Archief voor februari, 2010

Racistisch geweld structureel in Nederland

donderdag, februari 18th, 2010

Racistisch geweld, vernielingen en bedreigingen komen in Nederland al tientallen jaren stelselmatig voor. Dit terwijl Nederlanders juist vaak denken dat het niet om een structureel fenomeen gaat. De overheid ontkent zelfs regelmatig dat dergelijke misdrijven een racistisch karakter hebben.

Dat concludeert politicoloog Rob Witte in zijn maandag verschenen boek Al Eeuwenlang een gastvrij volk – Racistisch geweld en overheidsreacties in Nederland (1950-2009). Daarin onderzocht hij racistische misdrijven en de manier waarop de overheid hiermee omging gedurende de afgelopen zestig jaar.

Rob Witte Villa VPRO 160210

Hoe vaak dit geweld precies voorkwam, is onbekend, maar vaststaat dat het om een structureel fenomeen gaat. Witte: „Racistisch geweld heeft zich sinds WOII steevast voorgedaan in Nederland.”

De politicoloog stelt dat politici en burgers vaak denken dat geweld met een racistisch karakter helemaal niet gebruikelijk is in Nederland. Hij haalt politica Rita Verdonk aan, die twee jaar geleden stelde dat Nederlanders al eeuwenlang een gastvrij volk zijn. „In het dominante zelfbeeld van Nederland bestond gedurende de besproken zestig jaar geen ruimte voor erkenning van het bestaan van racistisch geweld”, aldus Witte. Hij noemt het ontkennen van deze misdrijven daarom óók een structureel fenomeen.

De slachtoffers en het karakter van het racistisch geweld veranderden de afgelopen decennia voortdurend. In de jaren vijftig en zestig kwamen dreigementen en bekladdingen gericht tegen gastarbeiders – eerst tegen Italianen en Spanjaarden, later tegen Turken en Marokkanen – geregeld voor. Eind jaren negentig daarentegen werden individuele vluchtelingen en asielzoekerscentra vaak het slachtoffer van geweld en bedreigingen. De afgelopen jaren kwamen geweld tegen moslims en vernieling van moskeeën vrij vaak voor.

De regering en vooral gemeenten ontkenden volgens Witte regelmatig dat geweld een racistisch karakter had. Ze spraken bijvoorbeeld liever over ’kwajongensstreken’. Dat was alleen anders als de daders uit extreemrechtse hoek kwamen.

Volgens de politicoloog zijn gemeenten ook vaak verrast door racistische incidenten. Zo waren ze vaak niet op de hoogte van de gebeurtenissen die tot een uitbarsting leiden. „Een algemeen kenmerk in zestig jaar lokale overheidsreacties is dat beleidsmakers elke keer weer verrast worden.”

bron: Trouw

WRR: Ontwikkelingshulp nieuwe stijl

donderdag, februari 18th, 2010

Op 18 januari presenteerde de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR) het langverwachte rapport ‘Minder pretentie, meer ambitie’. WRR-lid Peter van Lieshout bood het rapport aan minister Koenders aan. In het rapport wordt het Nederlandse ontwikkelingsbeleid kritisch onder de loep genomen en wordt een aantal aanbevelingen voor verbetering gedaan. De regering zal naar verwachting in mei met een uitgebreide reactie komen.

Ontwikkelingshulp zou professioneler georganiseerd moeten worden en daarmee meer verschil maken, zo constateert de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in zijn nieuwe advies Minder pretentie, meer ambitie. Ontwikkelingshulp die verschil maakt. Landen die achterblijven helpen, is in een wereld waarin kwesties zoals veiligheid, migratie en klimaat steeds meer om een mondiaal antwoord vragen, ook steeds meer in ons eigen belang, aldus de WRR. De huidige praktijk van ontwikkelingshulp kenmerkt zich echter door een hoge mate van versplintering en ongerichtheid. Om de effectiviteit van hulp te vergroten, moet de Nederlandse overheid zich concentreren op tien landen en daarmee een langdurig samenwerkingsverband aangaan. Daarbij dient Nederland zich te richten op onderwerpen waar het internationaal gezien in uitblinkt en toegevoegde waarde heeft, zoals landbouw en water. Dat vereist een aparte organisatie, NL-AID, zodat hulpactiviteiten niet langer behoren tot het takenpakket van roulerende diplomaten maar door vakdeskundigen worden verricht.
Hulp dient ook duidelijker gericht te zijn op ontwikkeling. Op dit moment is het doel van de meeste hulp het verbeteren van levensomstandigheden. Dat biedt veel mensen op korte termijn wel verlichting, maar het biedt hun te weinig mogelijkheden om op lange termijn zelfstandig in hun bestaan te voorzien. Zelfredzaamheid van zowel individuen als landen zou van nu af aan uitdrukkelijk de doelstelling van ontwikkelingshulp moeten zijn. Daarbij passen realistische verwachtingen: ontwikkeling is afhankelijk van zo veel factoren dat hulp er hooguit een bescheiden bijdrage aan kan leveren.
De raad signaleert verder dat het ontwikkelingsbeleid zich nog te weinig richt op vraagstukken die buiten de traditionele hulp vallen. Stabiliteit en veiligheid, handelsvoorwaarden die ontwikkeling faciliteren, een eerlijk fiscaal stelsel dat bedrijven er niet toe verleidt belasting in ontwikkelingslanden te ontlopen, minder stringente intellectuele eigendomsrechten voor arme landen, meer mogelijkheden voor kennisuitwisseling, en een beter doordacht migratiebeleid kunnen allemaal uiteindelijk belangrijker zijn voor de ontwikkeling van landen dan de klassieke, ter plekke verleende hulp. Daar zal het beleid in de toekomst veel nadrukkelijker op moeten inspelen.

Op de (Engelstalige) website The Broker is een online debat te lezen over het WRR-rapport.

‘Het Frisia-Nederland conflict’

donderdag, februari 18th, 2010

Student Grafisch Ontwerpen Ruiter Janssen las in een boek van Joris Luyendijk over het Israëlisch-Palestijns conflict. Luyendijk maakte daarin een Nederlandse metafoor: Friezen worden gedood door de VS en krijgen nadien een eigen staat in Nederland toegewezen. Wat zou u doen? Janssen nam dit ‘Frisia-Nederland conflict’ als uitgangspunt voor zijn afstudeerproject aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam en vertaalde de metafoor in een ‘Information Graphic’.

Het is 2 dagen nadat zijn grafische vertaling van het Frisia-Nederland conflict c.q. Israëlisch-Palestijns conflict in nrc.next en NRC Handelsblad verscheen en de reacties zijn overstelpend. ‘Ik had niet gedacht dat ik zo veel reacties erover zou krijgen. En alleen maar positieve reacties’, vertelt Janssen verbaasd door de telefoon. Dat zou 30 jaar geleden wel anders zijn geweest, beseft hij. ‘In die tijd had men in Nederland vooral oog voor de positie van Israël’.

In Janssens grafische metafoor van het Israëlisch-Palestijns conflict naar het ‘Frisia-Nederland conflict’ is bijvoorbeeld de Westelijke Joordaanoever, de Zuidelijke Maasoever geworden, de Gazastrook, de Terneuzenstrook en heten de Kassam-raketten nu Hazelhoff-raketten. Frisia wordt tijdens de Elfstedenochtend ook op 10 januari 2000 geconfronteerd met de ‘tweede Nederlandse Opstand’, vertaald: de tweede Palestijnse intifidah.
De grafische vertaling van het ‘Frisia-Nederland conflict’ kostte Janssen 3 maanden om op papier te zetten. De meeste tijd ging echter op aan het onderzoek, het vinden van betrouwbare cijfers.
Cijfers die geregeld tot verbazing bij hem leidden zoals over het aantal doden dat de raketten van de Palestijnen in Israël tot gevolg hadden: 783 raketten, 2 doden. Hij ontdekte tijdens zijn onderzoek dat Israël de 4de nucleaire macht in de wereld is en op dat gebied zelfs groter is dan China. Een ander opvallend cijfer voor Janssen was het hoge bedrag aan financiële steun dat Israël ontving van de Verenigde Staten tussen 1949 en 1996: 62,5 miljard dollar. ‘Dat is evenveel als heel Latijns Amerika, de Caraïbische Eilanden en Afrika ten zuiden van de Sahara bij elkaar kreeg toebedeeld.’

Bij het lezen van de cijfers overviel hem af en toe een gevoel van machteloosheid. ‘Hoe meer ik ermee bezig was, hoe meer ik dacht wat een hopeloze zaak. Het land is zo verdeeld.’
Maar benadrukt Janssen: ‘Ik trek geen partij. Het zijn feiten, maar vanuit de Palestijnse invalshoek. In deze weergave is bijvoorbeeld de angst die diezelfde Kassam-raketten bij miljoenen Israëlische mensen teweegbrengen niet meegenomen.’

Janssen heeft al eerder kunstprojecten uitgevoerd rond heikele kwesties in de Democratische Republiek Congo, Kosovo en Cuba, maar pas bij dit project kwam hij erachter dat engagement eigenlijk leidend is in veel van zijn werk. ‘Politieke conflicten blijken mijn interesse te hebben.’  Waarom? Hij weet het niet. ‘Ik volg de actualiteiten. Ik ben geïnteresseerd in wat zich afspeelt in de wereld.’ Zoekend naar een antwoord op de vraag waarom hij zich richt op conflicten, noemt hij uiteindelijk beeldvorming. ‘Ik probeer geen standpunt in te nemen. Ik ben meer bezig met beeldvorming en hoe die wordt beïnvloed. Ik ben meer bezig met iets in kaart te brengen dan met een bepaalde partij te kiezen. Wie ben ik, als simpele Journaal-kijker, om andere mensen te vertellen hoe de vork precies in de steel zit?’

Met zijn kunstprojecten wil hij mensen bewust maken dat men nooit over genoeg kennis over een bepaald onderwerp beschikt, dat er altijd meerdere kanten aan een gebeurtenis zit. ‘Een objectieve kijk bestaat niet. Het gaat om een selectie van feiten.”
Waarom voor het Midden-Oostenconflict gekozen? ‘Het is een heel goed voorbeeld van hoe bizar zaken in elkaar kunnen steken. Daarbij is de oppervlakte van Israël vergelijkbaar met Nederland. Dit maakt de metafoor nog realistischer.’ Janssen wil met zijn projecten mensen aan het denken zetten en hen zelf de conclusies laten trekken. Maar desondanks lijkt zijn werk zoals in ieder geval het ‘Frisia-Nederland conflict’ slechts maar naar één, onvermijdelijke conclusie te kunnen leiden: onrecht.

Graphics: Ruiter Janssen
Bron: Wereldjournalisten

NCDO: Wereld Zoekt Burger

maandag, februari 15th, 2010

Op 13 en 27 januari 2010 organiseerde NCDO twee werkconferenties rond wereldburgerschap. Ruim 100 deelnemers gingen zelf aan de slag om wereldburgerschap in hun eigen onderwijs vorm te geven. Uit de vele goede plannen werden door de jury uiteindelijk de vier meest veelbelovende als prijswinnaar gekozen.

De conferentie ging van start met een inleiding van Mariëtte van Stalborch van NCDO. Zij vertelde wat de organisatie met het NCDO programma wereldburgerschap en onderwijs hoopt te bereiken en hoe de werkconferenties daarop aansluiten. Duidelijk is dat
wereldburgerschap geen afgebakend begrip is maar vorm moet krijgen in de onderwijspraktijk zelf. Wereldburgerschap in het onderwijs betekent jongeren laten zien dat hun wereld globaliseert; ze laten nadenken over de vorm die zij aan hun wereld willen geven. De werkconferenties moesten antwoord geven op de vraag hoe je wereldburgerschap nu echt een plek geeft in die dagelijkse lespraktijk.
Na de inleiding werd er ter inspiratie een korte film vertoond: Wereld zoekt burger. In deze film bespreken verschillende experts hun visie op wereldburgerschap in het onderwijs. De film gaf inspiratie om tijdens de werkconferentie zelf tot ideeën te komen.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Storm over klimaatinstituut

maandag, februari 1st, 2010

Onder de prachtige titel ‘Klimaatvertwijfeling’ schrijft Peter van Vliet op MVOnieuws over de storm rond het internationaal klimaatpanel van de Verenigde Naties, het IPCC. Gehackte emailverkeer en verkeerde cijfers over smeltende gletsjers hebben het instituut in een kwaad daglicht gezet. Voer voor klimaatsceptici.

Het IPCC ligt weer eens onder vuur. Dat is vervelend, want zonder het IPCC is er geen klimaatverandering, zo lijkt het soms wel. Milieuminister Cramer is  verontrust en kamerlid Diederik Samsom kraait dat de baas van het IPCC weg moet omdat er politieke motieven in het geding zouden zijn.

Maar als je wat preciezer kijkt naar wat het IPCC eigenlijk voor club is en hoe ze werkt, dan zie je een organisatie die tot doel heeft overheden te bewegen om klimaatverandering serieus te nemen en er iets aan te gaan doen. Dat is een politieke activiteit bij uitstek.

En als je kijkt naar de procedures waarmee de rapporten worden samengesteld, de aantallen mensen die er aan werken en de hoeveelheden informatie die verwerkt worden, dan kun je niet anders dan verontrust zijn, omdat je met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid weet dat er in dat proces fouten gemaakt zullen worden. Alleen weet je vooraf niet welke en hoeveel. Dat is nu eenmaal eigen aan complexe processen en de kans op fouten (en de omvang van hun gevolgen) wordt alleen maar groter naarmate processen complexer worden.

De godenstatus die het IPCC heeft gekregen, vooral na de toekenning van de Nobelprijs voor de vrede, maakt de schok bij het bekend worden van fouten voorstelbaar. Maar daarmee is die verbijstering nog niet terecht, want fouten waren te verwachten.

Bovendien wordt het wetenschappelijke gehalte van de uitspraken van het IPCC overschat: het IPCC doet zelf geen onderzoek. Het verzamelt en analyseert wetenschappelijke publicaties die door wetenschappers onderling zijn beoordeeld ( peer reviewed ), maar daarnaast ook allerlei andere bronnen. Die krijgen een aparte status, maar worden wel op een of andere manier in de conclusies betrokken. Alleen is het niet altijd mogelijk om de (wetenschappelijke) juistheid van de in al die bronnen voorkomende informatie te toetsen.

Die kennis legt een serieuze verantwoordelijkheid op mensen die de uitspraken van het IPCC gebruiken om hun standpunten te onderbouwen, zoals politici en bestuurders. Het optreden van procesfouten stelt de juistheid van de principes nog niet ter discussie. De reacties van Cramer en Samsom suggereren dit echter wel.

Aan het afsmelten van gletsjers onder invloed van klimaatverandering wordt niet getwijfeld. Maakt het dan uit of een gletsjer over 30 of over 300 jaar gesmolten is? Nee dus. Onder normale omstandigheden behoren die dingen niet zo snel te smelten en 270 jaar maakt geen verschil op de schaal van de evolutie.

Wat uitmaakt is hoe politici en bewindspersonen omgaan met dit soort informatie. Hoe ze meetwitteren op de waan van de dag, zonder blijk te geven van inzicht in de werkelijke betekenis van de berichten of in het risico van verkeerd daar mee omgaan.

Dat risico bestaat vooral uit het voeden van sceptici en opportunisten, die elk spoor van klimaattwijfel, elk argument dat hun in handen valt zullen uitspelen in de strijd om de gunst van de kiezers. Om het volk zich zolang mogelijk zeker te laten wanen van voldoende frikadellen, bier en vertier. Na ons de zondvloed. En het liefst ook na de volgende verkiezingen.