Archief voor de categorie ‘Gezondheidszorg’

Kabinet kiest voor reproductieve gezondheid en rechten

woensdag, april 20th, 2011

Nederland kiest voor een integrale benadering van SRGR (Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten) en HIV/Aids. Daarmee is HIV-Aids onlosmakelijk verbonden met een van de vier prioritaire thema’s in het ontwikkelingsbeleid van staatssecretaris Knapen. Dat staat in een brief die Knapen op 19 april aan de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Het overgrote deel van de hiv infecties treedt op door onveilige seks of, in mindere mate, door overdracht van moeder op kind tijdens de zwangerschap of borstvoedingsperiode. Onderliggende factoren als onvoldoende kennis, seksueel geweld, de ondergeschikte positie van meisjes en vrouwen, discriminatie van seksuele minderheden en onvoldoende toegang tot seksuele en reproductieve gezondheidszorg en middelen als condooms, ondermijnen seksuele en reproductieve gezondheid en rechten én vergroten het risico op hiv. Het terugdringen van hiv infecties onder pasgeborenen vereist goede zwangerschapszorg voor alle vrouwen. Bovendien is hiv/aids de belangrijkste doodsoorzaak van vrouwen in de reproductieve leeftijd (15 – 49 jaar), en is de moedersterfte gelijk gebleven of zelfs gestegen in landen die kampen met een ernstige aidsepidemie.

In het kader van SRGR zal Nederland zich vooral inzetten voor de thema’s seksualiteit en jongeren, toegang tot anticonceptie, verbetering van seksuele en reproductieve zorg, inclusief veilige abortus, en mensenrechten. Het kabinet wil ook op deze thema’s de kennis van het Nederlandse bedrijfsleven en kennisinstituten zoveel mogelijk benutten om de meeste meerwaarde te kunnen bieden in ontwikkelingslanden.

Malaria, deel 2

woensdag, januari 19th, 2011

In het webzine Guernica belicht auteur James Pogue een andere kant van malariabestrijding. In het artikel ‘General Anopheles’ schrijft Pogue dat de pogingen van de Amerikaanse econoom Jeffrey Sachs samen met computermagnaat en filantroop Bill Gates om malaria de wereld uit te helpen in Afrika het tegenovergestelde effect zullen hebben. Volgens Pogue proberen de twee Amerikaanse weldoeners twee panacees voor Afrika uit die niet te combineren zijn: ontwikkeling van het continent én het uitroeien van malaria.

Pogue schrijft, aan de hand van het boek van journalist Sonia Shah, The Fever: How Malaria Has Ruled Humankind for 500,000 Years, dat alle pogingen om malaria in Afrika te bestrijden op niets zijn uitgelopen. Volgens Shah willen de Afrikaanse overheden malaria helemaal niet bestrijden. Diverse pogingen daartoe faalden. Goedkope medicijnen, zoals ontwikkeld door het Franse bedrijf Novartis, werden niet afgenomen. “Novartis had knocked down the price considerably,” schrijft Shah.  “And, expecting a flood of new orders, kicked up production.” They had grossly overestimated demand. “Despite the available funding, African governments ordered less than half of Novartis’ supply, and the company had to destroy millions of the arduously produced tablets.”

“The real way to get rid of malaria is to reverse the dynamics of rural-to-urban migration and build comfortable, stable rural communities first—something that is probably never going to happen in Africa—and then to attack the disease,” schrijft Pogue. “The key way the disease is spread is by infecting people without resistance. Rural to urban migration, the kind that dominates in Africa today, promotes the spread of the disease. Malaria disappeared from the Fenlands of England before anyone even knew it came from mosquitoes, and before quinine had been synthesized. Living conditions went up, people began buying cattle, which gave mosquitoes an alternate source for a meal of blood; the tradition of migrating back and forth to London died out, and malaria died out with it. It only disappeared from the American South after the slow death of the sharecropping system.”

Pogue: “In this sense, Jeffrey Sachs and the Gates Foundation are working against themselves, by pushing development and fighting malaria at the same time. Development, in its African form, helps plasmodium, by encouraging people to move from rural areas to cities full of fetid pools and open water tanks, by bringing huge projects like dams and mines that draw migrant laborers and disrupt natural drainage systems, thus exposing those without any immunity to the disease.”

Afrikaanse babys als proefkonijnen voor malariavaccin

woensdag, januari 19th, 2011

Het verhaal doet denken aan de hypothese die auteur Edward Hooper beschreef in zijn boek The River: A journey back to the source of HIV and AIDS. Hooper oppert dat een inentingscampagne voor een experimenteel polio-vaccin de oorzaak is van de overdracht van het HIV-virus op mensen, met als gevolg de mondiale Aids-epidemie. De Italiaanse onderzoeker Antonio Mazzeo schrijft in het laatste nummer van De Wereldmorgen dat een speciale eenheid van het Amerikaanse leger in Kenia samen met de Britse farmaceutische multinational GlaxoSmithKline malariatests uitvoert op Afrikaanse baby’s en zuigelingen.

De ontwikkeling van het militair-medisch onderzoeksprogramma heeft al meer dan 500 miljoen dollar gekost en onderzoekers van een gigant van de farmaceutische industrie werken er samen met de beste artsen van het Amerikaanse leger. Sponsor is de almachtige baas van de nieuwe informaticatechnologie, Bill Gates. Het gaat hier over het experiment met een nieuw vaccin tegen malaria met de codenaam ‘RTS,S/ASO2′.

De gegevens van het vaccinatie-experiment worden verzameld in het Muriithi-Wellde Clinical Research Centre van Kombewa, een stadje in de Keniaanse provincie Nyanza. De analyse gebeurt door het team van het USAMRU-K. “Onze eenheid hangt af van het hoofdkwartier voor Medisch Onderzoek van het Amerikaanse leger (USAMRMC) met hoofdzetel in Fort Detrick, Maryland. Wij coördineren de activiteiten in Afrika met het US Africa Command (AFRICOM) van Stoccarda en het hoofdkwartier van het US Army Africa in Vicenza”, verklaart de woordvoerder van USAMRU-K.

“In Kombewa is het onderzoek naar de werkzaamheid van het vaccin tegen malaria in een vergevorderd stadium. USAMRU-K neemt deel aan het experiment dat kan uitmonden in het eerste vaccin tegen malaria voor kinderen. De deelnemers worden gedurende drie schooljaren gratis behandeld. Zodra de veiligheid en de doeltreffendheid van het vaccin bewezen zijn, kan het vaccin op de markt worden gebracht. De huidige studie ontstond uit een hechte samenwerking met het PATH Malaria Vaccine Initiative (MVI) en de Britse farmaceutische groep GlaxoSmithKline (GSK).”

Voor de ontwikkeling van het vaccin heeft GSK al 300 miljoen dollar geïnvesteerd en het zal nog 100 miljoen uitgeven in de volgende twee jaar. De Amerikaanse non-profit organisatie PATH heeft 107,6 miljoen dollar geschonken uit het fonds Bill & Melinda Gates Foundation, het humanitaire fonds van de Microsoft-magnaat.

Het vaccin (RTS,S/AS02) werd in 1987 ontwikkeld in de Belgische laboratoria van GSK Biologicals in Waals-Brabant en is een eerste keer getest op ‘enkele vrijwilligers’ in de VS dankzij de medewerking van het US Walter Reed Army Institute of Research, het medisch onderzoeksinstituut van het Amerikaanse leger in Washington. Het eerste grote experiment met RTS,S-vaccin vond echter plaats in Afrika in 1998. En in de jaren 2002-2003 zijn de test gratis uitgevoerd op de ‘volwassenen’ van de dorpen in Kombewa. Dat gebeurde in een ziekenhuis dat mee beheerd wordt door USAMRU-K.

“De tests geven bemoedigende resultaten op het gebied van veiligheid en mogelijkheid tot immuniteit. Daarom werd op het einde van 2003 het experiment uitgebreid naar de kinderen van dezelfde streek, wat nogmaals bemoedigende resultaten opleverde”, staat in een rapport van GlaxoSmithKline.

“Onmiddellijk daarna is fase II van start gegaan met meer dan 2.000 kinderen in het zuiden van Mozambique.” De resultaten van deze test, in 2004 en 2005 gepubliceerd in het medische vakblad The Lancet, toonden dat het RTS,S-vaccin gedurende een periode van 18 maanden doeltreffend was. Het verminderde de klinische malaria in 35 procent van de gevallen en de zware malaria in 49 procent. Het is natuurlijk niet bekend wat er gebeurde met de overige, zijnde 1.300, kinderen.

Een tijdje later ging fase IIb van start om de doeltreffendheid van het antimalariavaccin ‘op lange termijn’ te bepalen. Als proefkonijnen werden deze keer meer dan duizend zuigelingen in Kenia en Tanzania en een onbepaald aantal in Mozambique gebruikt.

De resultaten werden op 8 december 2008 in het New England Journal of Medicine gepubliceerd: “Bij 340 baby’s tussen 5 en 17 maanden heeft RTS,S/AS01 het risico op malaria met 53 procent gereduceerd tijdens een follow-upperiode van acht maanden, wanneer het werd toegediend op de leeftijd van 8, 12 en 16 maanden samen met een vaccin tegen difterie, tetanus, kinkhoest en haemophilus influenzae B (Hib). De studie toont ook nog 65 procent minder nieuwe infecties in een follow-upperiode van drie maanden na het toedienen van de drie doses van het vaccin”.

Tijdens dezelfde maanden werd een laatste test uitgevoerd in Kenia en Tanzania op 894 kinderen tussen 5 en 17 maanden. “We onderzochten de veiligheid en de doeltreffendheid van het RTS,S/AS01 in combinatie met een ander hulpmiddel van GSK met de code AS01″, verklaren de verantwoordelijken van het farmaceutische bedrijf.

“Elk kind kreeg nog eens drie doses van het experimentele vaccin RTS,S/AS01 of het vaccin tegen rabiës. Daaruit bleek dat de formule RTS,S/AS01 het optreden van malaria reduceert met 53 procent gedurende gemiddeld acht maanden. Verdere studies in Mozambique met het vaccin RTS,S samen met een ander hulpmiddel van GSK (AS02) hebben een doeltreffendheid van 35 procent aangetoond gedurende 18 maanden bij kinderen tussen één en vier jaar”.

In mei 2009 begon fase III van het experiment met de inenting van meer dan 16.000 kinderen in dorpen in Gabon, Mozambique, Tanzania, Ghana, Kenia, Malawi en Burkina Faso. Volgens het Amerikaanse leger zouden er in het ziekenhuis van Kombewa meer dan duizend kinderen in de leeftijdsgroep van vijf maanden tot drie jaar aan de test onderworpen zijn.

“De volgende stap wordt de deelname van nog eens een duizendtal baby’s jonger dan zes weken. Dat betekent dat we eerst het vertrouwen moeten winnen van nieuwe moeders op het platteland, omdat die altijd thuis bevallen”, aldus de garnizoensverantwoordelijke.

Een communiqué van GlaxoSmithKlein van 21 april 2010 bevestigt dat “de doeltreffendheid zal worden getest op baby’s van 5 tot 17 maanden. Het nieuwe vaccin zal in 2013 door de internationale gezondheidsautoriteiten gecontroleerd worden”. Verdere gegevens over de doeltreffendheid en mogelijkheid tot immuniteit “zullen worden voorgesteld wanneer ze klaar zijn”. “Als alles goed gaat”, vervolgt GSK, “zal de algemene inenting met RTS,S van baby’s tussen 6 en 12 weken mogelijk zijn binnen vijf jaar”.

Als alles goed gaat, dus. In het ergste geval kan GSK overwegen om het experiment uit te breiden tot nog eens tienduizenden kleine menselijke proefkonijntjes in het hele Afrikaanse continent.

Het lijkt ongelooflijk gewetenloos en immoreel om massaal te expirementeren met het vaccin in een continent dat lijdt aan honger, onderontwikkeling, anafabetisme en gebrek aan om het even welke basisdienst. Ook de rol van een selecte ‘gezondheidseenheid’ van het Amerikaanse leger baart grote zorgen. USAMRU-Kenia kan echter op een lange traditie bogen op het gebied van ‘wetenschappelijk onderzoek’ en ‘preventie’ van tropische ziekten.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Als de in het buitenland operationele task force van het Walter Reed Army Institute of Research, werd de eenheid in 1969 in Kenia uitgenodigd om een studie op te starten naar de trypanosomiasis, een parasitaire infectie overgebracht door de tseetseevlieg.

In 1973 vestigde USAMRU zich permanent in Nairobi dankzij een overeenkomst met het Kenya Medical Research Institute. In de volgende jaren werden in de hoofdstad en in West-Kenia (Kisumu, Kisian, Kombewa en Kericho) laboratoria geopend voor farmaceutische experimenten tegen malaria, trypanosomiasis, globale opkomende infectieziekten en HIV-aids. Tegen aids zijn de meeste en recentste inspanningen geleverd: in het kader van het United States Military HIV Research Program (USMHRP) is de staf van het Amerikaanse leger bezig met de ontwikkeling van het vaccin HIV-1 met algehele werkzaamheid en met het testen en beoordelen van andere experimentele vaccins tegen aids. Op het einde van 2000 werd het hoofdkantoor van het HIV-programma nogmaals in Kenia gevstigd, in Kericho.

Toevallig ontstond eind december 2000 in Groot-Brittannië de farmaceutische firma GlaxoSmithKlein dankzij de fusie van twee farmaceutische reuzen, Glaxo Wellcome en SmithKlein Beecham. Met meer dan 100.000 werknemers en een jaarlijkse omzet van 34 miljard euro is GSK de tweede farmaceutische groep in de wereld (na de Pfizer-groep) met een marktaandeel van 5,6 procent.

Het ‘ethische’ gedrag van de multinational is van verschillende kanten streng bekritiseerd en het bedrijf was al eerder betrokken bij verschillende schandalen. Zo beval de Argentijnse regering een onderzoek naar aanleiding van de dood van 14 kinderen in 2008 bij een experiment met een nieuw vaccin tegen long- en oorontsteking. Twee andere kinderen zouden gestorven zijn bij gelijkaardige tests in Panama en Chili.

Begin 2007 begon GSK in drie regio’s van Noord-Argentinië, Mendoza, San Juan en Oost-Santiago, 15.000 baby’s jonger dan één jaar tegen pneumokokken te vaccineren. De ouders (eenvoudige mensen) “ondertekenden zonder te weten dat het om een experiment ging in fase drie, direct op mensen, van een geneesmiddel dat risico’s kon inhouden”. Zo berichtte de lokale pers.

Ondanks het onderzoek startte GSK met de verspreiding van het vaccin Synflorix over heel Afrika “om invasieve pneumokokkenziekten te bestrijden”. Het ging om een ‘humanitair’ programma van 1,3 miljard dollar in opdracht van de G8, de Wereldbank en Unicef en voor een groot deel gefinancierd door GAVI (Global Alliance for Vaccines and Immunisation), door vijf landen (Groot-Brittannië, Canada, Rusland, Noorwegen en Italië) en door de onvermijdelijke Bill & Melinda Gates Foundation. Er zijn tot 300.000 doses voorzien, geproduceerd in een GSK-fabriek in Singapore. Echt een mooi voorbeeld van de globale markt.

Terwijl de omzet en de bijbehorende winst onwaarschijnlijk aangroeien, heeft het management van GSK een plan gelanceerd om op korte termijn het centrum voor onderzoek en productie van antibiotica in het Italiaanse Verona te sluiten, een van de twee Italiaanse vestigingen van de multinational. Daarbij staan meer dan 600 banen op de tocht.

Een verplaatsing van productie-eenheden naar Zuidoost-Azië, tests op Afrikaanse baby’s, ontmanteling van het bestaande productie-apparaat in Europa. En op de achtergrond diverse oorlogen, een ander gelaat van het onmenselijke kapitalisme. In de laatste tien jaar heeft GSK met het Amerikaanse ministerie van Defensie 61 contracten afgesloten voor de levering van vaccins, medicijnen en sanitaire uitrusting voor een totaal bedrag van 75.555.579 dollar.

Dat is weliswaar veel minder dan wat de overeenkomsten met het Pentagon partner en ‘mecenas’ Bill Gates opgebracht hebben: met computers, programma’s en oorlogsspelen voor het Pentagon verdiende Microsoft-Gates 278.480.465 dollar, 2,5 keer meer dan wat zijn Foundation investeerde in nieuwe vaccins tegen malaria.

Bron: Wereldmorgen.be

Migranten vragen weinig hulp bij opvoeding, onderwijs en gezondheid

donderdag, december 9th, 2010

Migranten maken relatief weinig gebruik van hulp bij opvoeding, onderwijs en gezondheid. Terwijl ze wel vaker opgroei-, ontwikkelings- en gezondheidsproblemen hebben dan autochtone Nederlanders. Dit toont het SCP-onderzoek ‘Naar Hollands gebruik? Verschillen in gebruik van hulp bij opvoeding, onderwijs en gezondheid tussen autochtonen en migranten’.

Hoewel migranten vaker problemen hebben dan autochtonen op gezondheids- en opvoedingsgebied, zoeken ze minder vaak hulp hiervoor dan autochtonen. Dit laat het onderzoek Naar Hollands gebruik? van het Sociaal Cultureel Planbureau zien.
Verschillen tussen migranten en autochtone Nederlanders in kenmerken als opleidingsniveau, gezinsvorm en belang van religie verklaren slechts een deel van het verschil in voorzieningengebruik. Migranten kijken vaak anders aan tegen problemen dan autochtone Nederlanders, en ze zijn niet altijd positief over de voorzieningen. Het zoeken van hulp is – vooral voor migrantenouders – niet altijd even gemakkelijk, en de beschikbare hulp sluit vaak onvoldoende aan.
In het SCP-rapport gaan de onderzoekers voor een viertal voorzieningen na in hoeverre er verschillen bestaan in het gebruik ervan tussen autochtoon Nederlandse en migrantenjeugdigen (en hun ouders). Er is gekeken naar formele opvoedingsondersteuning, speciale onderwijs-voorzieningen, de huisarts, en het gebruik van anticonceptie, abortus en soa-testen. De uitkomsten zijn gebaseerd op literatuurstudie, interviews met experts en (waar mogelijk) kwantitatieve data-analyses.

Veel problemen, weinig hulp
Wanneer jeugdigen en hun ouders problemen ervaren bij opvoeding, onderwijs en/of gezondheid, kunnen zij gebruikmaken van algemene voorzieningen. In beginsel zou het gebruik hiervan voor alle jeugdigen en ouders gelijk moeten zijn, ongeacht hun culturele achtergrond. Dit is echter niet altijd het geval. Zo zoeken Turks- en Marokkaans-Nederlandse ouders door de bank genomen minder vaak hulp of advies bij de opvoeding. Toch zijn er in deze gezinnen juist wel vaker opvoed- en opgroeiproblemen.
Niet-westerse migrantenjeugdigen, met name die van Turkse en Marokkaanse herkomst, zijn relatief weinig te vinden op speciale scholen voor kinderen met gedragsproblemen. Ook hier geldt echter dat ze vaker met deze problemen kampen dan de autochtoon Nederlandse jeugd. Jeugdigen van niet-westerse herkomst hebben tevens een grotere kans op leerproblemen en handicaps; deze kinderen zitten echter wel relatief vaak op speciale scholen.

Gezondheidsproblemen komen eveneens vaker voor bij niet-westerse migrantenjongeren. Vooral Turkse Nederlanders hebben frequenter contact met de huisarts. Jongeren van Surinaamse en Antilliaanse herkomst laten zich het vaakst testen op soa’s. Ook tienerzwangerschappen komen relatief veel voor onder deze jongeren, wat voortkomt uit hun inconsequente gebruik van anticonceptie. Indien zwanger besluiten Marokkaans-Nederlandse meisjes naar verhouding het vaakst tot een abortus.

Gezinnen
Er zijn verschillen tussen niet-westerse migranten en autochtone Nederlanders en ook tussen de migrantengroepen onderling. Turkse en Marokkaanse Nederlanders zijn vaak laagopgeleid en hechten meer dan autochtone ouders belang aan religie. Alleenstaand ouderschap komt weer veel voor onder Surinaams- en Antilliaans-Nederlandse vrouwen. Deze en andere achtergrondkenmerken spelen veelal een rol bij het verklaren van het (relatief geringe) gebruik van de onderzochte voorzieningen door migranten. Ook andere factoren zijn echter van belang, zoals de mate waarin migranten de voorzieningen willen dan wel kunnen gebruiken.

Schaamte
Migranten en autochtone Nederlanders staan anders tegenover het gebruik van de onderzochte voorzieningen. Zo zoeken migrantenouders en -jeugdigen minder hulp dan autochtone Nederlanders omdat ze anders aankijken tegen problemen en gedragingen. Niet-westerse migranten lijken zich vaker te schamen voor problemen of zien de ernst er niet van in. Zij (h)erkennen gedrags- en ontwikkelingsproblemen niet altijd en zoeken hier dan ook minder vaak hulp voor. Verder heerst er in Turks- en Marokkaans-Nederlandse kringen nog een sterk taboe op seks voor het huwelijk, terwijl jongeren met een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond meer vrijgelaten worden en juist veel experimenteren op seksueel gebied.

Wantrouwen
Migranten oordelen ook niet altijd positief over de voorzieningen. Zo is er bij een deel van hen sprake van wantrouwen en een negatief beeld van zorgverleners.
Migranten zijn soms bang niet goed begrepen te worden, of om onder druk gezet te worden om te ‘vernederlandsen’. Daarnaast hebben migranten veelal andere verwachtingen van hulpverleners. Zo zijn veel migranten van huis uit gewend aan artsen die snel medicijnen voorschrijven. In Nederland zijn huisartsen Nordin Dahan, kinderartsdaarin terughoudender. Migranten zijn dan ook vaak niet tevreden over hun bezoek aan de huisarts.

Niet voor alle jeugdigen of ouders die gebruik willen maken van hulp bij opvoeding, onderwijs en/of gezondheid, is dit even gemakkelijk. Migrantenouders weten vaak onvoldoende waar ze terechtkunnen voor hulp en advies. Door taal- en communicatieproblemen begrijpen hulpverleners en migranten elkaar soms niet. Het hulpaanbod sluit ook niet altijd goed aan bij hun wensen. Op specifieke vragen over de opvoeding van hun kinderen – zoals hoe om te gaan met de waarden en normen in Nederland – heeft de hulpverlening niet altijd een goed antwoord paraat..

Bron: Wereldjournalisten

Verbod EU goedkope medicijnen voor ontwikkelingslanden dreigt

woensdag, december 1st, 2010

Stella’s leven is in balans. Vier jaar geleden werd ze geboren, HIV-positief. Haar moeder, Rebecca Mbabazi, 23 jaar jong, ondekte net als veel andere moeders in Oeganda, dat ze besmet was met het virus toen ze al zwanger was.

Moeder en dochter leven aan de rand van het Bwindiwoud in het westen van het land. Het gebied is beroemd vanwege de gorilla’s, maar werd berucht door het hoge aantal HIV / Aids besmettingen.

Net als de meeste kinderen houdt Stella niet van pillen – ze trekt een komisch gezicht als de medicijnen ter sprake komen. Maar ze neemt ze trouw in, twee keer per dag. Dat redt haar leven. Maar hoe lang nog? Als het aan de Europese Unie ligt zal de levering van goedkope medicijnen, waar Stella afhankelijk van is, stoppen.

Op Wereld Aids Dag publiceert de Britse krant The Independent het schokkende verhaal van Stella en de noodzaak van goedkopen medicijnen.

De medicijnen waar Stella’s leven van afhangt komen uit Hyderabad, India. De stad is het centrum van de farmaceutische industrie die miljoenen mensen in ontwikkelingslanden het leven heeft gered. India is, door de produktie van goedkope, uit het Westen gekopieerde medicijnen, de “apotheek van de derde wereld” geworden. Het land levert meer dan 80 procent van de aidsremmers in Afrika. Door deze farmaceutische produktie zijn de kosten van behandeling van een HIV-patiënt in een ontwikkelingsland gedaald van 500 dollar per jaar naar 70 dollar.

Volgende week kan daar wel eens een einde aan komen. De EU begint dan in Brussel handelsbesprekingen met India. Een van de agendapunten is het patentrecht van de Europese farmaceutische industrie. Als de onderhandelingen tot een akkoord leiden, kan dit wel eens het einde van de goedkope HIV-medicijnen zijn. De ontwikkeling van nieuwe en goedkope medicijnen zal een vertraging oplopen van 10 tot 15 jaar.

Artsen Zonder Grenzen voert actie tegen het voorstel van de EU.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Versluierde pijn: de psychische gevolgen van vrouwenbesnijdenis

donderdag, april 1st, 2010

Versluierde pijn is een boek over een onderzoek naar de psychische gevolgen van besnijdenis bij vrouwen.

“Soms droom ik erover, dan ben ik echt boos en heb ik trillingen”, zo zegt een van de 66 geïnterviewde besneden vrouwen in het boek Versluierde pijn. Interviewers uit de eigen gemeenschap spraken voor dit boek met deze meestal goed opgeleide vrouwen uit Somalië, Soedan, Sierra Leone, Eritrea en Ethiopië.

Slechts 5 van de 66 vrouwen geven aan trots te zijn op hun besnijdenis. Bijna alle geïnterviewde vrouwen vertellen dat ze zich schamen bijvoorbeeld bij de dokter, tijdens het zwemmen of als iemand die niet besneden is ernaar vraagt. De meesten hebben er last van (bij vrijen, zwangerschap) en melden nare herinneringen aan de besnijdenis.

De meeste vrouwen beseften pas na aankomst in Nederland dat besnijdenis geen religieus voorschrift is, maar cultureel gebruik. Vrouwen voelden zich bedrogen en zijn boos, vaak op hun mannen, vanwege de pijn die ze hebben bij gemeenschap. Opvallend is dat Somalische vrouwen die boosheid jegens hun echtgenoten niet hebben. De Ethiopische en Somalische vrouwen laten zich slechts kort over die boosheid uit, de vrouwen uit Soedan uiten zich daar veel meer over. De andere vrouwen zitten daar tussenin.

Op 1 na zeggen alle vrouwen dat ze hun dochter niet zullen besnijden.
Een van de belangrijkste conclusies uit het onderzoek luidt dat besnijdenis samenhangt met psychische klachten, maar niet per definitie. Dit hangt af van onder meer de mate van besnijdenis, de partner, de positie in Nederland.

Bron: Pharos

Pink Hijab: allochtone vrouwen en borstkanker

donderdag, oktober 29th, 2009

Oktober is de maand waarin via de Pink Ribbon campagne speciale aandacht wordt gevraagd voor borstkanker. Een op de acht vrouwen krijgt in hun leven te maken met borstkanker. Onder allochtone vrouwen is dit aantal lager.Toch zijn er een aantal organisaties die zich specifiek op allochtone vrouwen en borstkanker richten. De Nederlandse stichting Mammarosa geeft in diverse talen voorlichting over borstkanker. De website geeft in het Berbers, Chinees, Duits, Engels, Frans, Marokkaans, Spaans, Papiamentu, Sranan Tongo en Turks informatie over borstkanker.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Overigens neemt het aantal jonge allochtone vrouwen met borstkanker toe. “De kans op borstkanker onder allochtone Nederlandse vrouwen is vergelijkbaar met die van de vrouwen uit de landen van herkomst, maar onder jonge allochtone Nederlandse vrouwen is de kans wel groter”, schrijft Closer. “Dit is in overeenstemming met ander onderzoek dat er op wijst dat wanneer vrouwen uit landen met een lage kans op borstkanker migreren naar een land met meer kans op borstkanker, die kans voor de migrantenvrouwen significant toeneemt. Dit heeft te maken met integratie in die landen waarbij de leefstijl (voedsel, aantal kinderen dat men krijgt, de leeftijd waarop men kinderen krijgt) zich langzaam maar zeker aanpast aan die van de dominante meerderheid in dat land.”

pink hijabOok internationaal is er meer aandacht voor migrantenvrouwen en borstkanker. Op 28 oktober was het Global Pink Hijab Dag.Deze dag wil vooroordelen over moslimvrouwen bestrijden en aandacht vragen voor migrantenvrouwen en borstkanker.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Alternatieve Nobelprijzen uitgereikt

maandag, oktober 19th, 2009

Op 13 oktober hebben vier mensen de Right Livelihood Awards ontvangen. De Awards, ook wel de Alternatieve Nobelprijs genoemd, gingen dit jaar naar David Suzuki (Canada), René Ngongo (Congo), Alyn Ware (Nieuw-Zeeland), en Catherine Hamlin (Ethiopië).

David Suzuki kreeg een ere-prijs voor zijn inzet om wetenschap meer sociaal verantwoord toe te passen en voor zijn strijd tegen klimaatverandering.

YouTube voorvertoningsafbeelding

René Ngongo kreeg de prijs voor zijn strijd voor behoud van het Congolees regenwoud en sociale rechtvaardigheid in zijn land.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Alyn Ware werd onderscheiden voor zijn inzet voor vredesonderwijs en de strijd tegen kernwapens.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Catherine Hamlin, de Engel van Ethiopië, werd onderscheiden voor de behandeling van vrouwen in Ethiopië die te lijden hadden van fistels na bevallingen.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Cultuur niet bepalend voor criminaliteit Antillianen

donderdag, oktober 15th, 2009

Cultuur noch gebrek aan integratie is het probleem bij criminele Antilliaanse jongeren, maar hun psychiatrische gesteldheid. Dit blijkt uit onderzoek van Chijs van Nieuwenhuizen, bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg. Hoe groter de psychische en psychiatrische problemen, hoe zwaarder de delicten.

Het onderzoek werd verricht onder een groep van vijftig jongeren die in behandeling waren via het Maljuna Frato-project bij het Riagg in Rotterdam. Initiatiefnemer voor het onderzoek is de Antilliaanse kinder- en jeugdpsychiater Glenn Helberg en voorzitter van OCaN, stichting Overlegorgaan Caribische Nederlanders. “[...] Vanuit criminologische hoek wordt er van alles over deze jongeren gezegd, terwijl we meer inzicht moeten krijgen vanuit psychologische en psychiatrische hoek”, zegt hij op de site van Mikado, kenniscentrum interculturele zorg.

Uit het onderzoek blijkt dat er verschillen zijn in het delinquent gedrag tussen de groep met problemen en de groep zonder psychiatrische problemen. Migratieproblemen, de verblijfsduur in Nederland en binding met de Nederlandse samenleving bleken niet van invloed op het criminele gedrag, zo zegt Van Nieuwenhuizen op Psy., een site over geestelijke gezondheid en verslaving. Een groot deel van de onderzochte jongeren vertoonde echter wel gedragsproblemen en ernstige emotionele problemen zoals angst- en stemmingsstoornissen. En juist deze jongeren pleegden zwaardere delicten, constateert Van Nieuwenhuizen.

Binnen de onderzochte groep is er een groep waar het slecht mee gaat, met emotionele en gedragsproblemen, en een groep met hoge zelfwaardering en minder psychische klachten. De twee groepen verschilden echter niet in mate van integratie, hoe lang ze in Nederland waren en schoolachtergrond. De eerste groep heeft veel zwaardere delicten gepleegd. Een van Van Nieuwenhuizens conclusies is dan ook dat de culturele achtergrond geen oorzaak is van het delinquent gedrag. De psycho-sociale situatie bleek veel belangrijker voor de ontsporing van deze jongeren.

Dit is een ander geluid over criminele Antilliaanse jongeren dan criminologe Marion van San onlangs uitte bij haar acceptatie van de leerstoel Jeugd en Gezin Antillianen aan de Universiteit Utrecht. Van San stelde in haar oratie dat de vrouwen, moeder en/of vriendin, van de criminele Antilliaan een belangrijke rol spelen in het ontsporen van de jongens. Zij zouden de ontsporing oogluikend toelaten of zelfs daaraan meewerken door hand- en spandiensten te verlenen. In haar proefschrift Stelen en Steken uit 1996 verwees ze eveneens naar Antilliaanse vrouwen als deel van het probleem met criminele Antilliaanse jongens.

Op weg naar Kopenhagen 3: klimaatverandering slecht voor uw gezondheid

donderdag, september 17th, 2009

Een groep dokters uit alle delen van de wereld roept in een open brief op tot actie tegen klimaatverandering. “Klimaatverandering zal de grootste gezondheidsdreiging van de eeuw zijn,” waarschuwen de artsen. Zij roepen hun collega’s op politieke druk uit te oefenen om het tij te keren, meldt de Britse krant The Independent. In mei van dit jaar waarschuwden wetenschappers van de University College London, in samenwerking met het medische tijdschrift The Lancet al voor de mondiale gezondheidsrisico’s die de klimaatverandering met zich meebrengt.

Tropische ziekten zullen toenemen, er zullen meer problemen met voedselvoorziening, drinkwater en sanitatie zijn. De gevolgen van klimaatverandering zullen leiden tot meer vluchtelingenstromen, die een grotere druk zullen leggen op voorzieningen.

Maar, waarschuwen de artsen, “er bestaat het reëele gevaar dat politici geen echte besluiten zullen nemen, juist in deze economisch turbulente tijden. Als zij echter besluiteloos zullen zijn, zijn de gevolgen voor de mondiale gezondheid catastrofaal.”

Samen met de brief schrijven Professor Sir Michael Marmot en Sir Michael Jay, twee Britse deskundigen op het gebied van gezondheidszorg en ontwikkeling dat “een succesvolle uitkomst van de klimaattop van vitaal belang is voor de toekomst van de mens en de beschaving.”

YouTube voorvertoningsafbeelding