheid is (zelfs de plicht, volgens Pels en Den Boef) om die ideeën als zodanig te benoemen.

Harald Welzer: Klimaatverandering leidt tot oorlogen

woensdag, maart 4th, 2009

De Duitse socioloog Harald Welzer verkondigt een niet vrolijke boodschap. De wereld heeft volgens hem nog steeds niet begrepen hoe ernstig en ingrijpend de gevolgen van klimaatverandering voor ons zijn. In het maartnummer van IS, een uitgave van NCDO, schetst Welzer een somber toekomstbeeld.

Terwijl klimaatsceptici over de oorzaken van klimaatverandering ruziën met wetenschappers, politici en activisten die de mens (mede-)verantwoordelijk stellen voor de climate change, zegt Welzer dat klimaatverandering niet alleen een natuurwetenschappelijk fenomeen is, maar vooral een cultureel probleem. “Een land als Nederland kan zijn dijken verhogen, maar Mozambique gaat dit waarschijnlijk niet lukken. Daarom komt klimaatverandering in arme landen dubbel zo hard aan. De bewoners zullen voor steeds radicalere oplossingen kiezen. Ze wijken uit naar andere gebieden, waardoor geweld waarschijnlijk wordt. Daar wonen immers al mensen die het met de schaarse beschikbare grondstoffen moeten doen. De verwachting is dat de wereldwijde vluchtelingenstromen zich tot 2050 zullen vertienvoudigen, mede door verschuivingen van vruchtbare zones, uitbreiding van woestijnen en veranderingen in neerslagpatronen.”

Volgens de Duitse socioloog vindt in Darfur de eerste klimaatoorlog op aarde plaats. Het is volgens hem niet een etnische strijd, maar een oorlog met ecologische oorzaken. Het patroon is herkenbaar: door bodemerosie – een gevolg van minder neerslag – werd landbouwgrond onvruchtbaar en schaars; veehouders trokken weg, op zoek naar betere landbouwgronden, en stuitten op boeren die hun eigen stukjes grond hebben en deze gingen verdedigen. Gevolg: oorlog, met de daarbij behorende vluchtelingenstromen, die een enorme aanslag betekenen voor de al schaarse landbouwgronden, met opnieuw meer spanningen en conflicten. Hoe schaarser de landbouwgrond, hoe groter de kans op migratie en het ontstaan van conflicten.

Welzer houdt een pleidooi voor het instellen van een internationaal klimaatgerechtshof, dat sancties kan uitspreken tegen landen die meet CO2 uitstoten dan in internationaal verband is afgesproken. Maar nog belangrijker is een ‘politieke renaissance’, zegt Welzer. “Wat zijn de prioriteiten voor onze samenleving? Willen we een kortstondige verhouding van onze levenskwaliteit ten koste van toekomstige generaties? Of willen we ons richten op het veiligstellen van de kansen van toekomstige generaties om te overleven? Net zoals we het concept van good governance hebben, zullen we ook naar een good society moeten.”

Gevangen vluchtelingen in hongerstaking

dinsdag, maart 3rd, 2009

De hongerstaking van de gevangen migranten in Blok L van detentiecomplex Schiphol Oost gaat nog steeds door. Maandagochtend (2 maart) hebben Mohamed Ali (Somalie), Ibrahim (Sudan), Ghaid Hussein (Pakistan), Ali Sala (Mali), Aziz Makhtumov Tajikistan) en Surah Keladze (Georgie) dit aan de telefoon verklaard tegenover M2M Radio.

De hongerstaking begon op woensdag 18 februari. Nadat NOVA er op 28 februari een item aan wijdde, verklaarde Justitie dat de hongerstaking was afgelopen. Ook is gezegd dat een aantal hongerstaking was overgebracht naar Kamp Zeist.

Tijdens de paaswake van zondag 1 maart werd oogcontact met de gevangenen door het personeel van het cellencomplex verhinderd door de luchtkooi waar de mensen uit L recreeërden te ontruimen en ramen te blinderen. Het bleek wel mogelijk om een telefoonnummer door te geven en beltegoed waarmee de hongerstakers nu dagelijks in contact staan met een brede groep verontruste burgers en organisaties.

Ze zijn vastbesloten door te gaan en voelen zich gesteund door het kort geding dat de Vereniging van Asieladvocaten Nederland heeft aangespannen tegen de Staat der Nederlanden. Dit kort geding dient vrijdag 6 maart om 15 uur voor de President van de rechtbank, Mr. Van der Meer.

Een aantal burgers en organisaties bereidt dezer dagen een nieuw gebaar van solidariteit naar de gevangenen voor (vrijdag 6 en zaterdag 7 maart).

De hongerstakers protesteren met hun aktie tegen de onbepaalde duur van de vreemdelingenbewaring en tegen hun behandeling. Ze begrijpen niet waarom ze opgesloten zitten.

Vandaag meldt Nidos, de instantie die de wettelijke voogdij heeft opver asielkinderen, dat bijna 100 van de 180 alleenstaande minderjarige vreemdelingen die de afgelopen twee jaar in vreemdelingendetentie hebben gezeten, zijn verdwenen. Het is onbekend wat er met de verdwenen kinderen is gebeurd. Nidos vermoedt dat een deel is doorgereisd naar een ander Europees land, maar (gedwongen) prostittie wordt niet uitgesloten.

Alleenstaande kinderen die illegaal in Nederland worden aangetroffen, worden in Zwaag in detentie genomen. Daar wordt bekeken of de kinderen kunnen worden uitgezet of dat ze een asielprocedure mogen beginnen. In beide gevallen komt het kind na verloop van tijd vrij. Nidos verzet zich tegen het gevangen zetten van kinderen, omdat cijfers alten zien dat het averrechts werkt. Van de in detentie gezette kinderen verdwijnt circa 60 procent. Van de kinderen die meteen bij aankomst worden opgevangen verdwijnt 10 procent en bij de beschermde opvang van slachtoffers van mensenhandel verdwijnt bijna 17 procent.

Ook op het uitzetbeleid is kritiek. Samah, een organisatie die alleenstaande minderjarige vluchtelingen begeleidt, zijn vroig jaar twe kinderen uitgezet. Zes vertrokken vrijwillig, de rest verdween in de illegaliteit.