Archief voor de categorie ‘Economie’

MVO in 2012 ‘Natuurzaam’

maandag, november 7th, 2011

In de interviewserie ‘Is het einde van MVO in zicht’ had Duurzaamnieuws ditmaal een gesprek met Ton van Rooijen, voormalig docent business innovatie aan Nyenrode Business Universiteit en expert op het gebied van ‘greenpimpen’ en oprichter en mededirecteur van MVOkoploper Go-Greener.

Wat zou u nu doen als er geen MVO was?

Precies hetzelfde wat we nu doen: bewuster leven door te consuminderen. 
En zo zelf bijdragen aan een houdbare samenleving die meer in baans is. De marsrichting voor ons hierbij is: decentraal en groen. Dat betekent steeds minder afhankelijk zijn van overheden en gevestigde marktpartijen. Dus meer vrijheid. En dat realiseren we met onze eetbare tuin, eigen kippen, onze zelf opgewekte groene stroom, verwarming met onze houtkachel, zelf composteren van ons keuken- en tuinafval, hergebruik door kringloopwinkels en/of marktplaats, geen eenmalige plastic boodschappentasjes meer, geen E stoffen in ons voedsel, zelf broodbakken etc. 
Eigenlijk niets nieuws onder de zon. Onze (groot)ouders deden dat altijd al. 
Iedereen kan dat. Jong geleerd, later gedaan.

Is anno 2011 MVO een vanzelfsprekendheid geworden?
MVO en duurzaam was er altijd al. En de term duurzaam suggereert iets anders dan het is. ’Natuurzaam’ is misschien een beter begrip. De natuur is een onuitputtelijke inspiratiebron die we kunnen gebruiken om een meer houdbare samenleving te bewerkstelligen.
Weet je niet hoe je zelf ‘’natuurzaam’’ zou kunnen ondernemen? Ga de natuur in en vraag hoe zij dat doet. Als je daarvoor openstaat en er oog voor hebt, dan krijg je de antwoorden gewoon aangereikt. Gratis advies.

Een spaarlamp indraaien, vindt u dat ook MVO?
De tijd van ’’MVO dat doe je zo’’ is definitief voorbij. Bewuster gaan leven en daarmee bijdragen aan een houdbare samenleving doet ieder op zijn/haar manier, tempo en binnen de gegeven mogelijkheden.
Vertrekpunt daarbij voor mij is: zelf doen wat ik in de wereld veranderd zou willen zien. Dus geen ‘’vérplas-wedstrijd’’, certificering of be(ver)oordeling van MVO initiatieven, maar zelf doen en ervaring opdoen gevoed vanuit je eigen overtuiging/passie. Vier de resultaten die je zo bereikt met elkaar. Want met elkaar steeds meer Groen Doen werkt aanstekelijk en is cool. 
Dat geeft Pleasure. En daarmee krijgt de bedachte MVO term: People, Planet, Profit weer extra schwung.

Kunt u aan uw nichtje van 10 uitleggen wat MVO is? Hoe doet u dat dan?
Ik neem haar mee naar onze groentetuin, waar ze zelf gratis boodschappen kan doen voor het eten van vanavond. Ik laat haar de kippeneieren uit het leghok halen en ze geeft de kippen te eten met de kliekjes die we van de vorige dag over hebben. Kippepoepjes gaan in de kompostton.
Groente en eieren komen van het land en de kip en niet van AH. En bemeste kompost dat maak je zelf. En elektriciteit om je mobieltje, Ipod, Ipad of Play-station mee op te laden? Die maak je ook gewoon zelf op onze home trainer met aangesloten accu. Even trappen en direct resultaat. Dat is all-in one Natuurzaam: Gezonde voeding en Beweging en dat spelenderwijs.

In 2012 beleven we het einde van MVO. MOO ( Maatschappelijk onverantwoord ondernemen) wordt strafbaar. Wensdroom of gruweldroom?

Met het vingertje naar elkaar wijzen wat mag en niet mag dat is passe. Dat is oud denken / handelen. Beter is denk ik aan iedere organisatie en burger de vraag voor te leggen wat zij zichtbaar en aantoonbaar hebben bijgedragen aan een meer houdbare samenleving. Geen enkele organisatie kan zich permitteren in 2012 het antwoord hierop schuldig te blijven. Dan tel je als bedrijf ineens niet meer mee en ben je out of business. Niemand die je producten nog wil kopen of voor je zou willen werken. Niet natuurzaam ondernemen is not done en probleem lost zich zo vanzelf op.

Wat is uw groenste uitdaging voor 2012?
100% selfsupporting zijn met onze eigen groene opgewekte stroom, verwarming, watervoorziening, eigen biologisch gekweekt voedsel en geen afval meer. 
Voor 2013: groen tanken thuis.
Kortom steeds groener doen met behoud van comfort tegen aanmerkelijk lagere kosten. (geen BTW, geen accijns, geen prijsverhogingen, geen CO2 taks, geen ECO Tax) 
Je eigen Groen met minder Poen! Wat een vrijheid!

YouTube voorvertoningsafbeelding.

Vraag naar water stijgt enorm

woensdag, november 2nd, 2011

Net als olie in de 20e eeuw, zou water wel eens DE basisbehoefte kunnen worden waar het in de 21ste eeuw om gaat draaien. Mensen zijn sinds de vroegste dagen van de beschaving afhankelijk geweest van de toegang tot water, maar met de 7 miljard mensen die nu op de Aarde leven en de exponentieel groeiende verstedelijking en ontwikkeling, groeit de vraag naar water als nooit tevoren.

“Watergebruik is in de vorige eeuw toegenomen met meer dan twee maal de groeisnelheid van de bevolking”, zei Kirsty Jenkinson, van het World Resource Institute, een denktank uit Washington. Het gebruik van water zal naar verwachting tussen 2007 en 2025 in de ontwikkelingslanden met 50 procent toenemen, en met 18 procent in ontwikkelde landen. “Veel van het toegenomen gebruik vindt plaats in de allerarmste landen waar steeds meer mensen van het platteland naar de steden trekken”, zei Jenkinson in een telefonisch interview.

De gevolgen van de klimaatverandering in deze eeuw – meer ernstige overstromingen, droogtes en veranderingen als gevolg van wijzigingen in neerslagpatronen- zullen waarschijnlijk de armste mensen het eerst èn het zwaarst treffen. Daarmee hebben we een enorme uitdaging in handen”, aldus Jenkinson. Zal er genoeg water zijn voor iedereen, vooral als bevolking -zoals voorspeld- naar 9 miljard blijft groeien, halverwege deze eeuw?

“Er is veel water op Aarde, dus zullen we niet gauw zonder zitten”, zegt Rob Renner, executive director van de Water Research Foundation in Colorado.
”Het probleem is dat 97,5 procent van het water zout is en … van de resterende 2,5 procent zoet water is tweederde deel bevroren. Er staat de wereld dus niet veel zoet en vloeibaar water ter beschikking”.

“Slechts 8 procent van de zoetwatervoorraad van de planeet gaat naar huishoudelijk gebruik ,ongeveer 70 procent ervan wordt gebruikt voor irrigatie, en 22 procent in de industrie”, zei Jenkinson.

Droogtes en onvoldoende regenval dragen bij aan wat bekend staat als het waterrisico, en dat slaat ook op overstromingen en vervuiling. “Wat nodig is” zei Jenkinson, “is integraal waterbeheer dat rekening houdt met wie welk soort water nodig heeft, evenals hoe en waar dat water het meest efficiënt kan worden gebruikt”.

“Water gaat snel een beperkende factor in ons leven worden”, zegt Ralph Eberts, executive vicepresident van Black & Veatch, een technisch bedrijf met een omzet van een 2,3 miljard dollar, dat watersystemen ontwerpt, en dat actief is in meer dan 100 landen. Hij zei dat hij een ‘herprioritering’ van middelen nodig vindt om de wateruitdagingen, die het gevolg zijn van het veranderende klimaat, en van de toenemende verstedelijking, aan te pakken.

Eberts’ bedrijf staat daar niet alleen in. Waterschaarste en waterstress – die ontstaan als de vraag naar water groter is dan het aanbod, of als de slechte kwaliteit van het water het gebruik ervan beperkt – hebben al toegeslagen in waterintensieve bedrijven en in waterbevoorradingsketens in Rusland en China en overal in het zuiden van de Verenigde Staten.

“De centrale rol die zoet water speelt in onze behoeften aan voedsel, brandstof, vezels, etc. is cruciaal geworden in onze overvolle, milieubewuste, maar overspannen wereld”, aldus Mindy Lubber directeur van de firma Ceres.

Het waterrisico is nu bijvoorbeeld al schadelijk voor een kledingfabrikant als The Gap, die zijn winstverwachting verlaagde met 22 procent, nadat droogte de katoenteelt in Texas aantastte .
Ook de onafhankelijke Franse gasproducent Toreador Resources zag zijn beurskoers met 20 procent dalen nadat Frankrijk “fracking” verbood, een methode om (schalie)gas te winnen, vooral vanwege bezorgdheid over de kwaliteit van het water die door toepassing van fracking wordt bedreigd.

Voedselreuzen Kraft Foods Inc., Sara Lee Corp., en Nestlé hebben prijsstijgingen aangekondigd om de hogere grondstoffenprijzen te compenseren, die het gevolg zijn van droogte, overstromingen en andere factoren.

Waterrisico is meer dan een zakelijke zorg. Internationale hulporganisaties zien een ramp aankomen voor mensen die slachtoffer kunnen worden van de toenemende droogte of van de stijgende onzekerheid over de watervoorziening.

In Oost-Afrika, bijvoorbeeld, zou een klimaatverandering wijzigingen met zich mee kunnen brengen in de temperatuur en de neerslag, waardoor het groeiseizoen zou verkorten en de opbrengsten zouden verkleinen van gewassen zoals maïs en bonen, waardoor, volgens een Oxfam-rapport, vooral kleine boeren en herders het zwaarst getroffen zouden worden.

Bron: Duurzaamheidsnieuws

Jan Jonker: De 7 Wegen naar een Groene Economie

maandag, oktober 10th, 2011

Op 10 november zal dr. Jan Jonker zijn rede als hoogleraar duurzaam ondernemen uitspreken. Hij is bekend van het crowdsourcingsproject Our Common Future 2.0 en beloofde ons: die toespraak mogen jullie publiceren. Als voorproefje hier alvast de 7 wegen die leiden naar een echte groene economie. Dat grondstoffen daarin steeds hergebruikt worden, is een voorwaarde vooraf. Dat achterblijvende bedrijven de duurzame koplopers gaan financieren is een van de consequenties.

Weg 1. Meervoudige waardecreatie
Meervoudige waardecreatie is een leidend beginsel van productie. De kern van dit principe is dat er een ander, genuanceerder winstbegrip gehanteerd wordt, waarin niet alleen het financiële resultaat van een onderneming een plek heeft. De bijdrage aan het oplossen van maatschappelijke issues komt daarmee meer centraal te staan, veel meer dan het maximaliseren van financieel rendement of ego. Deze meervoudigheid draagt bij aan de robuustheid van de onderneming en dempt onze neiging tot suboptimalisering, waarbij ieder voor zich het beste probeert te realiseren zonder daarbij de negatieve effecten voor anderen in beschouwing te nemen. Robuustheidsdenken draagt bij aan continuïteit en benadrukt het feit dat ondernemingen geen losstaande entiteiten zijn, maar een integraal deel van de maatschappij. Als efficiency écht in conflict komt met robuustheidsdenken, dan wint in de regel de laatste.

Weg 2. Achterblijvers financieren innovatie
Heffingssystemen (belastingen, premies, heffingen) functioneren zodanig dat achterblijvers bijdragen aan de inspanningen en het risico van de voorhoede. Voorbeelden zijn gemakkelijk te bedenken: grijze energie wordt duurder om mee te betalen aan het aanloop- en innovatierisico van groene energie. Nieuwe proteïneproducten worden in de startfase mede gefinancierd door varkensvleesomzet. Er wordt geregeld dat de moeilijkste innovatiefasen vereenvoudigd worden via kruisfinanciering. Dit is een relatief eenvoudige manier om onzichtbare maatschappelijke kosten, zoals vervuiling en uitputting van grondstoffen, mee te laten wegen in de prijs vorming.

Weg 3. Een hernieuwde balans tussen lokaal en globaal
Er is een hernieuwde balans tussen lokaal en globaal. Als zaken invloed hebben op wat zich lokaal afspeelt, maar de lokale of regionale organisaties kunnen er geen invloed op uitoefenen, dan dreigt vervreemding. Een voorbeeld is het “footloose” kapitaal dat via valutabeurzen over de wereld flitst. Een mede daaruit voortkomende kredietcrisis raakt lokale gemeenschappen, maar die beschikken niet over mogelijkheden hun belangen te verdedigen. Lokaliseer dus waar het kan en zinvol is. Voorbeelden zijn te vinden in nieuwe regionale entiteiten rond energie, gezondheid of voedsel.

Weg 4. Totale kosten van bezit zijn leidend
De totale kosten van bezit (Total cost of ownership, TCO) zijn het uitgangspunt, niet alleen de aanschaf- of verkoopprijs. Dit houdt in dat bedrijven en consumenten zich mede verantwoordelijk voelen voor wat er verderop of terug in de keten gebeurt. Voorbeelden zijn te vinden in energie- of watergebruik en “embedded” grondstoffen over het hele levensloop-netwerk. Verantwoording systemen zijn hierop ingericht.

Weg 5. Cyclisch gebruik van grondstoffen
Er wordt gedacht in vérgaande levenscycli: cyclisch gebruik van grondstoffen waarbij afstanden bovendien kort gehouden worden (close-loops). Producenten realiseren zich dat hun grondstoffen voortkomen uit afval uit een vorige schakel, en dat hun restproducten weer voedsel zijn voor de volgende. Belastingsystemen zijn hierop ingericht voor alle betekenisvolle materiële stromen: automobielen, voeding, wasmachines, drinkwater, huizen, energiedragers…

Weg 6. De vervuiler betaalt
Het aloude principe “de vervuiler betaalt” wordt rigoureus doorgevoerd. Organisaties gaan rekening houden met directe aansprakelijkheid op daden die het milieu op korte of lange termijn schade berokkenen, ook als de schade pas veel later optreedt.

Weg 7. Vrijheid om verantwoord te handelen
Zoveel mogelijk keuzevrijheid bij producenten en consumenten, mits ze in hun doen en laten aan deze principes voldoen. De overheid moet zo weinig mogelijk sturen door middel van verboden of voorgeschreven middelen, methoden of technieken, maar duidelijke en ambitieuze doelen en kaders geven. Dit geeft burgers en bedrijven de vrijheid om verantwoord te handelen. De doelen en kaders kunnen gebaseerd zijn op bestaande governance frameworks, zoals het Earth Charter en het mensenrechten framework van Ruggie. Controlemechanismen (juridisch, intervisies, zelforganisatorisch) zijn eerder principle-based dan legalistisch, want strikte wetgeving ijlt vaak na en belemmert op die manier innovatie.

Bron: P+

YouTube voorvertoningsafbeelding

SER-advies ‘Ontwikkeling door duurzaam ondernemen’

donderdag, september 29th, 2011

Staatssecretaris Knapen van Buitenlandse Zaken heeft vandaag het advies van de Sociaal Economische Raad (SER) over ontwikkelingssamenwerking en bedrijfsleven in ontvangst genomen. Het advies was in maart 2011 door de staatssecretaris aangevraagd.

In het advies ‘Ontwikkeling door duurzaam ondernemen’ onderstreept de SER het belang van ontwikkeling van de private sector in ontwikkelingslanden als motor voor duurzame groei en werkgelegenheid. De SER adviseert de inzet op verbetering van het ondernemingsklimaat, marktwerking en markttoegang te intensiveren. Samenwerken met het bedrijfsleven is daarbij essentieel. Maar, zo benadrukt de SER, dan wel op basis van de principes van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO).

Staatssecretaris Knapen is blij dat het advies er is. ‘Mijn beleid is gericht op armoedevermindering door in te zetten op zelfredzaamheid en duurzame economische groei in ontwikkelingslanden. Dat kunnen we als overheid niet alleen, daar hebben we het bedrijfsleven, kennisinstellingen en het maatschappelijk middenveld hard bij nodig. Dit rapport helpt het bedrijfsleven bij duurzame economische ontwikkeling in ontwikkelingslanden te betrekken.’

Het advies werd unaniem aangenomen door de leden van de SER raad. Ook door het maatschappelijk middenveld werd het advies goed ontvangen.

Het advies sluit aan bij het beleid van Knapen, dat zich richt op de inzet van Nederlandse kennis en kunde om voedselzekerheid en toegang tot schoon drinkwater en goede sanitatie te bevorderen, bij te dragen aan de seksuele reproductieve rechten van vrouwen en zo armoede te doen verminderen.

De meeste voorstellen in het rapport van de SER worden positief ontvangen en zijn al vertaald in concrete beleidsstappen. Zo wordt samen met ontwikkelingsbank FMO geïnvesteerd in verbetering van de financiële dienstverlening aan ondernemers in ontwikkelingslanden. Het bedrijfsleven instrumentarium wordt vereenvoudigd. Een voorbeeld is de faciliteit Ontwikkelingsrelevante Infrastructuurontwikkeling (ORIO), waar de aanbesteding naar voren wordt gehaald. Daardoor verdwijnt de door de SER als kunstmatig gekwalificeerde scheiding tussen projectontwikkeling en –uitvoering. ‘Evenals de SER verwacht ik dat dit de betrokkenheid van het bedrijfsleven bij de realisatie van infrastructuurprojecten zal vergroten. Gegeven het belang van betrouwbare infrastructuur voor economische ontwikkeling ga ik ook mee in het verzoek van de SER om het toewijzingsbudget voor ORIO te verhogen,’ zegt Knapen. De staatssecretaris besloot onlangs het toewijzingsbudget van ORIO met EUR 40 miljoen per jaar te verhogen tot EUR 180 miljoen per jaar.
De formele reactie van de staatssecretaris op het SER advies zal volgen in een brief aan de Tweede Kamer later dit jaar.

Ontwikkelingssamenwerking helpt

dinsdag, september 13th, 2011

Een derde van de 54 armste landen ter wereld is in de afgelopen decennium minder afhankelijk geworden van buitenlandse hulp. Dat stelt Niza/ActionAid in het vandaag verschenen rapport Real Aid 3.

In vergelijking met het voorgaande rapport uit 2006 laat dit rapport een toename zien in goede kwaliteit hulp – ook wel effectieve hulp genoemd – namelijk van 51% naar 55%. Maar stelt tegelijkertijd dat er nog steeds sprake is teveel ineffectieve hulp verstrekt door buitenlandse donoren.

Scholen, ziekenhuizen en de aanleg van wegen worden vaak uit ontwikkelingshulp gefinancierd. Steeds vaker zijn arme landen in staat om eigen middelen aan te wenden om deze elementaire diensten zelf te financieren. Zo bracht Ghana in de afgelopen 10 jaar zijn afhankelijkheid van buitenlandse hulp terug van 46% naar 27%, Mozambique van 74% naar 58% en Rwanda van 86% naar 65%.
Ruud van den Hurk, directeur bij Niza/ActionAid: “Een grote groep ontwikkelingslanden wordt steeds minder afhankelijk van hulp en kunnen vaker hun eigen middelen aanwenden om essentiële diensten te leveren. Hierdoor leggen ze meer rekenschap af aan hun burgers, in plaats van donoren. Het rapport laat zien dat we met goede kwaliteit hulp wel degelijk resultaten kunnen bereiken.”

Om te voldoen aan de kwalificatie van effectieve hulp moet deze terecht komen bij de armste lagen van de bevolking en moet het ontvangende land de ruimte en de vrijheid krijgen om zijn eigen ontwikkelingsplannen uit te voeren. Effectieve hulp is in principe ongebonden, goed beheerd en wordt uitgegeven in het ontvangende land. Regelingen met betrekking tot schuldenverlichting of kwijtschelding vallen niet onder effectieve hulp.

Van de 23 OECD-landen die in het onderzoeksrapport worden genoemd, scoren Engeland, Ierland en Luxemburg het hoogst als het gaat om effectieve hulp, terwijl Frankrijk, Oostenrijk en Duitsland het laagst scoren. Nederland doet het goed en staat op de zevende plek van de beste scorende landen op effectieve hulp.

“Dit zou een wake-up call moeten zijn voor al die regeringsleiders die claimen armoedebestrijding hoog in het vaandel te hebben staan. Het rapport laat duidelijk zien welke landen, ondanks hun goede bedoelingen, laag scoren als het gaat om werkelijke hulp, zoals Duitsland en Frankrijk. Wij roepen daarom de wereldleiders op om meer effectieve hulp te geven zodat nog meer arme landen hun afhankelijkheid van ontwikkelingshulp kunnen afbouwen.”, aldus Ruud van den Hurk.

Hogere voedselprijzen door pensioenfondsen?

woensdag, mei 18th, 2011

Pensioenfondsen en andere beleggingen op lange termijn tillen de voedselprijzen over het recordpeil van 2008, toen er in dertig landen voedselrellen uitbraken. Dat vermoedt de Britse ngo Christian Aid. Doorgaans worden enkel roekeloze speculanten met de vinger gewezen.

“In de voorbije jaren waren de stijgende voedselprijzen een afspiegeling van de investeringen in individuele commodity’s: beleggingen in grondstoffen en bulkgoederen”, verklaart Andrew Hogg van Christian Aid. De organisatie heeft zopas het rapport Hungry for justice: Fighting starvation in an age of plenty gelanceerd. Daaruit blijkt dat de voedselprijzen tussen januari 2005 en juni 2008 klommen met een gemiddelde van 83 procent. In februari 2011 werd zelfs het record uit 2008 gebroken. 

De financiële speculatie op landbouwbouwproducten heeft deze stijging grotendeels veroorzaakt, maar de studie oppert dat niet hedgefondsen en speculanten de hoofdverantwoordelijken zijn, zoals meestal wordt aangenomen. Het zouden eerder de voorzichtige institutionele beleggingen zijn, zoals pensioenfondsen.

“We kunnen niet met zekerheid stellen dat termijncontracten in commodity’s de voedselprijzen de hoogte injagen. Wel stellen we vast dat de stijgingen gelijklopen. Er moet dus dringend onderzocht worden of deze enorme hoop geld bijdraagt aan de honger in de wereld”, stelt Hogg. 

Een termijncontract gaat uit van hoeveel een gewas waard zal zijn op een zeker ogenblik in de toekomst wanneer het geoogst wordt. Dit type investering bestaat al honderden jaren, meestal als manier om boeren een voorschot te geven.

Vandaag stoppen bedrijven enorme bedragen in deze termijncontracten. 

Een andere mijlpaal was de oprichting van indexfondsen voor grondstoffen en bulkgoederen, waarbij wordt gekeken naar de indexen van een bundel commodity’s. Goldman Sachs bood voor het eerst zo’n indexfonds aan in 1991. De bank koos dertien commodity’s, waaronder graan, koffie en varkensvlees en stelde investeerders voor om te beleggen in deze bundel, in plaats van in individuele producten.

Deze fondsen begonnen niet-traditionele investeerders zoals pensioenfondsen aan te trekken. Het totale bedrag dat institutionele investeerders in deze fondsen hebben gestopt, ging van 15 miljard dollar naar 317 miljard dollar in het midden 2008. In tegenstelling tot hedgefondsen waar de verkoop van aandelen in een snel tempo verloopt en waarbij “tegen de markt” wordt gehandeld, koopt men bij indexfondsen als de prijs laag is en verkoopt men als de prijs hoog ligt. Gewassen staan bekend als een veilige investering, aangezien mensen altijd voedsel nodig zullen hebben.

“Beleidsmakers zouden nooit meer mogen instemmen met zulke evoluties zonder de impact op de arme bevolking in ontwikkelingslanden na te gaan”, aldus Hogg. “Nu is het te laat om beleggingen in commodity’s te verbieden, maar we wijzen erop dat deze gevolgen niet werden voorspeld. Ze hadden hier beter over moeten nadenken.”

Isolda Agazzi

Bron: DuurzaamNieuws

Richistan: waarom de V.S. lijkt op Ghana

woensdag, april 27th, 2011

Het degelijke tijdschrift Foreign Affairs besprak in het februarinummer het boek ‘Winner-Take-All Politics: How Washington Made the Rich Richer’, van Jacob Hacker en Paul Pierson. Conclusie van het boek: in de extreme concentratie van rijkdom bij een kleine elite doet de Verenigde Staten niet onder voor ontwikkelingslanden als Ghana of Nicaragua.

De cijfers liegen er niet om. Terwijl 17 procent van de Amerikanen geen of te weinig werk heeft, of zelfs het zoeken naar een baan hebben gestaakt, nam het inkomen van de top-1-procent verdieners het afgelopen decennium jaarlijks met 10 procent toe! De top-1-procent haalt, volgens Max Westerman in Maarten!, jaarlijks een biljoen dollar binnen. De 0,01 procent van de top-1-procent verdieners haalt zelfs nog meer geld binnen: hun jaarinkomen steeg van 4 miljoen dollar in 1974 tot 35 miljoen dollar in 2011. Naast musici, acteurs en advocaten, zit een deel van de topverdieners op Wall Street. In het crisisjaar 2009 ging hun salaris doodleuk met 27 procent omhoog. Westerman citeert het tijdschrift de New Yorker, die over de Wall Street-elite schreef: “Als ze zich massaal in hun strandhuizen zouden terugtrekken, zou de rest van de economie het prima rooien, misschien zelfs wel gezonder zijn”.

Westerman schrijft dat de Verenigde Staten “is veranderd van Broadland, waar de brede massa deelde in de economische voorspoed, in Richistan, waar de elite bijna alle vruchten plukt”.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Voedselzekerheid van levensbelang

maandag, april 18th, 2011

Wereldbankpresident Zoellick heeft op 14 april de noodklok geluid over de gevolgen van stijgende voedselprijzen voor mensen in ontwikkelingslanden. Knapen is het met Zoellick eens: ‘Voedselzekerheid is van levensbelang.’

De voedselprijzencrisis is nog niet afgelopen. Begin 2010 hielden de voedselprijzen even pas op de plaats, maar inmiddels stijgen de prijzen weer. De Wereldbank heeft berekend dat er sinds juni 2010 weer 44 miljoen mensen met honger zijn bijgekomen. ‘Er is dus alle reden om dit probleem met nog meer urgentie aan te pakken’, aldus Knapen.

Voedselzekerheid is één van de vier beleidsprioriteiten voor ontwikkelingssamenwerking. Knapen juicht het dan ook toe dat voedselzekerheid dit weekend hoog op de agenda staat bij de Wereldbankvergadering. Nederland heeft op dit terrein echt iets te bieden. Het kabinet wil de kennis van Nederlandse universiteiten en bedrijven actief gaan inzetten in ontwikkelingslanden. Nederland zet in op professionalisering van kleine boeren zodat ze meer kunnen oogsten, verbetering van gewassen zodat ze ziektes kunnen weerstaan en eerlijke en duurzame handel zodat boeren een eerlijke prijs krijgen voor hun producten.

De wereld leert van Nederland om hoofd boven water te houden

dinsdag, maart 29th, 2011

Het laatste nummer van ChangeMagazine, een tijdschrift dat bericht over klimaat, brengt een voorbeeld hoe Nederlandse kennis (en handelsbelangen?) elders in de wereld toegepast wordt. Is dit wat Verhagen en Rosenthal willen?

Het palm-eiland bij Dubai, de verbeterde dijken bij New Orleans (VS) en de waterzuiveringsinstallaties in Australië hebben één ding gemeen: ze profiteren van Nederlandse kennis, opgedaan in onze eeuwenlange zoektocht naar droge voeten.

Door Daniëlle van Gils

“Nederland strijdt al eeuwen tegen deze natuurlijke vijand – water”, vertelt Hanneke Heeres, Unie van Waterschappen, aan AFP. Met het 900-jarig bestaan is de Unie van Waterschappen het oudste Nederlandse overheidsorgaan. “En met de mondiale opwarming van de aarde, en een stijgende zeespiegel, is de wereld steeds meer en meer geïnteresseerd in Nederlandse kennis.”

Van het beeld van Hansje met zijn vinger in de dijk komen we in Nederland ogenschijnlijk niet meer af – en misschien ook wel met goede reden: het laagste punt in Nederland ligt 6,76 meter onder de zeespiegel. In totaal ligt 26% van ons land onder de zeespiegel. “Al 10 eeuwen geleden maakten Hollanders hoge terpen waarop ze hun huizen bouwden, veilig buiten bereik van het water”, vertelt Bert Groothuizen, Van Oord, aan AFP. “De technologie verbeterde, en ze ontwierpen machines zoals baggerboten.” Nederland heeft 2000 bedrijven op het gebied van water, met in totaal 80.000 werknemers.

De Nederlandse kennis op het gebied van water gaat verder dan alleen Europa, en wordt ook gebruikt in Afrika, Azië en het Amerikaans continent. Nederlandse experts hielpen mee om stormvloedkeringen te bouwen in St. Petersburg en Venetië, om Jakarta bestendiger tegen overstromingen te maken, en adviseerden over klimaatadaptatie-plannen voor de Malediven en de Mekong Delta in Zuidoost-Azië. Zo zijn er Dutch Dialogues, een uitgebreide interactie tussen Nederlandse ingenieurs, landschapsarchitecten, stedenbouwkundigen, bodemkundigen en hun collega’s in het buitenland.

Heeres: “De Verenigde Staten raakten geïnteresseerd in onze expertise na de orkaan Katrina”, die in 2005 in New Orleans bijna 1500 mensen doodde. “In New Orleans hebben we dijken verbeterd, om ze steviger, hoger en groter te maken”, voegt Matthijs van Ledden, Royal Haskoning, toe.

Om Nederlandse kennis van bepaalde gebieden op de kaart te zetten, heeft het kabinet negen teams ingesteld. Het Topteam Water is daar één van. “Nederland wordt internationaal gezien als voorloper op het gebied van waterinnovatie en watertechnologie. Dit Topteam zet zich in om dit te versterken en verder uit te bouwen. Zodat we ons blijven onderscheiden op het gebied van water en onze expertise kunnen delen met de wereld”, vertelt staatssecretaris Atsma (Infrastructuur en Milieu) bij een bezoek aan het Topteam Water.

Christine Boomsma, Netherlands Water Partnership (NWP): “De Verenigde Staten hebben Silicon Valley [een hightech-industriegebied in California, red], wij willen Water Valley zijn.”

Bron: ChangeMagazine

Klimaatverandering risico voor kerncentrales

woensdag, maart 16th, 2011

Nucleaire installaties zijn gebouwd volgens strenge veiligheidsnormen. Toch wijzen critici op risico’s uit onverwachte hoek: klimaatverandering. Zo loopt de Madras-centrale in India mogelijk gevaar door de stijgende zeespiegel.

De ramp in Japan heeft kernenergie, en dan met name de gevaren die eraan kleven, weer in de volle belangstelling gezet. Oneworld schrijft dat klimaatverandering een bedreiging vormt voor kerncentrales die gebouwd zijn aan de kust.

“Volgens voorstanders van nucleaire energie kunnen kerncentrales een sleutelrol spelen in de strijd tegen de klimaatverandering, omdat ze voor betrouwbare stroomvoorziening zorgen zonder grote uitstoot van broeikasgassen. Maar tegenstanders wijzen erop dat die klimaatverandering wel eens een nieuwe bedreiging zou kunnen vormen voor de centrales, omdat de keuze van nieuwe locaties een moeilijke oefening blijkt.

Omdat de centrales sterk afhankelijk zijn van water voor afkoeling, zijn ze vaak aan de kust gesitueerd. En dat maakt ze per definitie kwetsbaar voor een stijgende zeespiegel. Het klimaatpanel van de VN schat die stijging voor deze eeuw tussen 18 en 59 centimeter, mogelijk meer als de ijskappen in Groenland en Antarctica beginnen te smelten.

Voor enkele centrales, zoals de Madras-kerncentrale in India, wordt dat risico op korte termijn al reëel. “Een stijging van de zeespiegel met 1 meter zal ongeveer 1091 vierkante kilometer van het kustgebied in Tamil Nadu permanent onder water zetten, maar het totale risicogebied is bijna zes keer zo groot,” waarschuwde een studie van het Indiase Instituut voor Technologie vorig jaar nog. De reactoren liggen weliswaar vijf tot tien meter boven de zeespiegel, maar ze liggen erg dicht bij de kustlijn en zijn gevoelig voor kusterosie, besluit de studie.

Extreme weersomstandigheden zoals orkanen vormen een andere bedreiging voor centrales dicht bij zee. In 1992 veroorzaakte de orkaan Andrew bijvoorbeeld grote schade aan de watertanks en schoorstenen van de kerncentrale van Turkey Point in Florida.
Aardbevingsgevoelig
De Japanse kerncentrales zijn lang niet de enige in gebieden die aardbevingsgevoelig zijn. Volgens het Internationaal Atoomagentschap (IAEA) ligt maar liefst een vijfde van alle commerciële kerncentrales in dergelijke gebieden. Behalve Japan hebben onder andere Taiwan, Turkije, Chili, Amerika en India ook kerncentrales in gebieden met veel seismische activiteit of zijn van plan daar een centrale te bouwen.
Een alternatief zou kunnen zijn om nieuwe centrales meer landinwaarts langs grote rivieren te positioneren, maar dat levert weer nieuwe risico’s op. Centrales aan de oevers van grote rivieren zijn immers kwetsbaarder voor extreme weersomstandigheden, zoals overvloedige neerslag of hittegolven. Extreme neerslag in een rivierbekken kan voor overstroming zorgen, terwijl hittegolven de temperatuur van het koelwater beïnvloeden.

De stijgende temperatuur zijn ook een mogelijk risico. Als het koelwater dat de centrale binnenstroomt aanzienlijk warmer is, kan de temperatuur tijdens het koelproces zo warm zijn dat het een gevaar voor het milieu vormt. De Franse overheid legt bijvoorbeeld een limiet op van 24 graden Celsius voor geloosd koelwater. Als de temperatuur hoger wordt tijdens een hittegolf, moet de reactor stilgelegd worden of op een lager pitje draaien. Tijdens de hittegolf van 2003 werden uiteindelijk zeventien reactoren in Frankrijk stilgelegd.”