Op de jaarlijkse Afrikadag van de Evert Vermeer Stichting stelde de kersverse ‘ambassadeur fair politics’, minister van ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders, dat de tijd van cynisme en slogans voorbij is. “Ontwikkelingssamenwerking boekt enorm goede resultaten, maar er moet nog effectiever en minder versnipperd gewerkt worden,” aldus Koenders. De minister noemde in zijn speech een aantal punten waaruit de successen van zijn moderneringsagenda blijkt:
* We hebben voor het bedrijfsleven het nieuwe programma ORIO ingevoerd, als opvolger voor ORET. We hebben de zaak ongebonden gemaakt, zoals ik twee jaar geleden hier heb beloofd.
* Met het programma worden infrastructuurprojecten mogelijk gemaakt, die juist op armoede zijn gericht en waar overheden in OS-landen geen geld voor hebben. Met ORIO hopen we ook de betrokkenheid van het Nederlandse bedrijfsleven bij de ontwikkeling van het lokale bedrijfsleven in ontwikkelingslanden stimuleren. Want ontwikkelingssamenwerking is een zaak van iedereen, ook van onze bedrijven.
* We zijn aan de slag gegaan met de Schokland-akkoorden, die we tegenwoordig millenniumakkoorden noemen: innovatieve partnerschappen waarin het bedrijfsleven, de maatschappelijke organisaties, mijn ministerie en andere ministerie samenwerken.
Bijvoorbeeld Text to Change, een samenwerkingsverband van NGO’s, Afrikaanse mobiele telefonie providers en farmaceutisch bedrijf Merck Sharp & Dohme, dat mobiele telefonie gebruikt in de gezondheidszorg. Prachtige resultaten, ik kan ze niet allemaal noemen.
* Het nieuwe medefinancieringsstelsel, waarmee ik versnippering wil tegengaan.
* Maar ook een nieuw beleid over multilaterale organisaties als de VN en Wereldbank. Ik ben daar ook kritisch over. Ze moeten beter presteren, samenwerken, maar ook daar boeken we veel voortgang. Ook hierover later meer.
* In internationaal kader hebben we betere afspraken weten te maken over donorcoördinatie en harmonisatie. Tijdens de grote conferentie in Accra vorig jaar heeft Nederland zich ervoor ingezet dat er in relaties tussen donoren en OS-landen ook verantwoording wordt afgelegd aan nationale parlementen en burgers. Want daar gaat het om mensen: de gewone mensen daar.
* Op het gebied van bestrijding van HIV/Aids is er naast een aantal zorgwekkende ontwikkelingen vooral ook positieve trend zichtbaar: het aantal nieuwe HIV-infecties is gedaald van 3 miljoen per jaar in 2001 naar 2,7 miljoen in 2007. Het aantal aidspatiënten dat toegang heeft tot antiretrovirale medicijnen is gestegen. OS heeft ertoe bijgedragen dat vele levens gered zijn.
* In individuele landen zijn prachtige, hoopgevende voorbeelden van ontwikkeling te zien. Bijvoorbeeld in Mali, waar ik twee maanden geleden was. Daar bezocht ik het irrigatiegebied Office du Niger, een landschap dat een klein beetje lijkt op Nederland, maar dan midden in de Sahel. Plat als een dubbeltje, het is nat en boeren fietsen langs kaarsrechte slootjes. Nederland werkt daar sinds dertig jaar aan landbouwontwikkeling. Met succes, want van een failliet landbouwgebied met horige boeren is het Office du Niger een substantieel aandeelhouder geworden in de economie van Mali. Sterker nog, er is een – ik durf het bijna niet te zeggen – soort poldermodel ontstaan waarin de boeren samen met de regering en de irrigatiedienst de beslissingen nemen. En het belangrijkste: de rijstproductie is verzesvoudigd en de inkomsten voor arme boeren zijn verhoogd. Daardoor is Mali veel beter bestand tegen de voedselcrisis die Afrika keihard raakt.
Het thema van de dag, fair politics, sprak Koenders erg aan. “Het doet me namelijk denken aan fair play, een term die in de sport vaak wordt gebruikt om sportief gedrag aan te duiden. Fair politics, zoals fair play, gaat over hoe je met elkaar omgaat. Of je de regels kent die zijn afgesproken. En of je je aan die regels houdt. Pas als beide het geval zijn, is er sprake van een gelijke strijd. Wordt sport sportief en de wereld een level-playing field waarin ook de armste landen kansen hebben om zich te ontwikkelen? Maar daar houdt het natuurlijk nog niet op. Wat mij betreft gaat fair politics juist ook over de ongeschreven regels, de regels die niet als zodanig zijn opgenomen in het regelboekje, maar die wel degelijk met fair en unfair gedrag te maken hebben.
Denk maar even simpel aan het hebben van respect voor anderen, er voor zorgen dat jouw gedrag geen negatieve gevolgen heeft voor anderen. Geef je de tegenstander een hand voor de wedstrijd? Speel je de bal over de zijlijn als hij of zij geblesseerd op het veld ligt? Dat soort dingen.”
Aan het slot van zijn rede ging Koenders in op de veranderingen in het medefinancieringsprogramma.
* Ik heb nieuwe samenwerkingsvormen gestart met partners, van wie de meesten eerder nauwelijks betrokken waren bij OS. Dat gaat bijvoorbeeld in de vorm van akkoorden met het bedrijfsleven, instellingen voor onderzoek en onderwijs, goede doelen (ook niet OS), religieuze organisaties, soms ook nutsbedrijven en af en toe zelfs beleggingsfondsen.
* Verder kwam recentelijk de beleidsnotitie over de essentiële en door mij zeer gewaardeerde rol van maatschappelijke organisaties uit. De particuliere sector is een essentiële motor voor maatschappelijke verandering, voor strijd van onderop. Maar ook hier moet de nadruk veel meer liggen op samenwerken, maatwerk en meerwaarde. Dat betekent minder versnippering, innovatieve partnerschappen en meer nadruk op de toegevoegde waarde van het particuliere kanaal;
* Afgelopen week heb ik ook een stuk aan de Kamer gestuurd met mijn visie over modernisering van het multilaterale kanaal. Ik zal u de details vandaag besparen. Maar organisaties als de VN en de Wereldbank zijn – naast het particuliere en het bilaterale kanaal – enorm belangrijk voor ontwikkeling en armoedebestrijding. Ook daar kan het slimmer en effectiever. We hebben daar als betrouwbare donor een enorme hefboom.
* Tot slot kijk ik ook naar het maatschappelijk draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking. Hierover stuur ik binnenkort ook een brief aan de Kamer. Kritische maatschappelijke steun voor internationale en ontwikkelingssamenwerking vind ik essentieel. En dat zeg ik niet omdat ik hier vandaag ben. Er is een hoop vernieuwing en ontwikkeling. Dat ondersteun ik van harte. De manier waarop de voorlichting, de educatie en de bewustwording over OS is vormgegeven kan en moet volgens mij veel transparanter, minder versnipperd en ingewikkeld. Het kan en moet veel meer aansluiten bij een praktische maatschappelijke trend: individueel aandeelhouderschap van heel veel jonge mensen bij ontwikkeling. De steun van vooral de jonge generatie – zeg maar tussen 18 en 30, waarbij ik de ouderen echt niet wil afschrijven, want waar blijf ik dan met mijn leeftijd – voor OS is onverminderd groot. Zoveel jongeren, actief en betrokken bij grotere en kleinere activiteiten om de wereld bewoonbaar te houden. Ik zag laatst op een t-shirt staan “Don’t think someone else will save the planet”. Dat is voor mij de kern.