James Hansen, klimaatwetenschapper van het eerste uur, is bang dat de wereld nog steeds niet overtuigd is van het gevaar van klimaatverandering. Hij voorziet in Kopenhagen een zwak akkoord, waarin het broeikaseffect niet echt wordt aangepakt en waarin rijke landen hun klimaatzonden afkopen maar de wereld op het spel zetten.
In Trouw zegt Hansen dat het te sluiten akkoord van Kopenhagen uitgaat van een concentratie broeikasgassen van 450 ppm (ppm: parts per million, aantal deeltjes per miljoen luchtdeeltjes). Dan is de kans 50 procent dat de aarde niet meer dan 2 graden Celcius opwarmt. Hansen is het oneens met de 450-norm. Een opwarming van één graad is al gevaarlijk en daarvoor moet de norm op 350 ppm liggen. Nu is de concentratie broeikasgassen 385 ppm; ze zal dus moeten dalen, terwijl de wereld afstevent op een akkoord waarin een stijging is voorzien. “Een concentratie van 450 ppm leidt gegarandeerd tot rampen,” zegt Hansen. “De zeespiegel zal metershoog stijgen, ecosystemen zullen verdwijnen, droogtes, stormen, noem maar op.”
Hansen zegt dat het ineens heel hard kan gaan. “Systemen als de ijskappen, maar ook de biodiversiteit, hebben een omslagpunt waarna het ineens heel hard gaat. Onstuitbaar. Als we zo doorgaan en deze systemen onder druk blijven zetten, verdwijnen ze. Deze eeuw nog.”
Alle pijlen richt Hansen op het gebruik van steenkool.Hij heeft liever geen akkoord, dan een slecht akkoord waarin het gebruik van steenkool teogestaan wordt. “We moeten vanaf nu tot 2030 alle kolencentrales in de wereld uitschakelen. Maar dat dringt niet goed door. Ik heb het er met verschillende politieke leiders, zoals Tony Blair en Angela Merkel, over gehad. Als jullie nog één kolencentrale bouwen, hield ik hen voor, moet Rusland gas in de grond laten zitten. En dat doen de Russen natuurlijk nooit. Toch bouwt iedereen nieuwe kolencentrales. De kern van het probleem is dat fossiele brandstoffen te goedkoop zijn. Zolang ze goedkoper zijn dan duurzame bronnen als zonne-energie, zullen ze worden gebruikt. Er moet een fikse toeslag op gas en olie, zodat de gebruiker betaalt voor de schade die hij aanricht. En dat moet wereldwijd gebeuren, want als je de olie hier uitbant, zakt de vraag en wordt het voor arme landen een goedkope brandstof. De huidige grootverbruikers, de Verenigde Staten, Europa en China, zouden daarover afspraken moeten maken.”
De emissiehandel noemt hij pervers. Het doet Hansen denken aan het Middeleeuwse aflaatsysteem: “Een win-win-situatie: de kerk beurde het geld en de zondaar hoefde niet meer te branden in het vagevuur. En nu? De rijke landen kopen hun CO2-zonden af en de armen strijken het geld op. Maar wat is het klimaat ermee opgeschoten?”
Ondertussen verbaast Jeremy Rifkin, econoom en adviseur van de EU, zich erover dat Nederland niet meer investeert in duurzame energie. “Nederland heeft kennisinstellingen, grote bedrijven en een op Europa georiënteerde regering. Bovendien wordt het als laag gelegen land direct bedreigd door klimaatverandering. Toch loopt de Nederlandse regering niet voorop als het gaat om nationale regelgeving die een omslag naar duurzame energie mogelijk moet maken. Nederland komt achter landen als Spanje, Duitsland en Denemarken waar op overheidsniveau afspraken zijn gemaakt om de opwekking van duurzame energie leidend te maken. Ook Nederland zou heldere, nationale standaarden en codes moeten ontwikkelen om een daadwerkelijke overgang op duurzame energie te bewerkstelligen.”
In een interview met Change Magazine zegt Rifkin dat hij vreest dat de top in Kopenhagen een mislukking wordt. “In plaats van samen te werken roept de een dat hij in 2020 dertig procent minder CO2 uitstoot heeft en de ander gaat erover heen door vijftig procent reductie te beloven. Dat is een fout uitgangspunt.”
Rifkin bepleit een derde Industriële Revolutie. Het tijdperk van olie is voorbij. Duurzame energie in combinatie met het gebruik van nieuwe communicatiemiddelen heeft de toekomst.