Archief voor de categorie ‘Culturen’

Etnische netwerken leiden tot achterstand

dinsdag, juni 15th, 2010

De relatief grote werkloosheid onder allochtone jongeren komt voor een deel door hun sociale netwerken. Zij gaan vaak alleen maar om met andere jongeren uit dezelfde etnische groep. Dat vermoedt socioloog Frank van Tubergen, zo zei hij vrijdag op de Universiteit Utrecht tijdens zijn eerste lezing als hoogleraar. ,,Ik denk dat de etnische segregatie in sociale netwerken gevolgen heeft voor etnische ongelijkheid.”

Volgens Van Tubergen leven Marokkaans-Nederlandse en autochtone jongeren bijvoorbeeld grotendeels in gescheiden werelden. De eerste groep groeit vaak op in een achterstandspositie. ,,Doordat Marokkaanse jongeren voornamelijk omgaan met andere Marokkaanse jongeren, gaan zij veel om met jongeren die een ongunstige thuissituatie hebben. En die hebben om die reden een grotere kans de taal niet goed te spreken, zijn vaker crimineel en spijbelen vaker en hebben minder kennis van de Nederlandse arbeidsmarkt.”

En dat heeft gevolgen, denkt de socioloog. ,,Als veel vriendjes vroegtijdig school verlaten, dan doe je dat zelf ook. En als je omgeving niet goed op de hoogte is van de arbeidsmarkt, dan volg je misschien de verkeerde opleiding en dan solliciteer je op de verkeerde banen. En ten slotte: als anderen om je heen criminele activiteiten ondernemen, dan ga je een keer meedoen.”

Bij autochtone jongeren werkt het precies andersom. ,,De netwerken van Nederlandse jongeren zijn gunstiger, want hun vriendjes groeien op in gezinnen met hoger opgeleide ouders die een redelijk tot goed inkomen hebben.”

Sociale netwerken vormen volgens Van Tubergen een belangrijke aanvullende verklaring op de belangrijkste theorieën die de sociale wetenschap tot nu toe bedacht over de achterstand van allochtone jongeren op de arbeidsmarkt. De eerste daarvan is dat zij minder ‘human capital’ hebben; ze hebben vaker een taalachterstand en zijn lager opgeleid. De tweede is discriminatie.

De kersverse hoogleraar heeft verschillende subsidies gekregen om de komende jaren gegevens te verzamelen naar de sociale netwerken van allochtone jongeren. Zo doet hij mee aan twee internationale onderzoeken.

Stem of voeg toe aan:  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

Versluierde pijn: de psychische gevolgen van vrouwenbesnijdenis

donderdag, april 1st, 2010

Versluierde pijn is een boek over een onderzoek naar de psychische gevolgen van besnijdenis bij vrouwen.

“Soms droom ik erover, dan ben ik echt boos en heb ik trillingen”, zo zegt een van de 66 geïnterviewde besneden vrouwen in het boek Versluierde pijn. Interviewers uit de eigen gemeenschap spraken voor dit boek met deze meestal goed opgeleide vrouwen uit Somalië, Soedan, Sierra Leone, Eritrea en Ethiopië.

Slechts 5 van de 66 vrouwen geven aan trots te zijn op hun besnijdenis. Bijna alle geïnterviewde vrouwen vertellen dat ze zich schamen bijvoorbeeld bij de dokter, tijdens het zwemmen of als iemand die niet besneden is ernaar vraagt. De meesten hebben er last van (bij vrijen, zwangerschap) en melden nare herinneringen aan de besnijdenis.

De meeste vrouwen beseften pas na aankomst in Nederland dat besnijdenis geen religieus voorschrift is, maar cultureel gebruik. Vrouwen voelden zich bedrogen en zijn boos, vaak op hun mannen, vanwege de pijn die ze hebben bij gemeenschap. Opvallend is dat Somalische vrouwen die boosheid jegens hun echtgenoten niet hebben. De Ethiopische en Somalische vrouwen laten zich slechts kort over die boosheid uit, de vrouwen uit Soedan uiten zich daar veel meer over. De andere vrouwen zitten daar tussenin.

Op 1 na zeggen alle vrouwen dat ze hun dochter niet zullen besnijden.
Een van de belangrijkste conclusies uit het onderzoek luidt dat besnijdenis samenhangt met psychische klachten, maar niet per definitie. Dit hangt af van onder meer de mate van besnijdenis, de partner, de positie in Nederland.

Bron: Pharos

Stem of voeg toe aan:  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

Migrantenwoordvoerders over PVV en verkiezingen

maandag, maart 1st, 2010

Vlak na de val van het kabinet Balkenende IV, verklaarde PVV-leider Geert Wilders klaar te zijn om te regeren en ‘ontzettend goede ideeën’ te hebben voor zijn regeerperiode. Wat betekent de val van het kabinet en een mogelijke regering met de PVV voor de multiculturele samenleving en het migratiedebat? Een rondgang langs migrantenwoordvoerders.

Niets, het betekent niets voor de multiculturele samenleving, de val van Balkenende IV, reageert Haci Karacaer, voormalig trekker van het ‘Westermoskee-project’ in Amsterdam en voormalig actief Milli Görüs- en PvdA-lid. ‘De staat van de multiculturele samenleving en het migratiedebat is niet afhankelijk van de regering, maar van onze eigen prestaties.’
Karacaer is bovendien tot de slotsom gekomen dat de Nederlandse samenleving in haar basis zich niet leent voor een multiculturele samenleving. Dat idee moet men laten varen: ‘We hebben de verzuiling verward met de multiculturele samenleving. Nu is de verzuiling “uit” onder de autochtonen en daarmee ook de multiculturele samenleving. Je ziet dat mensen niet in staat zijn om met vreemde culturen om te gaan. Het zit gewoon niet in de volksaard. Nederlanders zijn gewend om langs zuilen te leven en daarmee om langs elkaar heen te leven. Dit brengt onverschilligheid met zich mee.’  Na 35 jaar migranten is er nog altijd paniek, constateert Karacaer. ‘Men komt er maar niet overheen en denkt nog steeds dat men “overspoeld” wordt door migranten of dat er sprake is van een “tsunami” van moslims. Nederland is geen multiculturele samenleving, maar een multi-etnische samenleving.’

Zal de actie van de PvdA meer stemmen, en vooral die van allochtonen, opleveren, is de vraag. Immers het lijkt erop dat de PvdA gaandeweg niet alleen het vertrouwen van de autochtonen aan het verliezen was, maar ook die van de nieuwe Nederlanders. Karacaer: ‘Weet ik niet, migranten zijn niet de eigendom van de PvdA. Voorheen stemde men vooral op iemand van dezelfde etnische afkomst. Ik denk dat hoe meer men geworteld is in de Nederlandse samenleving, hoe minder men opportunistisch en op kandidaten met eenzelfde achtergrond zal stemmen. Ik denk trouwens dat het alleen maar een goede ontwikkeling is als mensen ook naar andere partijen kijken.’ Karacaer heeft dan wel zijn lidmaatschap opgezegd, hij blijft de PvdA trouw ondanks zijn ervaring in 2002 toen de PvdA het toch niet aandurfde hem op de kieslijst voor de Tweede Kamer te zetten; hij zou misschien toch niet zo liberaal zijn als hij zich voordeed.

Karacaer is niet bang voor de PVV in het regeringspluche. Sterker nog, graag! ‘Als ik het voor het zeggen had, dan zou ik zeggen: Wilders voor minister-president! Op die manier wordt hij gedwongen om zijn retoriek in daden om te zetten. Laat het volk kennismaken met zijn talenten.’ Geert Wilders is een deel van de werkelijkheid, van een geobsedeerd Nederland, zegt Karacaer.  ‘Maar hèt volk wordt niet alleen vertegenwoordigd door de PVV. De PVV haalt in peilingen 24 zetels, maar dat is een deel van de 150 zetels waaruit de Tweede Kamer bestaat.’
Waarom Karacaer evenmin een regeringsdeelname van de PVV vreest, is vanwege zijn rotsvaste overtuiging in de werking van de Nederlandse democratie. ‘Wij hebben een stevige democratie. Daar ben ik trots op en daar heb ik vertrouwen in. Die traditie is zo sterk, daarmee kunnen we zelfs Wilders aan.’ Maar uiteindelijk verwacht Karacaer, na lange tijd ervaring, weinig van de politiek wanneer het gaat om de multiculturele samenleving. ‘Ik woon en werk in Amsterdam. Als je ziet hoeveel allochtonen meedoen op allerlei niveaus. Voorheen waren bijvoorbeeld slechts enkele Marokkaanse-Nederlanders actief in het stadsdeelbesturen, nu zijn het er 7. Dit motiveert mensen om mee te doen. Ik verwacht dan ook meer van de mensen die de mbo- en hbo-banken verlaten dan van de politiek.’

Ook Dzingisz Gabor, een van de eerste allochtone parlementsleden en de eerste allochtone staatssecretaris in Nederland en nu voorzitter van het LOM, het Landelijk Overleg Minderheden (een koepelorganisatie waarbij 8 migranten inspraakorganisaties zijn aangesloten, red.), maakt zich niet ongerust over de gevolgen van de val van het kabinet voor het migratiedebat. ‘Na zoveel jaar in de politiek geweest te zijn, weet ik dat niets zeker is. Bovendien ben ik van nature een optimist.’ Gabor heeft als LOM-voorzitter vooral met minister Van der Laan, van Wonen, Werken en Integratie, van doen gehad. Het LOM heeft 8 keer rond de tafel met de integratieminister gezeten en tot groot genoegen, aldus Gabor. ‘We hebben een voortreffelijk samenwerkingsverband gehad. We hebben buitengewoon goed overlegd en er is naar ons geluisterd.’ Gabor prijst de afgetreden minister voor de manier waarop hij in korte tijd, als opvolger van de eveneens afgetreden Ella Vogelaar, zich in de ‘weerbarstige’ dossiers wist in te werken. ‘De manier waarop hij ook de integratienota heeft aangepakt en ook naar ons heeft geluisterd hierin, waarderen we bijzonder.’ En dat gold niet alleen voor de integratienota, maar ook voor onderwerpen als eergerelateerd geweld, de remigratiewet en de werkgelegenheid voor allochtone jongeren.
Natuurlijk vindt Gabor het jammer dat dit ‘constructieve overleg’ met Van der Laan is afgebroken. ‘Het is nu maar afwachten. Maar wij laten onze stem horen, ongeacht welk kabinet daar zit, met of zonder PVV. Het Nederlandse volk is nu aan de beurt en ik vertrouw het goede oordeel van de kiezers. En nogmaals; er zijn zoveel situaties die kunnen ontstaan. Daarop speculeren is niet wijs.’

Arash Yaqin, PvdA-bestuurslid in Wageningen, zelf van Afghaanse afkomst en organisator van een aantal debatten over Afghanistan, was uit betrokkenheid ter plekke op de nacht dat het kabinet viel. Hij beleefde de nacht, half in het café, half op het Binnenhof, vertelt hij. Het kabinet is niet gevallen over Uruzgan, maar over politieke belangen en landelijke issues, stelt hij. ‘Als het echt om Uruzgan was gegaan, dan waren ze er wel uitgekomen’, gelooft Yaqin. Doet het hem als direct betrokkene, geen pijn dat het kabinet juist over een Afghaanse kwestie is gevallen? ‘Nee. Als ik kijk naar de commissie-Davids, dan was dat ook een belangrijk onderwerp. Daar had de regering ook op kunnen vallen. Het was toeval dat het om Uruzgan ging. Maar beide zaken gaan over oorlog en vrede. Ik vind het belangrijke vraagstukken waar het Nederlandse publiek over moet nadenken.’

De val van het kabinet leidt automatisch tot de uitvoering van het Tweede Kamerbesluit dat bepaalt dat de Nederlandse troepen zich in augustus uit Afghanistan terug moeten trekken. Dat is iets wat Yaqin wel betreurt, niet zozeer vanwege de effectiviteit, maar meer vanwege de aandacht die het voor de Afghaanse situatie genereerde. Hij was voorstander van de missie, weliswaar niet in de huidige vorm, maar wel in Uruzgan. Hij vreest dat nu de troepen weer huiswaarts keren, de aandacht voor Afghanistan daarmee ook verdwijnt. ‘Afghanistan wordt dan een van de fragiele staten, een land met een andere cultuur dat  ver van ons bed ligt.’

Yaqin houdt zich als professional bezig met onderwerpen als ontwikkelings- en internationale samenwerking. Voor deze onderwerpen is een regering met de  PVV niet gunstig, stelt hij. ‘Wat voor indruk zou dat maken op de internationale gemeenschap als de PVV in de regering zit? 80% van het ontwikkelingsgeld gaat naar Arabische landen! Als wij op internationaal gebied aan de slag willen, dan worden wij echt daarvoor bestraft.’ Yaqin verwacht echter geen kabinet Wilders I: ‘De economische belangen zijn daar te groot voor. Ik denk dat het CDA en VVD, als eventuele coalitiepartners, daar zeker rekening mee zullen houden.’ Tegelijkertijd volgt hij dezelfde redenering als Karacaer: ‘Laat Wilders in godsnaam even in de regering zitten. Dat is immers het enige wat hij graag wilt. Dan zullen we zien wat hij klaarspeelt.’
Yaqin denkt overigens dat het migratiedebat niet per se hoeft te lijden onder een PVV-regeringsdeelname: ‘Wilders kan niet elke dag met hetzelfde standpunt over migratie komen. Op het moment dat hij actief lid wordt van de regering is hij aan voeten en handen gebonden aan het sluiten van compromissen. Dit betekent dat dit kabinet nog korter zal duren dan dat van Balkenende IV!’

Op de Antillen is verontrust gereageerd op de val van het kabinet, zo meldt het Antilliaanse dagblad Amigoe. Minister-president De Jongh-Elhage  zal de Haagse politiek via een brief wijzen op het belang van de voortzetting van het staatkundige proces. Een rompkabinet c.q. demissionair kabinet mag alleen lopende zaken behandelen, maar kan wel controversiële zaken behandelen, vooral als deze als spoedeisend worden beschouwd. Maar een dergelijk onderwerp is afhankelijk van goedkeuring van de oppositiepartijen. Met name de PVV komt dan om de hoek kijken. De PVV is verklaard tegenstander van de staatkundige hervormingen en vindt dat er geen geld naar de Antillen moet gaan. Er bestaat op dit moment veel onzekerheid, ook over of 10/10/10 gehaald gaat worden, aldus staatssecretaris voor Koninkrijksrelaties Ank Bijleveld-Schouten (CDA). Ze verwacht echter  niet dat de slotverklaring wordt opengebroken, zo meldt Amigoe. Koningin Beatrix heeft de demissionaire Balkenende-regering de opdracht meegegeven om ‘al datgene te blijven verrichten wat zij in het belang van het Koninkrijk noodzakelijk acht’.
Volgende week besluiten de Tweede Kamercommissies welke onderwerpen controversieel zijn.

Bron: Wereldjournalisten

Stem of voeg toe aan:  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

‘Het Frisia-Nederland conflict’

donderdag, februari 18th, 2010

Student Grafisch Ontwerpen Ruiter Janssen las in een boek van Joris Luyendijk over het Israëlisch-Palestijns conflict. Luyendijk maakte daarin een Nederlandse metafoor: Friezen worden gedood door de VS en krijgen nadien een eigen staat in Nederland toegewezen. Wat zou u doen? Janssen nam dit ‘Frisia-Nederland conflict’ als uitgangspunt voor zijn afstudeerproject aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam en vertaalde de metafoor in een ‘Information Graphic’.

Het is 2 dagen nadat zijn grafische vertaling van het Frisia-Nederland conflict c.q. Israëlisch-Palestijns conflict in nrc.next en NRC Handelsblad verscheen en de reacties zijn overstelpend. ‘Ik had niet gedacht dat ik zo veel reacties erover zou krijgen. En alleen maar positieve reacties’, vertelt Janssen verbaasd door de telefoon. Dat zou 30 jaar geleden wel anders zijn geweest, beseft hij. ‘In die tijd had men in Nederland vooral oog voor de positie van Israël’.

In Janssens grafische metafoor van het Israëlisch-Palestijns conflict naar het ‘Frisia-Nederland conflict’ is bijvoorbeeld de Westelijke Joordaanoever, de Zuidelijke Maasoever geworden, de Gazastrook, de Terneuzenstrook en heten de Kassam-raketten nu Hazelhoff-raketten. Frisia wordt tijdens de Elfstedenochtend ook op 10 januari 2000 geconfronteerd met de ‘tweede Nederlandse Opstand’, vertaald: de tweede Palestijnse intifidah.
De grafische vertaling van het ‘Frisia-Nederland conflict’ kostte Janssen 3 maanden om op papier te zetten. De meeste tijd ging echter op aan het onderzoek, het vinden van betrouwbare cijfers.
Cijfers die geregeld tot verbazing bij hem leidden zoals over het aantal doden dat de raketten van de Palestijnen in Israël tot gevolg hadden: 783 raketten, 2 doden. Hij ontdekte tijdens zijn onderzoek dat Israël de 4de nucleaire macht in de wereld is en op dat gebied zelfs groter is dan China. Een ander opvallend cijfer voor Janssen was het hoge bedrag aan financiële steun dat Israël ontving van de Verenigde Staten tussen 1949 en 1996: 62,5 miljard dollar. ‘Dat is evenveel als heel Latijns Amerika, de Caraïbische Eilanden en Afrika ten zuiden van de Sahara bij elkaar kreeg toebedeeld.’

Bij het lezen van de cijfers overviel hem af en toe een gevoel van machteloosheid. ‘Hoe meer ik ermee bezig was, hoe meer ik dacht wat een hopeloze zaak. Het land is zo verdeeld.’
Maar benadrukt Janssen: ‘Ik trek geen partij. Het zijn feiten, maar vanuit de Palestijnse invalshoek. In deze weergave is bijvoorbeeld de angst die diezelfde Kassam-raketten bij miljoenen Israëlische mensen teweegbrengen niet meegenomen.’

Janssen heeft al eerder kunstprojecten uitgevoerd rond heikele kwesties in de Democratische Republiek Congo, Kosovo en Cuba, maar pas bij dit project kwam hij erachter dat engagement eigenlijk leidend is in veel van zijn werk. ‘Politieke conflicten blijken mijn interesse te hebben.’  Waarom? Hij weet het niet. ‘Ik volg de actualiteiten. Ik ben geïnteresseerd in wat zich afspeelt in de wereld.’ Zoekend naar een antwoord op de vraag waarom hij zich richt op conflicten, noemt hij uiteindelijk beeldvorming. ‘Ik probeer geen standpunt in te nemen. Ik ben meer bezig met beeldvorming en hoe die wordt beïnvloed. Ik ben meer bezig met iets in kaart te brengen dan met een bepaalde partij te kiezen. Wie ben ik, als simpele Journaal-kijker, om andere mensen te vertellen hoe de vork precies in de steel zit?’

Met zijn kunstprojecten wil hij mensen bewust maken dat men nooit over genoeg kennis over een bepaald onderwerp beschikt, dat er altijd meerdere kanten aan een gebeurtenis zit. ‘Een objectieve kijk bestaat niet. Het gaat om een selectie van feiten.”
Waarom voor het Midden-Oostenconflict gekozen? ‘Het is een heel goed voorbeeld van hoe bizar zaken in elkaar kunnen steken. Daarbij is de oppervlakte van Israël vergelijkbaar met Nederland. Dit maakt de metafoor nog realistischer.’ Janssen wil met zijn projecten mensen aan het denken zetten en hen zelf de conclusies laten trekken. Maar desondanks lijkt zijn werk zoals in ieder geval het ‘Frisia-Nederland conflict’ slechts maar naar één, onvermijdelijke conclusie te kunnen leiden: onrecht.

Graphics: Ruiter Janssen
Bron: Wereldjournalisten

Stem of voeg toe aan:  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

Moslim met baard onterecht afgewezen

donderdag, januari 28th, 2010

Een moslim met baard solliciteerde bij de IND. Hij werd daarom afgewezen. De moslim klaagde bij de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) en deze commissie stelde hem in het gelijk. De staatssecretaris van Justitie, waaronder de IND valt, heeft onterecht onderscheid gemaakt op grond van religie.

Een man draagt een baard van ongeveer een centimeter lang. Hij solliciteert naar de functie hoor en beslismedewerker bij de IND, hetgeen een onderdeel is dat onder de staatssecretaris van Justitie valt. Tijdens het sollicitatiegesprek wordt door de IND aan de man gevraagd of hij zijn baard om religieuze redenen draagt. De man antwoordt bevestigend. De IND verklaart dat om die reden de man niet wordt aangenomen. Als reden geeft de IND dat zij streven naar een zo veilig mogelijke omgeving voor de asielzoekers en dat dat inhoudt dat de hoor-omgeving zo neutraal mogelijk dient te zijn wat inhoudt dat er geen religieuze dan wel politieke uitingen zichtbaar mogen zijn.

Door de man af te wijzen vanwege het dragen van een baard vanwege de religieuze betekenis die de man eraan toekent, maakt de staatssecretaris van Justitie, als verantwoordelijke voor de IND, direct onderscheid op grond van godsdienst. Voor dit direct onderscheid is geen wettelijke uitzondering gesteld of gebleken. De Commissie overweegt in haar oordeel dat zij het belang van een zo veilig mogelijke hoor omgeving voor asielzoekers onderschrijft en dat een neutrale uitstraling daar mogelijk toe kan bijdragen.

Ter zitting is echter gebleken dat de IND de neutraliteit beoordeelt aan de hand van uiterlijke kenmerken van sollicitanten en niet nader onderzochte aannames en veronderstellingen over gevoelens van (on)veiligheid van asielzoekers. De Commissie is bezorgd over de invloed die deze handelswijze heeft op het aannamebeleid van de IND. De Commissie beveelt de IND dan ook aan haar gedragscode ter beoordeling van de Commissie voor te leggen.

Bron: Wereldjournalisten

Stem of voeg toe aan:  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

Modern racisme in een angstig land

donderdag, december 17th, 2009

“Iedereen in dit land mag stemmen wat hij wil, ook op de PVV, maar iedereen heeft ook het recht te zeggen wat hij van een dergelijke keuze vindt,” zegt bijzonder hoogleraar interculturele communicatie Wasif Shadid in Contrast. Shadid neemt binnenkort afscheid van de universiteiten van Leiden en Tilburg. “Laten we ervoor zorgen dat de PVV krimpt tot een dwergbeweging. Laten we er vooral voor zorgen dat deze partij niet salonfähig wordt.”

Volgens Shadid staat de PVV van Wilders voor ‘modern racisme’: “het gebruiken van cultuur of religie om een bepaalde groep uit te sluiten of te stigmatiseren”. Shadid  haalt de uitkomsten aan van het wetenschappelijk onderzoek dat in opdracht van het ministerie van Binnenlandse zaken is geschreven. Daarin staat dat de PVV niet alleen extreemrechts is, maar ook een bedreiging vormt voor de sociale cohesie. Shadid: “Het rapport is van fundamentele betekenis voor het multiculturalismedebat. Door dit rapport kan deze potentiële aanhang [de Wildersaanhangers] later niet zeggen ‘dat hebben wij niet geweten’. Ook biedt het rapport politici een kans om hun standpunten over deze beweging te uiten nu deze wetenschappelijk worden ondersteund.” In dat licht vindt de scheidend hoogleraar het bemoedigend dat er steeds meer partijen en groepen zijn die kleur bekennen en aangeven niet met Wilders te willen samenwerken.

In zijn afscheidsrede zegt Shadid dat zowel de overheid als opinieleiders en media medeverantwoordelijk zijn voor het uit de hand gelopen debat. “We zijn onder invloed van de globalisering een angstig land geworden dat op zoek is naar zijn eigen identiteit en zich daarom afzet tegen allochtonen. De solidariteit met kansarmen en onderdrukten, zowel nationaal als internationaal, is verdwenen. De gevolgen van die verschraling zijn voor de allochtonen voelbaar geworden: er wordt gemeten met twee maten en ze krijgen het nadeel van de twijfel.”

Shadid pleit ervoor op te houden met culturalisering en etnisering. Tweede- en derdegeneratie allochtonen vertegenwoordigen niet meer de cultuur van hun voorouders, zegt de hoogleraar. “Ze lijden juist aan cultuurverlies.”

“Wat we nodig hebben is een soort hoopgevende, iedereen insluitende Obamavisie op het neiwue Nederlandschap, waarin de definitie niet bepaald wordt door cultuur of geboorteland van de (voor)ouders, maar door identificatie met en loyaliteit aan het huidige land en de huidige samenleving.”

Shadid heeft een ‘7-punten plan’:

  • ga voor inclusiebeleid in plaats van uitsluiting: creëer een wij-gevoel
  • definieer het Nederlanderschap anders, niet meer op basis van herkomst
  • ga (modern) racisme strenger tegen
  • bestrijd sociaal-economische achterstand
  • vermijd culturalisering en etnisering
  • wijs anti-islamisme openlijk af
  • bevorder interculturele expertise
Stem of voeg toe aan:  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

Discriminatie moslims in Europa alarmerend

dinsdag, december 15th, 2009

Anti-moslimsentimenten vormen een ernstig probleem in Europa. Te veel Europeanen geloven dat een religieuze identiteit integratie tegenwerkt, terwijl de meeste moslims zich juist sterk identificeren met het stad en het land waarin zij wonen.

Dat stelt het Open Society Institute (OSI) in een vandaag verschenen rapport (pdf). Het rapport is onder meer gebaseerd op tweeduizend diepte-interviews met mensen in elf Europese steden, waaronder Amsterdam en Rotterdam.

Hoewel de meeste moslims al jarenlang in Europese steden wonen, hebben velen te maken met discriminatie en argwaan van autochtone bevolkingsgroepen, aldus OSI. Volgens de stichting toont het rapport echter hoezeer uiteenlopende bevolkingsgroepen dezelfde behoeftes en bezorgdheden vertonen. ,,Het enige waarin zij verschillen, is de manier waarop zij door anderen worden behandeld en waargenomen.”

De OSI pleit in zijn rapport voor maatregelen op regionaal, nationaal en Europees niveau om religieuze discriminatie tegen te gaan. ,,Europa moet haar beloften van een open en inclusieve samenleving waarmaken”, stelde Nazia Hussain van OSI.

YouTube voorvertoningsafbeelding
Stem of voeg toe aan:  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

Tofik Dibi: Integratiedebat is zeau 2001..!

maandag, november 30th, 2009

Het integratiedebat is een bodemloze put, vindt Tofik Dibi. Dibi zit in de Tweede Kamer voor GroenLinks. “Het debat over de multiculturele samenleving leek aan het begin van deze eeuw nog veelbelovend. Maar wat eens een verademing leek, is omgeslagen in een diepe verzuchting. Dat debat gaat niet over de kansen van een nieuwe generatie Nederlanders, maar over apocalyptische angstbeelden van politici die in steeds hardere bewoordingen over elkaar heen buitelen om de gunst van de kiezer. Het wordt tijd voor een nieuwe fase in het integratiedebat.”

Het manifest, Zeau 2001, luidt alsvolgt:

U kent ons niet persoonlijk, maar wij durven te wedden dat u wel over ons heeft gehoord. Misschien wel zo vaak dat het lijkt alsof u ons kent. Wij zijn de hoofdrolspelers in een debat dat ook wel de sociale kwestie van de 21e eeuw wordt genoemd: het integratiedebat.

Een debat dat eens zo veelbelovend begon toen prominente VVD’er Frits Bolkestein op 8 september 1991 welbespraakt zei:

‘De integratie van minderheden is zo’n moeilijk probleem dat het alleen met durf en creativiteit kan worden opgelost. Voor vrijblijvendheid noch taboes is daarbij ruimte. Er is een groot debat nodig waaraan alle politieke partijen deelnemen, over wat mag en wat kan, wat moet en wat anders dreigt.’

Deze terechte oproep was niet aan dovemansoren gericht. Linksbuiten Paul Scheffer kopte begin 2000 Bolkestein’s aftrap het meest opvallend recht in de kruising met het ‘multiculturele drama’. In dit essay vroeg hij zich openlijk af waarom we denken het te kunnen veroorloven generaties migranten te zien mislukken?

Een essentiële vraag. De beantwoording ervan werd ruw verstoord door een wereldwijde wake up call. Een wake up call die zo destructief en overweldigend was, dat de multiculturele samenleving als gezellige smeltkroes onherroepelijk naar het rijk der fabelen werd verwezen: 11 september 2001. Het besef dat de multiculturele samenleving evenzeer de Marokkaanse slager en Turkse groenteboer als de Islamitische terrorist onderdak bood, schoot internationaal diep wortel. Sluimerende angstgevoelens, opgekropte frustraties en rationele bezwaren konden nu eindelijk vrijgelaten worden uit de privacy van onze woon- en bovenkamers zonder dat de racismekaart gespeeld werd. Eindelijk vertelden we elkaar van links tot rechts hardop en haarfijn wat we nou eigenlijk van elkaar vonden. Een verademing.

Maar er ging ook iets kapot.

De ene na de andere politicus betrad het speelveld met hetzelfde integratietrucje: Pim Fortuyn, Ayaan Hirsi Ali, Rita Verdonk en Geert Wilders volgden elkaar in rap tempo op en met elke nieuwe speler werd de boodschap apocalyptischer en schoot het volume omhoog. Van ‘achterlijke cultuur’, naar ‘tsunami’ tot een ‘kopvoddentaks’.

Inmiddels is 2010 in zicht en is die eens zo welkome verademing omgeslagen in een diepe verzuchting. Het integratiedebat dat in 2001 veelbelovend leek, is in 2009 een bodemloze put gebleken. Een dag niet over integratie gepraat, is een dag niet geleefd. Volgens socioloog Willem Schinkel is de term ‘integratie´ zo veel en zo slordig gebruikt, dat de betekenis ervan verdwenen is. Zelfs de trekkende Noord-Afrikaanse nijlgans die de traditionele autochtone Nederlandse gans het leven zuur maakt, wordt geassocieerd met integratie. De bittere realiteit is niet dat we ‘zeggen waar het op staat’, maar dat we vastgelijmd zitten voor een buis, starend naar een beeld dat stilstaat. Gepauzeerd op 5 voor 12. Het integratiedebat is een herhaling van dezelfde doembeelden zonder vooruitgang.

Het integratiedebat is zeau 2001.

Don’t Believe The Hype

Buiten het zicht van de politieke radar is het niet 5 voor 12, maar een nieuwe dag. Een dag die zich kenmerkt door een bloeiende en groeiende nieuwe generatie jonge Nederlanders. Wij zijn onderdeel van deze generatie die het doemscenario uit het integratiedebat lang achter zich heeft gelaten en driftig werkt aan een nieuw en onafhankelijk scenario met plot twists waar The Usual Suspects bij verbleekt.

Wie zich niet los trekt van het stilstaande beeld zal ons niet zien. Voor het ongetrainde oog zijn wij moeilijk zichtbaar, maar wie op play drukt en verder kijkt dan de straattaal, de tattoo, de huidskleur of de oorverdovende I-Pod zal een nieuwe voorhoede aanschouwen. Een voorhoede die haar weg omhoog vindt via sport, politiek en kunst en cultuur en in toenemende mate de middenklasse bevolkt. Wij maken deel uit van een generatie die hecht aan een persoonlijke invulling van haar religie, aan een kritische houding ten aanzien van haar religie en aan een moderne levenswijze. Wij zijn jonge mensen die niet dromen van de jihad, maar van vrijheid en democratie. Niet van de hoek van de straat, maar van die ene opleiding en die felbegeerde baan.

Eenmaal in het vizier weerleggen wij overtuigend de clichés uit het integratiedebat, maar dan moet de schijnwerper wel van moskee naar club en collegezaal. Van gevangeniscel naar voetbalveld. Van statistiek naar karakteristiek. De speaker moet van grootste schreeuwer, zelfbenoemde vertegenwoordiger en extremist naar de doodgewone meerderheid. Alleen dan zal de ongekende potentie van een generatie, die ook de nieuwe Johan Cruijffjes, Joke Smitjes en Jan Wolkersjes telt, benut worden.

Ondertussen is de politiek ziende blind en horende doof. Soms lijkt het er op alsof de politiek ons ook niet wil zien of horen. Wij zijn ontevreden PVV-stemmers, relschoppende niet-westerse allochtonen of fundamentalistische moslims. Daartussenin bevindt zich een groot vacuüm.  Politieke partijen komen niet verder dan als ware marionetten te figureren in de Grote Geertshow. Enerzijds spelen de klassieke middenpartijen een wedstrijdje hard-harder-hardst om verloren kiezers terug te winnen, terwijl anderzijds partijen alleen maar kunnen terugschelden om kiezers te winnen. Partijen die de nuance willen bewaren dreigen in het mediageweld onzichtbaar te worden. Het draait om futiliteiten als satellietschotels, handjesschudden en een Kinderen voor Kinderen liedje.

Begrijp ons niet verkeerd. Het integratiedebat is niet één en al ellende. De mooiste ontdekking van het integratiedebat is de (her)ontdekking van het DNA van Nederland: de vrijheid van meningsuiting, het recht op zelfbeschikking, non-discriminatie, de gelijkheid van man en vrouw en de scheiding van kerk en staat. Dit is wat Nederland, Nederland maakt. Wij dragen de erfelijke informatie in dit DNA vol trots. Maar wat in het debat ontbreekt is een zelfbewust eigentijds verhaal dat aansluit bij onze werkelijkheid. De toepasselijke klassieker van hiphopformatie Public Enemy ‘don’t believe the hype’ is het integratiedebat op het lijf geschreven. Wij staan te springen en te dringen voor een volgende fase in het integratiedebat. Voorbij de H.Y.P.E.

De Volgende Fase

Volgens Paul Scheffer heb je als belangrijkste ingrediënt voor de volgende fase in het integratiedebat nodig:

‘…wat mensen als individu verbindt met anderen. Hoe ze zich ‘samen’ voelen met hun medemensen, ook met mensen uit een ander land of andere cultuur. Die zelf gekozen gevoelsband is veel sterker dan de abstracte notie van een volksgemeenschap die mensen opsluit binnen een door anderen opgelegde gemeenschap of collectiviteit.’

Precies die ‘zelfgekozen gevoelsband’ kenmerkt ons. Wij leggen verbindingen met elkaar dwars door alle barrières heen. Wij opereren niet langs etnische of religieuze lijnen, maar op basis van gedeelde interesses en idealen. Wij hangen in dezelfde scene, volgen dezelfde studie en dromen van dezelfde toekomst. Onze wiegjes schommelden van de kust van de Zwarte Zee tot aan Oud-Zuid, van de hoogtes van het Rifgebergte tot aan het Brabantse Cuijk. In toenemende mate zijn wij kinderen uit gemengde gezinnen. Kinderen die de aanwezigheid van culturele en religieuze verscheidenheid even vanzelfsprekend vinden als ademhalen. Een hoofddoek op stiletto’s. Sproeten met kroeshaar. Geen dubbele, maar een driedubbele nationaliteit.

Wij zijn klaar voor de volgende fase in het integratiedebat en vragen de politiek om ons te volgen.

De toekomst van Nederland ligt besloten in de vrijheid van onze generatie om een baas te zijn. Baas over ons eigen leven. In de volgende fase zijn wij vrij om de hoofddoek af te slingeren of strak om het hoofd te houden. Vrij om naar Suriname of Curaçao te reizen zonder onderworpen te worden aan een 100% controle. 100% vrij om kritiek te leveren op de multiculturele samenleving zonder voor xenofoob of racist uitgemaakt te worden. 100% vrij om xenofobie of racisme te bekritiseren zonder als politiek correct te worden afgeschilderd. Wij willen gevrijwaard zijn van politici die ons elke godganse dag aanspreken op wat we niet zijn en wat we wel zouden moeten doen. Wij weigeren witgewassen te worden tot culturele klonen van de prototype Nederlander zoals die er volgens politiek Den Haag uitziet: een brave burger die op woensdag gehakt eet met het Wilhelmus op de achtergrond heftig discussierend over Sinterklaas die ‘ons’ wordt afgenomen. En wij laten ons net zo min vastketenen in onze ‘eigen gemeenschap’ elke keer als Mohammed of Jermaine Opsporing Verzocht domineren.

Laten we het doemscenario in het integratiedebat nu inruilen voor een nieuw scenario. Een scenario waarin de ongekende potentie van onderwijs, werk, jeugdzorg, kunst, cultuur en sport op de voorgrond staat in plaats van in de aftiteling. Een scenario dat kwaliteit boven kijkcijfers plaatst. Een beeldend verhaal dat inspireert in plaats van frustreert. Wij hebben een begin gemaakt, maar kunnen alleen een succesverhaal van dit scenario maken als iedereen meedoet. De tijd is aangebroken om de politiek wakker te schudden. De tijd is aangebroken voor een volgende fase in het integratiedebat.

Wie doet er mee?

Tofik Dibi (Tweede Kamerlid GroenLinks)
Noortje Thijssen
Saydan Karaman
Joeri Wetters
Kimberly Hintz
Erdal Kiran
Siddeeqah Sharif
Alexander Rontgen
Sabra Dahhan

Het manifest kan hier ondertekend worden.

Stem of voeg toe aan:  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

Overheid, doelgroepen en islam

donderdag, november 26th, 2009

Hoogopgeleide allochtone werknemers voelen zich niet thuis bij de overheid. Dat concludeert onderzoeker en hoogleraar Karen van Oudenhoven-Van der Zee werkzaam aan de Rijks Universiteit Groningen. Ze vroeg zich af waarom hoogopgeleide niet-westerse allochtonen liever voor het bedrijfsleven werken dan voor de overheid. Conclusie: “Het doelgroepenbeleid (voorheen positieve discriminatie genoemd) werk averechts en leidt tot conflicten en een onprettige sfeer op de werkvloer,” zegt Van Oudenhoven in Trouw. “Daardoor vertrekt de hoogopgeleide niet-westerse allochtoon al snel. Die werkt liever in het bedrijfsleven, waar geen diversiteitsquota gelden en waar puur naar kwaliteit wordt gekeken.”

Volgens de onderzoeker is bij de overheid etnische diversiteit maatschappelijk gewenst, terwijl het in het bedrijfsleven als een aanwinst wordt gezien. “Daar waar de overheid een gesloten, homogene werkgever is, is het bedrijfsleven minder rigide en staat open voor nieuwe, originele ideeën.” Van Oudenhoven verdedigt wel de gedachte achter het doelgroepenbeleid, maar heeft kritiek op de aanpak. De overheid zou moeten zeggen: we kunnen als overheid beter functioneren als we een diversiteitsbeleid hebben waar iedereen kwalitatief tot zijn recht komt, in plaats van quota’s na te streven.

Thijl Sunier, kersvers hoogleraar Islam in Europa (pdf) aan de VU in Amsterdam, stelt dat islamonderzoek te vaak in dienst van overheidsbeleid is. “Islamonderzoekers in Europa vertrekken te vaak vanuit het integratiebeleid van regeringen. Uitgangspunt zou echter moeten zijn dat de meeste moslims geen migranten meer zijn, maar integraal onderdeel uitmaken van de Europese samenlevingen en geïntegreerd zijn,” zegt Sunier op Wereldjournalisten. “Die eenzijdige benadering leidt tot eenzijdig onderzoek gericht op radicalisering en criminaliteit.”

Het islamonderzoek kan beter en wel specifiek op de volgende 3 gebieden, zegt Sunnier.
Ten eerste moet het onderzoek naar de islambeleving onder jongeren zich niet beperken tot radicalisering en aanpassingsproblemen, maar alle vormen van religiositeit in het onderzoek betrekken. Immers de meeste jongeren zijn geboren en getogen in Europa. Dit moet het vertrekpunt zijn voor onderzoek naar hun islambeleving.
Ten tweede moet het onderzoek naar het dagelijkse leven in wijken en de manier waarop moslims hun geloof inpassen in dat leven veel meer aandacht krijgen. Oude wijken staan vaak synoniem voor vergaarbakken van problemen. Dat levert een sterk vertekend beeld op van de realiteit.
Ten derde moet er onderzoek gedaan worden naar islamitisch leiderschap. Aan de ene kant wordt aan islamitische leiders en geestelijken een enorme invloed op moslims toegeschreven en worden ze ingezet om een keur aan problemen op te lossen. Aan de andere kant worden hun activiteiten en denkbeelden juist met argusogen bekeken en probeert men hun invloed in te dammen. Systematisch onderzoek naar islamitisch leiderschap levert een genuanceerder beeld op en geeft inzicht in de relatie tussen leiderschap en gewone moslims.

Stem of voeg toe aan:  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

Autochtone Utrechter meest crimineel

dinsdag, november 17th, 2009

Jeugdige veelplegers beginnen pas rond hun dertiende met criminele activiteiten. Het zijn bovendien niet Marokkaanse, maar Nederlandse jongeren, die verantwoordelijk zijn voor de meeste strafbare feiten. Dit zijn de twee voornaamste conclusies uit het onderzoeksrapport ‘Jeugdige veelplegers Utrecht’ van Ido Weijers en Marjolein Kampijon. Weijers is als bijzonder hoogleraar Jeugdrechtsverpleging verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht. Kampijon was ten tijde van het onderzoek verbonden aan het Openbaar Ministerie parket Utrecht.

Hoogleraar jeugdrechtspleging aan de Universiteit Utrecht Ido Weijers en voormalige medewerker van het Openbaar Ministerie in Utrecht Marjolein Kampijon deden onderzoek in opdracht van het OM naar jeugdige veelplegers en hun achtergrond. Ze kwamen onder meer tot de conclusie dat jonge veelplegers pas op hun dertiende met criminele activiteiten beginnen. Dat is later dan de vaak geopperde veronderstelling dat veelplegers hun ‘carrière’ al op de basisschool beginnen.

Weijers en Kampijon hebben 81 jongeren gevolgd die bekend staan als veelpleger. In acht jaar tijd pleegden de jongeren 1021 strafbare feiten. Van de jeugdige veelplegers is 49 procent van Marokkaanse komaf, 27 procent heeft een Nederlandse achtergrond. Volgens het rapport ligt het gemiddeld aantal delicten van de groep Marokkanen op elf. De kleinere groep Nederlanders ligt daar met 16,5 delict ruim boven.

De meeste veelplegers maken zich schuldig aan inbraken in huizen, winkels en auto’s of diefstal van fietsen en scooters. De jongeren doen dat voornamelijk voor het geld en deels voor de kick. Ruim driekwart maakt zich ook schuldig aan geweldsmisdrijven zoals vernieling, belediging, bedreiging en mishandeling.

In de beleving zijn het vooral allochtonen die zich schuldig maken aan criminaliteit. En dan vooral ook heel jonge allochtonen. Maar het is juist die beleving die zorgt voor een vertekend beeld van de werkelijkheid. “Naarmate er minder criminaliteit is in je omgeving, neemt de tolerantie voor wat er gebeurt, af,” schrijven Jan Meeus en Merel Thie in NRC Weekblad van 14 november. De veiligheidsparadox heet dat in jargon, die verklaart “hoe het kan dat het volgens de cijfers al jaren veiliger wordt in Nederland, maar dat mensen zich niet veiliger voelen”.

De criminaliteitscijfers in Nederland dalen sinds 2002. Toch denkt meer dan de helft van de Nederlanders dat het hier onveiliger wordt. Bij die cijfers zijn kanttekeningen te zetten, bevestigen onderzoekers van het WODC, het onderzoekscentrum van het ministerie van Justitie. Zo daalt het totaalcijfer door afname van het aantal inbraken en diefstallen, maar stijgt het aantal meldingen van geweld. Ook de jeugdcriminaliteit stijgt tegen de trend in. De cijfers van jeugdcriminaliteit laten een boeiend beeld zien, die het onderzoek in Utrecht lijken te bevestigen. “Crimineel gedrag begint vaak in de puberteit en bereikt een piek als de jongeren tussen de 18 en 20 jaar zijn,” schrijven Meeus en Thie. “Om dit in beeld te brengen gebruiken criminologen de age-crime curve.” Daaruit blijkt dat het aantal verdachten per 1000 inwoners bij Marokkaanse jongeren van 20 jaar het hoogst is, gevolgd door Antillianen, Turken en autochtone Nederlanders. Maar na hun 20ste daalt het aantal verdachten scherp.

Stem of voeg toe aan:  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner