Archief voor 2012

Suquamish indianen nemen same-sex marriage op in grondwet

maandag, mei 14th, 2012

De echte start van de verkiezingscampagne in de Verenigde Staten was de uitspraak van president Obama dat hij voor het homohuwelijk is (of liever, want correcter: ‘same-sex marriage’). Hoewel het same-sex marriage in de Verenigde Staten niet algemeen geldend is, zijn er tot op heden 7 van de 50 staten die het homohuwelijk erkennen. Daarnaast zijn er 2 indianenstammen die eveneeens het same-sex marriage onderschrijven: de Coquille-tribe in Oregon en de Suquamish-tribe in Washington.

Vier jaar lang vocht Heather Purser voor het recht om te trouwen met haar vriendin. Purser woont in het Suquamish-reservaat in het westen van de staat Washington, aan de westkust van de Verenigde Staten. Terwijl in de staat het homohuwelijk niet grondwettelijk is erkend, zegden de vertegenwoordigers van de Suquamish-tribe na vier jaar lobbyen door Purser unaniem het recht om te trouwen met iemand van het gelijke geslacht toe en namen dat recht op in hun grondwet. In het tijdschrift Yes! Magazine zegt Purser dat de beslissing van de stam, die haar vertelden dat iedereen het recht heeft om gelukkig te zijn, haar vrede bracht: “Het hielp me om de verbittering die ik over mezelf had omdat ik anders ben achter me te laten. Ik voelde me geaccepteerd, serieus genomen door mijn gemeenschap.” De verbittering en haat die ze voelde kwam door de reacties van haar ouders. Haar moeder reageerde agressief en haar vader, een Suquamish-indiaan, negeerde haar. Pas toen Purser aan de Western Washington University in Seattle ging studeren, durfde ze opnieuw voor haar seksualiteit uit te komen (de eerste keer was toen ze 16 jaar jong was, maar de reacties waren zo fel afwijzend, dat ze verkering zocht met een jongen). “Ik voelde me schuldig om de vrijheid die ik had, terwijl veel mensen van mijn volk dat gevoel niet kennen, omdat hun identiteit als indiaan nooit is erkend. Na mijn afstuderen belandde ik in een negatieve spiraal van drinken, roken en vechten. Totdat een nicht, die ik op een avond over mijn dromen had verteld, zei dat ik die nooit zou kunnen realiseren met mijn huidige manier van leven. Toen besefte ik dat ik mijn slachtofferschap moest overkomen. Ik ging met mijn voorstel naar de algemene stamraad, die eens per jaar samenkomt en waar alle 400 volwassenen van mijn volk aanwezig zijn. Zij stemden unaniem voor mijn voorstel.” De reacties op Heather’s verhaal waren positief. Haar vader en twee broers waren bij de vergadering aanwezig en steunden haar, en vanuit het hele land ontvangt ze reacties van andere indianen die zich gesteund voelen door haar verhaal. “Ik heb zelf nooit gedacht aan trouwen. Ik was alleen bezig om het leven in mijn gemeenschap, mijn volk, veiliger en liefdevoller te maken, zodat mensen zich meer thuis zouden voelen, datgene waar ons leven oorspronkelijk voor bedoeld was. Nu we wetten hebben die mensen bescherming bieden, zijn op de juiste weg.”

 YouTube voorvertoningsafbeelding

Klimaatverandering leidt tot aardbevingen, vulkaanuitbarstingen en tsunami’s

maandag, mei 14th, 2012

Eerder dit jaar verschenen er in de media alarmerende berichten over supervulkanen, slapende monsters die wachten op het moment dat ze, wakker gekust, tot gigantische uitbarstingen komen. Eentje ligt er volgens vulkanologen in Duitsland, vlak over de grens. Bill McGuire is zo’n vulkanoloog. McGuire, hoogleraar Geohazards aan het University College London en een van de prominentste vulkanologen van Groot-Brittannië, bestudeert supervulkanen. Maar hij publiceert ook boeken over klimaatverandering en hoe deze te keren of te overleven. Begin dit jaar verscheen zijn opmerkelijke studie over klimaatverandering en hoe deze aardbevingen, vulkaanuitbarstingen en tsunami’s veroorzaakt.

In Waking the Giant: How a changing climate triggers earthquakes, tsunamis, and volcanoes beschrijft McGuire hoe veranderingen in het klimaat niet alleen leiden tot gemiddeld hogere temperaturen op aarde, maar ook geologische veranderingen tot gevolg heeft. Na de ijstijden maakte de aarde, als gevolg van het smelten van de enorme massa’s ijs, ook dramatische veranderingen door. De zeespiegel steeg, aardbevingen teisterden Europa en Noord-Amerika en tsunami’s richten verwoestingen aan op wat nu Schotland is. Het boek lijkt een nieuwe bijdrage aan de lange lijst met eindtijdprofetieën, 2012 en de Maya-kalender, enz. Maar McGuire is niet de eerste de beste en een gerenommeerd tijdschrift als de New Scientist besteedde serieus aandacht aan het boek. Auteur Fred Pearce, gespecialiseerd in klimaatverandering, schrijft dat de theorie van McGuire een geheel nieuwe invalshoek biedt aan de zorgen die we moeten maken over klimaatverandering.

Een snelle verandering in het mondiale klimaat leidt tot een toename van geologische activiteit, zoals vulkaanuitbarstingen en aardbevingen. Dat is, uiterst summier, de theorie van McGuire. Het geschiedenis van de aarde na de laatste ijstijd laat dat zien. Na het smelten van de enorme massa’s ijs verminderde de druk op de aardkorst. Als gevolg hiervan kon het vloeibare magma een weg naar boven banen. Gevolg: overal op aarde – van IJsland tot de Eifel, van de Andes tot Kamtsjatka – een verhoogde vulkanische activiteit. Opnieuw maakt de aarde een snelle klimaatverandering door. En opnieuw kunnen de gevolgen weleens desastreus zijn. Smeltende ijskappen, een ontdooiende permafrost, waardoor methaan vrijkomt en het broeikaseffect versneld wordt, slinkende gletsjers, stijgende zeespiegels. Collega’s van McGuire hebben een verband ontdekt tussen  El Niño, de periodiek sterke opwarming van het zeewater in de Grote Oceaan voor de kust van Peru, dat gevolgen heeft voor het weer op aarde, en een toename in aardbevingen in Latijns-Amerika. Andere wetenschappers wijzen op het verband tussen steeds extremere tyfoons en aardbevingen voor de kust van Taiwan. Klimatologen vermoeden dat de klimaatverandering leidt tot zwaardere tropische stormen en meer extreme gevolgen van El Niño op het weer.

Veel collega-geologen wagen zich niet aan het onderschrijven van de stelling van McGuire. Maar ze vinden wel dat er een verband bestaat tussen smeltend ijs en een toename in vulkanische activiteit. Onder de ijsmassa’s van Groenland en Antarctica schuilen diverse vulkanen, die tot uitbarsting zullen komen als de ijslaag steeds dunner wordt. En hoewel er geen direct causaal verband kan worden gelegd, is er een opmerkelijke toename in het aantal super-aardbevingen (aarbevingen met een kracht van meer dan 8.8 op de schaal van Richter); in de eerste helft van de vorige eeuw één, in de tweede helft drie en in het afgelopen decennium nog eens drie.

Genoeg redenen om een slag om de arm te houden, vinden geologen en klimaatwetenschappers. Maar ook genoeg redenen om serieus aandacht te besteden aan de theorie van Bill McGuire.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Wilson, Berry en de smeltende Zuidpool

donderdag, mei 3rd, 2012

Britse, Amerikaanse en Nederlandse wetenschappers stellen vast dat de ijsmassa van Antarctica steeds sneller smelt door veranderende zeestromen die warmer water richting de Zuidpool sturen. Dat blijkt dat onlangs in het wetenschappelijke tijdschrift Nature werd gepubliceerd. De in zee drijvende ijsplaten van Antarctica houden het landijs en de gletsjers op hun plek. Nu door veranderde windpatronen – wellicht het gevolg van klimaatverandering – de zeestromen rond de Zuidpool warmer water aanvoeren, smelten de ijsplaten aan de onderkant. Ze worden dunner, waardoor het vasthouden van het landijs moeilijker wordt. Netto verliest Antarctica daardoor steeds meer ijs; jaarlijks circa 100 miljard ton. Het versnellen van de smeltende ijskap heeft gevolgen voor de stijging van de zeespiegel wereldwijd. Opnieuw een aanwijzing dat het opwarmen van de aarde en de klimaatverandering een zichzelf versnellend effect kent.

In dat licht is de vraag van de gerenommeerde bioloog E.O Wilson niet vreemd. Aan interviewers van de milieu-website Grist stelde de 82-jarige Wilson de vraag waarom ze niet op straat aan het demonstreren zijn. “Waarom zijn jullie niet op straat om te betogen tegen de puinzooi die van de aarde wordt gemaakt?” Wilson is boos. Boos over de vernietiging van de planeet. Boos ook over het gebrek aan aandacht en urgentie over het verdwijnen van biodiversiteit op aarde. “Is dat niet verbijsterend. We vernietigen het leven in een eeuw. Als we zo doorgaan houden we de helft van het aantal soorten planten en dieren over aan het einde van deze eeuw. Weinig mensen besteden hier aandacht aan, alleen bepaalde groepen… We verkeren in een staat van kosmische of globale ontkenning.” Wilson gelooft dat de trend gekeerd kan worden, maar dan moeten we alles op alles zetten. Hij vindt niet dat de aarde al verloren is. “Ik zal zeker niet zo dom zijn om dat te bevestigen. Wat ik zeg is: nee, ik hoop van niet. Om de Israëlische staatsman Abba Eban aan te halen: ‘Als alles gefaald heeft, wordt de mens rationeel’.”

Een andere boze Amerikaan is Wendell Berry, schrijver, dichter en boer uit Kentucky. Berry is bekend om zijn pleidooien voor kleinschalig boeren, duurzame ontwikkeling, en het belang van sociale relaties. Kleinschaligheid en gemeenschapdenken schrijft Berry met hoofdletters. Op de jaarlijkse ‘Jefferson Lecture in the Humanities’, georganiseerd door de National Endowment for the Humanities (NEH) in Washington, haalde Berry fel uit naar de multinationals. “De twee belangrijke doelen van industrialisatie – vervangen van mensen door technologie en de concentratie van rijkdom in de handen van een kleine groep – zijn bijna gerealiseerd. Tegelijkertijd is het falen van industrialisatie te groot en te gevaarlijk om te ontkennen. Het bedrijfsleven heeft zelf de leugen ontmaskerd dat het onmisbaar is en dat het voorrang heeft gegeven aan het algemeen belang.”
Berry maakt onderscheid tussen een ‘sticker’ – mensen die zich verbonden weten met de plek waar ze leven en werken – en een ‘boomer’ - mensen die roven en plunderen en zo snel mogelijk weer vertrekken. “We zijn alleen boomers,” hield Berry zijn gehoor voor. “Door de economische volmachten die we gedachteloos hebben weggegeven, door de onbezonnen consumptie van goederen.” Hiertegenover staat volgens Berry genegenheid, verbondenheid en een bredere definitie van onderwijs – “het leren van praktische vaardigheden zoals het bewerken van land, het ondersteunen van leven, gezondmaken, het voeren van een huishouden”. De oorspronkelijke betekenis van het begrip ‘economie’ is “het managen van een huishouden”, aldus de dichter-boer. Volgens hem behoort economie daarmee tot de kunsten en menswetenschappen. “Niet het vak economie, maar economie in de traditionele zin van het woord, in de zin van rentmeesterschap, de oorspronkelijke roeping en verantwoordelijkheid van ieder mens om zorg te dragen voor de aarde.”

Jefferson Lecture door Wendell Berry

Frantz Fanon, 1925-1961

donderdag, april 26th, 2012

Vorig jaar december was het 50 jaar geleden dat Frantz Fanon op 35-jarige leeftijd in een ziekenhuis in de Verenigde Staten overleed. Fanon, psychiater, filosoof en inspirator van vele bevrijdingsbewegingen in de wereld, stierf aan de gevolgen van leukemie. Dit jaar is het 60 jaar geleden dat Fanon’s eerste boek verscheen, Peau noire, masques blancs (‘Zwarte huid, blanke maskers’). Vormen het boek en zijn auteur nog steeds een inspiratiebron voor mensen in de 21ste eeuw? De Zuid-Afrikaanse hoogleraar Achille Mbembe vindt van wel.

“Om Fanon vandaag te lezen, moeten we de vragen die hij stelde vertalen naar de wereld van nu,” schrijft Mbembe in het nieuwste nummer van ZAM, tijdschrift over Afrika. “Vragen die hem er toe aanzette te breken met zijn verleden en met nieuwe vrienden de nieuwe weg te gaan die gekoloniseerden zelf uit moesten zetten, door hun eigen creativiteit en met hun vastberaden wil.” Volgens Mbembe is het niet moeilijk om het geweld, de onderdrukking, de uitsluiting en het racisme dat Fanon halverwege de vorige eeuw beschreef, in deze tijd opnieuw te vinden. “Op mondiaal niveau ontstaan nieuwe vormen van koloniale oorlogsvoering en bezetting, met de bijbehorende antiterrorisme operaties en martelingen, Guantanamo-achtige kampen, geheime gevangenissen en de mix van militarisme en het plunderen van natuurlijke rijkdommen. Nieuwe vormen van sociale apartheid en armoede zijn in de plaats gekomen van de oude koloniale structuren. Als gevolg van het globaliseringsproces dat rijkdommen verzamelt door roof, wordt er door dit meedogenloze economische systeem scherpe ongelijkheid gecreëerd. De mogelijkheid voor mensen om baas te zijn over hun eigen leven wordt opnieuw beproefd. Geen wonder dat veel mensen zich niet alleen beroepen op de ooit ketterse Fanon, maar dat ze ook bereid zijn in opstand te komen.”

“Aan Fanon danken we de idee dat er in ieder mens een onbedwingbare kern is, die geen enkele overheersing – in welke vorm dan ook – kan vernietigen, in bedwang houden of onderdrukken,” schrijft Mbembe. Fanon was dan ook even kritisch op de zogenaamde bevrijders van het kolonialisme. Als de ‘stem van het postkolonialisme’ voorzag Fanon een nieuwe nachtmerrie: de oorspronkelijke regerende klasse die zich vermaakte in luxe vakantieoorden en casino’s en veel geld uitgaf aan auto’s, horloges, schoenen en merkkleding. Hij voorzag de onderdrukking van vrouwen door de nieuwe machthebbers, de corruptie en stompzinnigheid.

Fanon en zijn boeken en artikelen is niet alleen een symbool van hoop, maar ook een opdracht om op te staan. Op het weblog ThinkingAfrika schrijft Nigel Gibson, activist en kenner van Fanon, dat er geen mooiere herdenking van de publicatie van het beroemdste boek van Fanon, Les Damnés de la Terre (‘De verworpenen der aarde’) – kort voor zijn dood – kon zijn dan de opstand in de Arabische wereld. En daar voltrekt zich hetzelfde scenario waar Fanon voor waarschuwde. Een elite die na de bevrijding de macht naar zich toe trekt en zich hult in de vlag van nationalisme. Maar dat nationalisme wordt al snel gekenmerkt door “uitsluiting, vaak in een racistische, religieuze of etnische vorm, en in de conservatieve idee van cultuur, die zich meestal aandient in het verheerlijken van mannelijke heerschappij en de onderdrukking van vrouwen”, aldus Gibson. De bevrijders van vandaag zijn de onderdrukkers van morgen.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Vrouwenrechten kunnen niet zonder economische en sociale rechten

woensdag, april 25th, 2012

Dwars op de tijdgeest: hoe ik Nederland aantrof toen ik terugkwam is de titel van het boek dat Froukje Santing onlangs publiceerde. Santing is correspondent in Turkije geweest voor onder meer NRC Handelsblad en de NOS. Bij terugkeer in Nederland in 1999 viel haar op hoe migranten in Nederland werden weggezet als tweederangs burgers en hoe het multiculturele ideaal vervangen was door een vorm van cultuurrelativisme. Forum, instituut voor multiculturele vraagstukken, organiseert een bijeenkomst rondom het boek op 13 mei a.s. In de uitnodiging schrijft Forum: “Vele migrantenvrouwen doen het uitstekende in de Nederlandse samenleving. Ze zijn goed opgeleid, hebben een mooie baan en bewegen zich met gemak in de diverse sociale en culturele lagen van de maatschappij. Spreek hen niet aan als slachtoffers, als aanhangers van een achterlijk geloof, als aanhangsel van hun man of als gevangene van een enge groepscultuur. Zij denken zelf na, richten hun leven in zoals zij willen en vormen hun geloofsovertuiging naar eigen zicht.”

Op het AWID Forum, dat van 19 tot 22 april in Istanbul werd gehouden, waren cultuurrelativisme en vrouwenrechten één van de thema’s. Yakin Ertürk, voormalig VN-rapporteur over geweld tegen vrouwen en lid van het Europees Comité voor de Preventie van Foltering (onderdeel van de Raad van Europa), hield een inleiding waarin ze in gaat op de schijnbare tegenstelling tussen cultuur en rechten. De jaren negentig van de vorige eeuw lieten volgens Ertürk een opmerkelijke verschuiving zien van klassieke mensenrechten waarin met name overheden aangeklaagd werden voor schendingen naar aandacht voor rechten voor onderdrukte groepen, zoals vrouwen. Parallel aan deze ontwikkeling was de beweging die een beroep deed op religie en cultuur en die op basis van deze begrippen specifieke rechten voor groepen ontkende (bijvoorbeeld vrouwenrechten in sommige islamitische landen en seksuele rechten in een aantal westerse staten). Rechten voor bijvoorbeeld vrouwen werden afgewezen omdat ze “wezensvreemd aan de cultuur’ zouden zijn. Deze ‘culture wars’ zijn een uitdaging voor mensenrechtenorganisaties en de feministische beweging, aldus Ertürk.

De discussie rond cultuur versus recht leidt echter de aandacht af van het bestaan van ongelijkheid van de economische en politieke omgeving waarin deze ontwikkelingen plaatsvinden, zegt Ertürk. “De slechtere positie van vrouwen, minderheden en andere kwetsbare groepen wijten aan cultuur is een troef in de handen van de voorstanders van de huidige neoliberale globalisering”. Het benadrukken van culturele verschillen ontslaat het traditionele patriarchaat van iedere verantwoordelijkheid om in te gaan op de vraag naar rechten voor vrouwen; bovendien ontslaat het rijke landen van verantwoordelijkheid voor de diefstal ten gevolge van kapitalisme, neoliberalisme, militarisme, bezetting en gewapende conflicten.

De internationale mensenrechten zijn abstract en van hoog juridisch niveau en staan daardoor ver weg van het dagelijks leven van vrouwen. Bovendien bepaalt de hiërarchie binnen de mensenrechten dat economische en sociale rechten van lagere orde zijn dan de burgerlijke en politieke rechten. De vrouwenbewging heeft deze tegenstelling - ‘potentiële’ rechten tegenover ‘verplichte’ rechten – altijd bekritiseerd. Er is altijd samenhang tussen politieke en burgerlijke rechten enerzijds en economische en sociale rechten anderzijds. Macht wordt niet alleen uitgeoefend door middel van dwang, maar ook vanuit economische en sociale structuren.

De vraag die Ertürk stelt is hoe nu verder te gaan, vanuit de wetenschap dat identiteitpolitiek tot fragmentatie leidt, dat mensenrechten een hiërarchie kennen en dat er een tegenbeweging is ontstaan die de verworven rechten van vrouwen weer terug wil draaien. Allereerst stelt Ertürk voor om discriminerende waarden en praktijken aan te pakken en te veranderen. Ontwikkeling en mensenrechten moeten met elkaar verbonden worden, zodat beiden ten goede komen voor de rechten van vrouwen. En vooruitstrevende bewegingen en organisaties moeten allianties vormen, waardoor nieuwe of al eerder beproefde initiatieven (zoals bijvoorbeeld het coöperatiemodel) de neoliberale agenda kunnen keren.

Realiseren van vrouwenrechten kan namelijk niet zonder economische en sociale rechten.

 YouTube voorvertoningsafbeelding

Terreur Al-Qaida en terreur Breivik verschillend beoordeeld

maandag, april 23rd, 2012

“We ontrafelen ieder woord vanuit Oslo, maar we negeren de tirades van Al-Qaida,” schrijft Jonathan Freedland in The Guardian van 20 april. Freedland ziet in de mediabelangstelling voor de rechtszaak van Anders Breivik, de massamoordenaar die vorig jaar 77 mensen in Noorwegen vermoordde, een groot verschil met de aandacht voor de rechtszaken tegen mogelijke Al-Qaidaverdachten.

Vanuit Oslo, waar de rechtszaak tegen Breivik plaatsvindt, wordt minitieus verslag gedaan van de verklaringen van de verdachte en zijn beweegredenen. In het proces tegen de Al-Qaidaverdachten die in 2006 verdacht werden van het beramen van aanslagen op passagiersvliegtuigen, ging de media vooral in op de plannen, de techniek en de omvang van de verijdelde terreurdaden. Aldus Freedland. De journalist, en met hem anderen, verbaast zich erover hoeveel aandacht er wordt besteedt aan de verklaringen van Breivik. Freedland wijst op de vele reacties in kranten, op de radio en het internet, van lezers en luisteraars die het eens zijn met de analyse van Breivik, hoewel ze zich haasten zijn methodes af te wijzen. “Zo er naar te luisteren, lijkt het alsof Breivik gewoon een debat wilde beginnen, dat hij misschien een provocerend pamplet voor een think tank had geschreven, in plaats van een gruwelijke terreurdaad,” schrijft Freedland. Terwijl de Amerikaanse regering, net voor het proces tegen Breivik, besloot de rechtszaak tegen Khaled Sheikh Mohammed, de bedenker van de aanslagen van 11 september 2011, te verplaatsen naar Guantanamo Bay, waar geen media bij aanwezig mag zijn.

Freedland vindt dat de rechters in Oslo en de media die van de zaak verslag doen “Breivik een mondiale megafoon” bieden. Bovendien spoort het volgens Freedland potentiële Breiviks aan dezelfde weg te volgen: “moordt als hij deed en je zal alle aandacht van de wereld krijgen”. Aan de andere kant concludeert Freedland dat de Amerikaanse regering met het verplaatsen van de rechtszaak tegen Sheikh Mohammed de open samenleving geweld aan doet. Hij citeert de Noorse premier, die vorig jaar in reactie op de aanslagen in Oslo en Utoya zei: “meer democratie, meer openheid en grotere politieke deelname”.

De verschillende reacties op terreurdaden verklaart Freedland met een beroep op de Amerikaanse antropoloog Scott Atran. Hij schrijft dat overheden een verschil maken in reactie op terreuraanslagen van buitenaf en die van binnenuit. Terrorristen die van buitenaf operen, zoals Al-Qaida, worden beoordeeld op de omvang en impact van hun daden. Terroristen die van binnenuit komen, zoals Breivik, worden beoordeeld op hun doelstellingen en de vraag naar het waarom van hun daden. Hun terreurdaden worden al snel verklaard vanuit persoonlijke motieven, terwijl die van terroristen als Al-Qaida politiek worden verklaard.

Eildert Mulder, journalist van Trouw, die de zaak Breivik vanaf het begin nauwgezet volgt, ziet eenzelfde verschil van benadering. In Trouw van 21 april schrijft hij dat na de aanslagen van 2001 geen discussie volgde over de psychische gesteldheid van de terroristen; voor hen werd religie – de islam – eenvoudig als oorzaak gegeven. De discussie na de terreurdaden van Breivik ging vooral over de vraag of de Noor wel of niet geestelijk gestoord was. Mulder wijst erop dat zo’n soort onderscheid islamofoben in de kaart speelt. Voor hen is religie – islam – als verklaring van terrorisme afdoende, aangezien zij de islam als een allesbepalende godsdienst, cq ideologie, zien, een religie die alleen maar gekenmerkt wordt door geweld en een bedreiging vormt voor Europa en de Verenigde Staten. Kilometers lange apocalyptische geschriften over de dreigende verovering door de islam van het westen, dat zich in slaap laat sussen door een ‘linkse multiculturele elite’, moet de mensen wakker schudden. Volgens Mulder is het dan niet vreemd dat er een Breivik opstaat die denkt dat het tijd is om te handelen en naar de wapens grijpt.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Heaven on Earth: een niet-hysterische geschiedenis van de shari’a

donderdag, april 19th, 2012

Terwijl Geert Wilders doorgaat met het versturen van beledigende tweets, verscheen begin dit jaar een boek dat wel eens een van de belangrijkste van 2012 kan worden. Heaven on Earth: A Journey Through Shari’a Law van advocaat en mensenrechtenjurist Sadakat Kadri. Kadri, woonachtig in Londen, is naast zijn beroep ook schrijver voor de London Review of Books. In Heaven on Earth geeft hij een historisch overzicht van het ontstaan van de Shari’a en de ontwikkeling van het islamitisch recht door de eeuwen heen, gevolgd door een verslag van zijn reis door de islamitische wereld langs de plaatsen waar de Shari’a onderwezen, bestudeerd en geïnterpreteerd wordt. Religion Dispatches interviewde naar aanleiding van de Amerikaanse editie van het boek – waarvan de titel aangevuld is met ‘from the Deserts of Ancient Arabia to the Streets of the Modern Muslim World’ – de auteur.

Ieder woord dat maar iets te maken heeft met islam of het Midden-Oosten wordt door politici, media en publieke opinie opgepikt en in een slecht daglicht geplaatst. Shari’a is het laatste slachtoffer van deze ongenuanceerde manier van denken: “het volgende begrip dat staat voor een volledige bedreiging voor de westerse beschaving, de angst binnen de islamofobie,” schrijft interviewer Haroon Moghul. Moghul vraagt Kadri om een definitie van shari’a: “De beste definitie is de afkomst van het woord. Ooit beschreef het de weg naar water, zeer belangrijk voor de Arabieren in de 7de eeuw. Voor gelovigen staat shari’a dus voor ‘door God goedgekeurde weg naar verlossing’.”

Een van de grootste verrassingen voor Kadri tijdens het schrijven was dat hij, voordat hij begon, dacht dat de islamitische wetgeving vooral ging om geboden en straffen. Maar de shari’a behelst alle aspecten van het leven van een moslim. Vandaar dat kritiek op de wetgeving snel opgevat wordt als hypocrisie, stelt Kadri. Aan de andere kant is hij verbaasd hoe hardliners in de islamitische wereld binnen enkele decennia erin zijn geslaagd het begrip shari’a te vereenzelvigen met starheid, discriminatie en wreedheid. Terwijl het vastleggen van de wetgeving na de dood van Mohammed eeuwenlang doorging. “Het duurde 150 jaar voordat moslim-juristen systematisch begonnen met het beantwoorden van de binnen een rechtssysteem wezenlijke vragen: hoe te beslissen tussen twee verschillende argumenten betreffende een wet; en hoe om te gaan met kwesties die niet direct binnen wetgeving vallen,” zegt Kadri. Hij spreekt over “de uitvoerige en beweeglijke parameters van islamitische jurisprudentie”. Die geeft enerzijds veel ruimte voor interpretatie, maar geeft anderzijds onzekerheid en angst en biedt veel macht aan islamitische rechtsgeleerden. Hierdoor konden zij de wetgeving eenzijdig uitleggen, met nadruk op straf en uitsluiting, en gingen zij voorbij aan fundamentele onderdelen van de boodschap van de Profeet, zoals zijn nadruk op vooruitgang, rechtvaardigheid en genade, aldus Kadri.

Een andere verrassing was dat het Engelse rechtssysteem oorspronkelijk veel overeenkomsten vertoonde met de islamitische wetgeving. Kadri benadrukt dat deze overeenkomst op dun ijs berust, maar hij ziet parallellen tussen Europees recht en islamitisch recht: “Er zijn fundamentele overeenkomsten tussen de juridische uitgangspunten zoals opgetekend in de Koran en de hadith en die door westerse juristen zijn verwoord. Bijvoorbeeld het uitgangspunt dat rechters moeten beslissen op basis van een duidelijke getuigenverklaring, dat zij moeten streven naar het vermijden van minimumstraffen (haddood) en altijd verdachten het voordeel van de twijfel geven (shubha). Zo is een  typische islamitische instelling als de ‘nazr al-mazalim’ door keizer Frederik II als voorbeeld genomen voor de invoering van administratieve rechtbanken. Andersom was er ook beïnvloeding, zoals bijvoorbeeld het afkeuren van marteling. Islamitische geleerden wezen dit tot circa 1300 af, terwijl het in Europa een gelegitimeerd gebruik was. Maar onder invloed van Spaanse en Siciliaanse rechtsgeleerden namen islamitische juristen het toestaan van marteling over, beweert een historicus.”

De klassieke interpretaties van de shari’a en de plaats van de islam in de wereld werden ontwikkeld in een tijd dat de islam domineerde. De uitdaging voor moslimgemeenschappen in het Westen is nu, adlus Kadri, hoe te leven tussen mensen met een ander geloof. “Dat vraagt om wederzijds respect, en hoewel dat maatschappelijke verantwoordelijkheden veronderstelt, kunnen moslims met een beroep op hun gemeenschappelijke geschiedenis een specifieke rol hierin vervullen. Tolerantie en diversiteit zijn al meer dan 1000 jaar benadrukt door moslimgeleerden en islamitische instellingen hebben naast andere geloofsgemeenschappen kunnen bestaan.” 

Kadri is niet pessimistisch over het vermogen van islamitische gemeenschappen om extremisme te weerstaan. “Ze hebben de motieven en het vermogen om de verleidingen van extremisme te weerstaan. Een meerderheid van de slachtoffers ervan bestaat uit moslims en de veerkracht van sociale en familie-structuren in de moslimgemeenschap maken het relatief eenvoudig om een geloofsgenoot terug te roepen als hij of zij over de grens gaat. De meest cruciale factor is echter een die buitenstaanders snel over het hoofd zien. De overgrote meerderheid van moslims houdt er conservatieve opvattingen op na hoe in naam van God gehandeld kan worden, en hoewel de moslimovertuiging op sommige niet-moslims als bedreigend kan overkomen, zijn gelovigen vaak de meest doeltreffende en uitgesproken tegenstanders van religieus extremisme.”

YouTube voorvertoningsafbeelding

Racisme staat burgerschap in de weg

woensdag, april 18th, 2012

Sociale segregatie, dat thema is door de nieuwe jongerenbeweging G500 vergeten, stellen antropoloog Maja Mischke en historicus Asher Ben Avraham vast in de Volkskrant van 17 april. De auteurs zien in een Nederland een voortschrijdende segregatie waarbij waarbij etnische, religieuze, sociale en culturele lijnen samenvallen. Dit is met name zichtbaar in het onderwijs, maar zal binnen enkele decennia vooral in de Randstad ook zichtbaar worden in de samenstelling van wijken in de grote steden. De auteurs, beide lid van de Club van 100, roepen op tot een fundamentele discussie over burgerschap: wat maakt iemand tot Nederlander? In tegenstelling tot andere landen bestaat er in Nederland geen burgerschapsideaal. Hier heerst vooral het idee van ‘vrijheid-blijheid’, dat de auteurs omschrijven als onverschilligheid in plaats van tolerantie. Het overheidsbeleid verstrekt dit idee. Bij bestuurders gaat het bij burgerschap vooral om inburgering en angst voor de vreemdeling, stellen Mischke en Ben Avraham. Ook het multiculturalisme vindt geen genade in de ogen van de auteurs. Die gedachte legde namelijk de nadruk op rechten en niet op plichten, en maakte van nieuwkomers slachtoffers in plaats van in te zetten op ontplooiing en zelfredzaamheid. Er is echter voor het multiculturalisme geen nieuw leidend principe in de plaats gekomen. Burgerschap van overheidswege gaat vooral over ontmoedigen en afschrikken. Aangezien er geen ‘gemeenschappelijk oriëntatiepunt’ is, weten zowel immigranten als autochtonen niet welke gedeelde maatschappelijke waarden er in Nederland bestaan, vinden Mischke en Ben Avraham. Zonder het formuleren van zo’n oriëntatiepunt – modern burgerschap – zal de segregatie alleen maar doorgaan, waarschuwen ze.

Mischke en Ben Avraham noemen de Verenigde Staten als een land waar burgerschap wel een ideaalbeeld zou zijn. Het ‘land of the free’ wordt echter, ondanks een zwarte president, nog steeds verscheurd door racisme. De schietpartij in Florida, waar burgerwacht George Zimmerman de zwarte tiener Trayvon Martin doodschoot, is hiervan een triest voorbeeld. De exacte gang van zaken is nog steeds onduidelijk, maar de reacties van de overheid direct na de schietpartij (Zimmerman werd niet gearresteerd op grond van een wet in Florida die stelt dat een burger een verdacht persoon mag aanhouden: Zimmerman had een pistool, Martin een zakje snoepjes en een pak ijsthee) laten zien dat het leven van een zwarte jongen nog steeds van minder waarde is in de Verenigde Staten. Zwarte Amerikanen hebben een grotere kans op aanhouding, fouilleren, arrestatie, veroordeling en executie dan mensen uit een andere bevolkingsgroep, schrijft Gary Younge in The Guardian Weekly. “Om een zwarte man direct te zien als een crimineel komt voort uit het feit dat zwarte Amerikanen systematisch worden gecriminaliseerd”. Wat de zaak van Trayvon Martin uniek maakt is dat het zoveel reacties opriep in de Verenigde Staten. De meeste tienerdoden – iedere dag sterven er 8 kinderen onder de 19 jaar als gevolg van schietpartijen – halen niet eens de media. “We zijn gedoemd als niet-nieuwswaardig,” zegt Clementina Chery, leider van het ‘Louis D Brown Peace Institute’ in Boston, tegen Younge. “Zwarte kinderen zijn van geen waarde. Geweld ligt voor de hand in deze gemeenschappen.”

De verkiezing van Barack Obama in 2008 als president van de Verenigde Staten verleidde sommige commentatoren ertoe te spreken over een “post-raciale samenleving’, waarin huidskleur er niet meer toe zou doen. De feiten wijzen op een geheel andere werkelijkheid. Natuurlijk, dat ruim veertig jaar na de moord op Martin Luther King, Jr. er een zwarte familie in het Witte Huis woont, is een enorme vooruitgang. Maar de dagelijkse realiteit voor veel zwarte Amerikanen is er niet door veranderd. Op- 12 april publiceerde het Center for American Progress het rapport The State of Communities of Color in the U.S. Economy, waaruit blijkt dat etnische minderheden in tegenstelling tot blanke Amerikanen niet profiteren van het langzame economische en financiële herstel in de Verenigde Staten. De onderzoekers concluderen dat armoede onder minderheden tijdens de recessie sneller steeg dan onder blanken en dat het herstel onder minderheden trager verloopt dan voor blanken; hetzelfde geldt voor het bezit van een eigen huis. De aloude scheidslijnen tussen blank en zwart bestaan nog steeds in de Verenigde Staten. De enige uitweg voor minderheden uit hun economische achterstandsituatie is actief overheidsbeleid. Maar juist dat is anno 2012 ver te zoeken.

Mexicaanse drugsoorlog wordt oorlog tegen vrouwen

dinsdag, april 17th, 2012

Bijna 50.000 burgerdoden, waaronder 1000 kinderen, 1500 politieagenten, militairen en openbaar aanklagers en 60 journalisten vermoord, 10.000 vermisten en anderhalf miljoen mensen op de vlucht: de balans van Operation Michoacán, de oorlog tegen de drugskartels die de Mexicaanse regering eind 2006 begon. De oorlog tegen drugs, waarin de drugskartels niet terugschrikken voor de meest gruwelijke moord- en martelpraktijken en de Mexicaanse regering zich schuldig maakt aan mensenrechtenschendingen, wordt door de overheid steeds meer gebruikt om een oorlog tegen vrouwen te starten, schrijft Laura Carlsen van het Center for International Policy.

Op OpenDemocracy schrijft Carlsen dat de Mexicaanse regering de militarisering van het land in de strijd tegen de drugskartels aangrijpt als dekmantel aangrijpt om vrouwengroepen te vervolgen en te onderdrukken. Begin dit jaar werd in Mexico-Stad onder grote moeilijkheden de International Dialogue on Violence Against Women conferentie georganiseerd. Het kostte veel moeite om zeventig Mexicaanse vrouwen naar de hoofdstad te krijgen, schrijft Carlsen. Sommigen kregen rechtbankbeveiliging, anderen moesten via Twitter achterhalen wanneer het veilig was om hun woonplaatsen te verlaten. Nobelprijswinnaar Jody Williams, aanwezig op de conferentie, vertelde na afloop dat :”de oorlog tegen drugs en de militarisering van Mexico, Honduras en Guatamala, een oorlog tegen vrouwen aan het worden is. De inspanningen van de overheid om ‘veiligheid’ te realiseren in de regio leiden rechtstreeks tot meer onveiligheid voor de burgerbevolking en speciaal voor vrouwen.”

Blanca Martínez, directeur van  het Juan de Larios Human Rights Center, dat zich inzet voor het lot van vermisten in de Noordelijke deelstaat Coahuila, zegt: “Deze oorlog werd in 2006 door Felipe Calderon [president van Mexico] geheel buiten de grondwet om uitgeroepen en net als iedere andere oorlog is het doel om op welke manier dan ook vijanden te doden. Maar hier zijn de slachtoffers burgers in een samenleving die aan haar lot is overgelaten.”

Van 19 tot 22 april vindt in Istanbul de twaalfde internationale AWID-conferentie (Association for Womens Right’s in Development) plaats. Een van de thema’s is Militarism, Violence and Conflict, waar het geweld tegen vrouwen en seksueel geweld onderwerp van discussie zal zijn. De oorlog in Mexico is niet een oorlog in de gewone zin van het woord, aldus Carlsen, maar de gevolgen van het conflict zijn hetzelfde. Mensenrechtenactivisten, specifiek vrouwen, zijn bewust doelwit. Zij zijn het slachtoffer van seksueel geweld en moord, maar dragen daarnaast ook de sociale gevolgen van het conflict; vermiste familieleden, getraumatiseerde kinderen en verscheurde gemeenschappen. “Wij zijn de onzichtbare slachtoffers,” zegt Alma Gomez van het Center for Human Rights for Women in Chihuahua. “Wij weten van groepsverkrachtigen door veiligheidstroepen die vrouwen niet eens melden; van willekeurige arrestaties; van vrouwen die legerbarakken en mortuaria op zoek naar hun zonen, vaders of mannen. Wij zijn de oorlogsbuit in een oorlog waar we niet om hebben gevraagd en die we niet willen.”

Terwijl de Mexicaanse overheid de oorlog typeert als een strijd tegen de georganiseerde misdaad, worden de sociale gevolgen van NAFTA, het vrijhandelsakkoord tussen de Verenigde Staten en Latijns-Amerika genegeerd. “Er is honger en werkeloosheid,” vertelt een vrouw van de Coalition for Justice in Maquiladoras. “Een vrouw kan als informant meer geld verdienen dan als arbeider in een fabriek en soms is er geen alternatief.”

Naast het gewapend conflict is het falende justitiesysteem een andere oorzaak van het voortdurende geweld. Daders kunnen ongestraft doorgaan met moorden, vedwijningen, ontvoeringen, mensenhandel en seksueel geweld.  In sommige gevallen is de gang naar een internationaal gerechtshof of de misdaad internationale bekendheid geven de enige hoop op gerechtigheid.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Unctad bijna 50 jaar op de bres voor eerlijke handel

maandag, april 16th, 2012

Terwijl tijdens de huidige economische crisis de Wereldbank, het IMF en de Wereldhandelsorganisatie (WTO), voortdurend in het nieuws zijn, ontbreekt een belangrijke mondiale speler, schrijft Paul Rogers, hoogleraar Vredesstudies aan de Universiteit van Bradford (UK), op OpenDemocracy. Rogers doelt op de Unctad, de United Nations Conference on Trade and Development. Volgens de hoogleraar is het uit het beeld verdwijnen van de Unctad jammer en vreemd, want de organisatie heeft een goede staat van dienst. Zo waarschuwde de VN-organisatie al in 1997 voor het gevaar van de enorme schuldenlast die de geïndustrialiseerde landen aan het opbouwen waren (elf jaar later werd de wereld ruw wakker geschud).

Vanaf vandaag houdt de Unctad haar vierjaarlijkse topconferentie, ditmaal in Doha. Tot 26 april vergaderen de afgevaardigden over een nieuwe agenda voor de komende vier jaar voor de organisatie. En vooral de westerse landen proberen de politieke rol van Unctad te minimaliseren. Volgens Rogers geen verrassing, want een van de belangrijkste doelen van de Unctad sinds haar oprichting in 1964 (eerste voorzitter was de legendarische Argentijnse econoom Raul Prebisch) was op te komen voor de (handels)belangen van ontwikkelingslanden.

Dat de Unctad nog bestaat, na een roemrucht verleden waarin de organisatie voortdurend strijd moest leveren met de grote economische (westerse) machten en financiële instellingen, is volgens Rogers al “een vernedering voor de traditionele economische bastions”. De traditionele grootmachten moeten echter steeds meer van hun macht afstaan aan de nieuwe opkomende economieën: Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika (de zogeheten BRICS-landen). Het is jammer dat de BRICS-landen, op Zuid-Afrika na, geen interesse hebben in het ondersteunen van de Unctad, aldus Rogers. “Het lijkt erop dat deze landen liever afzonderlijk met de westerse alnden onderhandelen en hopen op een positie binnen de G20,”  citeert Rogers Robert Wade, hoogleraar Politieke Economie en Ontwikkeling aan de London School of Economics.

Het rapport dat Raul Prebisch in de jaren zestig van de vorige eeuw liet verschijnen, Towards a new trade policy for development, leest als een blauwdruk voor het soort handelssysteem dat de Fair Trade-beweging voorstaat, concludeert Paul Rogers. “Het is daarom noodzakelijk dat de Unctad haar agenda kan blijven uitvoeren. Maar gezien de huidige machtsverhoudingen zal dat niet snel gebeuren”.