Archief voor de categorie ‘Fair trade’

NCDO signaleert groei aantal particuliere initiatieven

dinsdag, december 20th, 2011

Uit onderzoek van NCDO blijkt dat het aantal kleinschalige, vrijwillige ontwikkelingsorganisaties – Particuliere initiatieven (PI) – groeit. Ook worden steeds meer mensen actief als vrijwilliger in een PI, meldt het onderzoek.

NCDO wilde via het onderzoek onder 661 vrijwilligers weten wie deze vrijwilligers zijn en wat hen beweegt actief te worden in een PI? De resultaten van het onderzoek laten zien dat deze vrijwilligers gemiddeld 55 jaar zijn en, vergeleken met een dwarsdoorsnede van de Nederlandse bevolking, vaker man (60%) en vaker gelovig (50%) zijn. Tevens zijn deze vrijwilligers vaak hoger opgeleid (70%) en verdienen zij gemiddeld genomen bovenmodaal. Uit eerder onderzoek weet NCDO dat de meeste vrijwilligers actief worden in het PI naar aanleiding van een vakantie of langdurig verblijf in een ontwikkelingsland. Wanneer mensen eenmaal actief zijn binnen een PI, worden ze voornamelijk gedreven door de wens de wereld om hen heen beter te begrijpen. Daarnaast kunnen mensen via hun vrijwilligerswerk in het PI uitdrukking geven aan belangrijke waarden, zoals gerechtigheid, en hecht men belang aan de sociale contacten die men opdoet tijdens het vrijwilligerswerk.

Gemiddeld besteden PI-vrijwilligers 37 uur per maand aan hun activiteiten binnen het PI. Vergeleken met vrijwilligers in het algemeen is dit meer dan gemiddeld. Men besteedt deze uren voornamelijk aan fondsenwerving, bestuurlijke taken en administratie. De verschillen tussen de vrijwilligers in het aantal uren dat zij dit werk doen zijn groot. Voor sommigen blijft de vrijwillige inzet beperkt tot enkele uren per maand terwijl anderen er een fulltime job aan hebben. Het is daarom interessant te kijken welke factoren bepalend zijn voor de hoogte van het aantal vrijwilligersuren.
Ongeveer de helft van de vrijwilligers die deelnamen aan het CIDIN-onderzoek uit 2008-2009 is niet alleen actief als vrijwilliger binnen een PI, maar is eveneens de oprichter van dit initiatief. Oprichters besteden gemiddeld 46 uur per maand aan het vrijwilligerswerk binnen hun eigen organisatie. Mannen blijken gemiddeld genomen meer tijd te investeren in een PI dan vrouwen en getrouwde vrijwilligers zijn actiever dan ongetrouwde. Ook geldt dat mensen die zichzelf niet rekenen tot een kerk of andere religieuze instelling actiever zijn dan de kerkelijken.

Een belangrijke baat van vrijwilligerswerk wordt aangeduid als ‘de warme gloed’ (the warm glow): het levert mensen een fijn gevoel op. Onderzoek heeft laten zien dat dit gevoel sterker is als mensen er van overtuigd zijn dat hun bijdrage daadwerkelijk een verschil maakt. Op basis van geografische (fysieke) en psychologische (‘anders zijn’) afstand tussen de doelgroep van ontwikkelingsorganisaties en vrijwilligers, alsmede de complexiteit van ontwikkelingsproblemen wordt aangenomen dat ‘de warme gloed’ die vrijwilligers van ontwikkelingsorganisaties ervaren minder  hoog zal zijn. Dit zou dan weer resulteren in een beperktere inzet van vrijwilligers. De resultaten van dit onderzoek komen overeen met deze redenering.

NCDO verwachtte dat PI-vrijwilligers die een sterk geloof hebben in ontwikkelingssamenwerking in het algemeen en de effectiviteit en efficiëntie van ontwikkelingsorganisaties in het bijzonder, meer tijd zouden investeren in een PI. Ze zouden, meer dan hun kritische medevrijwilligers gemotiveerd worden door de gedachte dat hun bijdrage daadwerkelijk verschil maakt. Het tegendeel blijkt uit de resultaten: kritischere PI-vrijwilligers spenderen juist meer tijd aan het PI. Vaak wordt verondersteld dat PI’s worden opgericht vanwege een kritische houding ten aanzien van bestaande ontwikkelingsorganisaties. Echter, dit blijkt voor slechts 5% van de vrijwilligers de belangrijkste aanleiding te vormen om een PI op te richten of actief te worden binnen een PI. Dit onderzoek toont aan dat er wel een positief verband is tussen de kritische houding ten aanzien van ontwikkelingssamenwerking en de mate waarin mensen zich inzetten in PI’s. Dit alles wekt de indruk dat PI-vrijwilligers hun werk zowel ervaren als een manier om uitdrukking te geven aan hun betrokkenheid op de wereld, als een alternatieve, doeltreffendere, manier om bij te dragen aan ontwikkelingssamenwerking.

MVO in 2012 ‘Natuurzaam’

maandag, november 7th, 2011

In de interviewserie ‘Is het einde van MVO in zicht’ had Duurzaamnieuws ditmaal een gesprek met Ton van Rooijen, voormalig docent business innovatie aan Nyenrode Business Universiteit en expert op het gebied van ‘greenpimpen’ en oprichter en mededirecteur van MVOkoploper Go-Greener.

Wat zou u nu doen als er geen MVO was?

Precies hetzelfde wat we nu doen: bewuster leven door te consuminderen. 
En zo zelf bijdragen aan een houdbare samenleving die meer in baans is. De marsrichting voor ons hierbij is: decentraal en groen. Dat betekent steeds minder afhankelijk zijn van overheden en gevestigde marktpartijen. Dus meer vrijheid. En dat realiseren we met onze eetbare tuin, eigen kippen, onze zelf opgewekte groene stroom, verwarming met onze houtkachel, zelf composteren van ons keuken- en tuinafval, hergebruik door kringloopwinkels en/of marktplaats, geen eenmalige plastic boodschappentasjes meer, geen E stoffen in ons voedsel, zelf broodbakken etc. 
Eigenlijk niets nieuws onder de zon. Onze (groot)ouders deden dat altijd al. 
Iedereen kan dat. Jong geleerd, later gedaan.

Is anno 2011 MVO een vanzelfsprekendheid geworden?
MVO en duurzaam was er altijd al. En de term duurzaam suggereert iets anders dan het is. ’Natuurzaam’ is misschien een beter begrip. De natuur is een onuitputtelijke inspiratiebron die we kunnen gebruiken om een meer houdbare samenleving te bewerkstelligen.
Weet je niet hoe je zelf ‘’natuurzaam’’ zou kunnen ondernemen? Ga de natuur in en vraag hoe zij dat doet. Als je daarvoor openstaat en er oog voor hebt, dan krijg je de antwoorden gewoon aangereikt. Gratis advies.

Een spaarlamp indraaien, vindt u dat ook MVO?
De tijd van ’’MVO dat doe je zo’’ is definitief voorbij. Bewuster gaan leven en daarmee bijdragen aan een houdbare samenleving doet ieder op zijn/haar manier, tempo en binnen de gegeven mogelijkheden.
Vertrekpunt daarbij voor mij is: zelf doen wat ik in de wereld veranderd zou willen zien. Dus geen ‘’vérplas-wedstrijd’’, certificering of be(ver)oordeling van MVO initiatieven, maar zelf doen en ervaring opdoen gevoed vanuit je eigen overtuiging/passie. Vier de resultaten die je zo bereikt met elkaar. Want met elkaar steeds meer Groen Doen werkt aanstekelijk en is cool. 
Dat geeft Pleasure. En daarmee krijgt de bedachte MVO term: People, Planet, Profit weer extra schwung.

Kunt u aan uw nichtje van 10 uitleggen wat MVO is? Hoe doet u dat dan?
Ik neem haar mee naar onze groentetuin, waar ze zelf gratis boodschappen kan doen voor het eten van vanavond. Ik laat haar de kippeneieren uit het leghok halen en ze geeft de kippen te eten met de kliekjes die we van de vorige dag over hebben. Kippepoepjes gaan in de kompostton.
Groente en eieren komen van het land en de kip en niet van AH. En bemeste kompost dat maak je zelf. En elektriciteit om je mobieltje, Ipod, Ipad of Play-station mee op te laden? Die maak je ook gewoon zelf op onze home trainer met aangesloten accu. Even trappen en direct resultaat. Dat is all-in one Natuurzaam: Gezonde voeding en Beweging en dat spelenderwijs.

In 2012 beleven we het einde van MVO. MOO ( Maatschappelijk onverantwoord ondernemen) wordt strafbaar. Wensdroom of gruweldroom?

Met het vingertje naar elkaar wijzen wat mag en niet mag dat is passe. Dat is oud denken / handelen. Beter is denk ik aan iedere organisatie en burger de vraag voor te leggen wat zij zichtbaar en aantoonbaar hebben bijgedragen aan een meer houdbare samenleving. Geen enkele organisatie kan zich permitteren in 2012 het antwoord hierop schuldig te blijven. Dan tel je als bedrijf ineens niet meer mee en ben je out of business. Niemand die je producten nog wil kopen of voor je zou willen werken. Niet natuurzaam ondernemen is not done en probleem lost zich zo vanzelf op.

Wat is uw groenste uitdaging voor 2012?
100% selfsupporting zijn met onze eigen groene opgewekte stroom, verwarming, watervoorziening, eigen biologisch gekweekt voedsel en geen afval meer. 
Voor 2013: groen tanken thuis.
Kortom steeds groener doen met behoud van comfort tegen aanmerkelijk lagere kosten. (geen BTW, geen accijns, geen prijsverhogingen, geen CO2 taks, geen ECO Tax) 
Je eigen Groen met minder Poen! Wat een vrijheid!

YouTube voorvertoningsafbeelding.

Jan Jonker: De 7 Wegen naar een Groene Economie

maandag, oktober 10th, 2011

Op 10 november zal dr. Jan Jonker zijn rede als hoogleraar duurzaam ondernemen uitspreken. Hij is bekend van het crowdsourcingsproject Our Common Future 2.0 en beloofde ons: die toespraak mogen jullie publiceren. Als voorproefje hier alvast de 7 wegen die leiden naar een echte groene economie. Dat grondstoffen daarin steeds hergebruikt worden, is een voorwaarde vooraf. Dat achterblijvende bedrijven de duurzame koplopers gaan financieren is een van de consequenties.

Weg 1. Meervoudige waardecreatie
Meervoudige waardecreatie is een leidend beginsel van productie. De kern van dit principe is dat er een ander, genuanceerder winstbegrip gehanteerd wordt, waarin niet alleen het financiële resultaat van een onderneming een plek heeft. De bijdrage aan het oplossen van maatschappelijke issues komt daarmee meer centraal te staan, veel meer dan het maximaliseren van financieel rendement of ego. Deze meervoudigheid draagt bij aan de robuustheid van de onderneming en dempt onze neiging tot suboptimalisering, waarbij ieder voor zich het beste probeert te realiseren zonder daarbij de negatieve effecten voor anderen in beschouwing te nemen. Robuustheidsdenken draagt bij aan continuïteit en benadrukt het feit dat ondernemingen geen losstaande entiteiten zijn, maar een integraal deel van de maatschappij. Als efficiency écht in conflict komt met robuustheidsdenken, dan wint in de regel de laatste.

Weg 2. Achterblijvers financieren innovatie
Heffingssystemen (belastingen, premies, heffingen) functioneren zodanig dat achterblijvers bijdragen aan de inspanningen en het risico van de voorhoede. Voorbeelden zijn gemakkelijk te bedenken: grijze energie wordt duurder om mee te betalen aan het aanloop- en innovatierisico van groene energie. Nieuwe proteïneproducten worden in de startfase mede gefinancierd door varkensvleesomzet. Er wordt geregeld dat de moeilijkste innovatiefasen vereenvoudigd worden via kruisfinanciering. Dit is een relatief eenvoudige manier om onzichtbare maatschappelijke kosten, zoals vervuiling en uitputting van grondstoffen, mee te laten wegen in de prijs vorming.

Weg 3. Een hernieuwde balans tussen lokaal en globaal
Er is een hernieuwde balans tussen lokaal en globaal. Als zaken invloed hebben op wat zich lokaal afspeelt, maar de lokale of regionale organisaties kunnen er geen invloed op uitoefenen, dan dreigt vervreemding. Een voorbeeld is het “footloose” kapitaal dat via valutabeurzen over de wereld flitst. Een mede daaruit voortkomende kredietcrisis raakt lokale gemeenschappen, maar die beschikken niet over mogelijkheden hun belangen te verdedigen. Lokaliseer dus waar het kan en zinvol is. Voorbeelden zijn te vinden in nieuwe regionale entiteiten rond energie, gezondheid of voedsel.

Weg 4. Totale kosten van bezit zijn leidend
De totale kosten van bezit (Total cost of ownership, TCO) zijn het uitgangspunt, niet alleen de aanschaf- of verkoopprijs. Dit houdt in dat bedrijven en consumenten zich mede verantwoordelijk voelen voor wat er verderop of terug in de keten gebeurt. Voorbeelden zijn te vinden in energie- of watergebruik en “embedded” grondstoffen over het hele levensloop-netwerk. Verantwoording systemen zijn hierop ingericht.

Weg 5. Cyclisch gebruik van grondstoffen
Er wordt gedacht in vérgaande levenscycli: cyclisch gebruik van grondstoffen waarbij afstanden bovendien kort gehouden worden (close-loops). Producenten realiseren zich dat hun grondstoffen voortkomen uit afval uit een vorige schakel, en dat hun restproducten weer voedsel zijn voor de volgende. Belastingsystemen zijn hierop ingericht voor alle betekenisvolle materiële stromen: automobielen, voeding, wasmachines, drinkwater, huizen, energiedragers…

Weg 6. De vervuiler betaalt
Het aloude principe “de vervuiler betaalt” wordt rigoureus doorgevoerd. Organisaties gaan rekening houden met directe aansprakelijkheid op daden die het milieu op korte of lange termijn schade berokkenen, ook als de schade pas veel later optreedt.

Weg 7. Vrijheid om verantwoord te handelen
Zoveel mogelijk keuzevrijheid bij producenten en consumenten, mits ze in hun doen en laten aan deze principes voldoen. De overheid moet zo weinig mogelijk sturen door middel van verboden of voorgeschreven middelen, methoden of technieken, maar duidelijke en ambitieuze doelen en kaders geven. Dit geeft burgers en bedrijven de vrijheid om verantwoord te handelen. De doelen en kaders kunnen gebaseerd zijn op bestaande governance frameworks, zoals het Earth Charter en het mensenrechten framework van Ruggie. Controlemechanismen (juridisch, intervisies, zelforganisatorisch) zijn eerder principle-based dan legalistisch, want strikte wetgeving ijlt vaak na en belemmert op die manier innovatie.

Bron: P+

YouTube voorvertoningsafbeelding

Hogere voedselprijzen door pensioenfondsen?

woensdag, mei 18th, 2011

Pensioenfondsen en andere beleggingen op lange termijn tillen de voedselprijzen over het recordpeil van 2008, toen er in dertig landen voedselrellen uitbraken. Dat vermoedt de Britse ngo Christian Aid. Doorgaans worden enkel roekeloze speculanten met de vinger gewezen.

“In de voorbije jaren waren de stijgende voedselprijzen een afspiegeling van de investeringen in individuele commodity’s: beleggingen in grondstoffen en bulkgoederen”, verklaart Andrew Hogg van Christian Aid. De organisatie heeft zopas het rapport Hungry for justice: Fighting starvation in an age of plenty gelanceerd. Daaruit blijkt dat de voedselprijzen tussen januari 2005 en juni 2008 klommen met een gemiddelde van 83 procent. In februari 2011 werd zelfs het record uit 2008 gebroken. 

De financiële speculatie op landbouwbouwproducten heeft deze stijging grotendeels veroorzaakt, maar de studie oppert dat niet hedgefondsen en speculanten de hoofdverantwoordelijken zijn, zoals meestal wordt aangenomen. Het zouden eerder de voorzichtige institutionele beleggingen zijn, zoals pensioenfondsen.

“We kunnen niet met zekerheid stellen dat termijncontracten in commodity’s de voedselprijzen de hoogte injagen. Wel stellen we vast dat de stijgingen gelijklopen. Er moet dus dringend onderzocht worden of deze enorme hoop geld bijdraagt aan de honger in de wereld”, stelt Hogg. 

Een termijncontract gaat uit van hoeveel een gewas waard zal zijn op een zeker ogenblik in de toekomst wanneer het geoogst wordt. Dit type investering bestaat al honderden jaren, meestal als manier om boeren een voorschot te geven.

Vandaag stoppen bedrijven enorme bedragen in deze termijncontracten. 

Een andere mijlpaal was de oprichting van indexfondsen voor grondstoffen en bulkgoederen, waarbij wordt gekeken naar de indexen van een bundel commodity’s. Goldman Sachs bood voor het eerst zo’n indexfonds aan in 1991. De bank koos dertien commodity’s, waaronder graan, koffie en varkensvlees en stelde investeerders voor om te beleggen in deze bundel, in plaats van in individuele producten.

Deze fondsen begonnen niet-traditionele investeerders zoals pensioenfondsen aan te trekken. Het totale bedrag dat institutionele investeerders in deze fondsen hebben gestopt, ging van 15 miljard dollar naar 317 miljard dollar in het midden 2008. In tegenstelling tot hedgefondsen waar de verkoop van aandelen in een snel tempo verloopt en waarbij “tegen de markt” wordt gehandeld, koopt men bij indexfondsen als de prijs laag is en verkoopt men als de prijs hoog ligt. Gewassen staan bekend als een veilige investering, aangezien mensen altijd voedsel nodig zullen hebben.

“Beleidsmakers zouden nooit meer mogen instemmen met zulke evoluties zonder de impact op de arme bevolking in ontwikkelingslanden na te gaan”, aldus Hogg. “Nu is het te laat om beleggingen in commodity’s te verbieden, maar we wijzen erop dat deze gevolgen niet werden voorspeld. Ze hadden hier beter over moeten nadenken.”

Isolda Agazzi

Bron: DuurzaamNieuws

Pol De Greve: ‘Onze vleesconsumptie veroorzaakt mee de honger’

maandag, maart 14th, 2011

Pol De Greve, directeur van de Belgische solidariteitsorganisatie Broederlijk Delen, zegt in een interview met MO* dat de westerse manier van consumeren de honger in de wereld medeveroorzaakt. Om dit onder de aandacht te brengen is de organisatie de campagne ‘Maak ons overbodig’ (www.maakonsoverbodig.be) gestart.

“Dit jaar vieren we ons vijftigjarig jubileum en daarom wilden we uitpakken met een opvallende campagne. We proberen de aandacht van Vlaanderen trekken met een prikkelende slogan die vragen oproept.Het idee is gekomen toen we ons afvroegen of we ooit honderd zouden worden. We zouden het ergens wel erg vinden als we tegen dan nog nodig zijn. Maar onze geschiedenis van vijftig jaar is ook niet vlak. We zijn begonnen als noodhulporganisatie, terwijl we nu mensen in het Zuiden de kans willen geven om hun eigen plannen uit te voeren zonder hen dingen op te leggen en zonder tussen te komen.”

“Om ontwikkelingssamenwerking te doen slagen moet er aan een aantal voorwaarden voldaan zijn: handelsvoorwaarden, vrede en veiligheid, bestuurlijke voorwaarden,… In ontwikkelingslanden is dat dikwijls niet het geval en zo kom je steeds in een omgeving waar je zelf weinig vat op hebt. Sommige ngo’s proberen daarom de politiek in een bepaald land in een gunstige zin te beïnvloeden door bijvoorbeeld te wijzen op de zinloosheid van bepaalde maatregelen. Of we proberen lokale politici ervan te overtuigen dat die maatregelen kleine boeren benadelen. De directe hulp moet dus absoluut aangevuld worden met een aantal andere activiteiten zoals lobbyen.”

“We zeggen wel dat we overbodig willen zijn, maar dat zal toch nog even duren. Er komen steeds uitdagingen bij. De klimaatproblemen bijvoorbeeld die nu, vooral dankzij ngo’s, ook meespelen in het sociaal-economische debat. Een van onze hoofddoelen moet zijn: werken aan een zelfbewuste, groene economie die zoekt naar efficiëntere manieren om middelen spaarzaam te gebruiken. Als we doorgaan zoals nu, wordt het honger- en armoedeprobleem alleen maar groter.”

“Een oorzaak is alvast dat klimaatverandering misoogsten veroorzaakt. Door de opwarming van de aarde krijgen grote delen van Afrika en Azië met droogte te kampen. In Indonesië zijn de weersomstandigheden extremer geworden. Zware stormen veroorzaken grote schade aan oogsten en infrastructuur. Voor arme boeren is dat dodelijk. Een tweede bekende oorzaak is de bevolkingsgroei. En dan heb je ook de verhoging van middeninkomens in landen als Indonesië, waardoor consumptiepatronen veranderen. Zij eten meer vlees. En je weet:  om een kilogram vlees te produceren heb je zeven kilo graan nodig.

De Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties zegt dat de voedselproductie tegen 2050 met zeventig procent moet toenemen. Maar zij trekken gewoon de lijn van de stijgende vleesconsumptie door. Dan wordt in 2050 de helft van de graanproductie gebruikt om dieren te voederen. En daar ligt ook onze verantwoordelijkheid. Wij in het Westen moeten onze consumptiepatronen veranderen en minder vlees eten.”

“Het probleem in het Zuiden is niet de arbeid, maar het land. De beste manier om land te gebruiken is intensieve, kleinschalige landbouw met verschillende gewassen. Bij plantages ligt het financiële rendement wel hoger per individu, maar dezelfde oppervlakte land zou veel meer voedsel kunnen produceren. We moeten grootschalige landbouw niet volledig afbreken, het heeft ook voordelen. Maar er moet een redelijk evenwicht komen want de lokale bevolking heeft nu niet genoeg toegang tot voedsel.

Europa zegt dat het zelf ook met mechanisering en schaalvergroting in de landbouw begonnen is, verwijzend naar de Industriële Revolutie. Maar dan negeren we stukken uit onze eigen geschiedenis. Mensen trokken hier van het platteland naar de steden omdat daar veel werkgelegenheid was. In Afrika is de migratie naar steden groter dan de groei van industrie. Ze hopen werk te vinden maar eigenlijk zouden ze beter op het platteland blijven.”

Kopen van Fair Trade-produkten niet genoeg zegt Jan Pronk

dinsdag, november 2nd, 2010

Jan Pronk gaat ‘beyond Fair Trade’. In een vlammend betoog zei oud-minister Jan Pronk in de vierde Max Havelaar lezing dat de macht van consumenten veel verder reikt dan het kopen van Fair Trade-produkten.

Volgens Pronk moeten consumenten hun macht gebruiken om grootschalige verandering teweeg te brengen. “Om de economische verschillen tussen het Westen en en de 3e Wereld te verkleinen zou de consument eigenlijk een meer duurzame levenshouding moeten aannemen die meer omvat dan alleen Fairtrade producten te kopen. Deze levenshouding houdt in dat de consument vooral ook consequent nee zegt tegen bepaalde producten,” aldus Pronk. Hij noemt als voorbeelden ‘nee zeggen tegen niet-duurzaam gevangen vis’, ‘nee zeggen tegen niet-duurzaam tropisch hout’, en ‘nee zeggen tegen wapenexport’.

Nudge: nieuw platform voor duurzame consument

maandag, juli 5th, 2010

Er is een nieuw consumentenplatform op komst dat de krachten van vele individuele consumenten wil bundelen om een duurzame samenleving te bevorderen. Het platform gaat NUDGE heten, afgeleid van het Engelse ‘to nudge’, het geven van een zetje. Maar, zo wordt op de website geclaimd, ‘het staat vanaf vandaag ook voor de New Union for the Development of a Green Economy of de Nationale Unie voor een Duurzaam Groeiende Economie. Bij een duurzame samenleving wordt niet alleen gedoeld op het milieu, maar gaat het om een samenleving waarin duurzame beslissingen centraal staan.

Doel van NUDGE is volgens initiatiefnemer Jan van Betten het op gang brengen ‘van een positieve dialoog tussen consumenten en bedrijven. Tussen burgers en overheden. Tussen onderwijs en bedrijven. Het is heel goed mogelijk dat we in de toekomst duurzame initiatieven gaan financieren die anders niet van de grond zouden komen.’ Dit wil het optimistische platform via een positieve dialoog bereiken. ‘Door consumentenkracht te bundelen, bereiken we maximale impact’, aldus Betten.

NUDGE wordt een interactief platform dat zich op meerdere fronten gaat manifesteren. De aftrap is op 11 November 2010, de Dag van de Duurzaamheid. Via een interactief kaartje kun je je op de website aanmelden en steun je het initiatief.

Bron: Ode

Initiatief Duurzame Handel wil handelsstromen verduurzamen

donderdag, juli 1st, 2010

Ruim 60 bedrijven en 8 maatschappelijke organisaties ondertekenden dinsdag 29 juni het actieplan Duurzame handelsstromen. Het Actieplan Duurzame Handel 2011-2015 (pdf) voorziet in de verduurzaming van internationale grondstofstromen zoals cacao, thee, tropisch hout, palmolie en soja. Met een jaaromzet van 37 miljard euro en directe banen voor 61.000 Nederlanders leveren deze sectoren een belangrijke bijdrage aan de Nederlandse economie.

Andersom kan  Nederland in deze sectoren een rol spelen als kenniscentrum van efficiënte landbouwtechnieken en aanjager van duurzame productie. Ook veel internationale bedrijven onderschrijven het actieplan en samenwerking met de overheid zal tot internationale verbreding  leiden.

De 60 bedrijven en 8 maatschappelijke organisaties werken nu al onder regie van IDH (Initiatief Duurzame Handel) samen aan de verduurzaming van hun handelsketens. Dick Boer van Ahold Nederland, een van de opstellers van het plan: “In veel sectoren spelen wij al een rol. Daarom hebben wij samen met IDH dit actieplan opgesteld”.

De urgentie voor bedrijven om te verduurzamen is hoog. Johan van de Gronden, directeur Wereld Natuur Fonds Nederland: “We kunnen de aarde niet blijven uitwonen. Soja productie kan én mag niet meer ten koste gaan van tropisch regenwoud”. Peter ter Kulve, van Unilever Benelux: “De aarde is eindig. We moeten groei niet langer lineair definiëren, maar cyclisch. Grondstoffen worden schaars en duurder.”

Dick Boer: “Wij willen in 2015 dat al onze huismerken duurzaam zijn geproduceerd. Onze klanten verwachten dat ook.’ Peter ter Kulve: ‘Verduurzaming is een verlicht eigen belang voor bedrijven en is essentieel voor de Nederlandse concurrentiepositie. Het wordt de core strategie van internationale bedrijven als Unilever.  We zijn palmolie aan het verduurzamen. We willen in 2015 dat al onze thee duurzaam wordt geproduceerd. Dat zijn enorme klussen waar we NGO’s en overheden hard bij nodig hebben”.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Zaken doen met respect voor mensenrechten

dinsdag, juni 29th, 2010

Beschermen en bevorderen van mensenrechten is niet alleen een zaak van de overheid. Ook bedrijven nemen hun morele verantwoordelijkheid. “Een verbeterd mensenrechtenklimaat is niet in de laatste plaats ook in het belang van het bedrijfsleven. Morele plicht en welbegrepen eigenbelang liggen hier in elkaars verlengde: koopman en dominee sluiten elkaar niet uit maar vullen elkaar juist aan.” Aldus André Haspels, plaatsvervangend directeur-generaal internationale samenwerking.

Haspels nam namens minister Verhagen van Buitenlandse Zaken het boek How to do business with respect for human rights – a guidance tool for companies in ontvangst. Het rapport geeft bedrijven een inzichtelijk handvat hoe mensenrechten te bevorderen met name in landen, waar het met die rechten aanzienlijk minder goed is gesteld dan in Nederland. “Samen de krachten bundelen,” aldus Haspels. “Niet als opponenten maar als partners.”

Het boek is een uitgave van Global Compact Nederland, aangesloten bij United Nations Global Compact. De uitgave is gebaseerd op een initiatief van 10 grote Nederlandse multinationals, alle lid van Global Compact, te weten AkzoNobel, Essent, Fortis Bank Nederland, KLM, Philips, Rabobank, Randstad, Shell, TNT, and Unilever. Deze bedrijven hebben nagegaan hoe zij de aanbevelingen kunnen toepassen van John Ruggie, de speciale gedelegeerde van de VN, die een breed geaccepteerd raamwerk ‘Protect, Respect and Remedy’ heeft opgesteld voor de verantwoordelijkheden van regeringen en bedrijven voor mensenrechten.

Biologisch down, fair trade up in Verenigd Koninkrijk

donderdag, april 15th, 2010

De verkoop van biologische produkten is in 2009 in het Verenigd Koninkrijk met 13 procent gedaald, meldt de Ecologist. Na een jaarlijkse groei de afgelopen vijftien jaar daalde vooral de verkoop van biologisch brood (-39%), diepvriesprodukten (-21%) en gevogelte (-28%).

De verkoop van fair trade-produkten daarentegen groeide vorig jaar met 12 procent. Volgens de Britse Fair Trade Foundation werd er voor meer dan £800 miljoen aan fair trade-produkten verkocht.

Verder groeide de verkoop van organische gezondheids- en schoonheids-produkten in 2009 met een derde tot een totale waarde van £36 miljoen. Textiel – goed voor £100 miljoen – bleef gelijk.