Archief voor de categorie ‘Armoede’

Afrikaanse babys als proefkonijnen voor malariavaccin

woensdag, januari 19th, 2011

Het verhaal doet denken aan de hypothese die auteur Edward Hooper beschreef in zijn boek The River: A journey back to the source of HIV and AIDS. Hooper oppert dat een inentingscampagne voor een experimenteel polio-vaccin de oorzaak is van de overdracht van het HIV-virus op mensen, met als gevolg de mondiale Aids-epidemie. De Italiaanse onderzoeker Antonio Mazzeo schrijft in het laatste nummer van De Wereldmorgen dat een speciale eenheid van het Amerikaanse leger in Kenia samen met de Britse farmaceutische multinational GlaxoSmithKline malariatests uitvoert op Afrikaanse baby’s en zuigelingen.

De ontwikkeling van het militair-medisch onderzoeksprogramma heeft al meer dan 500 miljoen dollar gekost en onderzoekers van een gigant van de farmaceutische industrie werken er samen met de beste artsen van het Amerikaanse leger. Sponsor is de almachtige baas van de nieuwe informaticatechnologie, Bill Gates. Het gaat hier over het experiment met een nieuw vaccin tegen malaria met de codenaam ‘RTS,S/ASO2′.

De gegevens van het vaccinatie-experiment worden verzameld in het Muriithi-Wellde Clinical Research Centre van Kombewa, een stadje in de Keniaanse provincie Nyanza. De analyse gebeurt door het team van het USAMRU-K. “Onze eenheid hangt af van het hoofdkwartier voor Medisch Onderzoek van het Amerikaanse leger (USAMRMC) met hoofdzetel in Fort Detrick, Maryland. Wij coördineren de activiteiten in Afrika met het US Africa Command (AFRICOM) van Stoccarda en het hoofdkwartier van het US Army Africa in Vicenza”, verklaart de woordvoerder van USAMRU-K.

“In Kombewa is het onderzoek naar de werkzaamheid van het vaccin tegen malaria in een vergevorderd stadium. USAMRU-K neemt deel aan het experiment dat kan uitmonden in het eerste vaccin tegen malaria voor kinderen. De deelnemers worden gedurende drie schooljaren gratis behandeld. Zodra de veiligheid en de doeltreffendheid van het vaccin bewezen zijn, kan het vaccin op de markt worden gebracht. De huidige studie ontstond uit een hechte samenwerking met het PATH Malaria Vaccine Initiative (MVI) en de Britse farmaceutische groep GlaxoSmithKline (GSK).”

Voor de ontwikkeling van het vaccin heeft GSK al 300 miljoen dollar geïnvesteerd en het zal nog 100 miljoen uitgeven in de volgende twee jaar. De Amerikaanse non-profit organisatie PATH heeft 107,6 miljoen dollar geschonken uit het fonds Bill & Melinda Gates Foundation, het humanitaire fonds van de Microsoft-magnaat.

Het vaccin (RTS,S/AS02) werd in 1987 ontwikkeld in de Belgische laboratoria van GSK Biologicals in Waals-Brabant en is een eerste keer getest op ‘enkele vrijwilligers’ in de VS dankzij de medewerking van het US Walter Reed Army Institute of Research, het medisch onderzoeksinstituut van het Amerikaanse leger in Washington. Het eerste grote experiment met RTS,S-vaccin vond echter plaats in Afrika in 1998. En in de jaren 2002-2003 zijn de test gratis uitgevoerd op de ‘volwassenen’ van de dorpen in Kombewa. Dat gebeurde in een ziekenhuis dat mee beheerd wordt door USAMRU-K.

“De tests geven bemoedigende resultaten op het gebied van veiligheid en mogelijkheid tot immuniteit. Daarom werd op het einde van 2003 het experiment uitgebreid naar de kinderen van dezelfde streek, wat nogmaals bemoedigende resultaten opleverde”, staat in een rapport van GlaxoSmithKline.

“Onmiddellijk daarna is fase II van start gegaan met meer dan 2.000 kinderen in het zuiden van Mozambique.” De resultaten van deze test, in 2004 en 2005 gepubliceerd in het medische vakblad The Lancet, toonden dat het RTS,S-vaccin gedurende een periode van 18 maanden doeltreffend was. Het verminderde de klinische malaria in 35 procent van de gevallen en de zware malaria in 49 procent. Het is natuurlijk niet bekend wat er gebeurde met de overige, zijnde 1.300, kinderen.

Een tijdje later ging fase IIb van start om de doeltreffendheid van het antimalariavaccin ‘op lange termijn’ te bepalen. Als proefkonijnen werden deze keer meer dan duizend zuigelingen in Kenia en Tanzania en een onbepaald aantal in Mozambique gebruikt.

De resultaten werden op 8 december 2008 in het New England Journal of Medicine gepubliceerd: “Bij 340 baby’s tussen 5 en 17 maanden heeft RTS,S/AS01 het risico op malaria met 53 procent gereduceerd tijdens een follow-upperiode van acht maanden, wanneer het werd toegediend op de leeftijd van 8, 12 en 16 maanden samen met een vaccin tegen difterie, tetanus, kinkhoest en haemophilus influenzae B (Hib). De studie toont ook nog 65 procent minder nieuwe infecties in een follow-upperiode van drie maanden na het toedienen van de drie doses van het vaccin”.

Tijdens dezelfde maanden werd een laatste test uitgevoerd in Kenia en Tanzania op 894 kinderen tussen 5 en 17 maanden. “We onderzochten de veiligheid en de doeltreffendheid van het RTS,S/AS01 in combinatie met een ander hulpmiddel van GSK met de code AS01″, verklaren de verantwoordelijken van het farmaceutische bedrijf.

“Elk kind kreeg nog eens drie doses van het experimentele vaccin RTS,S/AS01 of het vaccin tegen rabiës. Daaruit bleek dat de formule RTS,S/AS01 het optreden van malaria reduceert met 53 procent gedurende gemiddeld acht maanden. Verdere studies in Mozambique met het vaccin RTS,S samen met een ander hulpmiddel van GSK (AS02) hebben een doeltreffendheid van 35 procent aangetoond gedurende 18 maanden bij kinderen tussen één en vier jaar”.

In mei 2009 begon fase III van het experiment met de inenting van meer dan 16.000 kinderen in dorpen in Gabon, Mozambique, Tanzania, Ghana, Kenia, Malawi en Burkina Faso. Volgens het Amerikaanse leger zouden er in het ziekenhuis van Kombewa meer dan duizend kinderen in de leeftijdsgroep van vijf maanden tot drie jaar aan de test onderworpen zijn.

“De volgende stap wordt de deelname van nog eens een duizendtal baby’s jonger dan zes weken. Dat betekent dat we eerst het vertrouwen moeten winnen van nieuwe moeders op het platteland, omdat die altijd thuis bevallen”, aldus de garnizoensverantwoordelijke.

Een communiqué van GlaxoSmithKlein van 21 april 2010 bevestigt dat “de doeltreffendheid zal worden getest op baby’s van 5 tot 17 maanden. Het nieuwe vaccin zal in 2013 door de internationale gezondheidsautoriteiten gecontroleerd worden”. Verdere gegevens over de doeltreffendheid en mogelijkheid tot immuniteit “zullen worden voorgesteld wanneer ze klaar zijn”. “Als alles goed gaat”, vervolgt GSK, “zal de algemene inenting met RTS,S van baby’s tussen 6 en 12 weken mogelijk zijn binnen vijf jaar”.

Als alles goed gaat, dus. In het ergste geval kan GSK overwegen om het experiment uit te breiden tot nog eens tienduizenden kleine menselijke proefkonijntjes in het hele Afrikaanse continent.

Het lijkt ongelooflijk gewetenloos en immoreel om massaal te expirementeren met het vaccin in een continent dat lijdt aan honger, onderontwikkeling, anafabetisme en gebrek aan om het even welke basisdienst. Ook de rol van een selecte ‘gezondheidseenheid’ van het Amerikaanse leger baart grote zorgen. USAMRU-Kenia kan echter op een lange traditie bogen op het gebied van ‘wetenschappelijk onderzoek’ en ‘preventie’ van tropische ziekten.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Als de in het buitenland operationele task force van het Walter Reed Army Institute of Research, werd de eenheid in 1969 in Kenia uitgenodigd om een studie op te starten naar de trypanosomiasis, een parasitaire infectie overgebracht door de tseetseevlieg.

In 1973 vestigde USAMRU zich permanent in Nairobi dankzij een overeenkomst met het Kenya Medical Research Institute. In de volgende jaren werden in de hoofdstad en in West-Kenia (Kisumu, Kisian, Kombewa en Kericho) laboratoria geopend voor farmaceutische experimenten tegen malaria, trypanosomiasis, globale opkomende infectieziekten en HIV-aids. Tegen aids zijn de meeste en recentste inspanningen geleverd: in het kader van het United States Military HIV Research Program (USMHRP) is de staf van het Amerikaanse leger bezig met de ontwikkeling van het vaccin HIV-1 met algehele werkzaamheid en met het testen en beoordelen van andere experimentele vaccins tegen aids. Op het einde van 2000 werd het hoofdkantoor van het HIV-programma nogmaals in Kenia gevstigd, in Kericho.

Toevallig ontstond eind december 2000 in Groot-Brittannië de farmaceutische firma GlaxoSmithKlein dankzij de fusie van twee farmaceutische reuzen, Glaxo Wellcome en SmithKlein Beecham. Met meer dan 100.000 werknemers en een jaarlijkse omzet van 34 miljard euro is GSK de tweede farmaceutische groep in de wereld (na de Pfizer-groep) met een marktaandeel van 5,6 procent.

Het ‘ethische’ gedrag van de multinational is van verschillende kanten streng bekritiseerd en het bedrijf was al eerder betrokken bij verschillende schandalen. Zo beval de Argentijnse regering een onderzoek naar aanleiding van de dood van 14 kinderen in 2008 bij een experiment met een nieuw vaccin tegen long- en oorontsteking. Twee andere kinderen zouden gestorven zijn bij gelijkaardige tests in Panama en Chili.

Begin 2007 begon GSK in drie regio’s van Noord-Argentinië, Mendoza, San Juan en Oost-Santiago, 15.000 baby’s jonger dan één jaar tegen pneumokokken te vaccineren. De ouders (eenvoudige mensen) “ondertekenden zonder te weten dat het om een experiment ging in fase drie, direct op mensen, van een geneesmiddel dat risico’s kon inhouden”. Zo berichtte de lokale pers.

Ondanks het onderzoek startte GSK met de verspreiding van het vaccin Synflorix over heel Afrika “om invasieve pneumokokkenziekten te bestrijden”. Het ging om een ‘humanitair’ programma van 1,3 miljard dollar in opdracht van de G8, de Wereldbank en Unicef en voor een groot deel gefinancierd door GAVI (Global Alliance for Vaccines and Immunisation), door vijf landen (Groot-Brittannië, Canada, Rusland, Noorwegen en Italië) en door de onvermijdelijke Bill & Melinda Gates Foundation. Er zijn tot 300.000 doses voorzien, geproduceerd in een GSK-fabriek in Singapore. Echt een mooi voorbeeld van de globale markt.

Terwijl de omzet en de bijbehorende winst onwaarschijnlijk aangroeien, heeft het management van GSK een plan gelanceerd om op korte termijn het centrum voor onderzoek en productie van antibiotica in het Italiaanse Verona te sluiten, een van de twee Italiaanse vestigingen van de multinational. Daarbij staan meer dan 600 banen op de tocht.

Een verplaatsing van productie-eenheden naar Zuidoost-Azië, tests op Afrikaanse baby’s, ontmanteling van het bestaande productie-apparaat in Europa. En op de achtergrond diverse oorlogen, een ander gelaat van het onmenselijke kapitalisme. In de laatste tien jaar heeft GSK met het Amerikaanse ministerie van Defensie 61 contracten afgesloten voor de levering van vaccins, medicijnen en sanitaire uitrusting voor een totaal bedrag van 75.555.579 dollar.

Dat is weliswaar veel minder dan wat de overeenkomsten met het Pentagon partner en ‘mecenas’ Bill Gates opgebracht hebben: met computers, programma’s en oorlogsspelen voor het Pentagon verdiende Microsoft-Gates 278.480.465 dollar, 2,5 keer meer dan wat zijn Foundation investeerde in nieuwe vaccins tegen malaria.

Bron: Wereldmorgen.be

Jody Williams: vrede is meer dan nationale veiligheid

woensdag, januari 12th, 2011

Jody Williams, winnaar van de Nobel Vredesprijs in 1997 vanwege haar strijd voor het uitbannen van landmijnen, zegt in een lezing voor Ted dat vrede niet betekent ‘nationale veiligheid’, maar veiligheid voor mensen.

Voor Williams houdt vrede niet in dat de wereld volledig niet-gewelddadig en pacifistisch wordt, maar dat er wordt voldaan aan een aantal basisvoorzieningen, zoals duurzame ontwikkeling, ecologische rechtvaardigheid en basisbehoeften als voedselzekerheid, schoon water en toegankelijke gezondheidszorg. “President Obama stelt aan het Congres voor om 84 miljard dollar beschikbaar te maken voor modernisering van nucleaire wapens,” zegt Williams. “Terwijl voor het verwezenlijken van de VN Millenniumdoelen 80 miljard dollar nodig is! 84 miljard dollar voor wapens die we niet nodig hebben. Wat we nodig hebben is actie.”

Williams vertelt over haar ontmoeting met de Dalai Lama in Hiroshima. Hij vertelde haar daar dat hij, hoewel monnik, niet langer gelooft dat gebed en meditatie de wereld kunnen veranderen. “Wat wij nodig hebben is actie.”

“Wat wij nodig hebben is dat mensen in beweging komen en actie gaan ondernemen om de betekenis van vrede terug te winnen, aldus Williams. “Het is geen vies woord. Het betekent iedere dag hard werken. En als iedereen die geeft om dingen in actie komt, kunnen we deze wereld veranderen. En we moeten niet op een ander wachten, we moeten het zelf doen.”

Peter van Lieshout minder pessimistisch over beleid Knapen

dinsdag, december 7th, 2010

De hulporganisaties konden er niet zo veel mee, maar de experts, de media en het publiek des te meer. Het WRR-rapport ‘Minder pretentie, meer ambitie’ groeide uit tot de nieuwe ‘bijbel’ voor ontwikkelingssamenwerking. Nu vormt het de hoeksteen voor het nieuwe ontwikkelingsbeleid van Ben Knapen. IS sprak met de geestelijk vader Peter van Lieshout.
Het was de bekroning voor een rapport dat toch al niet over waardering te klagen had. “Het ontwikkelingsbeleid wordt fundamenteel herzien en gemoderniseerd, waarbij het rapport ‘Minder pretentie, meer ambitie’ van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid als leidraad dient”, zo luidt de eerste zin van het regeerakkoord van VVD en CDA over ontwikkelingssamenwerking. Peter van Lieshout, hoofdauteur van het rapport, kan er niet anders dan verguld mee zijn. En dan ligt die uitvoering van het rapport ook nog eens in handen van staatssecretaris Ben Knapen, tot voor kort Van Lieshouts collega bij de WRR.
Eigenlijk had het hele project ‘ontwikkelingssamenwerking opschudden’ al afgerond moeten zijn, maar de ontwikkelingssamenwerking is nog niet klaar met Peter van Lieshout – en omgekeerd. “Het zou zonde zijn om ontwikkelingssamenwerking nu terzijde te schuiven. Dat is kapitaalverlies vanwege de deskundigheid die  we hebben opgebouwd, maar ook jammer vanwege mijn eigen drijfveren. Ontwikkelingsvraagstukken blijven de meest intrigerende vragen die er zijn, zowel in intellectuele als in maatschappelijke zin.” Hoe zijn verdere betrokkenheid praktisch vorm krijgt is nog onduidelijk.

Bekruipt u niet een klein beetje twijfel dat het kabinet dadelijk een ‘platte’ versie van uw rapport uitvoert: met veel nadruk op de rol van de private sector bij ontwikkeling, maar weinig aandacht voor mondiale publieke goederen zoals klimaat en biodiversiteit?
“Dat selectief shoppen in het rapport valt wel mee, vind ik. De coherentie van het kabinetsbeleid op het gebied van klimaat, energie en water wordt tamelijk zwaar aangezet. Je kunt exegese op de tekst van het regeerakkoord gaan plegen in de trant van: er worden meer zinnen gewijd aan economische ontwikkeling dan aan publieke goederen, maar dan doe je de status van zo’n tekst geen recht. Er staat dat het WRR-rapport dé leidraad is, er wordt geen gas teruggenomen en er worden ook geen punten uit het rapport uitgezonderd.”

Het regeerakkoord biedt wat u betreft voldoende basis voor een goed ontwikkelingsbeleid?
“Ja. Maar je zult dadelijk ongetwijfeld discussies krijgen of sommige onderdelen van Knapens nieuwe beleid wel in de geest van het rapport zijn.
Het is altijd onze bedoeling geweest, expressis verbis, om een verhaal over ontwikkelingssamenwerking te schrijven dat niet op voorhand politiek te duiden is. Dat is ook de rol van de WRR, om boven het dossier te gaan staan en de vraag te stellen: wat is nou wijsheid? In  veel debatten over ontwikkelingssamenwerking domineren de sweeping statements. Aan de ene kant zetten we in Nederland het beeld neer van zielige mensen in Afrika die niets te eten hebben, waar we acuut wat aan moeten doen. En van de andere kant het beeld van corruptie, machtswellust, verspilling en inefficiënte hulporganisaties. Ieder kan die beelden koesteren en de ander voor moreel slecht uitmaken. Wij wilden daar vandaan blijven en ook niet in de klassieke links/rechts tegenstelling verzanden. Het is niet zo dat je daarmee depolitiseert of een glad verhaal aflevert, maar we hebben lof gekregen uit kringen van VVD-CDA, maar ook van SP-GroenLinks.”

Sowieso zijn de ideologische randjes er bij het politieke debat over ontwikkelingsamenwerking enigszins afgeslepen. GroenLinks kon met een rapport komen waarin de rol van de private sector werd benadrukt.
`Ja, het bedrijfsleven is minder verdacht geworden. Links heeft traditioneel altijd een wat lastige verhouding gehad tot de economie, tot de productieve sectoren. De focus lag meer op herverdeling van de middelen, via belasting en via de stelsels van sociale zekerheid. Rechts zei: laten we de koek eerst maar eens groter maken, voor we gaan discussieren hoe we ‘m moeten verdelen. ”

Is de pro poor growth, groei die ten goede komt aan de armsten, dan op zijn retour?
“Nou, in de westerse samenleving kun je een debat hebben over herverdeling van middelen. Maar voor ontwikkelingslanden is zo’n perspectief, ook voor links, toch lastig. Al zien sommigen ontwikkelingssamenwerking nog steeds  als een vorm van mondiale herverdeling. Dat is echt een problematisch idee.”

Wij moeten inleveren om het voor hen beter te maken, naar Jan Pronk.
“Ja, maar daar is ontwikkelingssamenwerking een heel slecht instrument voor. Als je vindt dat de welvaart op mondiaal niveau herverdeeld moet worden, dan moet je instrumenten bedenken die daar bij passen. Dan heb je het over een Tobin-tax bijvoorbeeld. Of je moet zorgen dat er een internationaal minimumloon komt. Ontwikkelingssamenwerking zal er primair op gericht moeten zijn landen in staat te stellen zelfredzaam te worden. In die zin is het een helder verhaal, voor links zowel als voor rechts. Voor een land als Tsjaad heeft het weinig zin een debat te voeren over herverdeling. Daar heb je wel een elite natuurlijk, dat zie je in meer Afrikaanse landen. Maar er is geen middenklasse die ook aanspraak maakt op een groot deel van de welvaart en de eerlijke verdeling van het geld aankaart. Eerst moeten dit soort landen groeien, daar is iedereen het wel over eens.”

Waaover bent u anders gaan denken door de discussie over het rapport?
“In de Engelse versie hebben we geprobeerd het debat van het afgelopen jaar recht te doen. We hebben bijvoorbeeld kritiek gekregen op de summiere behandeling van de multilaterale hulp. Terwijl het Nederlandse multilaterale beleid zo mogelijk nog profiellozer is dan het bilaterale beleid. We hebben in de Engelse editie kritisch gekeken naar multilaterale instellingen, en ook naar Europa. Uit een efficiency-perspectief zou je kunnen pleiten voor verschuiving van de hulp naar Europa. Maar je ziet Europa in allerlei landen juist de 28e donor worden, waardoor de coördinatieproblemen alleen maar groter worden. Ze zijn op allerlei dossiers bezig, met eigen onderwijsprojectjes bijvoorbeeld, waar de individuele bilaterale donoren zich ook op richten. Dat druist in tegen het gevoel waardoor veel mensen nee tegen het grondwettelijk gedrag hebben gezegd: laat Europa doen waar het sterk is, en de lidstaten waar hun kracht ligt. Europa zou zich met regionale infrastructuren bezig moeten houden, zowel fysieke – wegen en energie – als politieke, handels- of monetaire structuren.
Iets soortgelijks geldt voor de VN, waarin UNDP een uitvoeringsorganisatie dreigt te worden in plaats van de klassieke VN-rol op zich te nemen van standaardisering, kennisuitwisseling en politieke bundeling.”

Wat heeft het debat over het rapport u geleerd over de sector?
“Het rapport heeft veel losgemaakt in de hulpsector. Dat gebeurde enerzijds omdat het een zekere inherente kwaliteit heeft, dat was de push factor. De pull factor school erin dat de sector behoefte had aan nieuwe grote verhalen. Daarvóór had je het debat gehad over het boek van Dambisa Moyo (Doodlopende hulp, red.). Men schrok toen van de klappen die aan de sector werden uitgedeeld en had niet direct een antwoord klaar. Je kunt Moyo bij de enkels afzagen, omdat ze immoreel is of dom, maar daarmee beantwoord je nog niet de vragen die zij stelt.”

Toch werd er in de sector nog het zuinigst op het rapport gereageerd.
“Ja, op het departement bijvoorbeeld is men er heel serieus mee aan de slag gegaan, en zijn er allerlei interne debatten geweest. Bij de hulporganisaties zijn het vooral individuen geweest die de confrontatie met het rapport zijn aangegaan. De grote organisaties hebben beloofd om het debat naar zich toe te trekken, maar dat is niet gebeurd. De branchevereniging Partos heeft in een reactie geconcludeerd dat er meer geld naar de maatschappelijke organisaties moest – dat was tamelijk voorspelbaar. Als je de ontwikkelingssector vergelijkt met sectoren als de gezondheidszorg en de sociale zekerheid, zie je dat men daar meer in staat is intelligente compromissen te bereiken, en gemeenschappelijke standpunten te formuleren die het debat weer verder brengen. De Raad voor de Volksgezondheid – bijvoorbeeld – heeft het debat over de toekomst van de zorg naar zich toegetrokken. We missen in Nederland ook een soort kristallisatiepunt in de ontwikkelingssamenwerking om het debat op een hoger plan te brengen, zoals het Overseas Development Institute in Engeland of het Center for Global Development in de VS.”

Het lijkt erop dat de sector de band met de samenleving is kwijtgeraakt en nu hevig geschrokken constateert dat ontwikkelingssamenwerking tot de linkse hobby’s wordt gerekend en het draagvlak afbrokkelt.
“Ja, dat heeft een paar oorzaken. Allereerst kun je als je heel eerlijk bent geen evidente serie successen van de klassieke ontwikkelingshulp aanwijzen in de laatste tien, vijftien jaar. Het beeld is dat Azië het op zichzelf heeft gedaan, en Afrika ondanks onze hulp corrupt is gebleven. De relevantie van de sector is ook teruggelopen. Toen ontwikkelingssamenwerking ooit begon, werd Afrika bij wijze van spreken ‘ontdekt’, ook door de media, en had iedereen het idee dat we er iets aan moesten doen. Nu is er een zekere vermoeidheid ontstaan. Ten tweede is men deze eeuw in alle westerse staten, en zeker ook in Noordwest-Europa de vraag gaan stellen: en wij dan, waar staan wij zelf? We noemen dat een vorm van nationalisme, maar dat is in de meeste gevallen niet de meest adequate term. Die beweging helpt ook niet. En  verder ontbreekt dus een kristallisatiepunt dat de sector samenbrengt en van waaruit een gezamenlijke strategie wordt bedacht.”

Beseft men wel de urgentie van die band met de samenleving?
“In mijn beeld – en nu generaliseer ik even – herkent de sector onvoldoende de mate waarin ze een gesloten geheel is geworden. Tot op het departement toe. Daar heeft iedereen toch wel een heilig geloof in wat hij doet terwijl honderd meter verderop, op straat, de scepsis over de hulp toch wel behoorlijk groot is. De instrumenten om iets aan die scepsis te doen zijn beperkt. Het gaat in klassieke termen nog steeds over draagvlakvergroting: we hebben een goed verhaal, maar we moeten het beter uitleggen. NCDO is ook ooit op die manier gepositioneerd. Dat past bij zendingsdrang, niet bij uitwisseling van gedachten en permanent debat. Datzelfde heb je rond Europa gezien: het werkt niet als je alleen maar probeert uit te leggen dat Europa fantastisch is. Op het moment dat de opiniepolls iets anders uitwijzen, kun je zendtijd bij RTL 4 kopen, maar dat werkt dan contraproductief: ‘er wordt ons iets door de strot geduwd’.”

U heeft in het WRR-rapport juist geprobeerd een nieuwe legitimatie voor ontwikkelingsamenwerking te formuleren, in het verlicht eigenbelang. Is dat geland?
“Nou, Nederland is heel erg bezig met haar verhouding tot de buitenwereld, zij het dat we daar nu een antwoord op geven in de zin van het herwinnen van de nationale identiteit, de deuren weer wat dicht doen en ons eigenbelang weer inhoud geven. Dat proces is een worsteling. Sommigen proberen die worsteling te ontlopen door te stellen dat je moet investeren in de wereld, dat een betere wereld goed is voor ons allemaal. En dan gaan ze voorbij aan de vraag wat Nederland en de Nederlanders daarbij te winnen hebben. Dat verhaal kan nog maar op een beperkt draagvlak rekenen, eigenlijk alleen bij de globaliserende elite. In het rapport halen wij het voorbeeld van de Noorse minister aan die eerst een traject startte: wat zijn de belangen van de Noren bij  een betere wereld in 2040. Als  hij die goed kon benoemen kon  hij aangeven waarom  hij er in moest investeren. Dat zouden wij ook moeten doen, anders wordt het heel moeilijk om blijvende betrokkenheid bij ontwikkelingssamenwerking te krijgen. Wij hebben daarom in het rapport een globaliseringsagenda voorgesteld met als doel na te denken over wat ons met de rest van de wereld bindt en waar onze belangen liggen. En dat moet verder gaan dan het klassieke verhaal dat we handelsbelangen hebben en dat we wereldwijd wat kunnen verkopen. Ook belangen als mondiale publieke goederen zul je moeten benoemen, en liefst zo concreet mogelijk.”

Als u nu op de stoel van Ben Knapen zou mogen zitten, wat zou u als eerste doen?
“Ben formuleert zijn eigen prioriteiten, die ga ik niet voor de voeten lopen. Met het rapport bepleiten we een soort dubbelslag. Enerzijds doorgaan met de klassieke hulp. Daarin kun je nog wel een slag maken als je een goede landenanalyse maakt, voor langere tijd toegevoegde waarde weet te genereren, en Nederlandse deskundigheid een plek geeft. Als tweede: de meeste ontwikkelingsvragen gaan op lange termijn geadresseerd worden  als vraagstukken van coherentie op internationaal niveau en als kwesties van mondiale publieke goederen. Nederland moet daar een strategie in ontwikkelen. Voor de komende tien jaar is de opdracht om de eerste component niet onmiddellijk af te stoten maar tegelijkertijd voorbereiding te treffen om ontwikkelingsvraagstukken te benoemen als onderdeel van regionale en mondiale vragen. Die omslag zou het kabinet voor kunnen bereiden. Directe hulp zal steeds meer beperkt blijven tot Afrika, en het accent komt gaandeweg op strategieën op het gebied van bijvoorbeeld voedselveiligheid, inclusief de vraag hoe we er voor kunnen zorgen dat Afrikaanse landen voldoende kunnen verdienen aan hun landbouwproducten en de baas kunnen blijven over een groot deel van hun landbouwgrond.”

Het hoeven dus niet per se barre tijden voor ontwikkelingssamenwerking te worden?
“Nee, integendeel. In ons rapport zit bijvoorbeeld een uitdaging aan met name de Nederlandse hulporganisaties: jullie claimen wel dat je al die civil societies kent, maar laat de professionaliteit en deskundigheid maar eens blijken in goede landenanalyses. Het antwoord van de organisaties is daar nog niet op gekomen. In het regeerakkoord wordt ‘het maatschappelijk middenveld’ als een van de sterke punten van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking geïdentificeerd. Dus heb je in ieder geval, met dank aan dit regeerakkoord, weer een vervolgperspectief. Het kan leiden tot de – voor sommigen misschien wat cynische – situatie dat de regering Rutte de beste impuls heeft gegeven aan de Nederlandse ontwikkelingssector.”
Tekst Hans Ariëns, IS

Kamer steunt beleid Knapen

maandag, december 6th, 2010

Staatssecretaris Ben Knapen voor Ontwikkelingssamenwerking kan waarschijnlijk door met zijn beleidsvoorstellen.

Een poging van een brede oppositie om de bezuinigingen op de hulporganisaties trager door te voeren of om de extra korting van 250 miljoen euro te verminderen, haalt zonder de steun van regeringspartij CDA geen meerderheid.

Dat bleek maandag tijdens het eerste grote debat met Knapen over zijn beleid. Het CDA wil weliswaar ook een lager tempo en geen extra kortingen, maar Tweede Kamerlid Kathleen Ferrier van deze partij zei dat ze er nog eens goed naar moet kijken.

”Het gaat om grote bedragen. Er is weinig ruimte op de begroting om te verschuiven”, zei ze na het debat.

Knapen komt volgend voorjaar met de uitwerking van zijn basisbrief, die hij eind november presenteerde. Kern daarvan is dat Nederland niet langer 0,8 van het bruto nationaal product aan ontwikkelingssamenwerking besteedt, maar de internationale norm van 0,7 procent aanhoudt.

Dat is een teruggang van 5 naar 4 miljard in twee jaar tijd. Ook wil hij toe naar meer economische ontwikkeling, waar Nederlandse bedrijven ook van profiteren.

De Tweede Kamer kan nog wel een spaak in het wiel steken van de beoogde bezuinigingen op hiv/aids-programma’s van 82 miljoen euro in 2011.

VVD en CDA zoeken naar andere dekkingen maar weten nog niet precies welke. De meeste andere partijen zijn ook tegen de bezuiniging en zoeken ook.

Knapen zelf vindt deze bezuiniging ook jammer, zei hij, maar wil die wel doorzetten. Nederland blijft volgens hem internationaal een grote donor voor aidsbestrijding. Wel zegde Knapen D66 toe om echt kwetsbare groepen bij de aidsbesparingen te ontzien.

Bezuinigingen Knapen zijn amputatie

maandag, december 6th, 2010

“Dit is geen korting meer te noemen. Dit is een amputatie,” schrijft Gert van Maanen, lid Raad van Toezicht Cordaid in Trouw van zaterdag 4 december. Van Maanen verbaast zich over het positieve hoofdredactioneel van de krant over de aangekondigde bezuinigingen van 142 miljoen euro voor ontwikkelingsorganisaties. Het overgrote deel van die bezuinigingen komt terecht bij de vier allianties Icco, Cordaid, Novib en Hivos.

“De vier hebben, in de loop van tientallen jaren, daartoe gestimuleerd en mede gefinancierd door de overheid, een uitgebreid overzees netwerk opgebouwd. Dat netwerk omvat meer dan 3000 grotere en kleinere, lokale organisaties in ontwikkelingslanden, die zich alle bezighouden met de onderkant van de samenleving. Van de machthebbers ter plekke krijgen zij geen steun, van Nederland wel,” schrijft Van Maanen. “Als gevolg van de bezuinigingen moet de samenwerking met een kwart van deze 3000 organisaties worden beëindigd.” En er is geen overgangsfase, waarin zij andere financiers kunnen zoeken.

De staatssecretaris wil in de toekomst het subsidiestelsel verder ter discussie stellen. Knapen vindt dat de ontwikkelingsorganisaties hun geld meer uit de samenleving moeten halen. Van Maanen vindt dat een vreemde redenering. “de zes grootste ontwikkelingsorganisaties
hebben samen bijna 2,4 miljoen donateurs. Al die donateurs samen dragen jaarlijks 250 miljoen euro bij, een enorm bedrag. Er zijn nauwelijks voorbeelden te bedenken van een groter draagvlak. Bovendien zijn er weinig staatssecretarissen met zo’n grote achterban, die zich zo duidelijk manifesteert.”

“Ben Knapen schrijft dat het nieuwe beleid zich moet concentreren op ontwikkelingsthema’s waar Nederland sterk is en het verschil kan maken. Hij wil alleen nog projecten steunen met ’herkenbare Nederlandse meerwaarde door kennis, ervaring en betrokkenheid van de samenleving’. Prima! In dat verband concludeert Knapen dat voedselzekerheid en water hoog scoren en derhalve speerpunten worden van het nieuwe beleid. Nederland gaat een zwaarder accent leggen op economische factoren dan op sociale. Maar waar was Nederland ook alweer goed in? Ons land krijgt juist internationale waardering voor de vele kennis en ervaring met juist de meer sociale aspecten
van ontwikkelingssamenwerking.”

Verbod EU goedkope medicijnen voor ontwikkelingslanden dreigt

woensdag, december 1st, 2010

Stella’s leven is in balans. Vier jaar geleden werd ze geboren, HIV-positief. Haar moeder, Rebecca Mbabazi, 23 jaar jong, ondekte net als veel andere moeders in Oeganda, dat ze besmet was met het virus toen ze al zwanger was.

Moeder en dochter leven aan de rand van het Bwindiwoud in het westen van het land. Het gebied is beroemd vanwege de gorilla’s, maar werd berucht door het hoge aantal HIV / Aids besmettingen.

Net als de meeste kinderen houdt Stella niet van pillen – ze trekt een komisch gezicht als de medicijnen ter sprake komen. Maar ze neemt ze trouw in, twee keer per dag. Dat redt haar leven. Maar hoe lang nog? Als het aan de Europese Unie ligt zal de levering van goedkope medicijnen, waar Stella afhankelijk van is, stoppen.

Op Wereld Aids Dag publiceert de Britse krant The Independent het schokkende verhaal van Stella en de noodzaak van goedkopen medicijnen.

De medicijnen waar Stella’s leven van afhangt komen uit Hyderabad, India. De stad is het centrum van de farmaceutische industrie die miljoenen mensen in ontwikkelingslanden het leven heeft gered. India is, door de produktie van goedkope, uit het Westen gekopieerde medicijnen, de “apotheek van de derde wereld” geworden. Het land levert meer dan 80 procent van de aidsremmers in Afrika. Door deze farmaceutische produktie zijn de kosten van behandeling van een HIV-patiënt in een ontwikkelingsland gedaald van 500 dollar per jaar naar 70 dollar.

Volgende week kan daar wel eens een einde aan komen. De EU begint dan in Brussel handelsbesprekingen met India. Een van de agendapunten is het patentrecht van de Europese farmaceutische industrie. Als de onderhandelingen tot een akkoord leiden, kan dit wel eens het einde van de goedkope HIV-medicijnen zijn. De ontwikkeling van nieuwe en goedkope medicijnen zal een vertraging oplopen van 10 tot 15 jaar.

Artsen Zonder Grenzen voert actie tegen het voorstel van de EU.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Mexico-Stad ook op de fiets

dinsdag, november 30th, 2010

Mexico-stad wil zijn 20 miljoen inwoners ook in de toekomst mobiel houden. De fiets is het vervoermiddel dat dit mogelijk moet maken. Na een half jaar heeft het ‘witte-fietsen-plan’ van de megastad al 10.000 vaste gebruikers.

Mexico-Stad, een van de grootste steden in de wereld, stapt op de fiets. Tot voor kort moest je zelfmoordneigingen hebben om je op je fiets in de enorme verkeerschaos te begeven, maar nu zijn er al zes wijken waar de fiets oprukt en de automobilist leert rekening te houden met de nieuwe weggebruikers. Ecobici, ‘het individuele transportsysteem’, is een groot succes. Na een half jaar heeft het ‘witte-fietsen-plan’ van de megastad al 10.000 vaste gebruikers.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Het doel van burgemeester Marcelo Ebrard, die ruim 20 miljoen ingezetenen mobiel moet houden, is dat aan het eind van zijn ambtstermijn in 2012 5% van het plaatselijke transport door de fiets is overgenomen. Nu is dat 1,5%, hoofdzakelijk in de stille buitenwijken. Ebrard geeft zelf het goede voorbeeld door iedere eerste maandag van de maand zijn helm op te zetten en van zijn huis naar het stadhuis op het krankzinnig drukke Zócalo-plein te fietsen.

De opzet van het project Ecobici is op de korte afstanden van 100 meter tot drie kilometer de auto te vervangen door de fiets. Daarvoor zijn 85 fietsstations ingericht, met ruim 1100 rijwielen. Veel van die stations liggen in de buurt van metrouitgangen, winkelcentra en haltes van de metrobus, de vrije busbaan die het openbaar vervoer in Mexico-Stad geweldig heeft verbeterd. Het stadsbestuur heeft ruim 4 miljoen euro geïnvesteerd in het fietsenplan. Op dit moment functioneert het in de wijken Condesa, Hipódromo, Hipódromo Condesa, Roma Norte, Cuauhtémoc en Juárez.

Na inschrijving ontvangt de gebruiker een kaart waarmee hij of zij tussen 6 uur ‘s ochtends en middernacht op de stations elektronisch een fiets kan ontgrendelen. De basisprijs is 300 pesos (bijna 13 euro). Voor dat bedrag mag je een jaar lang tot een half uur per keer gratis een fiets gebruiken. Tussen een half uur en een uur kost het tien pesos (60 eurocent), langer dan een uur betaal je 35 pesos (2 euro) per uur. Als je de fiets binnen 24 uur niet heb teruggebracht kost dat 5000 pesos (300 euro).

Critici noemden het project onhaalbaar omdat de fietsen massaal gestolen zouden worden. De stad ging zelf uit van 30% verlies aan fietsen door diefstal, ongelukken en vandalisme. Bij de eerste tussenbalans zei Ebrard echter dat alle verwachtingen zijn overtroffen: in een half jaar tijd is niet één fiets gestolen.

De fiets is niet alleen het goedkoopste en milieuvriendelijkste transportmiddel voor de stad, aldus de burgemeester, maar ook het snelste: een gemiddelde snelheid van 16,4 kilometer per uur tegen de auto 12 kilometer per uur. De automobilisten moeten nog wel even wennen aan het nieuwe fenomeen en de splinternieuwe fietspaden, bijvoorbeeld op de Paseo de la Reforma, de centrale boulevard van de stad. En de voetgangers hebben het nog wat moeilijker, want de beginnende fietsers kiezen voorlopig massaal voor de stoep.

Cees Zoon is journalist en schrijver met als standplaats Latijns-Amerika

Bron: Change Magazine

Maar landarbeiders in V.S. rechteloos

maandag, november 29th, 2010

Terwijl Ethiopische boeren in samenwerking met natuurbeschermers kans zien hun bestaansmogelijkheden te verbeteren, ontberen miljoenen landarbeiders zonder papieren op boerderijen in zuidelijke staten in de Verenigde Staten basisrechten.

Een nieuw onderzoek van de Southern Poverty Law Center over de positie van vrouwelijke landarbeiders laat zien dat er in de Verenigde Staten minstens 4,1 miljoen ongedocumenteerde landarbeidsters leven en werken. Deze vrouwen verdienen vaak minder dan het minimumloon, hebben geen recht op ziekte- en vakantiedagen, en hebben geen ziektekostenverzekering. Het legaliseren van deze ongedocumenteerden zal het BNP van de Verenigde Staten binnen 10 jaar verhogen met 1,5 biljoen dollar. Omgekeerd, als de Amerikaanse overheid de ruim 10 miljoen ongedocumenteerden zal deporteren, zal het BNP dalen met 2,6 biljoen dollar. Ruim 60 procent van de landarbeiders in de Verenigde Staten heeft geen papieren; 22 procent van hen is vrouw. Een groot aantal ongedocumenteerden komt dagelijks in aanraking met giftige stoffen en straling. Een kwart van de arbeiders in de vleesindustrie is ongedocumenteerd. De helft ervan is afkomstig uit Latijns-Amerika en ruim de helft is vrouw. Zo’n 80 procent van de landarbeidsters is slachtoffer van ongewenste initimiteiten. Duizenden vrouwen worden gedwongen seks te hebben met landeigenaars om hun baan te behouden.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Documentaire: Het klimaatspel en de armen op de wereld

dinsdag, augustus 17th, 2010

Het International Institute for Environment and Development (IIED) laat in haar documentaire The Climate Game and the World’s Poor zien hoe onderhandelingen tijdens de Klimaattop in Kopenhagen mislukten. De film (lengte 41 minuten) maakt duidelijk hoe diplomatie een spel tussen landen wordt, waar vooral de inwoners van ontwikkelingslanden de verliezers zijn.

Zet Javascript en Flash aan om deze Blip.tv video te zien.

Initiatief Duurzame Handel wil handelsstromen verduurzamen

donderdag, juli 1st, 2010

Ruim 60 bedrijven en 8 maatschappelijke organisaties ondertekenden dinsdag 29 juni het actieplan Duurzame handelsstromen. Het Actieplan Duurzame Handel 2011-2015 (pdf) voorziet in de verduurzaming van internationale grondstofstromen zoals cacao, thee, tropisch hout, palmolie en soja. Met een jaaromzet van 37 miljard euro en directe banen voor 61.000 Nederlanders leveren deze sectoren een belangrijke bijdrage aan de Nederlandse economie.

Andersom kan  Nederland in deze sectoren een rol spelen als kenniscentrum van efficiënte landbouwtechnieken en aanjager van duurzame productie. Ook veel internationale bedrijven onderschrijven het actieplan en samenwerking met de overheid zal tot internationale verbreding  leiden.

De 60 bedrijven en 8 maatschappelijke organisaties werken nu al onder regie van IDH (Initiatief Duurzame Handel) samen aan de verduurzaming van hun handelsketens. Dick Boer van Ahold Nederland, een van de opstellers van het plan: “In veel sectoren spelen wij al een rol. Daarom hebben wij samen met IDH dit actieplan opgesteld”.

De urgentie voor bedrijven om te verduurzamen is hoog. Johan van de Gronden, directeur Wereld Natuur Fonds Nederland: “We kunnen de aarde niet blijven uitwonen. Soja productie kan én mag niet meer ten koste gaan van tropisch regenwoud”. Peter ter Kulve, van Unilever Benelux: “De aarde is eindig. We moeten groei niet langer lineair definiëren, maar cyclisch. Grondstoffen worden schaars en duurder.”

Dick Boer: “Wij willen in 2015 dat al onze huismerken duurzaam zijn geproduceerd. Onze klanten verwachten dat ook.’ Peter ter Kulve: ‘Verduurzaming is een verlicht eigen belang voor bedrijven en is essentieel voor de Nederlandse concurrentiepositie. Het wordt de core strategie van internationale bedrijven als Unilever.  We zijn palmolie aan het verduurzamen. We willen in 2015 dat al onze thee duurzaam wordt geproduceerd. Dat zijn enorme klussen waar we NGO’s en overheden hard bij nodig hebben”.

YouTube voorvertoningsafbeelding