Archief voor de categorie ‘Landbouw’

Klimaat-effectatlas voor ambtenaren

woensdag, december 16th, 2009

Beleidsambtenaren van de provincie kunnen sinds kort op de klimaat-effectatlas zien hoe klimaatbestendig hun provincie is. Aan uitbreiding voor gemeenteambtenaren wordt gewerkt. Dit meldt Binnenlands Bestuur.

Provinciale ambtenaren kunnen in de interactieve atlas online zien hoe bijvoorbeeld de gemiddelde temperatuurstijging in de provincie is. Of hoe hoog de waterstand zal worden in 2020. Of hoe droog de provincie wordt over 15 jaar en de gevolgen ervan voor de landbouw. De klimaateffectatlas is ontwikkeld door  het programmabureau Klimaat voor Ruimte, KNMI Altera en DHV, in opdracht van het Inter Provinciaal Overleg (IPO).

Om de provincie inderdaad klimaatbestendig te maken, kunnen de ambtenaren nu op een interactieve manier hun beleid toetsen. Aan de hand van diverse scenario’s – dijkdoorbraak, heel veel lokale regenbuien, – wordt zichtbaar hoe dit uitpakt in het landschap van de provincie. ‘Je kunt per provincie op de kaart inzoomen.’

Er staan ook onderzoeksrapporten en andere beleidsstukken op de site. Zo kan een ambtenaar voor het buitengebied construeren wat de gevolgen voor de landbouw zullen zijn. Ook de stand van de natuur laat zich voor verschillende scenario’s benaderen.

De atlas wordt ook beschikbaar voor gemeenteambtenaren.

Biobrandstof toch niet duurzaam

woensdag, september 9th, 2009

Biobrandstoffen zijn geen duurzaam alternatief voor fossiele brandstoffen. Dat concludeert Lucas Reijnders naar aanleiding van recent onderzoek van het Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteem Dynamica (IBED) van de Universiteit van Amsterdam. Daarin werd de hele keten, van de invloed op de lokale biodiversiteit tot aan de uitstoot van CO2,  bekeken.

Met zijn collega-onderzoekers heeft Reijnders gekeken naar de omvorming van verschillende typen land in Indonesië en Maleisië naar oliepalmplantages ten behoeve van de productie van biobrandstoffen. Ze richtten zich hierbij specifiek op de impact op de lokale biodiversiteit en op de mate waarin het veranderde landgebruik leidt tot een netto opslag of juist uitstoot van het broeikasgas CO2.

Reijnders: ‘In het onderzoeksgebied in Zuid-Oost Azië wordt voor de productie van biobrandstof meestal bestaand tropisch regenwoud omgevormd tot oliepalmplantage. Dit heeft een enorm verlies aan biodiversiteit tot gevolg, waarbij zeldzame, specialistische soorten plaats maken voor veelvoorkomende planten en dieren.

Daarnaast komt er zoveel CO2 vrij bij de omzetting van regenwoud naar oliepalmplantages, dat het bijna een eeuw duurt voordat het gebruik van de geproduceerde biobrandstoffen tot een netto reductie in CO2 uitstoot leidt t.o.v. het gebruik van conventionele brandstoffen.’

Ook Louise Fresco, hoogleraar aan de UvA op het gebied van de grondslagen van duurzame ontwikkeling in internationaal perspectief,  onderschrijft de conclusie dat omzetten van tropisch regenwoud naar plantage voor de productie van biobrandstof altijd een slecht idee is. Ze geeft aan dat de beperkte netto reductie in CO2-uitstoot die je daarmee bereikt nooit opweegt tegen het verlies in unieke en onvervangbare soortenrijkdom.

Fresco: ‘Voor de productie van biobrandstoffen is land nodig om de planten waaruit de biobrandstof gewonnen wordt te verbouwen. Het liefst vruchtbaar land waarop de opbrengsten zo hoog mogelijk zijn. Vanwege zijn vruchtbaarheid, is dat soort land echter meestal al in gebruik als landbouwgrond voor de teelt van voedselgewassen. Of het is onderdeel van waardevolle natuurlijke ecosystemen zoals tropisch regenwoud. Hierdoor is er een groot risico dat de productie van biobrandstoffen ten koste van voedselproductie en/of de natuur gaat als er geen strikt en samenhangend beleid wordt gevoerd op het gebied van energie, landbouw en milieu.’

Reijnders noch Fresco zien biobrandstof als de allesomvattende duurzame energiebron voor mobiliteit.
Volgens Reijnders duurt het minstens een aantal decennia tot een eeuw om een duurzame productie van biobrandstoffen te ontwikkelen op de schaal die nodig is om het gebruik van fossiele brandstoffen significant te verminderen. Als zoiets überhaupt al mogelijk blijkt te zijn. Hij trekt daarom een vrij sombere conclusie over het grootschalige gebruik van biobrandstof: ‘De huidige ontwikkelingen in de auto-industrie op het gebied van alternatieve energiebronnen zoals elektriciteit en waterstof gaan razend snel. Ik verwacht daarom dat binnen het tijdsbestek nodig om een duurzame productie van biobrandstof te ontwikkeld, de vraag ernaar vanuit het wegtransport inmiddels al zal zijn verdwenen. Ik vraag me daarom serieus af of het concept van biobrandstof als duurzame energiebron eigenlijk niet al achterhaald is.’

Naast de discussie over grootschalig gebruik van biobrandstoffen als duurzame energiebron, zien zowel Reijnders als Fresco wel degelijk mogelijkheden voor gerichte, kleinschalige productie en gebruik van biobrandstoffen. Fresco: ‘Je ziet bijvoorbeeld dat kleinschalige productie en gebruik van biobrandstoffen in ontwikkelingslanden als Tanzania en Mali dergelijke landen minder afhankelijk maakt van dure import van fossiele brandstoffen. De middelen die daarmee uitgespaard worden, kunnen vervolgens gebruikt worden voor ontwikkeling en armoedebestrijding.’

Ook de Engelse hulporganisatie ChristianAid is kritisch over de ontwikkeling van biobrandstof. De organisatie meldt in haar rapport Growing Pains: the possibilities and problems of biofuels zegt dat de produktie armoede vergroot, mensenrechtenschendingen doet toenemen en het milieu schaadt.  “Het is te simple om te praten over ‘goede’ en ‘slechte’ biobrandstoffen,” aldus Christian Aid. “Het probleem is niet het gewas, maar het beleid er om heen.” Westerse landen subsidiëren industrieën die op grote schaal gewassen in ontwikkelingslanden laten verbouwen, waardoor armoede, milieuschade en rechteloosheid toeneemt.

Bron: Duurzaam Nieuws

Balkenende slecht voor land en duurzaamheid

woensdag, juni 10th, 2009

De regering Balkenende is niet groen tussen de oren. Dat blijkt telkens opnieuw en dat levert Nederland een steeds grotere achterstand op ten opzichte van omringende landen.

Respect, solidariteit en duurzaamheid waren twee jaar geleden nog de kernbegrippen van het regeerakkoord. Wat we in werkelijkheid zien is een premier die de Dalai Lama weigert te ontvangen, een minister van economische zaken die het boegbeeld van de Nederlandse duurzame en innovatieve industrie ten onder laat gaan en een regeringsploeg die geen boodschap meer heeft aan de volksvertegenwoordiging of aan Europese regels.

Nederland verspeelt in hoog tempo zowel haar reputatie als haar uitgangspositie voor de toekomst. Korte termijn denken en onvoldoende inzicht in onze werkelijke belangen zijn daar mede oorzaak van. Zie de ondergang van Econcern als gevolg van onvoldoende doortastend ingrijpen in de sanering van de banken.  Miljarden pompen in een financiële vergiet zonder garanties te eisen over de besteding daarvan is vragen om problemen. Toelaten dat het geld gewoon wordt opgepot in plaats van er vitale industrie mee te steunen is ronduit kortzichtig.

Maar ook de charade rond de Dalai Lama getuigt van chronisch onbegrip. De halfslachtige opstelling van de premier heeft alleen maar negatieve gevolgen: bij de Chinezen heeft het niets opgeleverd, voor hun maakt het niet uit welk regeringslid de Dalai Lama ontvangt. In Europa leidt de halfslachtige opstelling alleen maar tot verder reputatieverlies.

De energievoorziening is de basis voor onze economie. Daarbij gaat het om meer dan CO2. Beschikbaarheid en betaalbaarheid zijn de sleutelwoorden, en de echte oplossingen voor beide risico’s lossen uiteindelijk ook het CO2 probleem op. Ten minste, als je voor daadwerkelijk effectieve oplossingen kiest. En dat verzuimt deze regering stelselmatig.  Zie de weigering om decentrale opwekking van schone energie structureel te steunen. Zie de grootschalige en honderden miljoenen verslindende inzet op nog steeds niet bewezen toepassing van CO2 afvang en opslag als motivatie voor het bouwen van nog meer kolencentrales (waar inmiddels zelfs fervente voorstanders als RWE op terugkomen).

Zie de ondoordachte inzet op elektrisch vervoer waardoor, zonder toepassing van werkelijk innovatieve oplossingen, zowel de kip als het ei verloren dreigen te gaan.  Immers: er is geen beleid om de noodzakelijke elektriciteit schoon op te wekken. Er is onvoldoende capaciteit om het benodigde vermogen te leveren. Er ontstaat een nieuwe afhankelijkheid van schaarse, steeds duurdere en steeds minder beschikbare grondstoffen, die nodig zijn voor de productie van elektromotoren en accu’s. Er wordt opnieuw op grote schaal energie verspild door toepassing van de techniek in verouderde concepten (elektrisch aangedreven auto’s op basis van direct drive – waarbij de aandrijving in de wielen zit – hebben slechts 25% van het vermogen nodig om de zelfde prestaties te leveren.)

De uitslag van de Europese verkiezingen toont aan dat de kiezers zich in grote getale van deze regering afkeren. Toch zegt premier Balkenende in een interview de verkiezingsuitslag niet te zien als een verwijt aan zijn regering. Hij kon zijn onvermogen om de werkelijkheid te duiden niet scherper typeren. Maar ondertussen raakt het land steeds verder af van een duurzame toekomst.

Bron: Peter van Vliet, Duurzaamnieuws 67 (7 juni 2009)

Food for thought: voedselcrisis in IS

vrijdag, november 7th, 2008

Onder de titel ‘Is er nog wat te eten’ heeft het oktobernummer van IS, het maandblad van NCDO, een special over de voedselcrisis. Aan de hand van drie portretten belicht het blad de verschillende kanten van de crisis. Zoals de Madurodamisering van voedsel: producten worden in steeds kleinere hoeveelheden verkocht om het nog betaalbaar te houden. Dat biedt kansen voor de tussenhandelaren. Terwijl door de voedselcrisis de ondernemingsdrang in de landbouw in Afrika toeneemt, houden tussenhandelaren kleine boeren in hun macht. Zij dwingen de boeren direct na de oogst voor een vaste prijs hun gewassen te verkopen. De handelaar slaat het voedsel op en wacht op stijging van de prijzen om dan het product op de markt te brengen. Ook gaat IS in op de vraag welk eten het meest verantwoord is: biologisch uit de buurt, of fair trade uit arme landen. In sommige gevallen is regionale productie beter voor het milieu, is een van de conclusies in het boek Nourishing Networks, het verslag van het onderzoek naar praktische mogelijkheden voor verduurzaming van voedselketens dat is uitgevoerd door diverse Europese onderzoekers onder leiding van Wageningen Universiteit. Het nieuwe concept voor biologische supermarkten Marqt en fair trade organisatie Max Havelaar zien elkaar niet als concurrenten. De twee vormen van ‘duurzaam eten’ vullen elkaar aan, stellen beide organisaties.

‘Geheim’ rapport Wereldbank: biobrandstoffen oorzaak stijging voedselprijzen

dinsdag, juli 8th, 2008

De Engelse krant The Guardian heeft een ‘geheim’ rapport van de Wereldbank over biobrandstoffen in handen gekregen. Volgens economen van de Bank is de groeiende vraag naar biobrandstoffen de oorzaak van de stijgende voedselprijzen en de voedselcrisis die hierdoor is ontstaan. Auteur Don Mitchell van de Wereldbank schrijft dat de prijzen van voedsel met meer dan 75% zijn gestegen; een cijfer dat hoger is dan voorheen werd aangenomen. Volgens de Britse krant werd het rapport door de Wereldbank achtergehouden om de Amerikaanse president Bush niet in verlegenheid te brengen. De Verenigde Staten subsideert ruimhartig de verbouw van gewassen die bestemd zijn voor de produktie van biobrandstoffen. Het rapport van de Wereldbank zou een slag in het gezicht zijn voor het Amerikaanse beleid. Overigens doet de Wereldbank in een uitvoerig rapport over de hoge brandstofprijzen en de hoge voedselprijzen een serie aanbevelingen aan de G8, de top van geïndustrialiseerde landen die op dit moment plaatsvindt in Hokkaido, Japan. In het kort komen de aanbevelingen van de Bank neer op het voorzien in directe basisbehoeften voor de armsten; kleine boeren toegang geven tot zaden, kunstmest, en andere noodzakelijke middelen; het opheffen van exportverboden die mede de hoge voedselprijzen veroorzaken.

In Foreign Policy plaatst hoofdredacteur Moisés Naím kritische kanttekeningen bij de breed gedragen verklaring dat de voedselcrisis mede veroorzaakt wordt doordat de armen meer en beter voedsel willen. Aan de hand van een analyse van dezelfde Don Mitchell schrijft Naím dat politici, economen en journalisten de verkeerde groep mensen de schuld geven (president Bush bijvoorbeeld verklaarde dat wanneer arme landen economisch groeien, mensen “meer en beter voedsel eisen, waardoor de vraag en daarmee de prijzen stijgen”).
Arme Aziaten eten meer vlees, waardoor de prijs van voedsel omhoog is geschoten, is een veelgehoorde verklaring. Maar Mitchell laat zien dat dit niet klopt: voor het produceren van vlees is graan nodig, maar de vraag naar graan is de afgelopen zeven jaar juist lager dan tussen 1995 en 2000, toen de Aziatische economieën nog niet de groei kenden die ze nu laten zien. Mitchell’s verklaring: door technologie en efficiëntie is de vleesproduktie per eenheid graan hoger. Mitchell’s verklaring voor de stijgende voedselprijzen: ten eerste meer vraag naar energie; meer vraag naar olie en gas betekent duurder transport van landbouwprodukten en vooral ook hogere prijzen van kunstmest. Ten tweede: natuurrampen (droogte, stormen) en speculatie. Als derde: het verdwijnen van overschotten, waardoor er geen buffer meer is. De bijbelse Jozef hielp het Egypte van farao’s door een periode van slechte oogsten omdat de overschotten aan graan waren opgeslagen. Die wijsheid geldt niet langer voor de beleidsmakers van nu. Daarnaast hebben overheden, met name die van de Verenigde Staten, landbouwers gestimuleerd minder te verbouwen voor consumptie en meer voor energiebehoeften. Conclusie van Naím: de schuld van de stijging van voedselprijzen ligt niet bij de hongerige bevolking van India en China, maar bij boeren in rijke landen – en uiteindelijk bij de politici

Biobrandstoffen: volle tank betekent lege maag?

dinsdag, juli 8th, 2008

De discussie over de voor- en nadelen van biobrandstoffen gaat de zoveelste ronde in. Ontwikkelingsorganisatie Oxfam (in Nederland vertegenwoordigt door Novib) roept de rijke landen op hun biobrandstofprogramma’s te staken. Volgens de organisatie leveren de programma’s nauwewlijks een bijdrage aan het oplossen van de klimaatproblemen en dragen ze niet bij aan de beschikbaarheid van nieuwe energie en het terugbrengen van de afhankelijkheid aan traditionele brandstoffen (olie en gas). Maar minstens zo zorgelijk is dat de vraag naar biobrandstoffen de mondiale voedselcrisis verergert en miljoenen mensen onder de armoedegrens brengt. Aldus Oxfam in een verklaring op haar website. De organisatie schrijft dat het antwoord van rijke landen op de voedselcrisis en de klimaatproblemen de situatie eerder erger maken dan dat ze de problemen verlicht. Bij de ontginning van landbouwgronden die bestemd zijn voor de produktie van biobrandstoffen verdwijnen bossen en moerassen en komt koolstof vrij, dat het biokaseffect versterkt. Indsutrielanden subsidiëren de verbouw van deze landbouwgewassen in eigen land, waardoor ontwikkelingslanden opnieuw buiten de deur worden gehouden.

Oxfam bepleit wel de verbouw van duurzame biobrandstoffen in ontwikkelingslanden. Over duurzame economische ontwikkeling in Afrika bogen zich dertig economen uit het continent zich onlangs in Maastricht. Round Table Africa, een initiatief van de Maastricht School of Management, leidt de deelnemers op tot DBA (Doctor in Business Administration). IS, het maandblad van NCDO, besteedt deze maand aandacht aan de Round Table. In een videoboodschap richtte minister Koenders zich tot de deelnemers. In zijn rede bepleit Koenders de noodzaak van economische groei en vooral de eerlijke verdeling van die groei. Tevens benadrukt de minister de rol van landbouw in de ontwikkeling van Afrika, waarbij hij nadrukkelijk wijst op de noodzaak van investeren, onderzoek en opleiding van (kleine) boeren. Daarbij is samenwerking met partners in het westen onontbeerlijk. Deelnemers aan de bijeenkomst zijn tevreden. Innocent Mugwagwa, financieel directeur van Save the Children in Harare, Zimbabwe: “Ik heb mijn onderzoeksvraag kunnen voorleggen aan professionals met praktijkervaring. Iemand wees me op veelvoorkomende misstanden in de katoen- en tabaksector: kinderarbeid en de uitputting van landbouwgrond. Daar had ik zelf nog geen aandacht aan besteed in mijn onderzoek. Het heeft me aan het denken gezet over organische teelt, een win-win situatie voor zowel mens als milieu. Uiteindelijk is het doel van mijn onderzoek een raamwerk op te zetten voor het managen van een waardeketen in kwetsbare staten. Dat zie ik vervolgens natuurlijk graag ingevoerd in een project, waar iedereen die in Afrika investeert lering uit kan trekken.”

Food for thought, vrouwen

woensdag, mei 21st, 2008

De vraag naar biobrandstoffen vormt niet alleen een bedreiging voor de mondiale voedselvoorziening, maar marginaliseert ook de positie van vrouwen. Dat blijkt uit een studie van de FAO, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties. Het onderzoek van de FAO stelt dat voor de verbouw van gewassen die geschikt zijn voor de produktie van biobrandstoffen, grote plantages worden aangelegd. Deze schaalvergroting gaat ten koste van de positie van kleine boeren, in het bijzonder vrouwen. Yianna Lambrou, werkzaam aan het IDRC en een van de auteurs van de studie, zegt dat als de positie van kleine boeren niet versterkt wordt, vrouwen in het bijzonder kwetsbaar zijn voor honger en armoede.

De groeiende vraag naar biobrandstoffen voedt de honger naar meer landbouwgrond. Voorheen marginale gebieden worden nu geschikt gemaakt voor de produktie van landbouwgewassen. En juist deze voorheen marginale gronden werden door met name vrouwen gebruikt voor de verbouw van de eigen voedselvoorziening. Gevolg is een vermindering van de mogelijkheden om eigen voedsel te verbouwen en te voorzien in de eerste levensbehoeften van het eigen gezin. Bovendien gaan natuurlijke hulpbronnen, zoals toegang tot water en hout, op in de grootschalige plantageteelt van gewassen. Kleine boeren hebben zo minder snel toegang tot deze voor hen essentiële hulpbronnen. Vrouwen, die traditioneel verantwoordelijk zijn voor het halen van water en hout, moeten gedwongen grotere afstanden afleggen om water en brandhout te vergaren. Gevolg: minder tijd voor andere activiteiten die nodig zijn om het gezin te onderhouden en een mogelijk verslechterende gezondheidssituatie.

De plantages scheppen wel werk voor de lokale bevolking. Vrouwen maken bijna de helft uit van deze seizoensarbeiders, maar krijgen vaak een lager salaris dan hun mannelijke collega’s en werken onder slechtere omstandigheden. De positie van vrouwen wordt op deze wijze verder verslechterd.

Food for thought, speculanten

donderdag, april 24th, 2008

In het hart van de derde stad van de Verenigde Staten, Chicago, staat het gebouw van de Chicago Board of Trade. Deze beurs is minstens zo belangrijk als Wallstreet, maar is nauwelijks bekend. Toch bepalen de handelaren in de Art-Deco wolkenkrabber aan de West Jackson Boulevard in Chicago de dagelijkse levens van miljarden mensen. Op de Chicago Board of Trade wordt gehandeld in futures contracts (termijncontracten). Handelaren bepalen een partij graan of rijst op een bepaalde datum geleverd kan worden en, even belangrijk, welk prijskaartje aan de levering hangt. In de contracten wordt de kwaliteit, kwantiteit, plaats en tijdstip van het te leveren produkt vastgesteld.Van alle mogelijke landbouwprodukten worden contracten gemaakt: vlees, graan, soja, mais, rijst, sinaasappelen, suikerriet. Maar er is ook handel in edelmetalen en valuta.

stijging voedselprijzen

Het CBOT is het zenuwcentrum van de mondiale voedselhandel. De groeiende vraag naar biobrandstoffen, gecombineerd met de veranderingen in het klimaat (extreme droogte bijvoorbeeld in Australië), hebben de prijs van voedsel opgedreven. Maar steeds kritischer kijken deskundigen naar de rol van handelaren en speculanten. Ooit beschermde het systeem van futures boeren tegen misoogsten en grote prijsveranderingen. De boeren sloten van te voren een contract af, waarin de prijs en de opbrengst vastlagen. Daardoor kon de boer ook bepalen hoeveel hij moest planten om te voldoen aan de opbrengst. Maar experts vermoeden nu dat speculanten misbruik maken van het systeem, schrijft SpiegelOnline. Zij kopen termijncontracten voor een lage prijs, met de verwachting dat de prijs zal stijgen. Stijgt de prijs, dan verdient de speculant. Zelfs overheden worden slachtoffer van dit systeem van snelle-winst-op-korte-termijn. De regering van de Filippijnen wil begin mei 500.000 ton rijst kopen om te voldoen aan de krapte aan rijst in eigen land. De afgelopen maanden is de prijs van rijst verdubbeld… Een Amerikaanse analist zegt in het Spiegel-artikel dat “wat nu gebeurt, ongekend is”. Greg Warner van AgResource: : “Normaal hadden we de bekende groep van kopers en verkopers – vooral boeren en silo-operators. Maar met de komst van grote beursgenoteerde fondsen is de beurs radicaal veranderd. Maximale winst is hun motto, en de prijzen stijgen en stijgen.”

Steeds meer speculanten storten zich in de handel in voedsel. Maar ook banken springen op de wagen. ABN Amro begon in maart als eerste bank met het verlenen van certificaten aan kleine investeerders die handelen in de (stijgende) prijzen van rijst.