Het voeren van een expliciete antiracisme campagne waarbij over ‘de racisten’ wordt gesproken, werkt contraproductief. Een soap werkt beter, constateert promovendus Floris Müller aan de Universiteit van Amsterdam.
De redactie van de website van Wereldjournalisten stelde de promovendus 5 vragen over zijn onderzoek.
Welke aspecten vormen een belangrijk deel van uw onderzoek?
‘Antiracisme omvat twee tegenstrijdige idealen. Aan de ene kant is er het ideaal van gelijkheid. Aan de andere kant is er het multiculturele ideaal van respect en ruimte voor culturele verschillen tussen mensen. Om die twee doelstellingen gelijktijdig te bewerkstelligen is communicatie, zowel op interpersoonlijk niveau als via de media, een belangrijk hulpmiddel.
‘Voor mijn onderzoek heb ik twee dingen onderzocht. Ten eerste heb ik onderzocht wat mensen van verschillende etnische achtergronden onder racisme verstaan. Wanneer vinden ze iets wel of geen racisme en waar trekken zij de grens? Bijvoorbeeld racistische, maar niet kwaadbedoelde grappen, racistische spreekkoren op het voetbalveld en het Sinterklaasfeest met de omstreden figuur Zwarte Piet. Voor sommige mensen vallen deze dingen onder racisme, maar voor anderen juist helemaal niet.
Ten tweede heb ik specifiek gekeken naar communicatiecampagnes tegen racisme en voor multiculturele tolerantie en dialoog. Een van de campagnes is het WK Amsterdam, een voetbaltoernooi dat uit 32 teams bestaat die elk een etnische minderheid vertegenwoordigen. Daarnaast heb ik onder andere ook de multiculturele soap Westside van AT5 onder de loep genomen. In die tv-serie leeft de kijker mee met vier families van verschillende etnische achtergronden. De makers hoopten hiermee een positief effect te bewerkstelligen voor etnische minderheden in Nederland zoals de Cosbyshow in Amerika dat heeft gehad voor de zwarten daar. ’
U toont aan dat wanneer expliciet over racisme wordt gesproken in een campagne, overwegend ‘achterhaalde conceptualiseringen van het probleem van racisme’ worden gehanteerd. Wat bedoelt u hiermee?
‘De meeste mensen denken bij racisme direct aan neo-nazi’s en andersoortige extremisten. De meeste mensen vinden zichzelf natuurlijk geen neonazi en denken daarom dat ze weinig bij te dragen hebben aan het oplossen van het probleem van racisme. Maar het probleem van racisme heeft niet alleen te maken met het gedrag van mensen. Het gaat ook om de betekenissen die we aan culturele verschillen geven, wat we als normaal zien en hoe we met zelfs de kleine afwijkingen van de norm omgaan. In de bredere culturele context van onze maatschappij kunnen bepaalde raciale, etnische en religieuze verschillen als scheidslijnen gaan fungeren en zo de weg vrijruimen voor racistisch gedrag en geweld. Door alleen maar over extremisten te praten wordt het probleem van racisme, en de bredere context daaromheen dat het mogelijk maakt, onterecht gereduceerd tot een klein aantal probleemgevallen.’
U zegt dat campagnes zoals soaps die zich meer richten op het stimuleren van identificatie met andere etnische groepen, meer effectief blijken. Hoe komt dat?
‘Bijvoorbeeld de soap Westside. Het programma geeft mensen de mogelijkheid om inzichten op te doen in hoe andere mensen leven en kunnen zich inleven in andere etnische groepen. De karakters worden op een persoonlijke manier neergezet en omdat bijna de helft moslim is, wordt het voor de kijker makkelijk om zich met een moslim te identificeren. Een opmerkelijke bevinding is dat witte Nederlanderse kijkers van Westside zich, door de identificatie met moslims, minder bedreigd gaan voelen door etnische minderheden.’
Welke belangrijke conclusie is uit uw onderzoek gekomen?
‘Uit mijn onderzoek blijkt dat communicatie een over het algemeen weinig doordacht aspect is van campagnes tegen racisme of voor multiculturele tolerantie en dialoog. Het voeren van een expliciete antiracisme communicatiecampagne waarbij over ‘de racisten’ wordt gesproken werkt bijvoorbeeld contraproductief maar daar zijn de makers zich niet van bewust. Iedereen zal het ermee eens zijn dat je niet racistisch moet zijn en de campagne zal mensen niet aan het denken zetten over hun eigen rol.
‘Een soortgelijk gebrek aan doordenken zie je ook bij campagnes die mensen met elkaar in gesprek proberen te krijgen. Als mensen bij elkaar worden gebracht om met elkaar te praten tijdens bijvoorbeeld het WK Amsterdam voetbaltoernooi of iftarbijeenkomsten wordt er van uitgegaan dat het gesprek vanzelf op een nuttige dialoog uitloopt. Het WK Amsterdam voetbaltoernooi is een mooi festival, maar je ziet dat de verschillende etnische groepen veelal met de eigen groep optrekken. Dat is goed voor de sociale cohesie binnen de groep, maar het doel om verschillende soorten mensen bij elkaar te brengen en in dialoog te brengen over wat hen bindt schiet men dan voorbij.
‘Communicatie tussen personen wordt pas echt interessant wanneer geijkte multiculti-discussies overstegen worden en mensen gaan praten over wat ze persoonlijk in hun eigen leven voor dilemma’s ervaren’
Wat hoopt u dat met uw onderzoek gedaan wordt?
‘Men moet meer nadenken over de manier waarop men mensen kan prikkelen om op een persoonlijke en geëngageerde wijze hun eigen plek in de multiculturele samenleving ter discussie te stellen. Communicatie tussen personen wordt pas echt interessant wanneer geijkte multiculti-discussies overstegen worden en mensen gaan praten over wat ze persoonlijk in hun eigen leven voor dilemma’s ervaren. Het zou mooi zijn als beleidsmakers en communicatiemedewerkers het communicatieproces in campagnes voor anti-racisme, tolerantie en dialoog serieuzer gaan nemen.’