Archief voor januari, 2010

Moslim met baard onterecht afgewezen

donderdag, januari 28th, 2010

Een moslim met baard solliciteerde bij de IND. Hij werd daarom afgewezen. De moslim klaagde bij de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) en deze commissie stelde hem in het gelijk. De staatssecretaris van Justitie, waaronder de IND valt, heeft onterecht onderscheid gemaakt op grond van religie.

Een man draagt een baard van ongeveer een centimeter lang. Hij solliciteert naar de functie hoor en beslismedewerker bij de IND, hetgeen een onderdeel is dat onder de staatssecretaris van Justitie valt. Tijdens het sollicitatiegesprek wordt door de IND aan de man gevraagd of hij zijn baard om religieuze redenen draagt. De man antwoordt bevestigend. De IND verklaart dat om die reden de man niet wordt aangenomen. Als reden geeft de IND dat zij streven naar een zo veilig mogelijke omgeving voor de asielzoekers en dat dat inhoudt dat de hoor-omgeving zo neutraal mogelijk dient te zijn wat inhoudt dat er geen religieuze dan wel politieke uitingen zichtbaar mogen zijn.

Door de man af te wijzen vanwege het dragen van een baard vanwege de religieuze betekenis die de man eraan toekent, maakt de staatssecretaris van Justitie, als verantwoordelijke voor de IND, direct onderscheid op grond van godsdienst. Voor dit direct onderscheid is geen wettelijke uitzondering gesteld of gebleken. De Commissie overweegt in haar oordeel dat zij het belang van een zo veilig mogelijke hoor omgeving voor asielzoekers onderschrijft en dat een neutrale uitstraling daar mogelijk toe kan bijdragen.

Ter zitting is echter gebleken dat de IND de neutraliteit beoordeelt aan de hand van uiterlijke kenmerken van sollicitanten en niet nader onderzochte aannames en veronderstellingen over gevoelens van (on)veiligheid van asielzoekers. De Commissie is bezorgd over de invloed die deze handelswijze heeft op het aannamebeleid van de IND. De Commissie beveelt de IND dan ook aan haar gedragscode ter beoordeling van de Commissie voor te leggen.

Bron: Wereldjournalisten

Extreem-rechts in Duitsland steeds agressiever

donderdag, januari 28th, 2010

In het oosten van Duitsland zijn extreem-rechtse organisaties al jaren actief. Vaak op heel agressieve wijze en met veel geweld. In delen van de voormalige DDR durven allochtonen zich niet meer op straat te vertonen. Sinds kort manifesteren neo-nazi’s zich ook steeds meer in het westen van Duitsland. In Beieren spreekt men al van een “hippe subcultuur”, meldt dagblad Trouw.

Trouw interviewde Nicola Hieke, coördinator van een netwerk van adviseurs voor ouders met extreem-rechtse kinderen. “We zijn een mobiele adviesdienst. We gaan naar de mensen toe. We voeren gesprekken, geven voorlichting. Soms is één gesprek genoeg, vaak komen we drie à  vier keer terug,” zegt Hieke. “Een groot probleem is om rechts-extremisme tijdig te herkennen. De tijd dat neonazi’s kale koppen hadden en bomberjacks en Springerlaarzen droegen is voorbij. Ze zien er soms heel burgerlijk uit. Of ze hebben juist lange haren. Ook dragen ze vaak punkkleding en Palestijnensjaals. Ze zijn vaak niet meer te onderscheiden van linksradicale jongeren.”

Rechts-extremisme is een subcultuur aan het worden, schrijft Trouw. “Een hippe lifestyle met een eigen kledinglijn en met tal van accessoires. Het gaat veel verder dan het dragen van Lonsdale-kleren.” Volgens Hieke zijn extreem-rechtse organisaties een offensief begonnen om ‘de straat, de hoofden en de parlementen’ te veroveren. “Ze zijn bijvoorbeeld actief onder geschiedenisstudenten. En in vrouwenorganisaties, waar ze veelal conservatieve maar ook feministische ideeën propageren.” Extreem-rechtse jongeren vinden het fijn om tot een subcultuur te horen, het wij-gevoel, de erkenning door een groep. Maar ook frustratie en het gebrek aan perspectief speelt een rol, aldus Hieke.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Het anti-fascistische tijdschrift Alert! interviewt een groep antifascisten in Aken, een stad in Nordrhein-Westfalen, vlak over de Limburgse grens. Deze mensen hebben regelmatig te maken met rechtsextreem geweld. Ook in deze westduitse stad manifesteren neonazi’s zich steeds openlijker. “De neonazi-sien probeert zich als jongerensubcultuur te presenteren en heeft zich ook duidelijk verjongd, wat tot uitdrukking komt in de structuren van de ‘Autonome Nationalisten’ (die zich onder andere in de werkgroep Rheinland organiseren), maar ook binnen de NPD en het Kameradschaft Aachener Land (KAL) zijn jongere mensen actief,” zeggen leden van Antifa- Aachen. “Het zijn vooral jonge neo-nazi’s die in toenemende mate de binnenstad van Aken onveilig maken en mensen bedreigen… Natuurlijk zijn er steden waar de neonazi’s zich massaal op richten, zoals nu Dortmund, dus steden waar het fascistisch probleem groter is dan in andere steden. Dat heeft natuurlijk ook te maken met de aanwezigheid van tegenkrachten. Precies zo zijn in het oosten van Duitsland ook steden en streken waar de neonazi’s geen of weinig invloed hebben. Aan de andere kant zijn daar gebieden waar het levensgevaarlijk is als migrant of linkse rond te lopen.”

Nederlandse gemeenten versterken lokaal bestuur in ontwikkelingslanden

maandag, januari 25th, 2010

“De samenwerking van millenniumgemeenten met lokale partners in ontwikkelingslanden, levert een belangrijke bijdrage aan de opbouw van lokaal bestuur. Dus ook aan het behalen van de millenniumdoelen.”

Dat zei de ambassadeur voor de Millenniumdoelen Stella Ronner-Grubacic in haar nieuwjaarstoespraak voor de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De ambassadeur juicht toe dat de VNG Internationaal met enkele andere partners een millenniumakkoord heeft gesloten.

Het akkoord moet de samenwerking in gemeenten tussen lokale overheden, bedrijven en organisaties versterken. “Zo kunnen gemeenten hun inzet verdiepen en verbreden. Dat past geheel binnen de professionalisering van ontwikkelingssamenwerking die door de WRR is bepleit en door minister Koenders (Ontwikkelingssamenwerking) wordt onderschreven”, aldus Ronner-Grubacic.

Inmiddels investeren 137 millenniumgemeenten in lokaal bestuur. Ze gaan stedenbanden aan, voeren  programma’s uit voor capaciteitsopbouw in ontwikkelingslanden en steunen lokale economische ontwikkeling.

Tijdens diezelfde bijeenkomst ontving de gemeente Goes de prijs voor de meest inspirerende millenniumgemeente.

‘Armoedecrisis in Afrika is passieve genocide’

dinsdag, januari 19th, 2010

Kumi Naidoo (internationaal directeur Greenpeace, mede-oprichter van Global Call to Action against Poverty) is de belangrijkste spreker op het Toekomstcongres van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging volgende zaterdag in Brussel. MO* sprak met hem over ontwikkelingshulp en de strijd tegen de structurele armoede in Afrika.

Geboren en getogen in Zuid-Afrika, bevocht Kumi Naidoo al op vijftienjarige leeftijd het Apartheidsregime. Hij belandt daardoor in de gevangenis, waarna hij vanuit ballingschap in Groot-Brittannië zijn activisme voortzette. Na de vrijlating van Nelson Mandela hielp hij het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) omvormen tot legale partij.

Van 1998 tot 2009 leidde hij Civicus, een wereldwijde alliantie van zowat 1000 civiele organisaties. In 2005 maakte hij deel uit van de Global Call to Action against Poverty om de G-8 te overtuigen tot meer hulp aan de arme landen en in november 2009 trad Kumi Naidoo aan als nieuwe directeur van Greenpeace International. Intussen is hij ook een van de bezielers van de Global Campaign for Climate Action.

Onderstaand gesprek is de neerslag van gesprekken die MO* had met Kumi Naidoo in september 2009 in Gent. Hij was daar om samen met de Zambiaanse econome Dambisa Moyo deel te nemen aan een MO*lezing.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Ondanks de vele ontwikkelingshulphulp die al jaren naar Afrika vloeit, kent het continent nog steeds structurele armoede.

Kumi Naidoo: De armoedeproblematiek omschrijven we het best als een perfect storm. Ze is het resultaat van verschillende crisissen die tegelijkertijd op het Afrikaanse continent huishouden: de energie-, voedsel-, financiële, klimaat-, en armoedecrisis. Bij de Global Call to Action against Poverty beschrijven we de armoedecrisis als een dagelijkse, stille tsunami of als een passieve genocide. In Afrika sterven dagelijks 6000 mensen aan hiv-aids, 7000 aan malaria en nog eens 1.500 aan tuberculose. Dat is elke dag vijfmaal 9/11.

Hoe analyseert u de reactie op die verschillende crisissen?
Kumi Naidoo:De dominante wereldspelers pakken de crisis niet aan op een coherente manier. Leiders uit alle continenten moeten samenwerken om een antwoord te geven op de crisissen. Albert Einstein zei ooit: “Je kunt een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt”. Toch zien we net dat gebeuren.

Vooral het beleid om groei op te wekken moeten we in vraag stellen. We beschikken over een groeimodel dat duidelijk niet werkt voor de meerderheid van de wereldbevolking. Nu kennen we enkel ongelijke groei.

De klimaatcrisis was tegelijkertijd een kans om radicale, nieuwe manieren van denken te ontwikkelen over de economie, patronen van consumptie en productie, en nieuwe relaties tussen rijke en arme landen. Maar die boot hebben we jammerlijk gemist.

De armste landen zijn het minst verantwoordelijk voor de huidige klimaatcrisis en toch betalen zij de hoogste prijs. Globale beleidsmakers hullen zich in stilte, terwijl de reactie op de verschillende crisissen op een geïntegreerde manier moet gebeuren.

Hoe moet het Afrikaanse continent naar economische groei streven?
Kumi Naidoo: We moeten banen creëren en de economische barrières tussen de Afrikaanse naties neerhalen. Als Europa een euro heeft, dan kan Afrika toch een afro hebben? Op de top van de Afrikaanse Unie in 2008 was er een groot debat over het niveau van integratie. Sommige leiders gewagen van een volledig geïntegreerd ‘Verenigde Staten van Afrika’. Hierover zijn grote meningsverschillen, maar in de toekomst zullen stappen ondernomen worden naar monetaire integratie.

Sinds de val van de Berlijnse muur is de economie voortgestuwd door een golf van neoliberalisme. Overal neemt de kloof tussen arm en rijk fundamenteel en astronomisch toe. Een gemist alternatief voor de bestaande ontwikkelingssystemen is dat we de klimaatcrisis niet hebben verbonden aan de financiële crisis.

Hoe ziet u de relatie tussen de arme en rijke landen vandaag?
Kumi Naidoo: De logica die stelt dat de rijke landen Afrika historisch geholpen hebben, is verkeerd. In feite investeren wij sociaal in de rijkste landen. Illustratief is het voorbeeld van Manchester, waar meer dokters uit Malawi zijn dan in heel Malawi. OESO-landen (Organisatie voor Economische samenwerking en Ontwikkeling, red.) rekruteren constant en agressief ons menselijk kapitaal zonder compensatie voor het verlies in de Afrikaanse gezondheids- en onderwijssector.

Afrika is een van de rijkste continenten ‘onder de grond’. Om diezelfde reden zijn we het armste continent ‘boven de grond’. Dit is te wijten aan de eeuwenlange uitbuiting van Afrika. Historisch gezien werd het kolonialisme gedreven door een combinatie van beschavingszucht en de drang naar grondstoffen. Er moet een reële compensatie komen voor die uitbuiting.

Dat het internationale kapitaal voor diamanten in Antwerpen ligt, terwijl in België zelf geen enkele diamant in de grond zit, is een structurele onrechtvaardigheid. Hoe kan je een globaal systeem hebben, dat nog altijd geworteld is in een disproportionele machtsverhouding tussen het noorden en het zuiden?

Worden ontwikkelingslanden niet te afhankelijk van rijke landen als ze om geld ‘bedelen’?
Kumi Naidoo: Wanneer de Afrikaanse samenleving om hulp vraagt, is dat geen vraag om liefdadigheid, maar hoop op rechtvaardigheid. Toen Nelson Mandela en ik op Trafalgar Square de Make Poverty History-campagne lanceerden in 2005, zegden we dat 35 jaar lang wachten is voor minder dan één procent. Want de rijke landen beloofden al in 1970 dat ze 0,7 procent van hun bruto binnenlands product zouden besteden aan ontwikkelingshulp. Het Marshallplan van de VS om na de tweede wereldoorlog Europa terug op de been te helpen daarentegen voorzag één procent van het Amerikaanse bnp voor Europa over een periode van vier jaar.

Dambisa Moyo, de Zambiaanse economiste, argumenteert dat ontwikkelingssamenwerking verantwoordelijk is voor Afrika’s  armoede.

Kumi Naidoo: Problematisch is dat een groot deel van de ontwikkelingssamenwerking aan Afrika niet om hulp draait, maar om politici op zoek naar profijt in hun eigen land. Ontwikkelingssamenwerking is een monument dat we gedetailleerd moeten ontleden. Sommige soorten hulp zijn problematisch en andere werpen een laatste levenslijn.

De militaire uitgaven in sommige landen maken deel uit van een ontwikkelingspakket, gedreven door belangen op het thuisfront. De taak van burgers van een donerend land is de regering ter verantwoording te roepen door geen militaire uitgaven te steunen en ontwikkelingssamenwerking niet te gebruiken om bepaalde gebieden open te stellen voor industrie.

Hoe onvolmaakt ontwikkelingssamenwerking soms ook is, we moeten haar versterken. Levens redden levert geen permanente oplossing, maar draagt een boodschap uit van solidariteit en niet de boodschap van manipulatie, die vaak inherent is aan de bestaande vormen van ontwikkelingssamenwerking.

Zimbabwe ontving de laatste vijf jaar geen ontwikkelingshulp meer van de internationale gemeenschap. Die ontzegging van hulp heeft geen enkel voordeel opgeleverd voor de Zimbabwaanse bevolking. De regering ondernam geen enkele stap voor verandering.

We moeten beseffen dat ontwikkelingssamenwerking slechts een klein radertje vormt in de bevrijding van Afrika van haar sociale en economische armoede.

Wat vindt u van de humanitaire inspanningen van ngo’s?
Kumi Naidoo: Ngo’s vervullen een cruciale rol om menselijke solidariteit te promoten. Ze hebben de mogelijkheid om de uitdagingen in ontwikkelingssamenwerking aan te pakken, waarin overheden niet slagen.

Maar we mogen ons niet blindstaren op het verschaffen van middelen en diensten. De bevolking van de Europese Unie beschikt over de macht om Europa uit te dagen. De EU vertraagde, de laatste zeven jaar, consequent de economische onderhandelingen met Afrika.

Het feit dat de EU elke Europese koe subsidieert voor twee euro per dag, terwijl de helft van de wereldbevolking van minder leeft, maakt Afrikaanse export naar Europa onmogelijk. Nog erger is dat de overproductie van Europese boeren op de Afrikaanse markt wordt gedumpt. Hierdoor komen Afrikaanse boeren zelfs op hun binnenlandse markten in de problemen.

Sommigen spreken over een corruptie-epidemie in Afrika. Is corruptie mede verantwoordelijk voor de structurele armoede?
Kumi Naidoo: Corruptie is geen ziekte, waar alleen Afrika aan lijdt. Hoewel er vele incompetente, Afrikaanse, politieke actoren zijn die de corruptie in de ontwikkelingshulp promoten, zijn private kapitaalstromen en multinationals even verantwoordelijk.

Een massale afvloeiing van kapitaal teistert het Afrikaanse continent. Voor elke dollar hulp die het land binnenkomt, vloeien bijna acht dollar weer het land uit aan schuldbetalingen en de toe-eigening van winsten door multinationals.

Hoe verklaart u dat India en China wel uit hun status van ontwikkelingsland zijn geklommen?
Kumi Naidoo: Afrika is India noch China. Dat zijn twee eenvormige natiestaten die over een gigantische bevolking en bijgevolg over enorme binnenlandse markten beschikken. Afrika daarentegen bestaat uit een veelheid van natiestaten, die economisch, politiek, sociaal en cultureel onsamenhangend zijn.

De huidige grenzen tussen de Afrikaanse staten houden geen steek voor ons. Ze zijn niet door Afrikanen getekend, maar door een conferentie in Berlijn in de 19de eeuw. Daarom pleiten vele Afrikaanse burgers voor meer eenheid en integratie op economisch en politiek vlak.

Bent u optimistisch over de toekomst van het Afrikaanse continent?
Kumi Naidoo: Toen ik 22 was, bestreed ik in ballingschap het apartheidsregime in Zuid-Afrika. Mijn toenmalige beste vriend, Lenny, stelde me een vraag: “Wat is de grootste bijdrage die we kunnen leveren aan de mensheid?” Ik antwoordde: “Dat is een zeer gemakkelijke vraag: je leven geven.” “Dat is een verkeerd antwoord”, zei Lenny, “je moet niet je leven geven, maar het béste van je leven.” Lenny en drie jonge vrouwen van ons dorp werden later brutaal vermoord door het regime. Hun lichamen waren doorzeefd met kogels, zodat hun eigen ouders ze niet meer herkenden. Toen ik het nieuws hoorde, dacht ik diep na over Lenny’s woorden.

Hij bedoelde dat de strijd voor rechtvaardigheid en tegen globale armoede het hoogste goed is. Soms verliezen mensen hun geloof in solidariteit, maar solidariteit is exact wat we nodig hebben om de planeet te beschermen voor toekomstige generaties.