Archief voor de categorie ‘Mensenrechten’

Islamofobie in Nederland wijder verbreid dan gedacht

donderdag, januari 19th, 2012

Tussen 2005 en 2010 waren er meer dan honderd incidenten bij moskeeën in Nederland. En dat zijn er opvallend meer dan in andere landen. Dat blijkt uit een nieuw boek over islamofobie en discriminatie. De daders gaan meestal vrijuit en moslims doen vaak geen aangifte. 

In de jaren negentig gold Nederland als uitzonderlijk tolerant tegenover andere godsdiensten, zegt emeritus hoogleraar Frank Bovenkerk van de Universiteit van Amsterdam. ‘Tot opeens uit enquêtes bleek dat zich een aanzienlijke weerzin tegen de islam aan het ontwikkelen was. De onderzoekers dachten: dat kan haast niet, zo’n breuk met het verleden. Maar het was wel zo.’ 

Vervolgens kwamen de aanslagen van 11 september 2001 en de moord op filmmaker Theo van Gogh, in 2004. De Nederlandse politiek wakkerde de moslimhaat nog verder aan, vindt Bovenkerk: ‘Toenmalig vicepremier Gerrit Zalm zei na de moord op Van Gogh: ‘We zijn nu in oorlog’.' 

In de Verenigde Staten ging dat anders. Bovenkerk: ‘Het eerste wat president Bush deed na 9/11, was naar de moskee gaan omdat hij wist: ik moet mijn relatie met de moslimbevolking niet verpesten. Dus daar waren ze heel zorgvuldig in. Maar in Nederland zijn we opmerkelijk makkelijk meegegaan met politici als Pim Fortuyn en later Geert Wilders, die de weerzin tegen de islam voor politiek gewin gingen gebruiken.’ 

Ineke van der Valk deed onderzoek naar ‘Islamofobie en discriminatie’, zoals haar boek heet, dat deze donderdag verscheen. Zij telde 117 incidenten bij moskeeën in Nederland tussen 2005 en 2010. In de Verenigde Staten waren dat er in die periode 42. Het ging om brandstichtingen, bekladdingen, vernielingen en nog veel meer. 

‘Een poederbrief, een telefonische bedreiging maar ook acties als het ophangen van een dood schaap aan een gevel, waarbij dan op de vacht de tekst ‘No Mosque!’ stond. Of een varkenskop. Of de muur besmeuren met schapenbloed of varkensbloed, wat moslims als provocerend en beledigend ervaren,’ zegt Van der Valk. 

Die incidenten waren opvallend vaak in kleinere plaatsen. In de grote steden is de acceptatie van migranten groter omdat ze daar al veel langer wonen, denkt de onderzoekster.

Lang niet alle incidenten bleken te zijn gemeld. Soms op advies van de politie, soms omdat moskeebesturen bang waren voor herhaling. Het komt ook door een zekere nonchalance, zegt Aissa Zanzen van de Marokkaanse Moskeeorganisaties Amsterdam en Omstreken. 

‘Mensen redeneren: dat gebeurt nou eenmaal. De samenleving is verhard, er is een klimaat, en dat hoor je elke keer in de media, dat moslims de schuld krijgen van alles en nog wat. Daarnaast denken mensen ook dat de politie er toch niets aan doet, en aangifte doen kost te veel tijd. Een andere factor kan zijn de taalbeheersing, dat is toch een hobbel.’ 

De daders werden zelden opgespoord: in 99 van de 117 gevallen zijn ze niet bekend. ‘Dat geeft te denken’, zegt Van der Valk, ‘het wordt tijd dat justitie en politie daar meer aan doen.’

Dan is er nog de islamofobie op internet. Ronald Eissens van het Meldpunt Discriminatie Internet: ‘In 2011 waren er 290 meldingen van islamofobe uitingen, bijna eenvijfde van het totaal aantal meldingen over discriminatie.’ 

Discriminatie op het Nederlandstalige deel van internet wordt steeds meer ‘mainstream’, aldus Eissens: ‘Van de donkere vieze steegjes gaat het naar het volle daglicht, naar de populaire webfora, die iedereen leest.’

Wat valt hier tegen te doen? Ineke van der Valk: ‘Je moet serieus werken aan de sociale problemen die een rol spelen bij waarom mensen gaan discrimineren. Wie slachtoffer wordt van een misdaad door een moslim, is sneller geneigd tot discriminatie.’ 

‘Daarnaast moet je de openheid van de samenleving benadrukken en de waarden van diversiteit hooghouden. Noorwegen deed dat heel goed na de aanslag van Anders Breivik’, vindt Van der Valk. ‘Ik denk dat we daar een voorbeeld aan kunnen nemen omdat hier onder politici te veel de neiging bestaat om weg te kijken en te hopen dat de islamofobe mode overwaait. We moeten veel meer ons eigen verhaal houden en staan voor waarden die we belangrijk vinden, voor democratie en rechtsstaat.’

Bron: Radio Nederland Wereldomroep

Schaduwinternet biedt mensenrechtenactivisten toegang tot digitale netwerken

maandag, januari 9th, 2012

Dagblad De Pers signaleert een boeiende nieuwe trend: digitale ontwikkelingshulp. Overigens is het beter te spreken over digitale mensenrechten, want dat is kern van deze nieuwe ontwikkeling. “Je gooit wat kabels, antennes, een paar mobieltjes, wat wifi-routers, laptops en de juiste software bij elkaar en het resultaat is een nachtmerrie. Althans, voor de Iraanse ayatollahs, het Chinese politbureau, de Syrische dictator Bashar Assad en anderen die internetcensuur en spionage tot kunst hebben verheven”, schrijft De Pers.

‘Internet in een koffer’, zoals het bekendstaat, is ook niet een juiste titel, maar bedacht door de New York Times die een mooie foto bij het artikel hierover wilden. Zegt Sascha Meinrath, directeur van het Open Technology Initiative van de New America Foundation in Washington. Open Technology Initiative ontwikkelde de digitale toepassing in opdracht van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Doel is om mensenrechtenorganisaties en -activisten toegang te geven tot het internet, zelfs als de regering het digitale netwerk uit de lucht haalt.

Duizenden dissidenten op plekken zoals Iran, Syrië, China en Rusland belanden in de cel of zelfs op het kerkhof omdat ze blogs schrijven, elkaar via sites als Facebook oproepen om te protesteren of via andere online manieren zogenaamde ‘subversieve’ activiteiten te ontplooien. Mede mogelijk gemaakt door westerse bedrijven die de plaatselijke geheime diensten voorzien van hightech afluister- en censuurtechnologie. De autoritaire regimes hebben er alle belang bij om de zogenaamde ”Facebookrevoluties’ – die de Arabische Lente vaart gaven – te voorkomen of de kop in te drukken. Om mensenrechtenactivisten toegang te verzekeren tot de digitale netwerken, zoals Facebook, Twitter en email, is het Open Technology Initiative bezig een ‘schaduwinternet’ te ontwikkelen dat werkt via Mesh-technologie. De Pers: “In autoritaire landen zijn computers via internetverbindingen vaak aangesloten op een netwerk dat door de staat wordt gecontroleerd. Die ‘kabel’ kan er worden uitgetrokken waardoor de internettoegang wegvalt. Bij een Mesh-netwerk kun je dat vergeten, het is een onzichtbaar, draadloos web zonder centraal punt waar de stekker uit kan. Een netwerk van bijvoorbeeld afzonderlijke computers, mobiele telefoons en routers, dat door middel van speciale software helemaal los functioneert van dat overheidsnetwerk waardoor informatie kan blijven stromen en ook het buitenland kan bereiken. Een foto van een in elkaar geslagen demonstrant of een e-mail met ontmoetingsplek voor het volgende protest springt direct tussen de draadloze apparaten die allemaal als een soort mast functioneren en het overheidsnetwerk overslaan. De staatscensuur kan de stekker er wel uittrekken, maar het Mesh-netwerk functioneert door.”

De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal stelt 6 miljoen euro beschikbaar voor internetvrijheid, een belofte die de regering deed op het internationale congres in Den Haag vorig jaar december over internetvrijheid. De Nederlandse ontwikkelingsorganisatie Hivos organiseert met dit geld onder meer conferenties voor Arabische bloggers waar ze hun nieuwste internetonderduiktrucs kunnen uitwisselen maar geeft ook technische tips en trainingen. Hivos werkt daarbij samen met de organisatie Tactical Tech in Berlijn. Hun oplossing zit niet in een koffer maar in een doos en heet: ‘Security in-a-box’. “Wij proberen technologie zo breed te maken dat het voor progressieve sociale verandering kan worden ingezet”, legt programmadirecteur Ali Ravi in De Pers uit. “Veiligheid in een doosje komt in maar liefst in negen talen (Engels, Frans, Spaans, Arabisch, Farsi, Chinees, Vietnamees, Birmees, en Russisch), gewerkt wordt aan Indonesisch en Ethiopisch. Vorig jaar zijn 5.000 fysieke dozen uitgedeeld en is een veelvoud gedownload. Het is een pakket met een boek en software om zo onzichtbaar mogelijk te blijven als internetter, censuur te omzeilen en onder de radar te blijven. Een paar voorbeelden: programma’s om de volledige inhoud van je harde schijf of usb-stick te wissen voor als de geheime politie onderweg is, tips hoe je een onkraakbaar wachtwoord maakt, een encryptieprogramma zodat de ontvanger als je een mail of foto verstuurt een wachtwoord moet invoeren om het te openen en Tor om je identiteit te verbergen als je surft en je acties niet naar je IP-adres (en dus huis) zijn te herleiden.

Beleid tegen illegalen heeft tegendraads effect

donderdag, december 22nd, 2011

De criminalisering van mensensmokkel en illegaal huishoudelijk werk door de overheid staat in scherp contrast met het beeld dat de illegale migranten ervan hebben. Voor hen is het een manier om toegang te krijgen tot beter betaald werk. De overheid gaat aan deze werkelijkheid voorbij.
 
De afgelopen jaren hebben uitzonderlijke gevallen het beeld van de overheid over mensensmokkel en mensenhandel gedomineerd en het beleid op deze terreinen mede gestuurd. Denk aan het Dover-drama met Sister Ping, de Sneepzaak of de Marokkaanse slaaf op de Dappermarkt. Deze extreme zaken zijn beeldbepalend voor de komst, het verblijf en de gedwongen terugkeer van illegale vreemdelingen geworden. De overheid ziet mensensmokkel als een serieuze en ernstige vorm van georganiseerde misdaad die het migratiebeleid en de integratie van de gevestigde allochtonen ondermijnt.
 
Migranten daarentegen beschouwen het als een al dan niet betaalde dienst om familieleden bij zich te krijgen. Waar de overheid bang is voor de aanzuigende werking van versoepelingen in het migratiebeleid, doen de illegale vreemdelingen een informeel beroep op familieleden die toevallig in Nederland wonen. Waar de overheid illegaliteit criminaliseert, ziet de illegale vreemdeling zijn status als een min of meer vanzelfsprekende consequentie van zijn aanwezigheid zonder verblijfsdocumenten. Het is moderne slavernij met al zijn uitbuiting tegenover een sociaal arrangement met specifieke economische arbeidsverhoudingen met geaccepteerde en normatief begrensde uitbuiting. Kortom, rond de komst, het verblijf en de terugkeer van illegale vreemdelingen is er sprake van een kloof in betekenisgeving tussen de overheid en de migranten.
 
Het Nederlandse illegalenbeleid staat in het teken van het tegengaan en ontmoedigen van illegaal verblijf. Dat lijkt succesvol: telden onderzoekers in 2002 nog ruim 211.000 illegalen in Nederland, in 2009 was dit aantal meer dan gehalveerd tot ruim 97.000 personen die onrechtmatig in Nederland verblijven. Maar deze afname komt vooral door de insluiting van landen als Roemenië en Bulgarije in de Europese Unie en niet zozeer door een duidelijke afname van het aantal niet-westerse illegale vreemdelingen.
 
Uit onderzoek onder illegale vreemdelingen uit uiteenlopende herkomstlanden, met verschillende achtergronden en migratiemotieven, blijkt dat zij door het strengere beleid geen toegang meer hebben tot de voorzieningen van de verzorgingsstaat en evenmin tot ‘wit werk’. Illegalen zijn voor hun bestaan in toenemende mate aangewezen op ‘zwart werk’ en liefdadigheid. Illegale vreemdelingen maken deel uit van sociale arrangementen of morele economieën waarin de verhoudingen van illegalen met informele werkgevers en huisbazen bepaald worden door normen van wederkerigheid, patronen van risicomijdend gedrag en ideeën over rechtvaardigheid. Dit alles in een context waarin een overheid slecht benaderbaar is.
 
De titel van mijn oratie was ‘Moderne slavernij of gewoon werk?’. Vanuit het perspectief van de illegale vreemdelingen is er geen sprake van slavernij. Maar we kunnen de arbeidsverhoudingen tussen illegalen en hun werkgevers evenmin duiden als gewoon werk. Veeleer hebben we te maken met informele arbeid onder slechte en onzekere omstandigheden waarbij de arbeidsverhoudingen tussen de illegale vreemdelingen en de werkgevers vaak uit balans en soms ernstig verstoord zijn. Tegelijkertijd zijn er informele normen over rechtvaardigheid en onrecht die in samenhang met het risicomijdende gedrag van illegale vreemdelingen een rem vormen op de meer extreme vormen van negatieve wederkerigheid. De overheid gaat aan deze werkelijkheid voorbij. De terminologie van georganiseerde mensensmokkel – moderne slavernij en exploitatie – verhult de achterliggende sociale processen van in- en uitsluiting en economische processen van vraag en aanbod.

De overheid kiest in de aanpak van mensenhandel voor een juridische oplossing van wat in feite een normatieve problematiek is. De overheid kan zonder verklaringen van de slachtoffers van mensensmokkel tot veroordelingen komen, maar gaat daarbij voorbij aan bestaande sociale arrangementen. Daarmee wil ik overigens niet beweren dat de slachtoffers van mensenhandel zich niet in mensonterende situaties zouden kunnen bevinden. Maar er bestaat ook een andere werkelijkheid, met andere normen over wat rechtvaardig en onrechtvaardig is en waar betrokkene op informele manieren hun recht halen.
 
Een beleid dat steeds verder van de alledaagse werkelijkheid af komt te staan en als oplossing meer toezicht, meer controle en meer repressie aandraagt, draagt bij aan een verplaatsing en verharding van de problematiek. In de praktijk kunnen we deze processen al waarnemen. Met de toegenomen controle op prostitutie is mensenhandel onverminderd aanwezig en verdwijnt deze steeds meer backstage. Met de voorgenomen criminalisering van illegaal verblijf zal huisvesting en arbeid voor illegalen nog meer een schaars goed worden en krijgen de malafide of criminele aanbieders van diensten nog meer macht. Tegelijkertijd leren studies vanuit de gemeenschappen zelf hoe complex de mechanismen zijn die er spelen. Wederkerigheidsrelaties binnen sociale netwerken gaan hand in hand met wantrouwen. Toenemende controle zullen de bestaande sociale arrangementen beïnvloeden waarbij illegale migranten kwetsbaarder worden ten opzichte van de informele dienstverleners.
 
Ik heb tot dusverre niet gesproken over onderzoeksmethoden, maar om toekomstige vragen naar de komst, het illegaal verblijf en de terugkeer vanuit de perspectieven van betrokkenen te kunnen beantwoorden, dienen we hoe dan ook in contact te blijven met de direct betrokkenen. Met de zogenaamde kanslozen, de vertegenwoordigers van de nieuwe onderklasse, de illegalen en al die anderen die deel uitmaken van deze leefwereld. Er is wat mij betreft een blijvende noodzaak – naast allerlei ander vormen van dataverzameling – om onderzoek from below te verrichten. Een blijvende noodzaak voor meer ‘good old etnography’ zoals David Brotherton (2011) het zo mooi verwoordde. Niet om het exotische in de samenleving te laten zien, maar om het perspectief en de betekenissen van de betrokkenen te leren kennen en te contrasteren met de legitimiteit en effecten van het migratiebeleid. Het centraal stellen van een dergelijk perspectief en methode betekent investeren in goede, jonge criminologen met een scherp theoretisch oog, die bereid zijn om het veld in te trekken en oog hebben voor complexiteit en de humanitaire aspecten van de fenomenen onder studie.
 
Dit stuk is gebaseerd op de oratie die Richard Staring op 2 december 2011 heeft uitgesproken bij zijn  aantreden als bijzonder hoogleraar ‘Mobiliteit, toezicht en criminaliteit’ aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Foto: Bas Bogers
Bron: Sociale Vraagstukken

Hoofdzaken: Hoofddoek en Hoofdboek

maandag, december 12th, 2011

Onderzoeksbureau Motivaction heeft onderzoek laten uitvoeren onder 1570 moslima’s (met en zonder hoofddoek) en andere Nederlandse vrouwen.

Moslima’s dragen hoofddoek uit vrije wil en niet uit onderdrukking. Dat zeggen bijna negen op de tien hoofddoekdraagsters. Van alle draagsters zegt 87% zelfs nooit aan haar keuze te twijfelen. Dat blijkt uit een landelijk onderzoek dat werd uitgevoerd ter gelegenheid van de publicatie van ‘Hoofdboek’, een grootschalig project dat Nederlanders een kijkje geeft in de wereld van hoofddoekdraagsters. Zes op de tien Nederlandse moslima’s in de leeftijd van 15 tot 35 jaar draagt tegenwoordig een hoofddoek. In tegenstelling tot wat Nederlanders denken, beginnen zij hiermee niet op hun 13e, maar gemiddeld pas als ze 19 jaar oud zijn. Slechts 16% is 13 of 14 jaar als ze voor het eerst een hoofddoek draagt. Het Nationaal Hoofddoekonderzoek maakt korte metten met vooroordelen die er onder Nederlanders heersen met betrekking tot dit beladen kledingstuk.

Zo blijkt uit de onderzoeksuitkomsten dat in meer dan de helft van de gezinnen (53%) waar de moeder een hoofddoek draagt, niet alle of zelfs geen enkele dochter dit ook doet. In totaal dragen 80.000 moslima’s een hoofddoek; 40.000 niet. [...]

De vrouwen dragen de hoofddoek met trots (93%). In tegenstelling tot wat sommige Nederlanders denken en zeggen, draagt slechts 15% een doek om haar aantrekkelijkheid te verbergen. 88% van de draagsters vindt dat je er met een hoofddoek aantrekkelijk uit kan zien. Veel Nederlanders (48%) blijken helemaal geen problemen te hebben met de hoofddoek. Vooral onder jongeren nemen het begrip en de tolerantie toe; van de vrouwelijke leeftijdsgenoten heeft 63% geen probleem met de hoofddoek.

Duidelijk beleid bij bedrijven
De acceptatie binnen bedrijven lijkt minder voorspoedig te verlopen. Volgens het merendeel van de ondervraagde moslima’s (62%) nemen Nederlandse bedrijven liever geen vrouwen met een hoofddoek in dienst. Dat beeld blijkt zelfs in versterkte mate te bestaan bij autochtone leeftijdsgenoten (78%). Veel bedrijven lijken het onderwerp echter dood te zwijgen en niet duidelijk te communiceren of – en in welke functies – ze een hoofddoek acceptabel vinden. Iedereen is unaniem in zijn oordeel: de meerderheid vindt dat ondernemingen meer duidelijkheid moeten bieden op dit vlak.
Het draait hierbij niet om het feit of bedrijven wel of geen hoofddoek op werkvloer toestaan. Het gaat de vrouwen om vooral om het scheppen van duidelijkheid. Als bedrijven hoofddoeken op de werkvloer niet toestaan, is dat niet per definitie een reden tot een boycot, zo blijkt. Moslima’s zijn hierin nog stelliger dan andere leeftijdsgenoten: 36% (vs. 28%) zou nog steeds producten kopen van bedrijven die het verbieden om een hoofddoek te dragen.
Opvallend is dat 18% van de niet-draagsters in het verleden wel een hoofddoek heeft gedragen. 31% geeft aan zich prettiger te voelen zonder. Toch geeft 41% aan gestopt te zijn met het bedekken van het haar om de kansen op een baan te vergroten. Ook discriminatie in het algemeen (19%) is een reden om niet langer een hoofddoek te dragen.

Werken met een hoofddoek
Het dragen van een hoofddoek onder werktijd is een beladen onderwerp, met veel verschillende meningen. Deze meningen zijn ook sterk verdeeld onder de respondenten van het hoofddoekonderzoek. Zo vindt 85% van de hoofddoekdraagsters dat je in elk beroep een hoofddoek moet mogen dragen. Moslima’s die hun haar niet bedekken zijn hier terughoudender in (58%), net als andere leeftijdsgenoten (29%). Beroepen waarin het volgens Nederlanders geen bezwaar is om een hoofddoek te dragen, zijn:
1. Schoonmaakster (84%)
2. Radiopresentatrice (82%)
3. Caissière supermarkt (70%)
4. Buschauffeur (58%)
5. Verpleegster (54%)

Toelichting op het onderzoek
Het Nationaal Hoofddoek Onderzoek is uitgevoerd door onderzoeksbureau Motivaction, in opdracht van het magazine Hoofdboek. Deels online, deels face tot face zijn moslima’s met en zonder hoofddoek en andere Nederlandse vrouwen in de leeftijd van 15-35 jaar geïnterviewd. Daarnaast is een aantal vragen uit het onderzoek ook gesteld aan de Nederlandse bevolking van 18 – 70 jaar. In totaal deden 1570 respondenten mee. Meer informatie: motivaction.nl.

Op basis van het onderzoek concludeert men dat zes van de 10 Nederlandse moslima’s in de leeftijd van 15-35 jaar een hoofddoek draagt. Het onderzoek richt zich, onder andere, op het ontkrachten van enkele misverstanden zoals hierboven al is vermeld. Meer precies betreft dit: Het Nationale Hoofddoek Onderzoek

Misverstand 1. Alle moslima’s moeten een hoofddoek dragen.
Misverstand 2. Alle meisjes beginnen op hun dertiende met een hoofddoek.
Misverstand 3. Moslima’s dragen de hoofddoek niet uit vrije wil.
Misverstand 4. De hoofddoek is er om de aantrekkelijkheid te verbergen.
Misverstand 5. Nederland heeft een probleem met de hoofddoek.

Interessant zijn ook de volgende uitkomsten:
•Gemiddeld hebben de vrouwen 34 hoofddoeken in de kast.
•Welke hoofddoek gedragen wordt, wordt bepaald door de stemming van de dag en of het een speciale dag is zoals tijdens de Ramadan, bruiloften en feestdagen en koninginnedag.
•Een hoofddoek wordt gezien als een belangrijke persoonlijke accessoire, maar worden ook frequent geruild binnen familie- en vriendenkring.
•Hoofddoek zouden steeds ‘modieuzer’ worden, dat wil zeggen gekleurd/veelkleurig en afgestemd op de rest van de kleding
•Naast een fashionstatement is een hoofddoek voor de dames primair een uiting van geloof en onderdeel van de eigen identiteit
•Favoriete winkels voor het kopen van de hoofddoek: Turkse en Marokkaanse winkels, H&M, V&D en Zara.
•Velen lijken te verklaren dat de hoofddoek pas wordt gedragen wanneer men ‘er klaar voor is’.
•Van de Nederlandse niet-moslims (denk ik) blijkt 8% voorstander van een hoofddoekenbelasting en 22% vindt dat de hoofddoek verboden moet worden.
•De Nederlandse moslima’s vinden de commotie over de hoofddoek zorgwekkend, eng en vervreemdend. De indruk die men heeft van de mening van ‘de Nederlander’ over de hoofddoek speelt mee in de beslissing wel of geen hoofddoek te dragen.
•Overigens vindt 23% van de Nederlandse bevolking (incl. moslima’s?) dat Nederland toleranter moet zijn. Bij jongeren ligt dat hoger.
•We kunnen spreken van een soort ‘burgerschapskloof’. Waar in de politiek nogal moeilijk gedaan zou worden over hoofddoeken, moslims en islam, blijkt dat in het leven van de jonge Nederlandse vrouwen er veel meer saamhorigheid en tolerantie te zijn.
•Met hoofddoek de arbeidsmarkt opgaan lijkt voor nogal wat problemen te kunnen zorgen. Sommigen passen zich aan aan de negatieve druk en de hoofddoek af, anderen niet. De indruk die men heeft van het bedrijfsleven is nogal negatief. Daarbij komt dat er veel moeite lijkt te zijn om moslimvrouwen met hoofddoek te accepteren in representatieve, zichtbare en beterbetaalde banen.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Ik vind dit type onderzoeken altijd wat lastig. Een paar overwegingen hierbij:
1.Een onderzoeksbevinding op basis van 1570 respondenten extrapoleren naar 80.000 kan best, maar is ook wel wat tricky. Om dat te kunnen beoordelen zouden we meer moeten weten over de 1570 respondenten. Hoe is deze samengesteld? Wat zijn de achtergronden? Hoe verhoudt deze steekproef zich tot de algemene populatie? Wat is de non-respons? Motivaction is zeker geen simpel commercieel pruts onderzoeksbureautje, maar men blinkt vaak niet uit in methodische verantwoording en reflectie.
2.Het onderzoek maakt deel uit van een groter project ‘Hoofdboek‘ opgezet door de nieuwe stichting Cup of Culture. Deze stichting zet ‘maatschappelijke thema’s als merk neer‘. De ‘branding’ van hoofddoek heeft als doel ‘om de beeldvorming rondom het meest beladen kledingstuk te verrijken’. Dat gaat niet werken mensen. Je moet onderzoek niet insteken met als doel een verrijking of verbetering van de beeldvorming. Het werkt niet en wordt simpel (en in dit geval onterecht) weggezet als ongeloofwaardige reclame. Dat het niet werkt komt omdat alle onderzoeken die zich zo nodig moeten richten op het ontkrachten van misverstanden als ‘hoofddoeken worden gedragen onder dwang’ of ‘hoofddoeken en mode passen niet bij elkaar’ de tegenstelling tussen hoofddoek en vrije keuze of hoofddoek en mode voortdurend blijven herhalen en ook voortdurend ergens het issue van integratie herhalen. Opvallend in de hele discussie is het aspect van mode. De vooronderstelling lijkt te zijn dat zich ‘terughoudend’ kleden per definitie niet modieus en/of sexy is. Het houdt de tegenstelling tussen moslim en Nederlander in stand. Dat we nu een mooie vrouw hebben met (overigens niet heel veel verschillende typen) hoofddoeken doet daar weinig aan af.
3.De zin ‘Zodat we nu voor het eerst echt weten wat er nu leeft in “de hoofden onder de doek”‘ is tenenkrommend en doet ook geen recht aan al die onderzoeken waarin moslimvrouwen aan het woord komen over de hoofddoek. De zinsnede ‘Zodat we nu voor het eerst echt weten wat er nu leeft in “de hoofden onder de doek”‘ is ook zo problematisch omdat het moslimvrouwen vooral neerzet als exotisch, mysterieus en afstandelijk in plaats van als vrouwen van vlees en bloed met wie je gewoon een praatje kunt maken als familie, vriend, kennis, collega of buurtgenoot.
4.Onderzoeken als dit houden toch vooral het stereotype in stand dat alles waar het bij moslimvrouwen om gaat de hoofddoek is. Dat mogen vrouwen die een hoofddoek dragen misschien zelf vinden (dat blijkt niet uit het onderzoek) en dat mogen ook anti-islam politici en opiniemakers vinden, maar dat wil niet zeggen dat dat recht doet aan het leven van deze vrouwen (of aan moslima’s zonder hoofddoek).
5.Daarnaast versterkt dit type onderzoek nog een ander stereotype, namelijk dat vrouwen in het algemeen vooral bezig zijn met mooi-zijn en het volgen van de laatste mode. Dat is misschien zo voor sommige vrouwen, maar toch zeker niet alle. Er zijn meerdere overwegingen bij het kiezen van de kleding (dat is overigens wel te zien in dit onderzoek, zie hierboven).
6.Het lijkt mij dat maatschappelijke thema’s verkopen / aan de orde stellen als ‘merk’ een interessante vondst is, maar ook niet anders kan dan werken met stereotypes. Is ‘branding’ immers niet meer dan het reduceren van complexe maatschappelijke issues tot eenvoudig te hanteren stereotypes waaruit alle mogelijke diversiteit en alternatieven zijn verdwenen? Er zijn inderdaad heel interessante ontwikkelingen te zien met betrekking tot hoofddoek-mode, maar moeten we daarom vrouwen met hoofddoek gaan duwen in de mainstream schoonheidsidealen of zelfs seksistische beoordelingen? Alsof hoofddoek en schoonheid nog(!) niet bij elkaar horen en alsof mode met bijvoorbeeld skinny jeans en make-up (genoemd in het onderzoek) de enige schoonheidsjablonen zijn?
7.Let wel ik ben helemaal niet tegen onderzoek naar vrouwen die een hoofddoek dragen. Er zijn uitstekende onderzoeken die ook ingaan op de hoofddoek als mode-item. Zie bijvoorbeeld Annelies Moors: “Islamic Fashion” in Europe: Religious conviction, aesthetic style, and creative consumption‘, en het inleidende artikel van een special issue van het journal Fashion Theory van haar samen met Emma Tarlo. Laatst genoemde heeft een prachtig boek geschreven Visibly Musim – Fashion, Politics, Faith. In dit boek laat zij zien dat sluiers niet zomaar kledingstukken zijn maar altijd (en soms in een bijna overdreven manier) worden verbonden met identiteit, anders-zijn, geschiedenis en tradities, moraal, symbolen van onderdrukking of juist emancipatie met politieke statements. Zij doet dit, en dat is het sterke punt, door zaken als hoofddoek en mode te behandelen als onderdeel van het levensverhaal van de vrouwen en de persoonlijke ontwikkelingen die zij hebben doorgemaakt. Het motivaction onderzoek hier laat een glimp zien door (als zoveelste onderzoek) te stellen dat veel vrouwen misschien later een hoofddoek willen dragen, als ze er klaar voor zijn, als ze er sterk genoeg voor zijn. Maar verder dan dat komt men niet. Emma Tarlo wel en zij laat zien welke verschillende afwegingen vrouwen maken in verschillende fases van hun leven. Het wel of niet dragen van een hoofddoek is geen teken van een afgeronde definitieve identiteit, maar onderdeel van een persoonlijke reis in het zoeken naar een identiteit en naar zingeving. Zaken waar iedereen, niet alleen moslima’s, zich wel iets bij kunnen voorstellen. In plaats van het nogal homogeniserende 1 vrouw, 100 hoofddoeken, laat Tarlo zien dat er sprake is is van 100-en vrouwen en 1000-en kledingstukken in verschillende levensfases.

Bron: Closer

Vraag naar water stijgt enorm

woensdag, november 2nd, 2011

Net als olie in de 20e eeuw, zou water wel eens DE basisbehoefte kunnen worden waar het in de 21ste eeuw om gaat draaien. Mensen zijn sinds de vroegste dagen van de beschaving afhankelijk geweest van de toegang tot water, maar met de 7 miljard mensen die nu op de Aarde leven en de exponentieel groeiende verstedelijking en ontwikkeling, groeit de vraag naar water als nooit tevoren.

“Watergebruik is in de vorige eeuw toegenomen met meer dan twee maal de groeisnelheid van de bevolking”, zei Kirsty Jenkinson, van het World Resource Institute, een denktank uit Washington. Het gebruik van water zal naar verwachting tussen 2007 en 2025 in de ontwikkelingslanden met 50 procent toenemen, en met 18 procent in ontwikkelde landen. “Veel van het toegenomen gebruik vindt plaats in de allerarmste landen waar steeds meer mensen van het platteland naar de steden trekken”, zei Jenkinson in een telefonisch interview.

De gevolgen van de klimaatverandering in deze eeuw – meer ernstige overstromingen, droogtes en veranderingen als gevolg van wijzigingen in neerslagpatronen- zullen waarschijnlijk de armste mensen het eerst èn het zwaarst treffen. Daarmee hebben we een enorme uitdaging in handen”, aldus Jenkinson. Zal er genoeg water zijn voor iedereen, vooral als bevolking -zoals voorspeld- naar 9 miljard blijft groeien, halverwege deze eeuw?

“Er is veel water op Aarde, dus zullen we niet gauw zonder zitten”, zegt Rob Renner, executive director van de Water Research Foundation in Colorado.
”Het probleem is dat 97,5 procent van het water zout is en … van de resterende 2,5 procent zoet water is tweederde deel bevroren. Er staat de wereld dus niet veel zoet en vloeibaar water ter beschikking”.

“Slechts 8 procent van de zoetwatervoorraad van de planeet gaat naar huishoudelijk gebruik ,ongeveer 70 procent ervan wordt gebruikt voor irrigatie, en 22 procent in de industrie”, zei Jenkinson.

Droogtes en onvoldoende regenval dragen bij aan wat bekend staat als het waterrisico, en dat slaat ook op overstromingen en vervuiling. “Wat nodig is” zei Jenkinson, “is integraal waterbeheer dat rekening houdt met wie welk soort water nodig heeft, evenals hoe en waar dat water het meest efficiënt kan worden gebruikt”.

“Water gaat snel een beperkende factor in ons leven worden”, zegt Ralph Eberts, executive vicepresident van Black & Veatch, een technisch bedrijf met een omzet van een 2,3 miljard dollar, dat watersystemen ontwerpt, en dat actief is in meer dan 100 landen. Hij zei dat hij een ‘herprioritering’ van middelen nodig vindt om de wateruitdagingen, die het gevolg zijn van het veranderende klimaat, en van de toenemende verstedelijking, aan te pakken.

Eberts’ bedrijf staat daar niet alleen in. Waterschaarste en waterstress – die ontstaan als de vraag naar water groter is dan het aanbod, of als de slechte kwaliteit van het water het gebruik ervan beperkt – hebben al toegeslagen in waterintensieve bedrijven en in waterbevoorradingsketens in Rusland en China en overal in het zuiden van de Verenigde Staten.

“De centrale rol die zoet water speelt in onze behoeften aan voedsel, brandstof, vezels, etc. is cruciaal geworden in onze overvolle, milieubewuste, maar overspannen wereld”, aldus Mindy Lubber directeur van de firma Ceres.

Het waterrisico is nu bijvoorbeeld al schadelijk voor een kledingfabrikant als The Gap, die zijn winstverwachting verlaagde met 22 procent, nadat droogte de katoenteelt in Texas aantastte .
Ook de onafhankelijke Franse gasproducent Toreador Resources zag zijn beurskoers met 20 procent dalen nadat Frankrijk “fracking” verbood, een methode om (schalie)gas te winnen, vooral vanwege bezorgdheid over de kwaliteit van het water die door toepassing van fracking wordt bedreigd.

Voedselreuzen Kraft Foods Inc., Sara Lee Corp., en Nestlé hebben prijsstijgingen aangekondigd om de hogere grondstoffenprijzen te compenseren, die het gevolg zijn van droogte, overstromingen en andere factoren.

Waterrisico is meer dan een zakelijke zorg. Internationale hulporganisaties zien een ramp aankomen voor mensen die slachtoffer kunnen worden van de toenemende droogte of van de stijgende onzekerheid over de watervoorziening.

In Oost-Afrika, bijvoorbeeld, zou een klimaatverandering wijzigingen met zich mee kunnen brengen in de temperatuur en de neerslag, waardoor het groeiseizoen zou verkorten en de opbrengsten zouden verkleinen van gewassen zoals maïs en bonen, waardoor, volgens een Oxfam-rapport, vooral kleine boeren en herders het zwaarst getroffen zouden worden.

Bron: Duurzaamheidsnieuws

Multiculturalisme failliet? Onzin, volgens Taylor en Hirsch Ballin!

maandag, september 19th, 2011

Staatshoofden, politici en opiniemakers hebben de multiculturele samenleving ten grave gedragen. “De multiculturele samenleving is een mislukking,” zingen ze in koor. “Het multiculturalisme is failliet,’ voegen ze er aan toe. De afgelopen week waren er twee verfrissende tegengeluiden. En niet van de eerste de besten. Filosoof Charles Taylor en oud-minister en nu hoogleraar Ernst Hirsch Ballin openden de tegenaanval.

In de Letter & Geest-bijlage van Trouw (17 september 2011) waarschuwt de Canadese filosoof Charles Taylor voor een naar binnen gerichte politiek, zoals we die in Nederland steeds meer ontwaren (‘eigen belang voorop’, ‘wantrouwen naar het buitenland / naar het andere’, etc.). Taylor is van mening dat solidariteit, dat in westerse landen aan het slijten is, herontdekt moet worden, namelijk via democratie en collectieve identiteit: “En natuurlijk brengt dat ook het besef van een nationale identiteit met zich mee. Hetgeen overigens weer nieuwe gevaren in zich bergt, namelijk een sterke solidariteit die gebaseerd is op etniciteit.” Taylor concludeert dat een “sterk gevoel van solidariteit behouden moet worden, zonder op grond van etniciteit mensen uit te sluiten omdat ze geen autochtone inwoners zijn.”

De dringende vraag die Taylor stelt is: “Hoe kunnen we multiculturalisme samen laten gaan met sterke solidariteit?” Kern van een antwoord is volgens de Canadese filosoof dat een inwoner van een land niet meer “opgesloten zit in één particuliere omgeving, je woont in meerdere.” Westerse democratieën moeten deze realiteit accepteren, aldus Taylor, en dat vraagt een mentale verschuiving. Niet langer het idee verkondigen dat burgers voor honderd procent trouw moeten zijn aan een samenleving, een land, maar accepteren dat burgers de vrijheid hebben hun eigen identiteit te koesteren. “Als je om Duitser of Nederlander te worden al je banden moet afsnijden, dan vereist dat een hele grote aanpassing,” zegt Taylor. Voorwaarden: ruimte voor hun eigen identiteit, taal, werk, goed onderwijs.

Taylor onderkent dat Europa het in dat opzicht moeilijker heeft dan Canada. Het Noord-Amerikaanse land selecteert migranten onder meer op taalvaardigheid en vakkennis, terwijl de meeste migranten in Europese landen gastarbeider waren, die op de onderste trede van de sociaal-economische ladder staan. Dat maakt integratie een stuk moeilijker, aldus Taylor.

Het alternatief van de filosoof? “”We moeten af van het idee van een vaststaande historische identiteit. Een gemeenschappelijke identiteit moeten we steeds opnieuw maken.” Plus: “Het vertellen van het verhaal dat ondanks alle barrières iets groots van onze samenleving kunnen maken, het verhaal dat op de juiste manier vertelt wordt door politici (en niet door populisten die hameren op gevaar, oorlog, botsende beschavingen).”

Op 9 september sprak oud-minister en CDA-prominent Ernst Hirsch Ballin zijn oratie als kersvers hoogleraar mensenrechten aan de Universiteit van Amsterdam uit. Kern van zijn verhaal, met als titel ‘Burgerrechten’: een vonkelend pleidooi voor een open en tlerante houding jegens immigratie. Volgens Hirsch Ballin is het mislukt verklaren van de multiculturele samenleving gemakzuchtig. “Alsof een monoculturele samenleving wel mogelijk én wenselijk zou zijn.” Tegenover het ‘multiculturele drama’ van Scheffer plaatst Hirsch Ballin de valse illusie van de monoculturele staat. De dominantie van dat idee is volgens hem het echte drama. Een Nederland met één ‘Leitkultur’ is volgens hem uitgesloten “zolang Nederland een democratische rechtsstaat is”. Het toekennen van burgerrechten aan migranten versterkt de democratie – migratie, is noodzakelijk en “over het geheel genomen gunstig”.

Ook Hirsch Ballin spreekt van “de samenleving waaraan migranten een tweede identiteit ontlenen”. En waar ze bovendien een grote bijdrage an leveren, in cultureel, economische n persoonlijk perspectief. De hoogleraar houdt een pleidooi voor staatsburgerschap, dat bovendien weer een toegankelijk recht moet worden. “Burgerrechten moeten een mensenrecht worden,” aldus Hirsch Ballin.

Net als Charles Taylor vindt Hirsch Ballin het onzin dat van migranten geist wordt dat zij hun banden met het land van herkomst moeten doorsnijden. “Het is zowel verkeerd als zinloos.” Kabinetsbeleid dat dubbele nationaliteiten tegengaat, trouwen over de grens bemoeilijkt, meertaligheid als probleem definieert en eenmaal verworven Nederlanderschap zelfs wil kunnen afpakken, vindt bij Hirsch Ballin absoluut geen genade, schrijft NRC Handelsblad over de oratie. “Het is contraproductief, gaat in tegen de sociale realiteit en heeft averechtse gevolgen.”

YouTube voorvertoningsafbeelding

Egyptische vrouwen gebruiken sociale media tegen seksueel geweld

zaterdag, augustus 13th, 2011

Een groep Egyptische vrouwen neemt met de lancering van de website HarassMap stelling tegen sexueel geweld. Het bijzondere van het project is dat de website gebruik maakt van sociale media om incidenten waarbij vrouwen lastiggevallen worden te melden en in kaart te brengen.

De site roept vrouwen op om via telefoon, sms, email of twitter (#harassmap) ieder incident door te geven. De meldingen worden vervolgens op een interactieve online kaart geplaatst en voorzien van een kleurcode die de aard van het misbruik aangeeft. Het misbruik loopt uiteen van nafluiten en staren tot meer ernstige situaties zoals stalking en zelfs verkrachting. De vrouwen die een incident melden krijgen hulp bij het doen van aangifte, het vinden van psychologische hulp en zelfverdedigingscursussen.

De kaart heeft tot doel om bepaalde ‘hotspots’, waar veelvuldig sprake van seksueel misbruik en geweld, inzichtelijk te maken. Vrijwilligers nemen vervolgens contact op met plaatselijke winkeliers, bewoners en politie om voorlichting te geven hoe hun straat of wijk veiliger voor vrouwen kan worden.

Bron: Digitalislam

Hogere voedselprijzen door pensioenfondsen?

woensdag, mei 18th, 2011

Pensioenfondsen en andere beleggingen op lange termijn tillen de voedselprijzen over het recordpeil van 2008, toen er in dertig landen voedselrellen uitbraken. Dat vermoedt de Britse ngo Christian Aid. Doorgaans worden enkel roekeloze speculanten met de vinger gewezen.

“In de voorbije jaren waren de stijgende voedselprijzen een afspiegeling van de investeringen in individuele commodity’s: beleggingen in grondstoffen en bulkgoederen”, verklaart Andrew Hogg van Christian Aid. De organisatie heeft zopas het rapport Hungry for justice: Fighting starvation in an age of plenty gelanceerd. Daaruit blijkt dat de voedselprijzen tussen januari 2005 en juni 2008 klommen met een gemiddelde van 83 procent. In februari 2011 werd zelfs het record uit 2008 gebroken. 

De financiële speculatie op landbouwbouwproducten heeft deze stijging grotendeels veroorzaakt, maar de studie oppert dat niet hedgefondsen en speculanten de hoofdverantwoordelijken zijn, zoals meestal wordt aangenomen. Het zouden eerder de voorzichtige institutionele beleggingen zijn, zoals pensioenfondsen.

“We kunnen niet met zekerheid stellen dat termijncontracten in commodity’s de voedselprijzen de hoogte injagen. Wel stellen we vast dat de stijgingen gelijklopen. Er moet dus dringend onderzocht worden of deze enorme hoop geld bijdraagt aan de honger in de wereld”, stelt Hogg. 

Een termijncontract gaat uit van hoeveel een gewas waard zal zijn op een zeker ogenblik in de toekomst wanneer het geoogst wordt. Dit type investering bestaat al honderden jaren, meestal als manier om boeren een voorschot te geven.

Vandaag stoppen bedrijven enorme bedragen in deze termijncontracten. 

Een andere mijlpaal was de oprichting van indexfondsen voor grondstoffen en bulkgoederen, waarbij wordt gekeken naar de indexen van een bundel commodity’s. Goldman Sachs bood voor het eerst zo’n indexfonds aan in 1991. De bank koos dertien commodity’s, waaronder graan, koffie en varkensvlees en stelde investeerders voor om te beleggen in deze bundel, in plaats van in individuele producten.

Deze fondsen begonnen niet-traditionele investeerders zoals pensioenfondsen aan te trekken. Het totale bedrag dat institutionele investeerders in deze fondsen hebben gestopt, ging van 15 miljard dollar naar 317 miljard dollar in het midden 2008. In tegenstelling tot hedgefondsen waar de verkoop van aandelen in een snel tempo verloopt en waarbij “tegen de markt” wordt gehandeld, koopt men bij indexfondsen als de prijs laag is en verkoopt men als de prijs hoog ligt. Gewassen staan bekend als een veilige investering, aangezien mensen altijd voedsel nodig zullen hebben.

“Beleidsmakers zouden nooit meer mogen instemmen met zulke evoluties zonder de impact op de arme bevolking in ontwikkelingslanden na te gaan”, aldus Hogg. “Nu is het te laat om beleggingen in commodity’s te verbieden, maar we wijzen erop dat deze gevolgen niet werden voorspeld. Ze hadden hier beter over moeten nadenken.”

Isolda Agazzi

Bron: DuurzaamNieuws

Oegandese homo-activiste krijgt mensenrechtenprijs

donderdag, mei 5th, 2011

De jury van de prestigieuze Martin Ennals Award for Human Rights Defenders (MEA) heeft dinsdag 3 mei jl. bekend gemaakt dat deze prijs dit jaar wordt toegekend aan de Oegandese LHBT-activiste Kasha Jacqueline Nabagesera.

Kasha Jacqueline Nabagesera is de oprichtster en directeur van de Oegandese LHBT-organisatie Freedom and Roam Uganda (FARUG). Ze heeft haar moed getoond, door ondanks doodsbedreigingen en mishandelingen, in de media als woordvoerster van deze organisatie voor de belangen van LHBT’s op te komen.

In 2007 werd ze bedreigd en mishandeld toen ze openlijk sprak tijdens het World Social Forum in de Tanzaniaanse hoofdstad Nairobi. Sindsdien kan ze niet lang meer veilig op hetzelfde adres blijven wonen. Haar naam stond – naast die van bijvoorbeeld David Kato – ook op de de ‘zwarte lijst’ in het Oegandese tijdschrift Rolling Stone.

Juryvoorzitter Hans Thoolen noemt Nabagesera ‘een buitengewone vrouw met een zeldzame moed, ondanks doodsbedreigingen vechtend voor menselijke waardigheid en de rechten van homoseksuelen en andere gemarginaliseerde mensen in Afrika’. Door de toekenning van de prijs aan Nabagesera wil de jury een protest tegen discriminatie vanwege seksuele gerichtheid en genderidentiteit laten horen.

‘Het is volkomen terecht dat Kasha deze prijs heeft ontvangen’, zegt internationaal medewerker Björn van Roozendaal van COC Nederland. ‘Het doet recht aan de dappere strijd die zij en vele andere de afgelopen jaren hebben geleverd in Oeganda. Tegen de publieke opinie en het politieke klimaat in en in een uiterst homofoob klimaat draagt Kasha op een uiterst respectvolle wijze bij aan verbeteren van de situatie van velen. Een aantal keren heb ik haar aan het werk gezien bij de Verenigde Naties, haar werkwijze dwingt bij velen respect af, ook bij mensen die moeite hebben met het onderwerp homoseksualiteit’.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Economische diplomatie: eigen belang eerst!

maandag, maart 28th, 2011

“We kunnen alles leveren, behalve de cup zelf,” twitterde minister van Economische Zaken Maxime Verhagen na zijn bezoek aan het Arabische oliestaatje Qatar. Verhagen bezocht Qatar als voorzitter van de Nederlandse handelsdelegatie, die orders hoopt binnen te halen met het oog op het WK-voetbal in 2022.

“Omringd door diplomaten en directeuren uit de polder ontpopte Maxime Verhagen zich als een ervaren salesmanager,” schrijft de Volkskrant (26 maart) in een artikel over hoe de Nederlandse diplomatie in dienst staat van het Nederlandse bedrijfsleven. “Het corps diplomatique komt op voor de welvaart van Nederland. Recht door zee. Geen moeilijkdoenerij. Eigen belang eerst.” De minister van Economische Zaken stemt tegenwoordig zijn reisagenda af op die van minister van Buitenlandse Zaken, Uri Rosenthal. Onder het motto om de ‘BV Nederland’ vooruit te helpen.

‘De Nieuwe Lijn’ heet de koers. Het ministerie gaat nu het netwerk van ambassades en consulaten verbouwen om deze beter toegerust te laten zijn op de  ’wensen van het bedrijfsleven’, zoals minister Rosenthal het uitdrukt. Sommige diplomatieke posten worden opgeheven, “maar daar staat tegenover dat we op andere plaatsen de inzet willen verhogen, puur en alleen ter ondersteuning van het bedrijfsleven.”

Hoogleraar Internationale Economie Harry Huizinga (Universiteit Tilburg) noemt in de Volkskrant de economische diplomatie een verkapte exportsubsidie. “Het is een leemte in spelregels die de Wereldhandelsorganisatie heeft opgesteld. Rechtstreekse exportsubsidies mogen niet, maar hier kom je mee weg.” Daarmee verschuift het buitenlands beleid van mensenrechten en ontwikkeling naar economische belangen. De bekende Nederlandse dominee blijft tegenwoordig thuis. Zoals in Qatar, waar door Verhagen in het openbaar niets is gezegd over de roep om democratie en vrijheid. Ruud Bosgraaf van Amnesty International vreest dat het evenwicht tussen handelsbelangen en pleidooi voor mensenrechten zoek raakt. Recente uitspraken van minister Rosenthal lijken die vrees te bevestigen. “Het bevorderen van de internationale rechtsorde is een van de uitgangspunten van het Nederlands buitenlands beleid. In de loop der jaren hebben we op dat terrein aanzienlijke ervaring opgedaan en die delen we graag met naderen, op hún verzoek. Laat me daar duidelijk over zijn: we zijn hier niet om onze vinger op te heffen. We zijn hier om een handje te helpen. En Nederlandse bedrijven zullen baat hebben van deze inspanningen,” zei Rosenthal in Rusland.

Of het allemaal zal lukken is zeer de vraag, vinden diverse deskundigen, zoals Jan Gruiters van IKV Pax Christi, Paul Hoebink, hoogleraar Ontwikkelingssamenwerking in Nijmegen en hoogleraar Duco Hellema. Volgens de laatste is de stemming in Nederland omgeslagen van ‘progressief optimisme’ naar argwaan en pessimisme over het buitenland. “Het besef is in Den Haag doorgedrongen dat de wereld grimmiger en hardhandiger is geworden,” zegt Hellema in de Volkskrant. Realisme zet de toon. Het Nederland van het opgeheven vingertje is op zijn retour. Het paradijs ligt niet meer om de hoek. De Volkskrant vat het laatste rapport van de WRR, Aan het buitenland gehecht, – waarin de raad de sterk veranderde wereld beschrijft, samen: “zet uzelf schrap”. En Alex Burghoorn, de schrijver van het Volkskrantartikel, concludeert zelf: “De spirit van het wereldverbeteren lijkt in Nederland uitgedoofd.”