Archief voor mei, 2009

Op weg naar Kopenhagen

donderdag, mei 28th, 2009

Zelfs een gepassioneerde toespraak van de Australische actrice Cate Blanchett kon de bijeenkomst niet redden. In de aanloop naar de grote internationale klimaatconferentie in Kopenhagen in december 2009, kwamen op 24, 25 en 26 mei meer dan 500 zakenmensen uit de hele wereld bijeen in de Deense hoofdstad op te praten over klimaatverandering en wat te doen. Op de World Business Summit on Climate Change probeerden ook Al Gore en VN-baas Ban Ki-moon de aanwezigen te overtuigen van de noodzaak om ingrijpende maatregelen te nemen tegen klimaatverandering. In maart hadden wetenschappers op een conferentie in Kopenhagen nieuwe alarmerende cijfers gepresenteerd over de snelheid waarmee het mondiale klimaat aan het veranderen is. De bevindingen van het International Scientific Congress on Climate Change laten zien dat de meest pessimistische scenario’s nog negatiever zullen uitpakken dan werd gedacht. Het bleef eind mei in zonnig Kopenhagen echter bij een zwakke verklaring, de ‘Copenhagen Call‘, waarin in vage bewoordingen een oproep wordt gedaan om in december een “ambitieus en effectief akkoord voor een duurzame toekomst” te sluiten. Verbijsterde vertegenwoordigers van Oxfam formuleerden het voorzichtig: “De aanwezigen hebben de omvang van het probleem goed onder woorden gebracht, maar bleven sprakeloos over oplossingen”.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Yvo de Boer, directeur van het VN-Klimaatbureau (UNFCCC) is optimistischer: “Er is een constructieve atmosfeer in de gesprekken, ik ben optimistisch. Ik vind het vooral positief dat de geïndustrialiseerde landen de ontwikkelingslanden eindelijk wat krediet geven voor was ze nu al doen om de klimaatverandering aan te pakken.”
Ook milieuminister Jacqueline Cramer heeft goede hoop: “
De situatie is op dit moment nog erg ongewis, maar ik merk dat de voorstanders van het serieus aanpakken van het klimaatprobleem sinds het aantreden van Obama in een veel betere positie zitten dan tijdens de klimaatconferentie in Bali twee jaar geleden. Daar heb ik gezien hoe de VS tot op het allerlaatste moment weigerden te onderhandelen en zo alles blokkeerden. Als de VS niet over de brug komen met toezeggingen voor CO2-reductie, willen China, India en Brazilië ook geen reductieverplichtingen aangaan. Die zitten voortdurend naar elkaar te kijken en wij als Europa zitten er als een sandwich tussen. Europa moet een brug slaan tussen de partijen. Als het Westen niet laat weten dat het CO2 gaat reduceren, gaan opkomende ontwikkelingslanden ook niet lopen.”

Verhagen: geen enkel excuus voor uitsluiten en vervolgen homo’s

maandag, mei 18th, 2009

Op de Internationale Dag tegen Homofobie, vrijdag 15 mei, ontving minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen, het eerste exemplaar van het boek ‘Elke liefde telt’ van Boris Dittrich. Het boek van Dittrich, voormalig fractievoorzitter van D’66 en nu werkzaam voor mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch, is een persoonlijk verslag van zijn leven in New York en van zijn werk als lobbyist van de afdeling seksuele minderheden van HRW. In het VolkskrantMagazine van 16 mei zegt Dittrich hierover: “Ik ben pleitbezorger, ik ga de boer op met rapporten van onze onderzoekers.” Vanaf 2007 reist Dittrich de wereld over om invloed uit te oefenen in landen waar homo’s, lesbiennes, biseksuelen en transgenders worden gediscrimineerd.

YouTube voorvertoningsafbeelding

De Nederlandse regering maakt zich sterk voor homorechten. Op het congres over mensenrechten, seksuele geaardheid en gender identiteit -15 mei in Parijs – bepleitte staatssecretaris Timmermans van Europese Zaken dat meer landen de VN-verklaring over homorechten ondertekenen. Nederland is één van de intiatiefnemers van deze verklaring, die in december 2008 door 66 VN-lidstaten is ondertekend.

Seksuele geaardheid staat vooralsnog in geen enkel VN-verdrag als discriminatiegrond genoemd. Door meer steun te vergaren voor deze verklaring wordt het een instrument dat door mensenrechtenorganisaties over de hele wereld kan worden ingezet om overheden te wijzen op hun verplichtingen jegens homoseksuelen.

Naast politieke en diplomatieke middelen pleit de staatssecretaris voor financiële steun voor homo-organisaties: “Vanuit het Nederlandse mensenrechtenfonds zijn veel van onze ambassades actief op dit terrein. Ik hoop dat andere landen het Nederlandse voorbeeld zullen volgen”.

Hieronder de toespraak van Verhagen bij de presentatie van het boek ‘Elke liefde telt’.

Beste Boris, dames en heren,

Hartelijk dank voor dit eerste exemplaar van ‘Elke liefde telt’. Ik ben ontzettend blij dat ik dit “kijkje in de mensenrechtenkeuken” uit jouw handen in ontvangst mag nemen Boris. In zeker opzicht zijn we namelijk gelijk opgegaan: we zaten tegelijk in de Kamer, waren allebei fractievoorzitter. We namen min of meer gelijktijdig afscheid, en sloegen een nieuw pad in: jij vertrok naar New York, ik naar de apenrots. Voor ons allebei was het een droom die in vervulling ging. Sindsdien zijn onze wegen elkaar blijven kruisen. Opkomen voor de rechten van seksuele minderheden is voor jou als Advocacy Director bij Human Rights Watch dagelijkse kost. Voor mij als minister is het een prioriteit in het Nederlands mensenrechtenbeleid. Vandaar dat ik mij met je verbonden voel.

Jij en ik werken vanuit een simpel principe: mensenrechten gelden voor iedereen, overal en altijd. Op die Gouden Regel is géén uitzondering mogelijk. In jouw boek komen we echter doorlopend mensen tegen die wèl uitzonderingen maken op deze regel. Die ervan overtuigd zijn dat de mensenrechten van homoseksuelen, lesbiennes, biseksuelen en transgenders ongestraft geschonden kunnen worden. Vanwege religieuze overwegingen bijvoorbeeld. Zo krijgt de familie van Samir in Gaza te horen dat ze in het paradijs komen als ze hun zoon met zijn “tegennatuurlijk gedrag” doden. Of vanwege culturele overwegingen. Zo zegt de Minister van Buitenlandse Zaken van Uganda doodleuk dat liefde tussen twee mannen ondenkbaar is. En de Tanziaanse diplomate in New York beaamt: “Wij kennen dat niet in onze cultuur. Geen Tanzaniaan is homo”. Maar godsdienst, cultuur of traditie mogen niet als excuus worden opgevoerd als het op de bescherming van mensenrechten aankomt. Het is goed om dat ter gelegenheid van de Internationale Dag tegen Homofobie a.s. zondag nog eens te onderstrepen: mensenrechten gaan boven godsdienst, cultuur of traditie. Mensenrechten gelden voor iedereen, overal en altijd. En dan hebben we het dus niet over het opdringen van Westerse waarden, zoals ons vaak wordt aangewreven. We hebben het over het respecteren van internationaalrechtelijke verplichtingen. Je kunt niet zomaar een groep mensen buiten het recht plaatsen op basis van hun seksuele geaardheid. Dat is het punt dat jij telkens maakt; dat is ook het punt dat ik telkens maak.

Mensenrechten nemen een centrale plaats in, in het Nederlands buitenlands beleid. Ik heb dat gedaan, omdat ik vind dat ieder mens ter wereld recht heeft op een menswaardig bestaan. Wij hebben de morele plicht daaraan bij te dragen. En daarmee helpen we ook onszelf. Nederland is immers gebaat bij een stabiele wereld, waarin mensenrechten worden gerespecteerd en de regels van de rechtsstaat worden nageleefd. In zo’n wereld is het beter handelen, in zo’n wereld is het beter investeren. Rechtszekerheid voor burgers en rechtszekerheid voor bedrijven zijn twee kanten van dezelfde medaille. Koopman en dominee zijn dus geen concurrenten, maar vullen elkaar mooi aan.

Binnen het mensenrechtenbeleid geven we prioriteit aan het bestrijden van discriminatie en het tegengaan van strafbaarstelling van homoseksuelen. Dat is ook nodig, want het gaat hier om een grote groep mensen – honderden miljoenen wereldwijd – wiens rechten stelselmatig worden geschonden en die structureel worden gediscrimineerd. In meer dan tachtig landen is homoseksualiteit strafbaar; in een handvol landen staat er zelfs de doodstraf op. Daar is het levensgevaarlijk om voor je geaardheid uit te komen. Omdat het taboe op homoseksualiteit in die landen zo groot is, moeten we omzichtig te werk gaan om effect te sorteren. Boris, jij zult de eerste zijn om dat te beamen.

Buitenlandse Zaken doet verschillende dingen. Via onze ambassades vragen we aandacht voor homorechten bij gezagsdragers. Dat is bijvoorbeeld gebeurd in Kameroen, Mozambique, Senegal, Rwanda, Burundi en Marokko.

Ook de Mensenrechtenambassadeur besteedt aandacht aan homorechten tijdens zijn bezoeken. Vandaag nog in Riga, Letland.
Riga heeft de afgelopen dagen het nieuws gehaald, omdat de Baltic Gay Pride die voor morgen gepland staat door de gemeente was verboden. Dit verbod is overigens vandaag door de Letse rechter vernietigd.
De mensenrechtenambassadeur heeft het eerdere verbod aan de orde gesteld in gesprekken met de Letse autoriteiten. Homoseksuelen hebben net als ieder ander het recht om vreedzaam te demonstreren. De overheid heeft de plicht daarbij voor hun veiligheid te zorgen, zodat zij niet worden blootgesteld aan geweld. Ik hoop dan ook dat de Baltic Pride morgen verder zonder incidenten zal verlopen.

Dus ook binnen de Europese Unie volgen we dit onderwerp met aandacht en bieden we ondersteuning waar nodig. Want acceptatie van homoseksualiteit is in sommige EU-lidstaten helaas nog geen vanzelfsprekendheid. Zelf breng ik het onderwerp ook ter sprake in gesprekken met collega’s, zoals met de Russische minister van Buitenlandse Zaken Lavrov.

Daarnaast ondersteunen we lokale NGOs en mensenrechtenverdedigers. Dat is belangrijk, want uiteindelijk moeten veranderingen door de eigen samenleving worden gedragen. Het verwijt dat we “verderfelijke praktijken” willen importeren raakt kant noch wal. Het gaat mij helemaal niet om het propageren van welke levenswijze of levensstijl dan ook. Het gaat mij er om dat ieders rechten worden gerespecteerd. We mogen de lokale voorvechters van gelijke rechten niet in de kou laten staan. Als mensenrechtenverdedigers bij Nederland aankloppen om hulp, wil ik dat er goed naar hen geluisterd wordt, en dat we kijken hoe we hen van dienst kunnen zijn. Die boodschap heb ik ook de Nederlandse ambassadeurs meegegeven.

Tot slot proberen we het onderwerp internationaal op de agenda te zetten. Zo werd afgelopen december in New York, op initiatief van Frankrijk en Nederland, in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties voor het eerst een verklaring voorgelezen die zich uitspreekt tegen de strafbaarstelling van homoseksualiteit. Zesenzestig landen uit alle delen van de wereld ondertekenden die verklaring. De Verenigde Staten sloten zich onlangs als 67e land aan. Natuurlijk zal door die verklaring de situatie van homo’s in de wereld niet op slag verbeteren. Het is soms roeien tegen de stroom in. Zo leidde de Frans-Nederlandse verklaring tot een tegenverklaring, door iets minder landen getekend.
Maar er is in december in New York wel een grote stap vooruit gezet naar de erkenning van hun gelijke rechten. Vanuit de universaliteitsgedachte bezien is dat niets opzienbarends; ik zei al eerder: natuurlijk gelden mensenrechten voor iedereen, overal en altijd. De tekst bevat dan ook geen radicale boodschappen. Maar gezien het taboe dat er op homoseksualiteit rust, is het toch een beetje een aardverschuiving die we daar in gang hebben gezet. Het feit dat de verklaring ondersteund werd door landen uit alle delen van de wereld, óók uit Afrika, óók uit Azië, is voor mij het mooiste bewijs dat toenadering mogelijk is. Dat er bruggen gebouwd kunnen worden.

Die verklaring moet natuurlijk niet op zichzelf blijven staan, daar willen we mee verder. Een resolutie is nog een stap te ver, daarvoor krijgen we nog niet voldoende handen op elkaar, en als zo’n resolutie wordt weggestemd, zijn we verder van huis. Maar we willen wel nadenken over een gepast vervolg. Vandaag vond in Parijs een bijeenkomst plaats met dat doel voor ogen. Staatssecretaris Timmermans is in mijn plaats gegaan, want ik kon niet – onder andere omdat ik hier wilde zijn. Het is goed om de steun voor de verklaring verder uit te breiden. Nu de VS de verklaring ondertekend heeft, gaat ook daar weer een belangrijk signaal van uit. De deur blijft open, en Nederland zal actief op zoek blijven naar nieuwe partners. En als blijkt dat ook in Nederland nog stappen gezet moeten worden voor gelijke rechten voor iedereen, dan zet ik me daar net zo hard voor in. Tijdens de bijeenkomst in New York werd ik door een Nederlandse transseksuele man erop gewezen dat in ons Burgerlijk Wetboek een voor transgenders discriminerende bepaling staat. Ik ben blij dat het ministerie van Justitie hard werkt aan een wetswijziging.

Op dezelfde manier zullen we ook aandacht blijven vragen voor de Yogyakartabeginselen, die in jouw werk zo’n belangrijke plaats innemen Boris en waarover je zojuist ook uitgebreid sprak. Ik heb in de Mensenrechtenraad de VN-lidstaten al eens opgeroepen die beginselen te omarmen, en ik zal die boodschap blijven herhalen totdat hij gehoor vindt! Wat dat betreft heb je in mij een medestander gevonden.

Boris, terug naar jouw boek nu. Niets menselijks is een minister vreemd, dus toen ik op de achterflap las dat jouw lezers mij ook tegenkomen in je boek, ben ik onmiddellijk gaan bladeren. Toch even kijken hoe ik er vanaf kom. Gelukkig ben je me genadig geweest, maar toch moet ik even één ding rechtzetten. Want wat lees ik? “Een minister van CDA-huize die zijn poot stijf houdt tegen de druk van het Vaticaan in, vind ik klasse.” Toch zou dat jou helemaal niets moeten verbazen! Want het CDA staat voor gelijkheid en gerechtigheid in de samenleving. Voor iedereen. Precies dezelfde waarden liggen ten grondslag aan de universele mensenrechten. Dat zijn hele belangrijke verworvenheden. Waar het CDA voluit voor op komt. En daarbij maken we echt geen onderscheid: voor de één wel mensenrechten, voor de ander maar even niet. Iederéén is iederéén – ongeacht seksuele geaardheid. Daar denken jij en ik gelukkig precies hetzelfde over. Ik wens je dan ook veel sterkte bij het vervolg van je werkzaamheden voor Human Rights Watch. En ik blijf graag op de hoogte van je wederwaardigheden…al dan niet in boekvorm!

Hartelijk dank.

Comité van Waakzaamheid?

zaterdag, mei 16th, 2009

In het Nederlands Dagblad van 16 mei legt socioloog en publicist Anton Zijderveld nogmaals uit hoe gevaarlijk hij de opkomst van de PVV en de invloed van het populisme op de politiek vindt. Zijderveld roept zelfs op tot de vorming van een Comité van Waakzaamheid, zoals de schrijver Menno ter Braak die oprichtte in de jaren dertig van de vorige eeuw. Zijderveld maakt zich grote zorgen over de “olievlekwerking” van het populisme in het publieke debat. “Mijn grootste angst is dat de ondergrond en de sfeer in een land veranderen. Neem nu de VVD’er Atzo Nicolaï. Hij wil de vrijheid van meningsuiting absoluut maken. Mensen kwetsen, beledigen, verbaal pijn doen, moet kunnen. In het tv-programma Buitenhof vroeg Rob Trip hem zondag: dus dan mogen we van u ook weer Joden gaan uitschelden? Ja, zei Nicolaï, dat moet kunnen, als er maar geen daden op volgen. Zoiets is toch doodeng? Opruien en haatzaaien is toch ook het ontkennen van je menselijke status en je mensenrechten?”

In NRC Handelsblad van 16 mei spreekt D66-fractieleider Alexander Pechtold soortgelijke woorden. “De komende twee jaar zal de noodzaak boven water komen om kleur te bekennen. Om de kiezer te zeggen: hier staan we en dit is onze agenda. Dit zijn onze waarden: vrijzinnigheid en tolerantie. En immigratie-doembeelden, veiligheidsmaakbaarheid, grenzen dicht, dat zijn wereldbeelden waar ik niets mee heb. Het moet een tijd worden van harde toezeggingen op deelonderwerpen, van uitsluitingen van andere partijen, een stevige toonzetting.”
Maar hoe dan, een soort Alliantie, een Front?, vraagt de journalist.
“Zou kunnen. Eerst maar eens samenwerken met geestverwante politieke bewegingen. Kijken of ze het aandurven. Je moet ergens beginnen.Omdat ze wel moeten, want het systeem is bezig zichzelf op te blazen. Nederland heeft zó veel taboes. Een staatshoofd dat deel uitmaakt van de regering, die de informatie begeleidt, die hoofd is van de Raad van State, een orgaan dat rechtspreekt over zijn eigen adviezen. Een Eerste Kamer die Tweede Kamer loopt te spelen, een bestuurlijke elite die de burger vertelt dat een directeur van een woningcoöperatie een miljoen mag meekrijgen. Daar kotsen de mensen van. Daarom lopen ze in wanhoop achter de ideeën van Wilders aan! Het zijn geen stemmen vóór Wilders, het zijn stemmen tegen de rest… Er moet iets gezamenlijks komen. Dat de mensen zien: zo kan het ook. Voorbij het cynisme en de angst. Ik hoef niet alle macht, maar wil wel de katalysator zijn. En het kan wel. Kijk naar Obama. En weet je wat het mooie is: in Obama zit ook heel duidelijk: het wordt niet allemaal voor u gedaan, het begint bij u zelf. Oh, wat hoop ik dat we in Nederland ooit zo ver komen. Als dát gebeurt, man, als dat gebeurt: dan gaat Wilders voor de bijl. Dan valt-ie door de mand.”

Islam, seks en emancipatie

woensdag, mei 13th, 2009

Abdella Taïa, Marokko’s bekendste homo, schrijft in een open brief aan zijn moeder waarom hij voor zijn homoseksualiteit uitkomt. Taïa is schrijver – twee van zijn romans zijn  in het Nederlands vertaald – en woont in Parijs. Contrast, maandelijks tijdschrift over diversiteit, heeft de brief, die oorspronkelijk in het Frans is verschenen in het weekblad TelQuel, vertaald.

“Recht vanuit mijn hart en mijn huid schrijf ik jullie deze regels, die ik met kracht in me voel opwellen en die nu eindelijk naar buiten moeten. Ze moeten gezegd worden, ik móét ze neerschrijven. Ze jullie toesturen. Jullie uitleggen hoe ik in het leven sta, wat ik ben, wat ik schrijf en waarom… Ik weet dat ik een schandalig leven leid. In jullie ogen, en in die van de anderen om jullie heen: buren, collega’s op het werk, vrienden, schoonmoeders… Ik weet dat ik jullie onegwild ‘pijn’ bezorg, zorgen geef. Ik maak mezelf kwetsbaar door met mijn ware voornaam en mijn ware achternaam naar buiten te komen. Maar daarmee maak ik ook jullie kwetsbaar… Meer nog dan mijn homoseskualiteit, waar ik trots voor uitkom, weet ik dat het jullie verbaast en beangstigt dat jullie mij niet begrijpen: ik ben nog steeds dezelfde, ik ben nog steeds mager, heb nog steeds dat eeuwige kindergezicht, maar toch ben ik niet meer dezelfde… Jullie zullen je dagelijks wel dezelfde vraag stellen: wat hebben we hem aangedaan? Wat hebben we hem aangedaan om dat te verdienen, dat schandaal? Jullie zullen me wel verafschuwen, me vervloeken, nu. Jullie zien in mij vast geen goede islamiet meer. En jullie stan om mij vast ook angsten uit: ik neem risico’s door me in boeken en kranten zo bloot te geven… Lieve moeder: ik weet dat je het met mijn keuzes niet eens bent, maar dat je toch voor me blijft bidden. En dat raakt me… Lieve moeder, jij zult het waarschijnlijk niet weten, maar die opstandigheid, die heb ik van jou. Bij ons thuis ben jij altijd de gangmaakster, de strateeg, de tegenstreefster geweest. Jij was degene die de dingen tot stand bracht… Jouw taal, lieve moeder, is mijn taal. Als ik schrijf laat ik me inspireren door jouw poëtische manier om de wereld te zien en vreemde rituelen te bedenken die zo mooi, zo betoverend zijn. Als ik schrijf herinner ik me jouw manier van schreeuwen. Ik schreeuw nu om eer te bewijzen aan jouw schreeuwen. Om het vast te leggen. Het zichtbaar te maken… Marokko, dat ben jij. Mijn waarheid, mijn’ik’, waarvan – of ik wil of niet – mijn homoseksualiteit deel uitmaakt, mijn boeken – gepubliceerd of nog toekomstig -, alles is voor jou. Voor mij is belangrijk dat jij op jouw beurt naar mij luistert. Dat je weet dat ik net zo ben als jij. Jou wil ik overtuigen… Ik ben in Marokko niet de enige, lieve moeder. Er is in dit land iets op gang gekomen. Iets wat een werkelijke breuk betekent met de voorgaande generaties, die óf hebben opgegeven, óf zich hebben laten lijmen. Wij zijn de eenentwintigste eeuw. Er wordt geprobeerd om ons te intimideren, om ons te binden aan een zogenaamde morele orde, om ons te doen terugkeren tot onze zogenaamde fundamentele waarden. Maar welke zijn dan de belangrijkste? En wie bepaalt dat het die waarden zijn die de Marokkaan van nu nodig heeft?… Wie goed kijkt, ziet dat die ommekeer al begonnen is. Het enige probleem is dat men dat nog steeds niet wil inzien. Sommigen in Marokko hebben er duidelijk belang bij dat er aan onze Marokkaanse identiteit geen jota verandert. Maar die identiteit is al jaren niet meer dezelfde. De jonge Marokkanen van nu hebben trouwens alles begrepen van die ingewikkelde kwestie. Ze gaan zelfs heel ver in hun denken daarover…. Ik verdraag het niet langer dat Marokko onvoldoende geholpen wordt om zich op te richten en te groeien. Ik verdraag niet langer dat dit systeem, dat de Marokkaan van ‘s ochtends tot ‘s avonds molesteert en dat de stemmen smoort die dit land een nieuw gezicht willen geven. Ik verdraag niet langer de middelmatigheid en de bekrompenheid die ons worden opgelegd. Marokko is in mijn ogen groter dan dat alles… Lieve moeder, zussen en broers, ik reik jullie de hand. Ernstig gemeend. Zonder bijgedachten. Zo ben ik. Ik vraag jullie niet mijn neurosen te begrijpen of me ervan af te helpen. Nee. Ik verzoek jullie me niet te laten voelen dat ik een paria ben. Een ongelovige. Ik sta op mijn manier in het verlengde van jullie geschiedenis, van onze geschiedenis. Van waar we vandaan komen. Ik heb jullie niets te bieden op grond waarvan jullie maatschappelijk gezien trots op me zouden kunnen zijn. Nu, dat is ook mijn doel niet. Ik houd niet van trots, dat is een gevoel dat je blokkeert. Ik droom van de dialoog. Een tot nu toe onmogelijke dialoog… Er heerst bij ons iets gruwelijks: de afkeer van zichzelf! Waar komt dat vandaan? Waarom is dat er nog altijd? Waarom durft men niet zichzelf te zijn: zich te bevrijden? Zich te bevrijden, zelfs als dat provocatie en schandaal betekent? Er is hoe dan ook geen andere weg. Dus waarom vergeten we de angst niet om, naakt, de confrontatie met de wereld aan te gaan? Dat is opnieuw, in alle tederheid, mijn waarheid. Voor jullie. Ik houd niet van nutteloze botsingen. Ik ben vóór noodzakelijke strijd. De strijd die ik, met en tegen Marokko, voer is nuttig. Dat meen ik ernstig. Ik moet niet de enige zijn. Ik wil spreken, schrijven. Voor mezelf en voor de anderen. Dat doe ik ook. Dat is mijn plicht.”

YouTube voorvertoningsafbeelding

De Marokkaanse socioloog Abdessamad Dialmy spreekt zich ook voortdurend uit voor homoacceptatie in de islamitische gemeenschap en voor het doorbreken van de taboes rondom seksualiteit. In een lezing op 16 april voor de islamitische gemeenschap in Slotervaart (Amsterdam) hield Dialmy een pleidooi voor seksuele emancipatie in de Marokkaanse gemeenschap. De overheid heeft volgens hem hierin een belangrijke taak, door in te zetten op de imans: “In veel moskeeën in Nederland maken conservatieve imams de dienst uit. Jullie moeten daar van af. Verlichte imams die de tijdgeest begrijpen en een moderne vorm van de islam verkondigen, zijn volgens mij de beste manier om door te dringen bij zowel de ouders als de jongeren.”

Nora Kasrioui, medewerker FNV Vrouwenbond, sluit zich aan bij de oproep van Dialmy. In de Volkskrant schrijft ze onder de pakkende kop ‘Patriarchen, blijf van onze vagina af’: “Conservatieve figuren als Youssef [viel Diamly fel aan tijdens lezing] vormen een blokkade voor onze emancipatie. Zij zullen ervoor zorgen dat moslima’s niet aan schoolzwemmen mogen meedoen, omdat zij van mening zijn dat hun dochters dan hun maagdenvlies zullen verleizen, zodat later niemand met hen zal willen trouwen. Dit soort achterlijke opvattingen, die ook in sommige moskeeën en gezinnen worden verkondigd, hebben ervoor gezorgd dat mijn zussen en hun vriendinnen op school een zwemverbod kregen. Als Nederland ooit onder water komt te staan… hoop ik niet dat mijn zussen en hun vriendinnen zullen verdrinken.” Kasrioui heeft schoon genoeg van dit soort traditionele mannen. Ze leggen de islam in hún voordeel uit en ze frusteren de vooruitgang en het verheffingsideaal. In de geest van Taïa schrijft ze: “Wij moslima’s laten ons niet langer vastketenen… Wij zijn mondig genoeg onze eige spelregels te bepalen: met wie we uitgaan en met wie niet, wie er onder en wie er boven ons komt te liggen. Dat is de kern van onze seksuele revolutie. Blijf van onze vrijheid af.”

Subsidiestelsel OS op de helling

dinsdag, mei 12th, 2009

Minister Koenders zal het subsidiestelsel voor draagvlakactiviteiten drastisch wijzigen. In lijn met zijn moderniseringsagenda worden gewone burgers en jongeren veel meer bij het beleid betrokken. De NCDO kan niet langer subsidiegever zijn en wordt kenniscentrum. De totale fondsen voor draagvlak worden gehalveerd.

Koenders (Ontwikkelingssamenwerking) zegt in zijn reactie, die vandaag naar de Tweede Kamer is gestuurd, dat er een nieuw subsidiekader (2011-2014) wordt opgesteld. “Alleen campagnes waarvan we de resultaten goed kunnen meten en vaststellen krijgen in de toekomst nog geld”, aldus Koenders.

Maar activiteiten in Nederland blijven essentieel. “Het klimaatprobleem, de conflicten en de gevolgen van de financiële en economische crisis vragen om burgers die betrokken zijn bij wereldwijde vraagstukken. Daarvoor is kennis nodig, maar ook verandering. Of het nu gaat om het kopen van eerlijke koffie of bewuster omgaan met energie. Ik wil gewone burgers en jongeren veel meer betrekken bij het beleid”, aldus Koenders.

Het nieuwe draagvlakbeleid is een volgende stap in de moderniseringagenda van Koenders. Het nieuwe beleid heeft 2 pijlers, namelijk een kennis- en adviescentrum (de NCDO-nieuwe stijl) en, los van de NCDO, een subsidieprogramma. De duidelijke scheiding in rollen en verantwoordelijkheden tussen beide helpt het afwegingsproces in de besluitvorming over de toekenning van subsidies zo zuiver mogelijk te houden.

De NCDO krijgt dus een andere taak. “De NCDO wordt een kenniscentrum en adviseur op het gebied van internationale samenwerking en duurzame ontwikkeling. Zo behouden we de kennis en ervaring die de NCDO in 40 jaar heeft opgebouwd”, aldus Koenders. De NCDO krijgt een breder samengesteld bestuur. De minister vindt dat ook nieuwe doelgroepen, zoals het bedrijfsleven, jongeren, en actieve burgers een bestuurszetel moeten kunnen krijgen in de vernieuwde NCDO.

Door te kiezen voor zakelijkheid en resultaatgerichtheid en door de financieringsrol van de NCDO los te koppelen van haar adviesrol komt er meer transparantie en meer ruimte voor nieuwe spelers.

Het nieuwe subsidieprogramma zal bestaan uit 3 loketten, te weten jongeren, kleine particuliere initiatieven en netwerken. Koenders wil op deze wijze financiering mogelijk maken van activiteiten die geen subsidie kunnen krijgen uit het medefinancieringsstelsel.

“Ik ben erg blij met de grote betrokkenheid van veel Nederlanders bij ontwikkelingssamenwerking, maar het particuliere initiatief moet wel geprofessionaliseerd en verzakelijkt worden om de versnippering van activiteiten in ontwikkelingslanden tegen te gaan en de effectiviteit te vergroten. Mensen kunnen dus ook advies inwinnen hoe ze professioneler met goede particuliere initiatieven in ontwikkelingslanden kunnen omgaan,” aldus Koenders. De minister is van mening dat nog meer jongeren betrokken moeten worden bij ontwikkelingssamenwerking.

In de huidige regelingen is ruim €60 miljoen beschikbaar voor draagvlakactiviteiten. Koenders voert een forse bezuiniging door. De NCDO krijgt als kenniscentrum maximaal €11 miljoen ter beschikking en voor het nieuwe subsidieprogramma is €19 miljoen beschikbaar.

Vorige maand besloot Koenders dat medefinancieringsorganisaties in principe geen draagvlakactiviteiten meer mogen financieren met overheidsgelden. Daarmee wordt de financiering van draagvlakactiviteiten gehalveerd.

Anton Zijderveld over populisme, islamofobie en koppelteken Nederlanders

maandag, mei 11th, 2009

Het besluit van emeritus hoogleraar en prominent CDA-lid Anton Zijderveld om zijn lidmaatschap van het Christen Democratisch Appèl op te zeggen, maakte veel reacties los. De meeste negatief. Was dit niet de professor die een aantal jaren geleden nog zei dat het “Marokkaans straattuig hard moet worden aangepakt” en in 2000 verklaarde dat  “het Oostenrijkse CDA zo snel mogelijk samen moest gaan regeren met de extreemrechtse partij van Jorg Haider” , zoals columnist Sylvain Ephimenco in Trouw schreef.

In de Volkskrant van 9 mei jl. licht Zijderveld zijn besluit om zin CDA-partijkaart terug te sturen toe. De spreekwoordelijke druppel was de opmerking van CDA-partijvoorzitter Van Heeswijk dat het CDA een coalitie met de PVV van Wilders niet uitsluit. “Een deel van de achterban van het CDA is islamofobisch. De leiding, Balkenende, Van Geel en partijvoorzitter Van Heeswijk, is doodsbang voor dat deel van de partij,” zegt Zijderveld in de Volkskrant. “Het tuig moet je aanpakken. Maar we moeten vooral bruggenbouwer willen zijn naar de mensen die zich steeds meer geïntegreerd hebben en die geen allochtoon meer zijn.”

Zijderveld vindt de flirt met de PVV heel eng, maar ziet in het populisme niet een direct gevaar. Over het populisme publiceerde de christendemocratische denker onlangs een boekje, Populisme als politiek drijfzand. In wezen is het populisme niet gevaarlijk, stelt Zijderveld. “Je ziet vaak hetzelfde patroon: ze krijgen onderling rusie. Het leeft van het nee. Als ze op een zeker moment zoveel succes hebben dat ze eigenlijk móeten meeregeren, komen ze in de problemen. Dan moeten ze vóór iets zijn. Of nog erger: dan moeten ze compromissen sluiten. Dan krijg je daarover geheid ruzie. Je zag het bij de LPF in Nederland, bij Haider in Oostenrijk.”

Over het ‘gevaar’ van Wilders: “Gevaarlijk vind ik zo’n zwaar woord. Ik vind het in eerste instantie onsmakelijk. Mensonterend. Je plakt labels op mensen waarvan ik uit humanistisch standpunt zeg: zo ga je niet met mensen om.”

Over islamofobie en dat de angst voor de islam oplost in de tijd: “We gaan toch niet terug naar de 19de-eeuwse Gemeinschaft, naar de naar binnen gekeerde eigen wereld? Ja, als dat hier gebeurt, moet ik alsnog emigreren. Ik denk naar Amerika. Maar ik ben niet pessimistisch. Noem het hoopvol. Noem het wishful thinking, maar dat heb je altijd als je naar de toekomst kijkt. We gaan toe naar die koppelteken Nederlanders, zoals ik ze naar Amerikaans voorbeeld noem. Geen nieuwkomers die Hollander moeten worden en allemaal op klompen moeten lopen. Ga toch weg. Over veertig jaar zullen we van die tegenstelling autochtoon-allochtoon niets meer begrijpen. Dat is wij tegen hun. Dat is niet meer aan de orde dan. Je zult Marokkaanse Nederlanders hebben en Surinaamse Nederlanders en Poolse Nederlanders. Allemaal Nederlanders, maar allemaal met een eigen inbreng.”

Twee jaar geleden zei Zijderveld tegen het Nederlands Dagblad dat “veel koppelteken-Nederlanders, zeg maar Turkse-Nederlanders en Marokkaanse-Nederlanders, positiever over Nederland zijn dan Geert Wilders. Nederland moet wennen aan het feit dat het een multicultureel land is. Dat is een feit. Feit is ook dat de islam in Nederland de derde godsdienst is in grootte. Het is zinloos je tegen die feiten te verzetten. Multiculturaliteit is iets anders dan multiculturalisme. Dat laatste is een ideologie die naïef was en tot onverschilligheid leidde. In Nederland maak je deel uit van de rechtsstaat en dan moet voor iedereen duidelijk zijn dat daarin geen ruimte is voor vrouwenmishandeling en eerwraak.”
De opkomst van Wilders noemt Zijderveld in die krant “heel eng”. Maar ondanks zijn  zorgen is hij erop tegen om de PVV in het parlement te isoleren.

In datzelfde jaar (2007) waarschuwde Zijderveld in het Financieel Dagblad tegen het oprukkend populisme. In zijn column in die krant schrijft Zijderveld onder meer dat “populisme dirjft op een individualisme, behept met de vrees voor het vreemde en onbergijpelijke. Populisten doen zich voor als patriotten, maar zijn ten diepste nationalisten. ”

Overigens maakte André Rouvoet, partijleider van de ChristenUnie, op 11 mei in het Financieel Dagblad bekend dat zijn partij niet wil samenwerken met de PVV: “Gelet op het programma en het profiel, gevoegd bij de toon en manier van optreden van de PVV, lijkt me een coalitie waarvan ChristenUnie en PVV deel uitmaken eerlijk gezegd ondenkbaar”.