Archief voor de categorie ‘Culturen’

Homo-acceptatie Marokkanen met stapjes vooruit

donderdag, februari 2nd, 2012

De negatieve houding ten opzichte van homoseksualiteit in de Marokkaanse gemeenschap moet verdwijnen, vindt het Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders (SMN). Niet alleen om Marokkanen te helpen de weg te vinden in de Nederlandse samenleving, maar ook omdat Marokkaans-Nederlandse homoseksuele, biseksuele lesbische en transgender jongeren in hun gemeenschap in de knel komen.

Met de aanbieding van het rapport “Op zoek naar balans, homo-emancipatie onder Marokkaanse Nederlanders” sloot het SMN gisteren een drie jaar lopend project af.
 
Drie jaar lang werd er in de Marokkaanse gemeenschap gediscussieerd. Door jongeren, ouderen en met religieuze leiders. Aanvankelijk reageerde een deel van de achterban van het SMN negatief op het thema van het programma, maar de initiatiefnemers zetten door. “In de sfeer van respect voor elkaars vrijheid en identiteit moeten we durven spreken over homogeweld en discriminatie.”
 
Rekening houdend met de gangbare opvattingen in de gemeenschap bewoog SMN zich door het mijnenveld van vooroordelen en misvattingen. In bedekte termen werden dialoogbijeenkomsten en theater stukken over ‘seksuele diversiteit’ aangekondigd. Wie te ver voor de troepen vooruitloopt, zoals Ahmed Marcouch wel eens wordt verweten, verliest de achterban die hij nu juist wil overtuigen. “Marcouch gebruikt zijn bekendheid om een minderheidsstandpunt te verkondigen”, zegt Hasib Moukaddim van SMN. “ Dat kan. Wij willen de kritische massa in de gemeenschap aanboren om te praten, begrip te kweken en tot acceptatie te komen.”
 
Langzaam  ontstond er meer openheid. Voor een deelneemster aan een dialoogbijeenkomst viel ineens het gedrag van een vriendin, veertig jaar geleden, op zijn plaats. Voor het eerst spraken ouders en jongeren openlijk over homoseksualiteit. Soms in termen van ziekte en zonde, maar vaak ook in de overtuiging dat oordelen aan Allah is. Na een geanimeerde discussie in Amsterdam Nieuw-West spraken buurtbewoners af dat iedereen mag vinden wat hij vindt, maar dat iedereen zich in de wijk veilig moet voelen en zich moet kunnen uiten. Abdelkader Salhi van Attanmia, een van de partners het project, benadrukt het belang van openheid in het gezin. “ Hoe je over de ander praat heeft echt met je opvoeding te maken.”
 
Verlichtingsfundamentalisme
 
De aanname dat de islam homoacceptatie in de weg staat is te gemakkelijk, vinden deelnemende organisaties. Religie is ingebed in cultuur, en die is veel breder. “Homo-vijandigheid heeft ook te maken met hoe je aankijkt tegen mannelijkheid, vrouwelijkheid en voortplanting”, zegt socioloog Laurens Buijs, en komt in alle bevolkingsgroepen voor.” Onderzoek van onder meer Buijs en Duyvendak toont aan dat daders van geweld tegen homo’s niet ‘voornamelijk door moslims, met name Marokkanen’ wordt gepleegd zoals de PVV beweert.
 
Ook Nederland krijgt een veeg uit de pan: “Nederlanders zijn homo’s gaan zien als de grote verliezers van de multiculturele samenleving”, schijft Buijs in de SMN publicatie. Hij hekelt het ‘verlichtingsfundamentalisme’ . “De homo-emancipatie werd in Nederland als voltooid beschouwd totdat migranten (met name moslims) roet in het eten gooiden omdat zij geen kaas hebben gegeten van ‘onze’ verlichtingsidealen. Fijntjes wijst Buijs erop dat homotolerantie niet in de Nederlandse genen verankerd zit . Tot 1971 konden homo’s strafrechtelijk worden vervolgd. En de helft van de VVD-fractie stemde in 1996 nog tegen het homohuwelijk.
 
Uit de kast?
 
Voor emancipatie van homo’s bestaat geen blauwdruk. Waar voor Nederlanders ‘uit de kast komen’ het ultieme doel lijkt te zijn, ligt dat onder Marokkaanse homojongeren niet zo scherp. Zij maken zich zorgen om het geluk van hun ouders en willen niet confronteren, maar verzoenen. Een reden waarom allochtone homo’s zich vaak niet thuis voelen bij het activistische COC. De Marokkaanse homojongeren in het panel in Rasa zijn allemaal uit de kast, zij het dat sommigen daar een hoge prijs voro betaalden. Zij zouden niet zomaar iedereen adviseren met zijn geaardheid naar buiten te komen. “Het is maatwerk”, zegt Mohammed Chaibi, “iedereen kent zijn eigen familie het beste.” Ikram Daaraoui voegt toe: “Het hangt ook af van hoe sterk je bent en hoe groot je netwerk is. Steun van anderen wanneer je besluit uit de kast te komen is heel belangrijk.”
 
Of ze er nooit genoeg van heeft om altijd maar door het leven te gaan met het etiket ‘Ikram, de Marokkaanse lesbienne’ terwijl een mens meer is dan zijn geaardheid. “Tja, Ikram is Marokkaans en Ikram is lesbisch”, zegt ze . “ Zolang het nodig is moet dat gezegd worden.”
 
‘Het is niet jouw taak om liefde te zeken, maar om binnen jezelf alle barrières te zoeken en te vinden die je ertegen hebt opgebouwd’ citeert het SMN de Perzische denker Rumi. De kritische massa is in beweging gekomen. Langzaam.

Bron: Wereldjournalisten

Islamofobie in Nederland wijder verbreid dan gedacht

donderdag, januari 19th, 2012

Tussen 2005 en 2010 waren er meer dan honderd incidenten bij moskeeën in Nederland. En dat zijn er opvallend meer dan in andere landen. Dat blijkt uit een nieuw boek over islamofobie en discriminatie. De daders gaan meestal vrijuit en moslims doen vaak geen aangifte. 

In de jaren negentig gold Nederland als uitzonderlijk tolerant tegenover andere godsdiensten, zegt emeritus hoogleraar Frank Bovenkerk van de Universiteit van Amsterdam. ‘Tot opeens uit enquêtes bleek dat zich een aanzienlijke weerzin tegen de islam aan het ontwikkelen was. De onderzoekers dachten: dat kan haast niet, zo’n breuk met het verleden. Maar het was wel zo.’ 

Vervolgens kwamen de aanslagen van 11 september 2001 en de moord op filmmaker Theo van Gogh, in 2004. De Nederlandse politiek wakkerde de moslimhaat nog verder aan, vindt Bovenkerk: ‘Toenmalig vicepremier Gerrit Zalm zei na de moord op Van Gogh: ‘We zijn nu in oorlog’.' 

In de Verenigde Staten ging dat anders. Bovenkerk: ‘Het eerste wat president Bush deed na 9/11, was naar de moskee gaan omdat hij wist: ik moet mijn relatie met de moslimbevolking niet verpesten. Dus daar waren ze heel zorgvuldig in. Maar in Nederland zijn we opmerkelijk makkelijk meegegaan met politici als Pim Fortuyn en later Geert Wilders, die de weerzin tegen de islam voor politiek gewin gingen gebruiken.’ 

Ineke van der Valk deed onderzoek naar ‘Islamofobie en discriminatie’, zoals haar boek heet, dat deze donderdag verscheen. Zij telde 117 incidenten bij moskeeën in Nederland tussen 2005 en 2010. In de Verenigde Staten waren dat er in die periode 42. Het ging om brandstichtingen, bekladdingen, vernielingen en nog veel meer. 

‘Een poederbrief, een telefonische bedreiging maar ook acties als het ophangen van een dood schaap aan een gevel, waarbij dan op de vacht de tekst ‘No Mosque!’ stond. Of een varkenskop. Of de muur besmeuren met schapenbloed of varkensbloed, wat moslims als provocerend en beledigend ervaren,’ zegt Van der Valk. 

Die incidenten waren opvallend vaak in kleinere plaatsen. In de grote steden is de acceptatie van migranten groter omdat ze daar al veel langer wonen, denkt de onderzoekster.

Lang niet alle incidenten bleken te zijn gemeld. Soms op advies van de politie, soms omdat moskeebesturen bang waren voor herhaling. Het komt ook door een zekere nonchalance, zegt Aissa Zanzen van de Marokkaanse Moskeeorganisaties Amsterdam en Omstreken. 

‘Mensen redeneren: dat gebeurt nou eenmaal. De samenleving is verhard, er is een klimaat, en dat hoor je elke keer in de media, dat moslims de schuld krijgen van alles en nog wat. Daarnaast denken mensen ook dat de politie er toch niets aan doet, en aangifte doen kost te veel tijd. Een andere factor kan zijn de taalbeheersing, dat is toch een hobbel.’ 

De daders werden zelden opgespoord: in 99 van de 117 gevallen zijn ze niet bekend. ‘Dat geeft te denken’, zegt Van der Valk, ‘het wordt tijd dat justitie en politie daar meer aan doen.’

Dan is er nog de islamofobie op internet. Ronald Eissens van het Meldpunt Discriminatie Internet: ‘In 2011 waren er 290 meldingen van islamofobe uitingen, bijna eenvijfde van het totaal aantal meldingen over discriminatie.’ 

Discriminatie op het Nederlandstalige deel van internet wordt steeds meer ‘mainstream’, aldus Eissens: ‘Van de donkere vieze steegjes gaat het naar het volle daglicht, naar de populaire webfora, die iedereen leest.’

Wat valt hier tegen te doen? Ineke van der Valk: ‘Je moet serieus werken aan de sociale problemen die een rol spelen bij waarom mensen gaan discrimineren. Wie slachtoffer wordt van een misdaad door een moslim, is sneller geneigd tot discriminatie.’ 

‘Daarnaast moet je de openheid van de samenleving benadrukken en de waarden van diversiteit hooghouden. Noorwegen deed dat heel goed na de aanslag van Anders Breivik’, vindt Van der Valk. ‘Ik denk dat we daar een voorbeeld aan kunnen nemen omdat hier onder politici te veel de neiging bestaat om weg te kijken en te hopen dat de islamofobe mode overwaait. We moeten veel meer ons eigen verhaal houden en staan voor waarden die we belangrijk vinden, voor democratie en rechtsstaat.’

Bron: Radio Nederland Wereldomroep

Hoofdzaken: Hoofddoek en Hoofdboek

maandag, december 12th, 2011

Onderzoeksbureau Motivaction heeft onderzoek laten uitvoeren onder 1570 moslima’s (met en zonder hoofddoek) en andere Nederlandse vrouwen.

Moslima’s dragen hoofddoek uit vrije wil en niet uit onderdrukking. Dat zeggen bijna negen op de tien hoofddoekdraagsters. Van alle draagsters zegt 87% zelfs nooit aan haar keuze te twijfelen. Dat blijkt uit een landelijk onderzoek dat werd uitgevoerd ter gelegenheid van de publicatie van ‘Hoofdboek’, een grootschalig project dat Nederlanders een kijkje geeft in de wereld van hoofddoekdraagsters. Zes op de tien Nederlandse moslima’s in de leeftijd van 15 tot 35 jaar draagt tegenwoordig een hoofddoek. In tegenstelling tot wat Nederlanders denken, beginnen zij hiermee niet op hun 13e, maar gemiddeld pas als ze 19 jaar oud zijn. Slechts 16% is 13 of 14 jaar als ze voor het eerst een hoofddoek draagt. Het Nationaal Hoofddoekonderzoek maakt korte metten met vooroordelen die er onder Nederlanders heersen met betrekking tot dit beladen kledingstuk.

Zo blijkt uit de onderzoeksuitkomsten dat in meer dan de helft van de gezinnen (53%) waar de moeder een hoofddoek draagt, niet alle of zelfs geen enkele dochter dit ook doet. In totaal dragen 80.000 moslima’s een hoofddoek; 40.000 niet. [...]

De vrouwen dragen de hoofddoek met trots (93%). In tegenstelling tot wat sommige Nederlanders denken en zeggen, draagt slechts 15% een doek om haar aantrekkelijkheid te verbergen. 88% van de draagsters vindt dat je er met een hoofddoek aantrekkelijk uit kan zien. Veel Nederlanders (48%) blijken helemaal geen problemen te hebben met de hoofddoek. Vooral onder jongeren nemen het begrip en de tolerantie toe; van de vrouwelijke leeftijdsgenoten heeft 63% geen probleem met de hoofddoek.

Duidelijk beleid bij bedrijven
De acceptatie binnen bedrijven lijkt minder voorspoedig te verlopen. Volgens het merendeel van de ondervraagde moslima’s (62%) nemen Nederlandse bedrijven liever geen vrouwen met een hoofddoek in dienst. Dat beeld blijkt zelfs in versterkte mate te bestaan bij autochtone leeftijdsgenoten (78%). Veel bedrijven lijken het onderwerp echter dood te zwijgen en niet duidelijk te communiceren of – en in welke functies – ze een hoofddoek acceptabel vinden. Iedereen is unaniem in zijn oordeel: de meerderheid vindt dat ondernemingen meer duidelijkheid moeten bieden op dit vlak.
Het draait hierbij niet om het feit of bedrijven wel of geen hoofddoek op werkvloer toestaan. Het gaat de vrouwen om vooral om het scheppen van duidelijkheid. Als bedrijven hoofddoeken op de werkvloer niet toestaan, is dat niet per definitie een reden tot een boycot, zo blijkt. Moslima’s zijn hierin nog stelliger dan andere leeftijdsgenoten: 36% (vs. 28%) zou nog steeds producten kopen van bedrijven die het verbieden om een hoofddoek te dragen.
Opvallend is dat 18% van de niet-draagsters in het verleden wel een hoofddoek heeft gedragen. 31% geeft aan zich prettiger te voelen zonder. Toch geeft 41% aan gestopt te zijn met het bedekken van het haar om de kansen op een baan te vergroten. Ook discriminatie in het algemeen (19%) is een reden om niet langer een hoofddoek te dragen.

Werken met een hoofddoek
Het dragen van een hoofddoek onder werktijd is een beladen onderwerp, met veel verschillende meningen. Deze meningen zijn ook sterk verdeeld onder de respondenten van het hoofddoekonderzoek. Zo vindt 85% van de hoofddoekdraagsters dat je in elk beroep een hoofddoek moet mogen dragen. Moslima’s die hun haar niet bedekken zijn hier terughoudender in (58%), net als andere leeftijdsgenoten (29%). Beroepen waarin het volgens Nederlanders geen bezwaar is om een hoofddoek te dragen, zijn:
1. Schoonmaakster (84%)
2. Radiopresentatrice (82%)
3. Caissière supermarkt (70%)
4. Buschauffeur (58%)
5. Verpleegster (54%)

Toelichting op het onderzoek
Het Nationaal Hoofddoek Onderzoek is uitgevoerd door onderzoeksbureau Motivaction, in opdracht van het magazine Hoofdboek. Deels online, deels face tot face zijn moslima’s met en zonder hoofddoek en andere Nederlandse vrouwen in de leeftijd van 15-35 jaar geïnterviewd. Daarnaast is een aantal vragen uit het onderzoek ook gesteld aan de Nederlandse bevolking van 18 – 70 jaar. In totaal deden 1570 respondenten mee. Meer informatie: motivaction.nl.

Op basis van het onderzoek concludeert men dat zes van de 10 Nederlandse moslima’s in de leeftijd van 15-35 jaar een hoofddoek draagt. Het onderzoek richt zich, onder andere, op het ontkrachten van enkele misverstanden zoals hierboven al is vermeld. Meer precies betreft dit: Het Nationale Hoofddoek Onderzoek

Misverstand 1. Alle moslima’s moeten een hoofddoek dragen.
Misverstand 2. Alle meisjes beginnen op hun dertiende met een hoofddoek.
Misverstand 3. Moslima’s dragen de hoofddoek niet uit vrije wil.
Misverstand 4. De hoofddoek is er om de aantrekkelijkheid te verbergen.
Misverstand 5. Nederland heeft een probleem met de hoofddoek.

Interessant zijn ook de volgende uitkomsten:
•Gemiddeld hebben de vrouwen 34 hoofddoeken in de kast.
•Welke hoofddoek gedragen wordt, wordt bepaald door de stemming van de dag en of het een speciale dag is zoals tijdens de Ramadan, bruiloften en feestdagen en koninginnedag.
•Een hoofddoek wordt gezien als een belangrijke persoonlijke accessoire, maar worden ook frequent geruild binnen familie- en vriendenkring.
•Hoofddoek zouden steeds ‘modieuzer’ worden, dat wil zeggen gekleurd/veelkleurig en afgestemd op de rest van de kleding
•Naast een fashionstatement is een hoofddoek voor de dames primair een uiting van geloof en onderdeel van de eigen identiteit
•Favoriete winkels voor het kopen van de hoofddoek: Turkse en Marokkaanse winkels, H&M, V&D en Zara.
•Velen lijken te verklaren dat de hoofddoek pas wordt gedragen wanneer men ‘er klaar voor is’.
•Van de Nederlandse niet-moslims (denk ik) blijkt 8% voorstander van een hoofddoekenbelasting en 22% vindt dat de hoofddoek verboden moet worden.
•De Nederlandse moslima’s vinden de commotie over de hoofddoek zorgwekkend, eng en vervreemdend. De indruk die men heeft van de mening van ‘de Nederlander’ over de hoofddoek speelt mee in de beslissing wel of geen hoofddoek te dragen.
•Overigens vindt 23% van de Nederlandse bevolking (incl. moslima’s?) dat Nederland toleranter moet zijn. Bij jongeren ligt dat hoger.
•We kunnen spreken van een soort ‘burgerschapskloof’. Waar in de politiek nogal moeilijk gedaan zou worden over hoofddoeken, moslims en islam, blijkt dat in het leven van de jonge Nederlandse vrouwen er veel meer saamhorigheid en tolerantie te zijn.
•Met hoofddoek de arbeidsmarkt opgaan lijkt voor nogal wat problemen te kunnen zorgen. Sommigen passen zich aan aan de negatieve druk en de hoofddoek af, anderen niet. De indruk die men heeft van het bedrijfsleven is nogal negatief. Daarbij komt dat er veel moeite lijkt te zijn om moslimvrouwen met hoofddoek te accepteren in representatieve, zichtbare en beterbetaalde banen.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Ik vind dit type onderzoeken altijd wat lastig. Een paar overwegingen hierbij:
1.Een onderzoeksbevinding op basis van 1570 respondenten extrapoleren naar 80.000 kan best, maar is ook wel wat tricky. Om dat te kunnen beoordelen zouden we meer moeten weten over de 1570 respondenten. Hoe is deze samengesteld? Wat zijn de achtergronden? Hoe verhoudt deze steekproef zich tot de algemene populatie? Wat is de non-respons? Motivaction is zeker geen simpel commercieel pruts onderzoeksbureautje, maar men blinkt vaak niet uit in methodische verantwoording en reflectie.
2.Het onderzoek maakt deel uit van een groter project ‘Hoofdboek‘ opgezet door de nieuwe stichting Cup of Culture. Deze stichting zet ‘maatschappelijke thema’s als merk neer‘. De ‘branding’ van hoofddoek heeft als doel ‘om de beeldvorming rondom het meest beladen kledingstuk te verrijken’. Dat gaat niet werken mensen. Je moet onderzoek niet insteken met als doel een verrijking of verbetering van de beeldvorming. Het werkt niet en wordt simpel (en in dit geval onterecht) weggezet als ongeloofwaardige reclame. Dat het niet werkt komt omdat alle onderzoeken die zich zo nodig moeten richten op het ontkrachten van misverstanden als ‘hoofddoeken worden gedragen onder dwang’ of ‘hoofddoeken en mode passen niet bij elkaar’ de tegenstelling tussen hoofddoek en vrije keuze of hoofddoek en mode voortdurend blijven herhalen en ook voortdurend ergens het issue van integratie herhalen. Opvallend in de hele discussie is het aspect van mode. De vooronderstelling lijkt te zijn dat zich ‘terughoudend’ kleden per definitie niet modieus en/of sexy is. Het houdt de tegenstelling tussen moslim en Nederlander in stand. Dat we nu een mooie vrouw hebben met (overigens niet heel veel verschillende typen) hoofddoeken doet daar weinig aan af.
3.De zin ‘Zodat we nu voor het eerst echt weten wat er nu leeft in “de hoofden onder de doek”‘ is tenenkrommend en doet ook geen recht aan al die onderzoeken waarin moslimvrouwen aan het woord komen over de hoofddoek. De zinsnede ‘Zodat we nu voor het eerst echt weten wat er nu leeft in “de hoofden onder de doek”‘ is ook zo problematisch omdat het moslimvrouwen vooral neerzet als exotisch, mysterieus en afstandelijk in plaats van als vrouwen van vlees en bloed met wie je gewoon een praatje kunt maken als familie, vriend, kennis, collega of buurtgenoot.
4.Onderzoeken als dit houden toch vooral het stereotype in stand dat alles waar het bij moslimvrouwen om gaat de hoofddoek is. Dat mogen vrouwen die een hoofddoek dragen misschien zelf vinden (dat blijkt niet uit het onderzoek) en dat mogen ook anti-islam politici en opiniemakers vinden, maar dat wil niet zeggen dat dat recht doet aan het leven van deze vrouwen (of aan moslima’s zonder hoofddoek).
5.Daarnaast versterkt dit type onderzoek nog een ander stereotype, namelijk dat vrouwen in het algemeen vooral bezig zijn met mooi-zijn en het volgen van de laatste mode. Dat is misschien zo voor sommige vrouwen, maar toch zeker niet alle. Er zijn meerdere overwegingen bij het kiezen van de kleding (dat is overigens wel te zien in dit onderzoek, zie hierboven).
6.Het lijkt mij dat maatschappelijke thema’s verkopen / aan de orde stellen als ‘merk’ een interessante vondst is, maar ook niet anders kan dan werken met stereotypes. Is ‘branding’ immers niet meer dan het reduceren van complexe maatschappelijke issues tot eenvoudig te hanteren stereotypes waaruit alle mogelijke diversiteit en alternatieven zijn verdwenen? Er zijn inderdaad heel interessante ontwikkelingen te zien met betrekking tot hoofddoek-mode, maar moeten we daarom vrouwen met hoofddoek gaan duwen in de mainstream schoonheidsidealen of zelfs seksistische beoordelingen? Alsof hoofddoek en schoonheid nog(!) niet bij elkaar horen en alsof mode met bijvoorbeeld skinny jeans en make-up (genoemd in het onderzoek) de enige schoonheidsjablonen zijn?
7.Let wel ik ben helemaal niet tegen onderzoek naar vrouwen die een hoofddoek dragen. Er zijn uitstekende onderzoeken die ook ingaan op de hoofddoek als mode-item. Zie bijvoorbeeld Annelies Moors: “Islamic Fashion” in Europe: Religious conviction, aesthetic style, and creative consumption‘, en het inleidende artikel van een special issue van het journal Fashion Theory van haar samen met Emma Tarlo. Laatst genoemde heeft een prachtig boek geschreven Visibly Musim – Fashion, Politics, Faith. In dit boek laat zij zien dat sluiers niet zomaar kledingstukken zijn maar altijd (en soms in een bijna overdreven manier) worden verbonden met identiteit, anders-zijn, geschiedenis en tradities, moraal, symbolen van onderdrukking of juist emancipatie met politieke statements. Zij doet dit, en dat is het sterke punt, door zaken als hoofddoek en mode te behandelen als onderdeel van het levensverhaal van de vrouwen en de persoonlijke ontwikkelingen die zij hebben doorgemaakt. Het motivaction onderzoek hier laat een glimp zien door (als zoveelste onderzoek) te stellen dat veel vrouwen misschien later een hoofddoek willen dragen, als ze er klaar voor zijn, als ze er sterk genoeg voor zijn. Maar verder dan dat komt men niet. Emma Tarlo wel en zij laat zien welke verschillende afwegingen vrouwen maken in verschillende fases van hun leven. Het wel of niet dragen van een hoofddoek is geen teken van een afgeronde definitieve identiteit, maar onderdeel van een persoonlijke reis in het zoeken naar een identiteit en naar zingeving. Zaken waar iedereen, niet alleen moslima’s, zich wel iets bij kunnen voorstellen. In plaats van het nogal homogeniserende 1 vrouw, 100 hoofddoeken, laat Tarlo zien dat er sprake is is van 100-en vrouwen en 1000-en kledingstukken in verschillende levensfases.

Bron: Closer

Het vreemde en het eigene

dinsdag, december 6th, 2011

Op 21 en 22 oktober dit jaar vond in het Academiegebouw in Groningen de wetenschappelijke conferentie Het vreemde en het eigene. Eenheid en verscheidenheid inzake mensenrechten en democratie plaats.

Vijftig wetenschappers uit onder andere de VS, Engeland, Turkije, Zuid-Korea, België en Nederland discussieerden aan de hand van elf voor de conferentie geschreven papers over toekomst en beleid ten aanzien van burgerschap in een multiculturele samenleving, de problematische verhouding tussen wereldburgerschap en de nationale staat, interetnische verhoudingen en mensenrechten. 
 
De conferentie werd geopend door Chris Huinder, bestuurssecretaris van FORUM. Hij sloot aan het einde van vrijdagmiddag de conferentie af en bedankte alle deelnemers voor hun inspirerende bijdragen. Hij merkte daarbij onder andere op dat FORUM nu een veelheid aan benaderingen en begrippen had meegekregen op basis waarvan we in staat moeten zijn analytisch dieper in de problematiek van de moderne multiculturele samenleving te kunnen doordringen en daardoor nog slagvaardiger met gedegen beleidsvoorstellen te kunnen komen.

De burgemeester van de stad Groningen, Peter Rehwinkel, verwelkomde de conferentiegangers namens de Provincie Groningen, de Universiteit Groningen en de Stad Groningen op donderdag in het stadhuis.

Een verslag van de conferentie is gebundeld onder de titel ‘Strangeness and Familiarity’. Te bestellen bij Forum. De afzonderlijke hoofdstukken zijn op de website te downloaden (pdf).

De conferentie was onderdeel van het Forumproject ‘De mens als vreemdeling’. In 2010 is het 50 jaar geleden dat het proefschrift “De Mens als Vreemdeling” van de filosoof Lolle Nauta (1929 – 2006) verscheen. FORUM grijpt dit gegeven aan om dat thema opnieuw te agenderen. In het kader van het project De mens als vreemdeling worden in het najaar van 2010 tal van activiteiten georganiseerd, zoals een publieksbijeenkomst, een wetenschappelijke conferentie, een essaywedstrijd, en een expositie. 

Binnen dit project staat de thematiek van het ‘vreemde’ en het ‘eigene’ centraal: Wat is er nog vreemd in onze inmiddels geglobaliseerde wereld? Wie is nog vreemdeling voor wie? Welke inhoud hebben begrippen als ‘het vreemde’ en ‘het eigene’ eigenlijk nog in een globale context? Hoe gaan wij, westerlingen om met de vreemdeling, en hoe kijkt die vreemdeling vanuit zijn of haar perspectief tegen ons aan? En wat betekent dat bijvoorbeeld voor de politiek.
 
Het project De mens als vreemdeling is een initiatief van FORUM. Het wordt uitgevoerd in samenwerking met de faculteit Wijsbegeerte van de Rijksuniversiteit Groningen, en met steun van de gemeente Groningen en het Je Maintiendrai Fonds.

Marokkaanse jongeren over homoseksualiteit

dinsdag, november 29th, 2011

22 Overwegend Marokkaanse (hetero) jongen praatten het afgelopen weekend met elkaar en met homo’s over hun perceptie van homoseksualiteit. Hun indrukken zijn vastgelegd in een korte videoreportage.

In De Dialoog praten mensen met verschillende achtergronden samen over homoseksualiteit. In een open gesprek wisselen zij hun ideeën en ervaring uit vanuit een culturele, religieuze of levensbeschouwelijke achtergrond. Stichting Malaica is gericht op het wegnemen van acceptatieweerstanden als gevolg van fricties en frustraties over homoseksualiteit. Samen organiseerden zij 26 en 27 november het “Shout Out.Respect 4 Diversity” trainingsweekend over homoseksualiteit voor 22 overwegend Marokkaanse jongeren . De hetero meiden en jongens hebben veel indrukken opgedaan, zo blijkt uit het videoverslag van de dag. Vooral de ontmoeting met ‘echte homo’s’ op zaterdagmiddag deed ogen openen. De meiden komen zichtbaar in beeld met hun ervaringen. Na enig aandringen wilde enkele Marokkaanse jongens wel vragen beantwoorden, mits ze niet herkenbaar in beeld zouden komen.

Bron: Wereldjournalisten

YouTube voorvertoningsafbeelding

Nasrdin Dchar en Yesim Candan over dromen en angst

zaterdag, oktober 1st, 2011

“Voor dromen, tegen angst.” De kern van de speech van Nasrdin Dchar, die op 30 september het Gouden Kalf voor beste acteur in ontvangst mocht nemen. In wat al het beste dankwoord ooit wordt genoemd, haalde hij ook uit naar de cultuur van angst, die door Wilders en Verhagen gevoed en gemaakt wordt.

YouTube voorvertoningsafbeelding

In Volzin, tijdschrift voor zinvol leven, noemt Yesim Candan, auteur, inspirator, en promotor van diversiteit, Nederland ook een land van angst. “Al die vooroordelen, al die angst… Te lang is onvrede en onrust niet uitgesproken geweest. Allochtonen werden ten onrechte als zielig en zwak gezien en daar is misbruik van gemaakt. Fortuyn maakte een einde aan het zwijgen en dat was goed. Maar nu zou er weer rust en vertrouwen moeten komen zodat we weer met elkaar aan de slag kunnen. Dat zie ik niet gebeuren en dat is dom.” In 2008 richtte Candan een politieke partij op, die echter geen voet aan de grond kreeg. “Inzien dat het er de tijd nog niet voor was, dat we nu eenmaal leven in een tijd van angst, dat was een harde les. Het is trouwens ook heel veilig hè, in angst leven. Angst maakt dat je niet in beweging hoeft te komen, dat je lekker kunt vasthouden aan het oude in plaats van te gaan ontdekken en te vernieuwen. Het spreekwoord ‘angst is een slechte raadgever’ komt ergens vandaan. Angst is niets voor mij.” Zeggen dat de multiculturele samenleving mislukt is maakt haar boos. “De multiculturele samenleving is voor mij die drie miljoen allochtonen die in Nederland leven. Het is een feit. De kleur zit er goed in.” Alleen de integratie is volgens haar totaal mislukt. En dat komt deels door de softe houding van Nederland en deels door de angst voor anders zijn, voor diversiteit.

Multiculturalisme failliet? Onzin, volgens Taylor en Hirsch Ballin!

maandag, september 19th, 2011

Staatshoofden, politici en opiniemakers hebben de multiculturele samenleving ten grave gedragen. “De multiculturele samenleving is een mislukking,” zingen ze in koor. “Het multiculturalisme is failliet,’ voegen ze er aan toe. De afgelopen week waren er twee verfrissende tegengeluiden. En niet van de eerste de besten. Filosoof Charles Taylor en oud-minister en nu hoogleraar Ernst Hirsch Ballin openden de tegenaanval.

In de Letter & Geest-bijlage van Trouw (17 september 2011) waarschuwt de Canadese filosoof Charles Taylor voor een naar binnen gerichte politiek, zoals we die in Nederland steeds meer ontwaren (‘eigen belang voorop’, ‘wantrouwen naar het buitenland / naar het andere’, etc.). Taylor is van mening dat solidariteit, dat in westerse landen aan het slijten is, herontdekt moet worden, namelijk via democratie en collectieve identiteit: “En natuurlijk brengt dat ook het besef van een nationale identiteit met zich mee. Hetgeen overigens weer nieuwe gevaren in zich bergt, namelijk een sterke solidariteit die gebaseerd is op etniciteit.” Taylor concludeert dat een “sterk gevoel van solidariteit behouden moet worden, zonder op grond van etniciteit mensen uit te sluiten omdat ze geen autochtone inwoners zijn.”

De dringende vraag die Taylor stelt is: “Hoe kunnen we multiculturalisme samen laten gaan met sterke solidariteit?” Kern van een antwoord is volgens de Canadese filosoof dat een inwoner van een land niet meer “opgesloten zit in één particuliere omgeving, je woont in meerdere.” Westerse democratieën moeten deze realiteit accepteren, aldus Taylor, en dat vraagt een mentale verschuiving. Niet langer het idee verkondigen dat burgers voor honderd procent trouw moeten zijn aan een samenleving, een land, maar accepteren dat burgers de vrijheid hebben hun eigen identiteit te koesteren. “Als je om Duitser of Nederlander te worden al je banden moet afsnijden, dan vereist dat een hele grote aanpassing,” zegt Taylor. Voorwaarden: ruimte voor hun eigen identiteit, taal, werk, goed onderwijs.

Taylor onderkent dat Europa het in dat opzicht moeilijker heeft dan Canada. Het Noord-Amerikaanse land selecteert migranten onder meer op taalvaardigheid en vakkennis, terwijl de meeste migranten in Europese landen gastarbeider waren, die op de onderste trede van de sociaal-economische ladder staan. Dat maakt integratie een stuk moeilijker, aldus Taylor.

Het alternatief van de filosoof? “”We moeten af van het idee van een vaststaande historische identiteit. Een gemeenschappelijke identiteit moeten we steeds opnieuw maken.” Plus: “Het vertellen van het verhaal dat ondanks alle barrières iets groots van onze samenleving kunnen maken, het verhaal dat op de juiste manier vertelt wordt door politici (en niet door populisten die hameren op gevaar, oorlog, botsende beschavingen).”

Op 9 september sprak oud-minister en CDA-prominent Ernst Hirsch Ballin zijn oratie als kersvers hoogleraar mensenrechten aan de Universiteit van Amsterdam uit. Kern van zijn verhaal, met als titel ‘Burgerrechten’: een vonkelend pleidooi voor een open en tlerante houding jegens immigratie. Volgens Hirsch Ballin is het mislukt verklaren van de multiculturele samenleving gemakzuchtig. “Alsof een monoculturele samenleving wel mogelijk én wenselijk zou zijn.” Tegenover het ‘multiculturele drama’ van Scheffer plaatst Hirsch Ballin de valse illusie van de monoculturele staat. De dominantie van dat idee is volgens hem het echte drama. Een Nederland met één ‘Leitkultur’ is volgens hem uitgesloten “zolang Nederland een democratische rechtsstaat is”. Het toekennen van burgerrechten aan migranten versterkt de democratie – migratie, is noodzakelijk en “over het geheel genomen gunstig”.

Ook Hirsch Ballin spreekt van “de samenleving waaraan migranten een tweede identiteit ontlenen”. En waar ze bovendien een grote bijdrage an leveren, in cultureel, economische n persoonlijk perspectief. De hoogleraar houdt een pleidooi voor staatsburgerschap, dat bovendien weer een toegankelijk recht moet worden. “Burgerrechten moeten een mensenrecht worden,” aldus Hirsch Ballin.

Net als Charles Taylor vindt Hirsch Ballin het onzin dat van migranten geist wordt dat zij hun banden met het land van herkomst moeten doorsnijden. “Het is zowel verkeerd als zinloos.” Kabinetsbeleid dat dubbele nationaliteiten tegengaat, trouwen over de grens bemoeilijkt, meertaligheid als probleem definieert en eenmaal verworven Nederlanderschap zelfs wil kunnen afpakken, vindt bij Hirsch Ballin absoluut geen genade, schrijft NRC Handelsblad over de oratie. “Het is contraproductief, gaat in tegen de sociale realiteit en heeft averechtse gevolgen.”

YouTube voorvertoningsafbeelding

Fear, Inc.: het netwerk van islamhaters in de V.S.

zaterdag, augustus 27th, 2011

De gedachtewereld, die Anders Breivik tot zijn moorddadige daden in Oslo bracht, is in diverse media uitvoerig belicht. Ook op deze pagina’s is aandacht besteed aan de islamofobe denkers, die met name in de Verenigde Staten aan de weg timmeren. In Nederland lijkt de discussie naar aanleiding van de terreuraanslagen in Noorwegen weer wat geluwd, maar op diverse websites – niet toevallig Amerikaanse – blijft men ingaan op de achtergronden van het islamofobische denken.

Het Center for American Progress publiceerde onlangs een uitvoerig rapport over het netwerk van islam-bashers dat op het web en in diverse organisaties actief is. Fear, Inc.: The Roots of Islamophobia in America geeft gedetailleerde informatie over de invloed die mensen als Robert Spencer, David Horowitz en Pamela Geller hebben in de media en de politiek, maar ook over de enorme bedragen die de ‘denktanks’ spenderen aan het verkondigen van hun boodschap; volgens het Center for American Progress hebben de zeven invloedrijkste organisaties de afgelopen tien jaar hier meer dan 42 miljoen dollar aan besteed.

Overigens betitelt Pamela Geller het rapport op haar website Atlas Shrugs als “een soort Mein Kampf. Het is Goebbels die de jood aanvalt. Deze quislings [de opstellers van het rapport] zijn de vijand. Ze vrezen mijn werk, en dat is goed.” Deze Pamela haalde Geert Wilders ooit naar de V.S. voor een lezingentoernee en beiden houden niet op lovende woorden over elkaars werk te uiten…

YouTube voorvertoningsafbeelding

Etnische diversiteit versterkt sociale banden

dinsdag, augustus 23rd, 2011

De aanwezigheid van immigranten in Europese regio’s komt ten goede aan de sociale banden tussen mensen in die regio. Dit blijkt uit NWO-onderzoek van de Nijmeegse sociologen Michael Savelkoul, Maurice Gesthuizen en Peer Scheepers dat in juni gepubliceerd is in het tijdschrift Social Science Research.

Op basis van eerder onderzoek in de VS werd tot nu toe verondersteld dat mensen in etnisch diverse samenlevingen minder nauwe banden met anderen onderhouden. Ook zouden ze minder deelnemen aan het sociale leven. Onderzoek gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) wijst nu echter uit dat de aanwezigheid van niet-Westerse immigranten in Europa daarop geen negatieve gevolgen heeft. De aanwezigheid van allochtonen in deze regio’s blijkt geen directe invloed te hebben op de mate waarin autochtonen afspreken met vrienden of bekenden of hulp bieden aan anderen.
Een toename van immigranten in een regio leidt er echter wel toe dat autochtonen meer allochtone vrienden en collega’s krijgen. Dit soort contact heeft vervolgens een positieve uitwerking op het onderhouden van nauwe banden met andere autochtonen, ontdekten de onderzoekers.
De onderzoeksresultaten onderstrepen het belang van het stimuleren van interetnisch contact voor de sociale cohesie binnen regio’s. Dit verband gaat echter alleen op als autochtonen zich niet bedreigd voelen door de aanwezigheid van allochtonen in hun regio.

Mensen die zich bedreigd voelen door de aanwezigheid van allochtonen in hun omgeving, bleken juist minder af te spreken met familie en vrienden. Deze mensen hebben bijvoorbeeld het idee dat er door de komst van immigranten minder banen beschikbaar zijn voor autochtonen. Uit het onderzoek bleek dat laagopgeleiden en werklozen vaker gevoelens van etnische dreiging ervaren. Contact met etnische minderheden kan er voor zorgen dat dit soort gevoelens afneemt.
Het ontstaan van gevoelens van etnische dreiging bleek overigens geen verband te houden met de daadwerkelijke aanwezigheid van etnische minderheden in een gebied. De hoeveelheid media-aandacht die wordt besteed aan immigranten, of het politieke klimaat in landen, kan deze gevoelens mogelijk wel beïnvloeden.

De onderzoekers baseren hun conclusies op een databestand waarin bijna 24.000 personen ondervraagd zijn. Deze respondenten zijn afkomstig uit vijftien Europese landen, waaronder Nederland. Binnen deze landen bestudeerden de onderzoekers gevolgen van etnische diversiteit in 125 Europese regio’s. Hun onderzoek maakt onderdeel uit van het NWO-onderzoeksprogramma Conflict en veiligheid.

Zie ook: Trouw

Idee ‘mislukking multiculturalisme’ voedt extremisme

dinsdag, juli 26th, 2011

In de Engelse krant The Guardian schrijven Gavan Titley en Alana Lentin over hoe islamcritici en politici met hun nadruk op het ‘mislukken van het multiculturalisme’ ruimte creëren voor extremisme.

Hoewel Anders Behring Breivik in de rechtbank zijn daden niet publiekelijk mocht rechtvaardigen, is een verdediging van zijn gedachtegoed vol vooroordelen in volle gang. Bruce Bawer, die in het manifest van Breivik – 2083: A European Declaration of Independence – wordt geciteerd, benadrukt in de Wall Street Journal zijn waarschuwingen dat een extreemrechtse terrorist geweld gaat gebruiken om uiting te geven aan “legitieme zorgen over reële problemen”. Bawer beschuldigt de gevestigde politiek ervan dat zij er niet in slaagt een antwoord te vinden voor het verval van Europa door islamisering en multiculturalisme, terwijl The Jerusalem Post waarschuwt dat “het verschrikkelijke drama in Oslo niet gebruikt mag worden om het mislukken van het multiculturalisme in de doofpot te stoppen”.

Racisme wordt vaak gerechtvaardigd als een abnormale reactie op een begrijpelijke provocatie; de focus op ‘multiculturalisme’ na de tragedie in Oslo richt de aandacht op het meest veerkrachtige alibi van het hedendaags racisme. Het ‘mislukken van het multiculturalisme’ is een geloofsbelijdenis in de Europese politiek en, net als alle uitingen van geloof, is het afhankelijk van een achterliggend mysterie. Ondanks het aan de kaak stellen van dit ‘mislukte experiment’ is er in Europa nooit een tijd geweest waarin het multiculturalisme de dominante ideologie was. Zoals Ralph Grillo heeft beweerd wordt het overheidsbeleid in die enkele landen die dat beleid uitvoeren, gekarakteriseerd door een ‘zwakke’ lappendeken van beleidsinitiatieven en ambities. Maar critici hebben voortdurend gewezen op het bestaan van een vernietigende ‘sterke’ vorm, die altijd ‘grenzeloos’ was.

Multiculturalisme is in de loop van de geschiedenis altijd beschuldigd van ‘omgekeerd racisme’ en ‘oneerlijk voor blanken’. Na 9/11 hebben politici en commentatoren het multiculturalisme verantwoordelijk gehouden voor een buitengewone hoeveelheid aan sociale en politieke problemen. De enorme macht die toegeschreven wordt aan dit half-verzonnen project en het feit dat het vaak bekritiseerd wordt in landen met een kleine groep immigranten met geen of weinig beleid op dit gebied, zou ons aan het denken moeten zetten.

Het wordt nu breed onderschreven dat racisme na de Tweede Wereldoorlog veranderde van een ideologie waarin een rangorde van rassen centraal stond, naar een ideologie die de ‘natuurlijke’ onverenigbaarheid van culturen benadrukt. Het zogenaamde ‘nieuwe racisme’ van extreemrechtse partijen in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw, nam de taal en logica van het multiculturalisme over en schetste de gewone – blanke – burgers als slachtoffers van een opgelegd beleid van een elite, die hen – blanken – het ‘recht op een eigen cultuur’ ontzegde. Dit gedachtegoed wordt gebruikt in de verdediging van de politieke wanhoop van Breivik. In extreme versies wordt multiculturalisme gezien als zelfhaat; in meer genuanceerde lezingen wordt het bekritiseerd als een prijzenswaardig experiment dat rustte op hun verschil en ‘onze’ naïeve vrijgevigheid. Beide versies schilderen ‘multiculturalisten’ en ‘immigranten’ af als een bedreiging voor een bepaalde nationale cultuur en een anders oorspronkelijke staat van sociale saamhorigheid.

De visie van multiculturalisme als een complot tussen diverse vormen van links en ‘islamisten’ is het hoofdbestanddeel van de islamofobische blogosfeer. Doug Sanders wijst in zijn analyse van het manifest van Breivik op de invloed van ‘Eurabië’ schrijvers als Bawer, Mark Steyn, Melanie Phillips en Robert Spencer, die een opruiende eindvisie verkondigen van een beschaving die onder vuur ligt. Dit ‘début-de-siècle’ weerspiegelt de Europese obsessie van decadentie en moreel verval van het ‘fin-de-siècle’, met dat verschil dat het nu moslims in plaats van joden zijn die dreigen hun tolerante gastheren te verzwelgen.

Wat het verhaal van het mislukken van multiculturalisme echter echt giftig maakt, is de acceptie ervan in brede kring. Er is geen cordon sanitaire tussen de islamofoben en het politieke midden, en de afgelopen jaren hebben een uitwisseling van ideeën tussen de twee groepen laten zien. De mythe van buitensporige vrijgevigheid gaf ruimte aan strenger migratiebeleid, verplichtende integratietrajecten en neo-nationalistische politiek, die werden gepresenteerd als niets meer dan rehabilitatie.

Recente uitlatingen van dit geruststellende verhaal door de Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Britse premier David Cameron, kregen veel publiciteit. Maar er moet meer aandacht worden besteed aan het geaccepteerde racisme dat door het verhaal van het mislukte multiculturalisme legitimiteit krijgt elders in Europa. De voormalige minister van immigratie, Rita Verdonk, in Nederland stelde een systeem van ‘integratiebuttons’ voor immigranten voor. De oud-premier van Denemarken, Anders Fogh Rasmussen, kondigde een ‘cultuurstrijd’ tegen multiculturalisme en islam aan, en zijn minister van cultuur, Brian Mikkelsen, richtte zijn pijlen expliciet op een ‘middeleeuwse moslim cultuur’ in Denemarken. Päivi Räsäsen, de nieuwe Finse minister van binnenlandse zaken, stelde voor om christelijke vluchtelingen voorgang te geven in het belang van cohesie en om ‘discriminatie te voorkomen’. Hoewel deze voorbeelden afkomstig zijn van gebeurtenissen die het succes van radicaal-rechtse politiek laten zien, illustreren ze hoe het alibi van een ‘volstrekt mislukt’ multiculturalisme politieke winst leverde voor centrum- en liberale partijen leverde.

De politieke klasse zou eerst moeten nadenken voordat ze reageert op het drama in Noorwegen, speciaal nu bezuinigingsvoorstellen het wijzen met de vingers naar immigranten en moslims kan verergeren. Er kunnen geen gemakkelijke verbindingen worden gemaakt tussen de op schrift gestelde gedachten van een moordenaar en de complexe uitwisseling van politieke ideeën. Auteurs echter die voortdurend waarschuwingen hebben geuit om een zieke beschaving te verdedigen, hebben iets uit te leggen nu een massamoord is gepleegd op grond van hun ideeën. En gevestigde politieke partijen die met gemak meegaan in het verhaal van ‘multiculturele overdaad en verschillen met moslims’ zijn niet uitgesloten van deze kritiek.