Archief voor de categorie ‘Media’

Sustainisme

woensdag, februari 2nd, 2011

Meer dan honderd miljoen mensen houden zich onder verschillende noemers wereldwijd bezig met een opkomende culturele beweging die  Michiel  Schwarz en Joost Elffers de naam “sustainisme” hebben gegeven. “Door maatschappelijke ontwikkelingen als groen, duurzaamheid, alsook sociale media  in  één woord te vangen,  laat je zien dat het een culturele verschuiving is, die vergelijkbaar is met hoe het modernisme in de vorige eeuw onze leven bepaalde.” Dit is de boodschap van het manifest ‘Sustainism Is the New Modernism’,  dat Schwarz en Elffers afgelopen maand in New York presenteerden.

Het manifest is positief van toon en prachtig vormgegeven. “Het is inderdaad diezelfde  toon van “hope en change” uit de campagne van Barack Obama”, typeert cultuursocioloog Michiel Schwarz, vanuit zijn huidige standplaats Berkeley, Californië,  de sfeer van het boek.  Een boek vol slogan-achtige typeringen en uitspraken, die de tijdgeest van de nieuwe cultuur van het sustainisme verwoorden, zijn grafisch vormgegeven als manifest met symbolen en logo’s. Je vindt er de op het Keltische klavertje drie gebaseerde cyclische “trefoil-knoop” die staat voor sustainisme, waar alles met alles is verbonden.

Andere door Joost Elffers  ontworpen logo’s verbeelden hedendaagse maatschappelijke ontwikkelingen zoals “lokale productie”, obesitas of Fossil-Fuel-Foodprint. Hun krachtige taal in beeld en cadans sluit aan bij onze visueel ingestelde samenleving. “Met dit manifest in deze nieuwe beeldtaal hopen we de maatschappelijke beweging van het sustainisme zichtbaar te maken en kracht bij te zetten”.

Is sustainisme het ideaal waarnaar ze streven? “Nee, het is niet ons ideaal en we hebben het ook niet uitgevonden. Wij zijn cultuurbeschouwers, die wereld om ons heen beschrijven”, antwoordt Schwarz. “Het gaat namelijk in het hier-en-nu niet langer over klimaatverandering òf energieschaarste òf 24-uur wereldwijde verbondenheid via het internet; het gaat over het dieperliggend gedachtegoed van een netwerksamenleving waar waarden gelden als delen, lenen en uitwisselen in een open source-cultuur.”
Schwarz en Elffers waren overigens verbaasd toen ze al googlend ontdekten dat het woord sustainisme, afgeleid van sustainability niet bestond en dus introduceerde zij het.

“Kijk je  door de bril van het allesomvattende begrip sustainisme dan zie een gemeenschappelijk gedachtegoed, waar duurzaamheid, connectiviteit alsook een opkomend lokalisme samengaan. Door ze onder één noemer te brengen wordt een paradigmaverschuiving in onze cultuur zichtbaar. Dat is de verschuiving van een modernistische naar een sustainistische wereld”. Schwarz en Elffers voorspellen dat binnen tien tot twintig jaar het sustainisme de heersende manier van denken is.

In deze nieuwe culturele fase zijn mensen met elkaar verbonden, maar waar ligt in deze   netwerksamenleving de verantwoordelijkheid? “In het netwerk!” Schwarz illustreert deze vorm van verantwoordelijkheid met wat er gebeurde rondom Youp van ’t Hek en zijn actie tegen klantenservice bij telecombedrijven. “Mensen verzamelden zich spontaan voor dat moment en die zaak rondom Youp van ’t Hek en gaven hem tijdelijk een zekere autoriteit. Maar hier is geen sprake een gezagsverhouding. Mensen nemen hun verantwoordelijkheid weer terug.”

Het is bijvoorbeeld voor de oude modernistische politieke cultuur moeilijk de complexiteit van de opkomende netwerksamenleving te hanteren. “Zo vlucht het huidige kabinet in ‘vroeger’ en eist vanuit een hiërarchische traditie eenvormigheid en integratie. Sustainistische waarden zijn nu juist verbinden, authenticiteit en respect voor het verschil.” Ook een hiërarchie in nationaal, provinciaal, gemeentelijk en de buurt wordt als te veel naar binnen gekeerd ervaren. Voor de generaties onder de 40 bestaat deze verscheidenheid naast en door elkaar.

“All locals are globally connected”, vat Schwarz  kort samen. “Oftewel kleinschaligheid van de buurt is voor iemand  even vanzelfsprekend en gewenst als  de grootschaligheid van globalisme via internet. We leven lokaal en zijn tegelijkertijd wereldburgers. Het is de lokale boerenmarkt én Twitter, het cafe én CNN, het plein én Facebook.”

Désirée Crommelin
www.het-interview.nl

Multiculturalisme mislukt? Merkel verkeerd vertaald

woensdag, oktober 27th, 2010

Op de website van antropoloog Martijn de Koning een heldere analyse van de uitspraken van de Duitse bondskanselier Angela Merkel over wat het ‘mislukken van de multiculturele samenleving’ is gaan heten.

Volgens De Koning zat de Nederlandse media er volkomen naast toen zij de uitspraak van Merkel breed uitgemeten aandacht gaf.

1. De kop ‘Multiculturalisme is mislukt’ (of varianten daarop) is een incorrecte vertaling van ‘Multikulti ist absolut gescheitert’. Multikulti is niet hetzelfde als multiculturalisme. Multikulti kan volgens mijn collegae (en ik ben het daar mee eens) het best omschreven worden als ‘flower power diversiteit’. Als u goed luistert is dat ook precies wat Angela Merkel zegt, dat het idee dat we allemaal lang en gelukkig en probleemloos met elkaar samenleven, dat idee is mislukt. De vrijheid blijheid idee is niet Angela Merkel’s idee. En daar zullen weinig mensen het mee oneens zijn, al is vrijheid blijheid best een lief motto.
2. De kop multiculturalisme klopt ook al niet omdat Duitsland nooit een beleid van multiculturalisme heeft gehad. Dat kan overigens ook voor Nederland worden gezegd. Integratie met behoud van eigen identiteit was vooral een slogan (zoals vrijheid en blijheid), maar er is nooit enig serieus beleid daarvoor geweest, met hoogstens enkele uitzonderingen op lokaal niveau. Er zijn ook bijna geen claims geweest van allochtonen op speciale rechten voorzover die niet binnen de Nederlandse wet pasten. Er zijn aanpassingen geweest van de wet op het slachten (voor halal-slachten) en voor de Wet op de Lijkbezorging, maar het meeste zoals de vestiging van hindoeistische en islamitische scholen, gebedshuizen, geestelijk verzorgers, enzovoorts paste binnen het Nederlands beleid dat is gebaseerd op de erfenis van de verzuiling (nadrukkelijk niet op de verzuiling zelf!). Toen in Nederland het minderhedenbeleid opkwam (jaren /80) was namelijk al lang duidelijk dat het geen vrijheid blijheid was; het minderhedenbeleid is namelijk ontstaan naar aanleiding van de ontdekking dat gastarbeiders toch echt niet weggingen, maar vooral als reactie op de gewelddadige acties van groepen jonge Molukkers.
3. Een tweede punt dat Merkel maakte, en dat schijnbaar toch wat minder is opgevallen, is haar vaststelling dat de islam inmiddels onderdeel is van Duitsland; een bevestiging van wat de Duitse president Christian Wulff al eerder zei. Dat laat zich toch moeilijk rijmen met de idee dat de multiculturele samenleving is mislukt. Ook dat geldt voor Nederland. Allochtone groepen hebben zich op basis van etniciteit en religie een plek verworven in de samenleving, zodanig dat men onderdeel is geworden van het hedendaagse Nederland. Of facties binnen die allochtone (en autochtone) groepen dat nu leuk vinden of niet. Dat gaat gepaard met mooie successen, maar ook met grote problemen. Zo zien we bijvoorbeeld onder Marokkaanse Nederlanders dat de problemen met betrekking tot overlast, criminaliteit, onderwijs en arbeidsmarkt behoorlijk groot zijn, terwijl ook het opleidingsniveau flink is gestegen, steeds meer mannen en vrouwen doorstromen naar hoger onderwijs en zich een plek op de arbeidsmarkt hebben verworven. Het kenmerk is niet het één (de problemen) of het ander (de sociale mobiliteit) per groep, maar allebei tegelijkertijd. De integratie in een multiculturele samenleving gaat gepaard met schuren, fricties, succesverhalen en moed.

Zijn die koppen in de kranten en de blogs nu gewoon een geval van niet goed genoeg luisteren, het Duits niet goed genoeg begrijpen? Of heeft men heel selectief geluisterd en vooral opgepikt: ‘Zie je wel! Daar werkt het ook niet, Merkel zegt het zelf!’?

YouTube voorvertoningsafbeelding

Flemming Rose en Bas Heijne over democratie en grondrechten

woensdag, september 29th, 2010

“De vrijheid van meningsuiting staat in Europa nog meer onder druk dan ik al had ervaren,” zegt de Deense cartoonist Flemming Rose in de Volkskrant van 29 september. “Ik wist niet dat het beledigingsfundamentalisme zo veel invloed heeft.”

Rose, redacteur kunst en opinie van de Deense krant Jyllands Posten en de man achter de pagina met Mohammed-cartoons die vijf jaar geleden zoveel (gewelddadig) protest uitlokte in de islamitische wereld, blikt in het boek De tirannie van het zwijgen terug op de affaire. “Ik wilde wat er gebeurd is in een breder perspectief plaatsen. Mijn boek gaat over tolerantie en vrijheid van meningsuiting sinds de Reformatie,” zegt Rose in de Volkskrant.

Europa moet een balans vinden tussen de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst. Volgens Rose heeft het Westen moeite die balans te vinden. “Vrijheid van meningsuiting is wezenlijk voor een goed functionerende democratie,” zegt de Deense journalist. Maar “het lijkt er steeds meer op dat de vrijheid van meningsuiting het moet afleggen tegen de vrijheid van godsdienst. Dat komt door wat ik de mythe van de Weimar Republiek noem: dat racistische taal leidt tot racistisch geweld. Het is niet zo dat de nazi’s in de jaren dertig van de vorige eeuw de totale vrijheid voor hun propaganda hadden en ze daarmee de weg plaveiden voor Hitler. Hij kwam aan de macht door intimidatie en geweld, niet door de vrijheid van meningsuiting. Er werden in de eerste drie jaar van de Weimar Republiek meer dan vierhonderd politieke moorden, ook tegen Joden, gepleegd, die niet of nauwelijks werden bestraft. De nazi’s wonnen geen meningenstrijd, ze wonnen door geweld. Racisme en discriminatie kunnen – moeten – bestreden worden: met vrijheid van meningsuiting; dan moet je die dus niet inperken.”

Rose vindt het paradoxaal dat het Westen wel protest aantekent als er in het Midden-Oosten mensen veroordeeld of gedood worden omdat ze een andere mening verkondigen, maar dat in Europa zelf schrijvers, politici en denkers vervolgd worden wegens godslastering. Volgens Rose worden daders slachtoffers.

Dat betekent voor Rose niet dat alles mag. “Oproepen tot geweld natuurlijk niet. Maar dat betekent niet dat politici als Pia Kjaersgaard van de Dansk Folkeparti of Geert Wilders niet mogen zeggen wat ze willen. De oude politieke partijen hebben nagelaten problemen aan te pakken die de kiezers heel hoog zaten. Ze zullen de nieuwe partijen met woorden moeten bestrijden. Datzelfde geldt voor hun onwaarheden.”

Het onderwerp van de jongste column van Bas Heijne in NRC Handelsblad is het uitzettingsbeleid van Roma door de Franse regering. Heijne schrijft dat door de opmerking van Eurocommissaris van Justitie Reding, die de uitzetting vergeleek met wat er in de Tweede Wereldoorlog was gebeurd, de Franse president Sarkozy van dader slachtoffer was geworden. “Dat is het nieuwe betoog: noem me geen fascist, want ik wil goed zijn voor de mensen die het goed menen. Maar zoals de weldenkenden klakkeloos het fascisme van stal halen om hun morele superioriteit aan te tonen, zo beginnen de ontkenningen aan de andere kant al even gemakzuchtig te klinken. Wanneer in Nederland iemand een zin begint met ‘ik ben geen racist’, dan kun je er donder op zeggen dat daarna een stroom verbale bagger loskomt waarvan Hans Janmaat een kleur zou krijgen; net zoals op de aanhef ‘ik ben geen Wilders-fan, allesbehalve’ steevast een gepikeerd betoog volgt waarin de islamitische woestijnvolkeren die in ons land zijn neergestreken ons dwingen de Grondwet aan te passen, liever nog vandaag dan morgen. Het benoemen van problemen lijkt steeds meer een voorwendsel om anderen hun menselijkheid te ontzeggen… De Nederlandse burger is nooit een allochtoon, een allochtoon zal nooit een Nederlandse burger zijn – het komt gewoon niet bij ze op. Maar ze vinden wel dat Wilders te ver gaat, omdat hij onderscheid naar etnische komaf maakt, dat kan echt niet. Ik zou zeggen: Wilders is tenminste niet hypocriet. Dat onderscheid maakt Sarkozy dus ook,” schrijft Heijne. Het onderscheid maken tussen echte burgers en niet-echte burgers. “Onder de dunne oppervlakte van het debat leeft ook hier de diepgewortelde overtuiging dat er echte Nederlanders en niet-echte Nederlanders zijn. Nu er een kabinet aankomt waarin boosheid, cynisme en verbeten egocentrisme elkaar gaan versterken – een mooie afspiegeling van de samenleving dus – is het tijd de mouwen op te stropen. Het gaat ook om ons land,” besluit Heijne.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Extreemrechts steeds meer geaccepteerd door media

donderdag, december 10th, 2009

Pytrik Schafraad, onderzoeker aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, promoveert 11 december op een onderzoek naar de berichtgeving in kranten over extreem-rechts. Zijn conclusies: Kranten in Nederland en Vlaanderen berichten steeds genuanceerder en diverser over uiterst rechts. Maar controversiële thema’s blijven de boventoon voeren. Dat dit zo is heeft  vooral te maken met de partijen zelf, zegt Schafraad: “Fortuyn wilde het eerste artikel van de Grondwet afschaffen, Wilders maakte de film Fitna, wilde het land op slot voor migranten en bedacht de kopvoddentaks”. Dit meldt Wereldjournalisten.nl op haar website.

Schafraad analyseerde ruim vijfduizend berichten in drie verschillende kranten van vergelijkbare signatuur in Nederland, Vlaanderen en Duitsland. Voor Nederland waren dat de Volkskrant, het NRC en De Telegraaf. Voor Vlaanderen de Morgen, de Standaard en het Laatste Nieuws en voor Duitsland de Süddeutsche Zeitung, Frankfurter Allgemeine Zeitung en Bild.

Schafraads onderzoek laat zien dat op het moment dat in Nederland integratie als onderwerp ook door intellectuelen wordt overgenomen en extreemrechtse partijen meer zetels in de Tweede Kamer krijgen, de aandacht voor de deze partijen genuanceerder wordt. In het verkiezingsjaar 1989 bijvoorbeeld wanneer Janmaat in de Tweede Kamer wordt gekozen, is er niet meer dan één keer per week aandacht voor uiterst rechts: in de 3 kranten staan dat jaar 77 berichten over extreemrechtse standpunten.
In de loop van de jaren negentig van de vorige eeuw komt hier verandering in. Integratie is niet langer een exclusief thema voor uiterst rechts. Intellectuelen als Frits Bolkestein en Paul Scheffer domineren het debat. Er komt meer aandacht voor de inhoud en de denkbeelden van de partijen en de berichtgeving wordt gevarieerder.

Na de eeuwwisseling zet deze trend door en raakt vanaf 2003 in een stroomversnelling vanwege de populariteit van Pim Fortuyn. In het verkiezingsjaar 2002 staan er 802 berichten over extreemrechts in de kranten, in 2003 zijn dat er 508. Vanaf 2004 wordt uiterst rechts niet langer beschreven als controversiële buitenstaander, maar halen ze ook de krant met andere thema’s.  Er zijn nog maar 137 berichten over extreemrechtse standpunten.

In 1986 publiceren de kranten gemiddeld één artikel per week over uiterst rechts. Dat aantal groeit naar 3,5/dag in 2002. In dat jaar heeft de Volkskrant gemiddeld 5 artikelen per dag, het NRC iets minder dan 4 en De Telegraaf 1,5. Gemiddeld publiceert De Telegraaf half zoveel artikelen als de andere twee kranten. De Volkskrant en NRC schrijven langere artikelen dan De Telegraaf. Gemiddeld 11 procent van alle artikelen staat op de voorpagina’s.

De drie kranten verschillen ook in focus van berichtgeving: de Volkskrant schrijft minder over de rol van uiterst rechts in de politieke actualiteit (9%) dan het NRC (23%) en De Telegraaf (20%). Volkskrant en NRC schrijven meer over uiterst rechts in juridische conflicten (17 en 16%) dan Telegraaf (11%).
Gemiddeld 27% van de berichten (gemeten over de hele periode) gaat over vreemdelingenangst en exclusionisme: het uitsluiten van etnische minderheden, vluchtelingen en allochtonen (met in 1994 een uitschieter van 51%).

In Vlaanderen wordt het Vlaams Blok in de jaren negentig een steeds grotere en belangrijke partij. Schafraad ziet eenzelfde ontwikkeling als in Nederland. Krantenberichten worden diverser en genuanceerder, maar ook hier domineren controversiële aspecten zoals exclusieve aandacht voor het racisme van de extreemrechtse partij. Beschuldigingen zijn implicieter: media noemen het Vlaams Blok niet langer ondemocratisch, maar ‘niet behorend tot de democratische partijen.’

De Duitse berichtgeving is de afgelopen twintig jaar nauwelijks veranderd: extreemrechtse partijen krijgen nauwelijks media-aandacht. Dat heeft volgens Schafraad te maken met het feit dat ze de kiesdrempel niet halen en met de gevoeligheid vanwege het nationaal-socialistische verleden. Partijen die daar associaties mee oproepen krijgen weinig ruimte in de pers.

Bron: Wereldjournalisten.nl