Archief voor december, 2009

Modern racisme in een angstig land

donderdag, december 17th, 2009

“Iedereen in dit land mag stemmen wat hij wil, ook op de PVV, maar iedereen heeft ook het recht te zeggen wat hij van een dergelijke keuze vindt,” zegt bijzonder hoogleraar interculturele communicatie Wasif Shadid in Contrast. Shadid neemt binnenkort afscheid van de universiteiten van Leiden en Tilburg. “Laten we ervoor zorgen dat de PVV krimpt tot een dwergbeweging. Laten we er vooral voor zorgen dat deze partij niet salonfähig wordt.”

Volgens Shadid staat de PVV van Wilders voor ‘modern racisme’: “het gebruiken van cultuur of religie om een bepaalde groep uit te sluiten of te stigmatiseren”. Shadid  haalt de uitkomsten aan van het wetenschappelijk onderzoek dat in opdracht van het ministerie van Binnenlandse zaken is geschreven. Daarin staat dat de PVV niet alleen extreemrechts is, maar ook een bedreiging vormt voor de sociale cohesie. Shadid: “Het rapport is van fundamentele betekenis voor het multiculturalismedebat. Door dit rapport kan deze potentiële aanhang [de Wildersaanhangers] later niet zeggen ‘dat hebben wij niet geweten’. Ook biedt het rapport politici een kans om hun standpunten over deze beweging te uiten nu deze wetenschappelijk worden ondersteund.” In dat licht vindt de scheidend hoogleraar het bemoedigend dat er steeds meer partijen en groepen zijn die kleur bekennen en aangeven niet met Wilders te willen samenwerken.

In zijn afscheidsrede zegt Shadid dat zowel de overheid als opinieleiders en media medeverantwoordelijk zijn voor het uit de hand gelopen debat. “We zijn onder invloed van de globalisering een angstig land geworden dat op zoek is naar zijn eigen identiteit en zich daarom afzet tegen allochtonen. De solidariteit met kansarmen en onderdrukten, zowel nationaal als internationaal, is verdwenen. De gevolgen van die verschraling zijn voor de allochtonen voelbaar geworden: er wordt gemeten met twee maten en ze krijgen het nadeel van de twijfel.”

Shadid pleit ervoor op te houden met culturalisering en etnisering. Tweede- en derdegeneratie allochtonen vertegenwoordigen niet meer de cultuur van hun voorouders, zegt de hoogleraar. “Ze lijden juist aan cultuurverlies.”

“Wat we nodig hebben is een soort hoopgevende, iedereen insluitende Obamavisie op het neiwue Nederlandschap, waarin de definitie niet bepaald wordt door cultuur of geboorteland van de (voor)ouders, maar door identificatie met en loyaliteit aan het huidige land en de huidige samenleving.”

Shadid heeft een ‘7-punten plan’:

  • ga voor inclusiebeleid in plaats van uitsluiting: creëer een wij-gevoel
  • definieer het Nederlanderschap anders, niet meer op basis van herkomst
  • ga (modern) racisme strenger tegen
  • bestrijd sociaal-economische achterstand
  • vermijd culturalisering en etnisering
  • wijs anti-islamisme openlijk af
  • bevorder interculturele expertise
Stem of voeg toe aan:  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

Klimaat-effectatlas voor ambtenaren

woensdag, december 16th, 2009

Beleidsambtenaren van de provincie kunnen sinds kort op de klimaat-effectatlas zien hoe klimaatbestendig hun provincie is. Aan uitbreiding voor gemeenteambtenaren wordt gewerkt. Dit meldt Binnenlands Bestuur.

Provinciale ambtenaren kunnen in de interactieve atlas online zien hoe bijvoorbeeld de gemiddelde temperatuurstijging in de provincie is. Of hoe hoog de waterstand zal worden in 2020. Of hoe droog de provincie wordt over 15 jaar en de gevolgen ervan voor de landbouw. De klimaateffectatlas is ontwikkeld door  het programmabureau Klimaat voor Ruimte, KNMI Altera en DHV, in opdracht van het Inter Provinciaal Overleg (IPO).

Om de provincie inderdaad klimaatbestendig te maken, kunnen de ambtenaren nu op een interactieve manier hun beleid toetsen. Aan de hand van diverse scenario’s – dijkdoorbraak, heel veel lokale regenbuien, – wordt zichtbaar hoe dit uitpakt in het landschap van de provincie. ‘Je kunt per provincie op de kaart inzoomen.’

Er staan ook onderzoeksrapporten en andere beleidsstukken op de site. Zo kan een ambtenaar voor het buitengebied construeren wat de gevolgen voor de landbouw zullen zijn. Ook de stand van de natuur laat zich voor verschillende scenario’s benaderen.

De atlas wordt ook beschikbaar voor gemeenteambtenaren.

Stem of voeg toe aan:  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

Discriminatie moslims in Europa alarmerend

dinsdag, december 15th, 2009

Anti-moslimsentimenten vormen een ernstig probleem in Europa. Te veel Europeanen geloven dat een religieuze identiteit integratie tegenwerkt, terwijl de meeste moslims zich juist sterk identificeren met het stad en het land waarin zij wonen.

Dat stelt het Open Society Institute (OSI) in een vandaag verschenen rapport (pdf). Het rapport is onder meer gebaseerd op tweeduizend diepte-interviews met mensen in elf Europese steden, waaronder Amsterdam en Rotterdam.

Hoewel de meeste moslims al jarenlang in Europese steden wonen, hebben velen te maken met discriminatie en argwaan van autochtone bevolkingsgroepen, aldus OSI. Volgens de stichting toont het rapport echter hoezeer uiteenlopende bevolkingsgroepen dezelfde behoeftes en bezorgdheden vertonen. ,,Het enige waarin zij verschillen, is de manier waarop zij door anderen worden behandeld en waargenomen.”

De OSI pleit in zijn rapport voor maatregelen op regionaal, nationaal en Europees niveau om religieuze discriminatie tegen te gaan. ,,Europa moet haar beloften van een open en inclusieve samenleving waarmaken”, stelde Nazia Hussain van OSI.

YouTube voorvertoningsafbeelding
Stem of voeg toe aan:  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

Extreemrechts steeds meer geaccepteerd door media

donderdag, december 10th, 2009

Pytrik Schafraad, onderzoeker aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, promoveert 11 december op een onderzoek naar de berichtgeving in kranten over extreem-rechts. Zijn conclusies: Kranten in Nederland en Vlaanderen berichten steeds genuanceerder en diverser over uiterst rechts. Maar controversiële thema’s blijven de boventoon voeren. Dat dit zo is heeft  vooral te maken met de partijen zelf, zegt Schafraad: “Fortuyn wilde het eerste artikel van de Grondwet afschaffen, Wilders maakte de film Fitna, wilde het land op slot voor migranten en bedacht de kopvoddentaks”. Dit meldt Wereldjournalisten.nl op haar website.

Schafraad analyseerde ruim vijfduizend berichten in drie verschillende kranten van vergelijkbare signatuur in Nederland, Vlaanderen en Duitsland. Voor Nederland waren dat de Volkskrant, het NRC en De Telegraaf. Voor Vlaanderen de Morgen, de Standaard en het Laatste Nieuws en voor Duitsland de Süddeutsche Zeitung, Frankfurter Allgemeine Zeitung en Bild.

Schafraads onderzoek laat zien dat op het moment dat in Nederland integratie als onderwerp ook door intellectuelen wordt overgenomen en extreemrechtse partijen meer zetels in de Tweede Kamer krijgen, de aandacht voor de deze partijen genuanceerder wordt. In het verkiezingsjaar 1989 bijvoorbeeld wanneer Janmaat in de Tweede Kamer wordt gekozen, is er niet meer dan één keer per week aandacht voor uiterst rechts: in de 3 kranten staan dat jaar 77 berichten over extreemrechtse standpunten.
In de loop van de jaren negentig van de vorige eeuw komt hier verandering in. Integratie is niet langer een exclusief thema voor uiterst rechts. Intellectuelen als Frits Bolkestein en Paul Scheffer domineren het debat. Er komt meer aandacht voor de inhoud en de denkbeelden van de partijen en de berichtgeving wordt gevarieerder.

Na de eeuwwisseling zet deze trend door en raakt vanaf 2003 in een stroomversnelling vanwege de populariteit van Pim Fortuyn. In het verkiezingsjaar 2002 staan er 802 berichten over extreemrechts in de kranten, in 2003 zijn dat er 508. Vanaf 2004 wordt uiterst rechts niet langer beschreven als controversiële buitenstaander, maar halen ze ook de krant met andere thema’s.  Er zijn nog maar 137 berichten over extreemrechtse standpunten.

In 1986 publiceren de kranten gemiddeld één artikel per week over uiterst rechts. Dat aantal groeit naar 3,5/dag in 2002. In dat jaar heeft de Volkskrant gemiddeld 5 artikelen per dag, het NRC iets minder dan 4 en De Telegraaf 1,5. Gemiddeld publiceert De Telegraaf half zoveel artikelen als de andere twee kranten. De Volkskrant en NRC schrijven langere artikelen dan De Telegraaf. Gemiddeld 11 procent van alle artikelen staat op de voorpagina’s.

De drie kranten verschillen ook in focus van berichtgeving: de Volkskrant schrijft minder over de rol van uiterst rechts in de politieke actualiteit (9%) dan het NRC (23%) en De Telegraaf (20%). Volkskrant en NRC schrijven meer over uiterst rechts in juridische conflicten (17 en 16%) dan Telegraaf (11%).
Gemiddeld 27% van de berichten (gemeten over de hele periode) gaat over vreemdelingenangst en exclusionisme: het uitsluiten van etnische minderheden, vluchtelingen en allochtonen (met in 1994 een uitschieter van 51%).

In Vlaanderen wordt het Vlaams Blok in de jaren negentig een steeds grotere en belangrijke partij. Schafraad ziet eenzelfde ontwikkeling als in Nederland. Krantenberichten worden diverser en genuanceerder, maar ook hier domineren controversiële aspecten zoals exclusieve aandacht voor het racisme van de extreemrechtse partij. Beschuldigingen zijn implicieter: media noemen het Vlaams Blok niet langer ondemocratisch, maar ‘niet behorend tot de democratische partijen.’

De Duitse berichtgeving is de afgelopen twintig jaar nauwelijks veranderd: extreemrechtse partijen krijgen nauwelijks media-aandacht. Dat heeft volgens Schafraad te maken met het feit dat ze de kiesdrempel niet halen en met de gevoeligheid vanwege het nationaal-socialistische verleden. Partijen die daar associaties mee oproepen krijgen weinig ruimte in de pers.

Bron: Wereldjournalisten.nl

Stem of voeg toe aan:  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

Bauani Ndume winnaar Internationale Kindervredesprijs 2009

donderdag, december 10th, 2009

Op 3 december heeft de 16jarige Bauani Ndume uit handen van Nobelprijswinnaar Wangari Maathai de Internationale Kindervredesprijs 2009 ontvangen. Op 7-jarige leeftijd vluchtte Baruani uit de Democratische Republiek Congo. Tijdens de vlucht verloor hij zijn ouders en kwam terecht in het vluchtelingenkamp Nyarugusu in Tanzania, waar hij sindsdien woont. In het kamp verblijven ruim 60.000 andere vluchtelingen, waarvan meer dan de helft kinderen zijn. Baruani zet zich op een bijzondere wijze in voor deze kinderen. Hij is erin geslaagd met beperkte middelen een radioprogramma op te zetten, waarin hij problemen en uitdagingen bespreekt met zijn leeftijdsgenoten. Door oproepen in zijn show probeert hij kinderen die hun ouders zijn kwijtgeraakt in de vlucht, met elkaar te herenigen. Het grote succes van het programma, dat ondertussen in vier Afrikaanse landen wordt uitgezonden, heeft ertoe geleid dat inmiddels vele kinderen met hun familie zijn herenigd.

In zijn speech bij de uitreiking van de prijs haalde minister Koenders herinneringen op aan zijn bezoek aan de vluchtelingenkampen in Congo. “Ik herinner me de stank, ik herinner me de tekorten, ik herinner me de angst voor het geweld. Maar wat ik mij het meest herinner zijn de kinderen – kwestbaar, maar bovenal moedig.”

For me, that memory makes this opportunity to speak to you here today extra special. Because the winner of the 2009 Children’s Peace Prize is a Congolese child. He lost his parents in the war and was forced to flee to a camp in Tanzania, but that didn’t break his spirit. Just 16 years old, he now helps others in the same situation to build a new life for themselves. Sisi kwa sisi, Children for Children.

He is supported in his work by World Vision, the organisation that operates the refugee camp in Tanzania. I am delighted that World Vision focuses extra attention on children and teenagers. In projects like ‘Child Voice Out’ and ‘Learn From Me’, young people talk to their peers about their traumatic experiences and learn to confront each other about harmful behaviour, like using drugs or having unprotected sex. In this way, young refugees help each other prepare for life outside the camp: this is a striking example of new and improved international development.

I am proud that ongoing Dutch government support for World Vision has helped make these and other projects possible.

Ladies and gentlemen,

This year we celebrate the twentieth anniversary of the UN Convention on the Rights of the Child. I say ‘celebrate’ deliberately, because a great deal of progress has been made. Let me give you two concrete examples. One: the number of children who die before the age of five dropped from 12.5 million in 1990 to nine million last year. Two: more and more children are going to school. In 2002, 115 million children were denied an education; five years later that number had fallen to 101 million.  We’re making good progress.

Education is, of course, a vital issue. Only yesterday evening I returned from Pakistan, where schools have been set up in camps and villages under the Education in Emergencies programme. Reinstating children’s daily routine allows agencies like UNICEF to pave the way to recovery. The Dutch government is delighted and proud to be supporting this work. When I was there yesterday, I carefully listened to the children. They were really making the atmosphere in the camps. And the most important thing their parents asked me, was: please make sure our kids get an education.

As I said, a lot of progress has been made, but there is still a long way to go. Child labour, trafficking in children and sexual exploitation of children, and girls in particular, are critical problems.

In August of this year, the UN Security Council adopted Resolution 1882, agreeing that violence against children in armed conflict situations must no longer go unpunished. Today I call upon all nations to implement this resolution as quickly as possible. The same goes for Resolution 1888 on the prevention of conflict-related sexual violence against women and children, and the implementation of obligations under the Convention on the Rights of the Child. I hope that Marta Santos Pais, the Special Representative on Violence Against Children, and Radhika Coomaraswamy, the Special Representative for Children and Armed Conflict, will play an important role in this respect. They have to energize and they can energize.

Sierra Leone proves that progress is possible. Not so long ago, a terrible war made victims of countless children in Sierra Leone. Today it champions children’s rights. Not only has it transposed the Convention on the Rights of the Child into national law, it has also implemented optional protocols on the involvement of children in armed conflict and on the sale of children, child prostitution and child pornography. The Dutch government hopes, and I hope, that others will follow Sierra Leone’s good example.

Ladies and gentlemen, the Dutch government thanks KidsRights for it’s tremendous effort in helping kids and, of course, for making this award ceremony such an important international event. Therefore, I would like to close with the words of Om Prakash Gurjar, the winner of the 2006 Children’s Peace Prize. He said: ‘In the village in India where I was born and raised, the notion of child rights does not exist.’

Our challenge is to change that.

Thank you.

Stem of voeg toe aan:  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

We zijn socialer dan ooit

donderdag, december 3rd, 2009

We somberen teveel, maar zijn socialer dan ooit tevoren. Aldus godsdienstsocioloog Joep de Hart in het opinieblad VolZin. De Hart ziet overal nieuwe vormen van sociaal kapitaal. Vaak moeilijk zichtbaar, omdat ze minder verbonden zijn met een vaste plaats en fysieke nabijheid. Volgens de godsdienstsocioloog zijn er natuurlijk allerlei zorgwekkende ontwikkelingen te zien, maar overdrijven we te snel. “Nederlanders behoren tot de gelukkigste volken ter wereld en hebben hun samenleving zo ingericht dat die – juist vanuit het perspectief van de solidariteit – moeiteloos kan concurreren met vrijwel elk ander land. Je kunt ook op een andere, wat optimistischer manier tegen het onderwerp aankijken.”

De politieke urgentie van het thema komt onder andere naar voren uit het regeerakkoord van het huidige kabinet, waar bevordering van de sociale cohesie als een belangrijke peiler van het beleid wordt gepresenteerd. De overheid sluit daarmee aan bij wat ook door de bevolking als een belangrijke kwestie wordt ervaren. Onderzoeken van het SCP leren dat Nederlanders hopen op meer sociale verbondenheid en gemeenschapszin, maar vrezen voor de komst van een hardere en meer prestatiegerichte samenleving. Bevolkingsenquêtes laten zien dat ‘goed burgerschap’ door Nederlanders sterk geassocieerd wordt met sociale betrokkenheid en medemenselijke zorg. Er is een wijdverbreide hunkering naar meer solidariteit, en dat zal zeker niet minder zijn geworden met de huidige kredietcrisis. Het verlangen erbij te horen drukt zich onder andere uit in het zoeken naar nieuwe vormen van verbondenheid, bijvoorbeeld rondom de dood van bekende Nederlanders (Fortuyn, Hazes), in de vorm van stille tochten, bij nationale herdenkingen. Maar ook rondom het koningshuis als symbool van nationale eenheid, bij grote inzamelingsacties of sporttoernooien, als internetclubs of via jeugdsubculturen. Voor een deel zal het bij het verlangen naar meer solidariteit gaan om heimwee naar een wereld die voorbij is, waarbij niet zelden de jaren vijftig als referentiepunt fungeren. Toen was geluk nog heel gewoon, al bestond dat geluk niet zelden uit een boterham met tevredenheid, in knusse saamhorigheid genoten in de veilige beschutting van de zuilen. Anderzijds wordt dat verlangen waarschijnlijk gevoed door een verscherpt bewustzijn van de schaduwzijden van de accentuering van individuele vrijheid en zelfontplooiing.

‘Wij-gevoelens’, in de zin van het zich één voelen met de andere Nederlanders, zijn een sentiment van tamelijk recente datum. Lange tijd vormde je regionale omgeving, later ook de godsdienst een belangrijke basis voor saamhorigheid tussen Nederlanders. Al gebeurde dat laatste in ons land tot in de jaren zestig voor een groot deel via de identificatie met een bepaalde zuil of kerkelijke subcultuur: je was eerst gereformeerd of katholiek en daarna pas Nederlander. De cohesieve kracht van de zuilen is in de afgelopen decennia sterk afgenomen en lijkt plaats te hebben gemaakt voor meer dynamische en individueel getinte vormen van affiniteit. Bijvoorbeeld in de vorm van geestverwantschap op basis van een gedeelde opleiding, een vergelijkbare werkomgeving, dezelfde vrijetijdsinteresses, een overeenkomstige leefstijl. Via de sociale netwerken die ermee verbonden zijn, blijkt religie overigens een belangrijke stimulans voor maatschappelijke inzet, in de vorm van vrijwilligerswerk en informele hulp. Veel ontwikkelingen kunnen worden samengevat onder de noemer individualisering. Met individualisering wordt gedoeld op een proces waarbij allerlei traditionele maatschappelijke verbanden (dorp, buurt, klasse, gezin, maar ook kerk) hun dwingende karakter verliezen en de ruimte groeit om het leven naar eigen inzicht en behoefte in te richten. Individualisering ligt ten grondslag aan zowel de afbrokkeling van veel oude organisatiemodellen van maatschappelijke participatie (kerken, vrouwenbonden, politieke partijen) als aan de verbreiding van participatievormen waarvoor de eigen biografie een belangrijke inspiratiebron is. Wat niet betekent dat solidariteit en sociale betrokkenheid zijn verdwenen – zoals gezegd niet in de bekommernis van de mensen, maar ook niet als feitelijke realiteit. Individualisering is niet hetzelfde als egoïsme, het is ook niet hetzelfde als bandeloosheid. Wel zijn de banden losser geworden, kortstondiger, opener en informeler.

In de Nederlandse samenleving hangt geen geur van stilstaand water. Op het maatschappelijk middenveld wordt niet slechts tevreden het gras van vorig jaar herkauwd. Je gaat het pas zien als je het door hebt: op tal van plaatsen in de Nederlandse samenleving komen nieuwe groepen, netwerken en sociale verbanden op. Er manifesteren zich innovatieve vormen van vrijwillige inzet die beter aansluiten bij het hedendaagse levensgevoel en leefpatroon. Bij het vrijwilligerswerk bijvoorbeeld komt een sterker accent te liggen op korte termijnprojecten met wel omschreven taakstellingen en doelstellingen. Tijdsintensieve vormen van betrokkenheid maken plaats voor kapitaalintensieve vormen – niemand beschikt over meer dan vierentwintig uur per etmaal, wat betreft het beschikbare kapitaal is de bandbreedte wel groot. Mensen doneren liever aan een behartigenswaardige zaak of professionele organisatie dan dat ze zich erop vastleggen elke woensdagavond in het verenigingsgebouw te verschijnen om met andere amateurs routineus te gaan vergaderen of wisselende hand-en-spandiensten te verlenen (terwijl veel activiteiten die het verenigingsleven overeind houden toch ook fysieke aanwezigheid vereisen). Lidmaatschap oké, maar dan niet van de wieg tot het graf; veel vaker ad hoc of vanuit wat de Duitsers biografische Passung noemen: je zet je in vanuit wat voor jou op dit moment relevant is. De band met organisaties wordt minder gekenmerkt door de vertrouwde nestgeur van een collectief gedeeld milieu en meer door de ambitie kennis te maken met interessante mensen en activiteiten. De organisatie, de groep wordt minder gezien als fundament van je leefstijl en meer als facilitair voor wat je nastreeft. Kleine, lokale groepen van medegeïnteresseerden bieden op veel terreinen een aantrekkelijk alternatief voor de anonimiteit van grootschalige organisaties. De nieuwe participatievormen zijn minder verbonden met een vaste plaats en fysieke nabijheid, en eerder met  mobiliteit en virtuele aanwezigheid of bereikbaarheid. Daarmee zijn ze maatschappelijk vaak moeilijk zichtbaar, maar ze zijn er wel en ze vertegenwoordigen uiterst belangrijke vormen van sociaal kapitaal.

Nogmaals: de beschreven ontwikkelingen moeten niet verward worden met een teloorgang van de onderlinge betrokkenheid en de opkomst van louter eigenbelang als drijfveer om je te organiseren. De afgelopen jaren heb ik nogal wat tijd gestoken in het systematisch turven van de leden- en donateuraantallen van honderden organisaties op het maatschappelijk middenveld. En wat blijkt? De sterkste groeiers op dat middenveld zijn drie soorten organisaties: organisaties gericht op internationale solidariteit en mensenrechten (zoals Amnesty International en UNICEF), organisaties gericht op natuur en milieu (bijvoorbeeld het Wereldnatuurfonds, Milieudefensie, Stichting AAP of de World Society for the Protection of Animals) en organisaties gericht op morele issues (zoals de Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind en de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie). Dat wijst dus allesbehalve op een fixatie met eigenbelang. Dan zouden we toch eerder moeten denken aan de Consumentenbond of Vereniging Eigen Huis. Die groeiden ook, maar aanzienlijk minder sterk. Moraliteit en sociale bekommernis hebben nog geenszins aan belang ingeboet als motief van burgerlijke inzet.

Niet alleen organisaties veranderen, dat geldt ook voor de religie. Wat mijzelf vaak frappeert, als ik terugdenk aan mijn kinderjaren in het Kampen van de jaren vijftig, is de granieten zekerheid waarmee iedereen om je heen de wijsheid in pacht dacht te hebben: de bisschop en de dominee, de ouderling en de koster, de juffrouw en de meester. Dat soort wereldbeelden van gewapend beton kom je vandaag de dag veel minder tegen. De Bijbel werd vervangen door het dagboek, de preekstoel door het world wide web. Fundamenten werden draaipanelen, grenzen poreus. Voor de stelligheid kwam het vermoeden, voor het heilsbezit het verlangen. In de dagen van weleer gaf het geloof antwoord op alle vragen, in elk geval alle vragen die ertoe doen, zelfs al had je je die nooit gesteld. En de service ging nog verder. Het werd allemaal netjes voor ons opgeschreven, vergeetachtig als wij zijn. Nietje erdoor (om met D66-leider Pechtold te spreken) en de aldus gebundelde feiten werden dan De Catechismus genoemd – die van de protestanten kwam uit Heidelberg, die van de rooms-katholieken stond uiteraard onder toezicht van Rome. Voor moderne mensen heeft dit iets onbevredigends. Als ik mijn Tomtom aanzet, dan wil ik zo snel en zo duidelijk mogelijk antwoord, maar niet als het om de zin van het leven gaat, om wat mij dierbaar is, of om wat mij ten diepste beweegt. Dan zijn pasklare antwoorden vaak minder interessant dan prikkelende vragen. En om die te vinden, helpt het zeker als je bereid bent zo nu en dan buiten je eigen routines en vanzelfsprekendheden te treden – luiken open, bruggen neer – en als je andere mensen misschien niet als huisgenoten, maar wel als reisgenoten ziet, al is het maar voor de duur van een gesprek. Een dynamische, pluriforme en multi-etnische samenleving als het moderne Nederland heeft niet alleen behoefte aan dikke kerkmuren of een behaaglijke woning waarin je je thuis kunt voelen. Zij heeft daarnaast vooral behoefte aan echte bruggenbouwers, die de verleiding weerstaan van het je verschansen in je eigen gelijk en het je organiseren volgens het principe van soort zoekt soort.

Bron: NieuwWij

Stem of voeg toe aan:  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner