NCDO signaleert groei aantal particuliere initiatieven
dinsdag, december 20th, 2011Uit onderzoek van NCDO blijkt dat het aantal kleinschalige, vrijwillige ontwikkelingsorganisaties – Particuliere initiatieven (PI) – groeit. Ook worden steeds meer mensen actief als vrijwilliger in een PI, meldt het onderzoek.
NCDO wilde via het onderzoek onder 661 vrijwilligers weten wie deze vrijwilligers zijn en wat hen beweegt actief te worden in een PI? De resultaten van het onderzoek laten zien dat deze vrijwilligers gemiddeld 55 jaar zijn en, vergeleken met een dwarsdoorsnede van de Nederlandse bevolking, vaker man (60%) en vaker gelovig (50%) zijn. Tevens zijn deze vrijwilligers vaak hoger opgeleid (70%) en verdienen zij gemiddeld genomen bovenmodaal. Uit eerder onderzoek weet NCDO dat de meeste vrijwilligers actief worden in het PI naar aanleiding van een vakantie of langdurig verblijf in een ontwikkelingsland. Wanneer mensen eenmaal actief zijn binnen een PI, worden ze voornamelijk gedreven door de wens de wereld om hen heen beter te begrijpen. Daarnaast kunnen mensen via hun vrijwilligerswerk in het PI uitdrukking geven aan belangrijke waarden, zoals gerechtigheid, en hecht men belang aan de sociale contacten die men opdoet tijdens het vrijwilligerswerk.
Gemiddeld besteden PI-vrijwilligers 37 uur per maand aan hun activiteiten binnen het PI. Vergeleken met vrijwilligers in het algemeen is dit meer dan gemiddeld. Men besteedt deze uren voornamelijk aan fondsenwerving, bestuurlijke taken en administratie. De verschillen tussen de vrijwilligers in het aantal uren dat zij dit werk doen zijn groot. Voor sommigen blijft de vrijwillige inzet beperkt tot enkele uren per maand terwijl anderen er een fulltime job aan hebben. Het is daarom interessant te kijken welke factoren bepalend zijn voor de hoogte van het aantal vrijwilligersuren.
Ongeveer de helft van de vrijwilligers die deelnamen aan het CIDIN-onderzoek uit 2008-2009 is niet alleen actief als vrijwilliger binnen een PI, maar is eveneens de oprichter van dit initiatief. Oprichters besteden gemiddeld 46 uur per maand aan het vrijwilligerswerk binnen hun eigen organisatie. Mannen blijken gemiddeld genomen meer tijd te investeren in een PI dan vrouwen en getrouwde vrijwilligers zijn actiever dan ongetrouwde. Ook geldt dat mensen die zichzelf niet rekenen tot een kerk of andere religieuze instelling actiever zijn dan de kerkelijken.
Een belangrijke baat van vrijwilligerswerk wordt aangeduid als ‘de warme gloed’ (the warm glow): het levert mensen een fijn gevoel op. Onderzoek heeft laten zien dat dit gevoel sterker is als mensen er van overtuigd zijn dat hun bijdrage daadwerkelijk een verschil maakt. Op basis van geografische (fysieke) en psychologische (‘anders zijn’) afstand tussen de doelgroep van ontwikkelingsorganisaties en vrijwilligers, alsmede de complexiteit van ontwikkelingsproblemen wordt aangenomen dat ‘de warme gloed’ die vrijwilligers van ontwikkelingsorganisaties ervaren minder hoog zal zijn. Dit zou dan weer resulteren in een beperktere inzet van vrijwilligers. De resultaten van dit onderzoek komen overeen met deze redenering.
NCDO verwachtte dat PI-vrijwilligers die een sterk geloof hebben in ontwikkelingssamenwerking in het algemeen en de effectiviteit en efficiëntie van ontwikkelingsorganisaties in het bijzonder, meer tijd zouden investeren in een PI. Ze zouden, meer dan hun kritische medevrijwilligers gemotiveerd worden door de gedachte dat hun bijdrage daadwerkelijk verschil maakt. Het tegendeel blijkt uit de resultaten: kritischere PI-vrijwilligers spenderen juist meer tijd aan het PI. Vaak wordt verondersteld dat PI’s worden opgericht vanwege een kritische houding ten aanzien van bestaande ontwikkelingsorganisaties. Echter, dit blijkt voor slechts 5% van de vrijwilligers de belangrijkste aanleiding te vormen om een PI op te richten of actief te worden binnen een PI. Dit onderzoek toont aan dat er wel een positief verband is tussen de kritische houding ten aanzien van ontwikkelingssamenwerking en de mate waarin mensen zich inzetten in PI’s. Dit alles wekt de indruk dat PI-vrijwilligers hun werk zowel ervaren als een manier om uitdrukking te geven aan hun betrokkenheid op de wereld, als een alternatieve, doeltreffendere, manier om bij te dragen aan ontwikkelingssamenwerking.










