Archief voor de categorie ‘Ontwikkelingssamenwerking’

Nederlandse gemeenten versterken lokaal bestuur in ontwikkelingslanden

maandag, januari 25th, 2010

“De samenwerking van millenniumgemeenten met lokale partners in ontwikkelingslanden, levert een belangrijke bijdrage aan de opbouw van lokaal bestuur. Dus ook aan het behalen van de millenniumdoelen.”

Dat zei de ambassadeur voor de Millenniumdoelen Stella Ronner-Grubacic in haar nieuwjaarstoespraak voor de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De ambassadeur juicht toe dat de VNG Internationaal met enkele andere partners een millenniumakkoord heeft gesloten.

Het akkoord moet de samenwerking in gemeenten tussen lokale overheden, bedrijven en organisaties versterken. “Zo kunnen gemeenten hun inzet verdiepen en verbreden. Dat past geheel binnen de professionalisering van ontwikkelingssamenwerking die door de WRR is bepleit en door minister Koenders (Ontwikkelingssamenwerking) wordt onderschreven”, aldus Ronner-Grubacic.

Inmiddels investeren 137 millenniumgemeenten in lokaal bestuur. Ze gaan stedenbanden aan, voeren  programma’s uit voor capaciteitsopbouw in ontwikkelingslanden en steunen lokale economische ontwikkeling.

Tijdens diezelfde bijeenkomst ontving de gemeente Goes de prijs voor de meest inspirerende millenniumgemeente.

Bauani Ndume winnaar Internationale Kindervredesprijs 2009

donderdag, december 10th, 2009

Op 3 december heeft de 16jarige Bauani Ndume uit handen van Nobelprijswinnaar Wangari Maathai de Internationale Kindervredesprijs 2009 ontvangen. Op 7-jarige leeftijd vluchtte Baruani uit de Democratische Republiek Congo. Tijdens de vlucht verloor hij zijn ouders en kwam terecht in het vluchtelingenkamp Nyarugusu in Tanzania, waar hij sindsdien woont. In het kamp verblijven ruim 60.000 andere vluchtelingen, waarvan meer dan de helft kinderen zijn. Baruani zet zich op een bijzondere wijze in voor deze kinderen. Hij is erin geslaagd met beperkte middelen een radioprogramma op te zetten, waarin hij problemen en uitdagingen bespreekt met zijn leeftijdsgenoten. Door oproepen in zijn show probeert hij kinderen die hun ouders zijn kwijtgeraakt in de vlucht, met elkaar te herenigen. Het grote succes van het programma, dat ondertussen in vier Afrikaanse landen wordt uitgezonden, heeft ertoe geleid dat inmiddels vele kinderen met hun familie zijn herenigd.

In zijn speech bij de uitreiking van de prijs haalde minister Koenders herinneringen op aan zijn bezoek aan de vluchtelingenkampen in Congo. “Ik herinner me de stank, ik herinner me de tekorten, ik herinner me de angst voor het geweld. Maar wat ik mij het meest herinner zijn de kinderen – kwestbaar, maar bovenal moedig.”

For me, that memory makes this opportunity to speak to you here today extra special. Because the winner of the 2009 Children’s Peace Prize is a Congolese child. He lost his parents in the war and was forced to flee to a camp in Tanzania, but that didn’t break his spirit. Just 16 years old, he now helps others in the same situation to build a new life for themselves. Sisi kwa sisi, Children for Children.

He is supported in his work by World Vision, the organisation that operates the refugee camp in Tanzania. I am delighted that World Vision focuses extra attention on children and teenagers. In projects like ‘Child Voice Out’ and ‘Learn From Me’, young people talk to their peers about their traumatic experiences and learn to confront each other about harmful behaviour, like using drugs or having unprotected sex. In this way, young refugees help each other prepare for life outside the camp: this is a striking example of new and improved international development.

I am proud that ongoing Dutch government support for World Vision has helped make these and other projects possible.

Ladies and gentlemen,

This year we celebrate the twentieth anniversary of the UN Convention on the Rights of the Child. I say ‘celebrate’ deliberately, because a great deal of progress has been made. Let me give you two concrete examples. One: the number of children who die before the age of five dropped from 12.5 million in 1990 to nine million last year. Two: more and more children are going to school. In 2002, 115 million children were denied an education; five years later that number had fallen to 101 million.  We’re making good progress.

Education is, of course, a vital issue. Only yesterday evening I returned from Pakistan, where schools have been set up in camps and villages under the Education in Emergencies programme. Reinstating children’s daily routine allows agencies like UNICEF to pave the way to recovery. The Dutch government is delighted and proud to be supporting this work. When I was there yesterday, I carefully listened to the children. They were really making the atmosphere in the camps. And the most important thing their parents asked me, was: please make sure our kids get an education.

As I said, a lot of progress has been made, but there is still a long way to go. Child labour, trafficking in children and sexual exploitation of children, and girls in particular, are critical problems.

In August of this year, the UN Security Council adopted Resolution 1882, agreeing that violence against children in armed conflict situations must no longer go unpunished. Today I call upon all nations to implement this resolution as quickly as possible. The same goes for Resolution 1888 on the prevention of conflict-related sexual violence against women and children, and the implementation of obligations under the Convention on the Rights of the Child. I hope that Marta Santos Pais, the Special Representative on Violence Against Children, and Radhika Coomaraswamy, the Special Representative for Children and Armed Conflict, will play an important role in this respect. They have to energize and they can energize.

Sierra Leone proves that progress is possible. Not so long ago, a terrible war made victims of countless children in Sierra Leone. Today it champions children’s rights. Not only has it transposed the Convention on the Rights of the Child into national law, it has also implemented optional protocols on the involvement of children in armed conflict and on the sale of children, child prostitution and child pornography. The Dutch government hopes, and I hope, that others will follow Sierra Leone’s good example.

Ladies and gentlemen, the Dutch government thanks KidsRights for it’s tremendous effort in helping kids and, of course, for making this award ceremony such an important international event. Therefore, I would like to close with the words of Om Prakash Gurjar, the winner of the 2006 Children’s Peace Prize. He said: ‘In the village in India where I was born and raised, the notion of child rights does not exist.’

Our challenge is to change that.

Thank you.

VN-top mondiale economische crisis een succes?

maandag, juni 29th, 2009

Minister Koenders is enthousiast over de uitkomsten van de VN-top over de wereldwijde economische crisis. Hoogleraar Paul Rogers is kritisch over de top die van 24 tot 26 juni in New York werd gehouden.

De minister voor ontwikkelingssamenwerking: “Dit is de eerste keer dat alle landen van de wereld gezamenlijk maatregelen afspreken om de dramatische gevolgen van de crisis in ontwikkelingslanden te beperken. Vooral in arme landen zijn die gevolgen erg groot, terwijl zij niets met de oorzaak te maken hebben. Tijdens deze conferentie hebben zij hun stem kunnen laten horen. Dat vind ik een grote winst.”

De hoogleraar vredesstudies: “Van de westerse staten was geen enkel staatshoofd aanwezig, terwijl een meerderheid van de aanwezige topfunctionarissen afkomstig waren uit ontwikkelingslanden. Daarom kunnen er vraagtekens gezet worden bij de betrokkenheid van westerse landen bij het oplossen van de crisis.”

Koenders, speciale gezant van de conferentie en nauw betrokken bij de voorbereidingen, meldt dat afgesproken is dat de rijke landen hun bijdrage aan ontwikkelingssamenwerking niet mogen verlagen als gevolg van de financiële crisis. Ook zijn er concrete afspraken gemaakt over de noodzaak van verbeterde markttoegang voor producten uit ontwikkelingslanden, het tegengaan van protectionisme, en het indammen van illegale geldtransacties. “Het eindresultaat is mede dankzij Nederland tot stand gekomen. Dit biedt ons de mogelijk om ook in het vervolgtraject een belangrijke rol te kunnen spelen, opnieuw als bruggenbouwer tussen de rijke en de arme landen”, aldus minister Koenders.

Paul Rogers, hoogleraar vredesstudies aan de Universiteit van Bradford (U.K.), schrijft op de website van OpenDemocracy dat er twee mondiale crises woeden: de voedselcrisis en de financiële crisis. Het antwoord van de machtige landen is echter het inzetten op militaire veiligheid in plaats van duurzame veiligheid. Rogers wijst naar de almaar stijgende militaire uitgaven, ondanks de economische crisis. Voor het eerst in de geschiedenis lijden meer dan 1 miljard mensen honger. De uitgaven aan wapentuig steeg volgens het Zweedse onderzoekinstituut SIPRI in 2008 met 4 procent.

Als voorbeeld noemt Rogers de bouw van een enorm militair trainingcentrum in Jordanië. Met steun van de Verenigde Staten bouwt de Jordaanse overheid voor bijna 100 miljoen dollar een complex waar legers van diverse landen kunnen oefenen in nieuwe vormen van oorlogvoeren, met nadruk op de bestrijding van terrorisme en stadsoorlog. “De bouw van dit enorme militaire complex, op hetzelfde moment dat de wereldgemeenschap zoekt naar manieren om de armoede in te dammen en de noden van armen te verlichten, is een van die vreemde toevalligheden die soms een onverwacht licht werpen op de kern van de mondiale problemen,” schrijft Rogers.

Subsidiestelsel OS op de helling

dinsdag, mei 12th, 2009

Minister Koenders zal het subsidiestelsel voor draagvlakactiviteiten drastisch wijzigen. In lijn met zijn moderniseringsagenda worden gewone burgers en jongeren veel meer bij het beleid betrokken. De NCDO kan niet langer subsidiegever zijn en wordt kenniscentrum. De totale fondsen voor draagvlak worden gehalveerd.

Koenders (Ontwikkelingssamenwerking) zegt in zijn reactie, die vandaag naar de Tweede Kamer is gestuurd, dat er een nieuw subsidiekader (2011-2014) wordt opgesteld. “Alleen campagnes waarvan we de resultaten goed kunnen meten en vaststellen krijgen in de toekomst nog geld”, aldus Koenders.

Maar activiteiten in Nederland blijven essentieel. “Het klimaatprobleem, de conflicten en de gevolgen van de financiële en economische crisis vragen om burgers die betrokken zijn bij wereldwijde vraagstukken. Daarvoor is kennis nodig, maar ook verandering. Of het nu gaat om het kopen van eerlijke koffie of bewuster omgaan met energie. Ik wil gewone burgers en jongeren veel meer betrekken bij het beleid”, aldus Koenders.

Het nieuwe draagvlakbeleid is een volgende stap in de moderniseringagenda van Koenders. Het nieuwe beleid heeft 2 pijlers, namelijk een kennis- en adviescentrum (de NCDO-nieuwe stijl) en, los van de NCDO, een subsidieprogramma. De duidelijke scheiding in rollen en verantwoordelijkheden tussen beide helpt het afwegingsproces in de besluitvorming over de toekenning van subsidies zo zuiver mogelijk te houden.

De NCDO krijgt dus een andere taak. “De NCDO wordt een kenniscentrum en adviseur op het gebied van internationale samenwerking en duurzame ontwikkeling. Zo behouden we de kennis en ervaring die de NCDO in 40 jaar heeft opgebouwd”, aldus Koenders. De NCDO krijgt een breder samengesteld bestuur. De minister vindt dat ook nieuwe doelgroepen, zoals het bedrijfsleven, jongeren, en actieve burgers een bestuurszetel moeten kunnen krijgen in de vernieuwde NCDO.

Door te kiezen voor zakelijkheid en resultaatgerichtheid en door de financieringsrol van de NCDO los te koppelen van haar adviesrol komt er meer transparantie en meer ruimte voor nieuwe spelers.

Het nieuwe subsidieprogramma zal bestaan uit 3 loketten, te weten jongeren, kleine particuliere initiatieven en netwerken. Koenders wil op deze wijze financiering mogelijk maken van activiteiten die geen subsidie kunnen krijgen uit het medefinancieringsstelsel.

“Ik ben erg blij met de grote betrokkenheid van veel Nederlanders bij ontwikkelingssamenwerking, maar het particuliere initiatief moet wel geprofessionaliseerd en verzakelijkt worden om de versnippering van activiteiten in ontwikkelingslanden tegen te gaan en de effectiviteit te vergroten. Mensen kunnen dus ook advies inwinnen hoe ze professioneler met goede particuliere initiatieven in ontwikkelingslanden kunnen omgaan,” aldus Koenders. De minister is van mening dat nog meer jongeren betrokken moeten worden bij ontwikkelingssamenwerking.

In de huidige regelingen is ruim €60 miljoen beschikbaar voor draagvlakactiviteiten. Koenders voert een forse bezuiniging door. De NCDO krijgt als kenniscentrum maximaal €11 miljoen ter beschikking en voor het nieuwe subsidieprogramma is €19 miljoen beschikbaar.

Vorige maand besloot Koenders dat medefinancieringsorganisaties in principe geen draagvlakactiviteiten meer mogen financieren met overheidsgelden. Daarmee wordt de financiering van draagvlakactiviteiten gehalveerd.

Koenders ambassadeur fair politics

maandag, april 27th, 2009

Op de jaarlijkse Afrikadag van de Evert Vermeer Stichting stelde de kersverse ‘ambassadeur fair politics’, minister van ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders, dat de tijd van cynisme en slogans voorbij is. “Ontwikkelingssamenwerking boekt enorm goede resultaten, maar er moet nog effectiever en minder versnipperd gewerkt worden,” aldus Koenders. De minister noemde in zijn speech een aantal punten waaruit de successen van zijn moderneringsagenda blijkt:

* We hebben voor het bedrijfsleven het nieuwe programma ORIO ingevoerd, als opvolger voor ORET. We hebben de zaak ongebonden gemaakt, zoals ik twee jaar geleden hier heb beloofd.
* Met het programma worden infrastructuurprojecten mogelijk gemaakt, die juist op armoede zijn gericht en waar overheden in OS-landen geen geld voor hebben. Met ORIO hopen we ook de betrokkenheid van het Nederlandse bedrijfsleven bij de ontwikkeling van het lokale bedrijfsleven in ontwikkelingslanden stimuleren. Want ontwikkelingssamenwerking is een zaak van iedereen, ook van onze bedrijven.
* We zijn aan de slag gegaan met de Schokland-akkoorden, die we tegenwoordig millenniumakkoorden noemen: innovatieve partnerschappen waarin het bedrijfsleven, de maatschappelijke organisaties, mijn ministerie en andere ministerie samenwerken.
Bijvoorbeeld Text to Change, een samenwerkingsverband van NGO’s, Afrikaanse mobiele telefonie providers en farmaceutisch bedrijf Merck Sharp & Dohme, dat mobiele telefonie gebruikt in de gezondheidszorg. Prachtige resultaten, ik kan ze niet allemaal noemen.
* Het nieuwe medefinancieringsstelsel, waarmee ik versnippering wil tegengaan.
* Maar ook een nieuw beleid over multilaterale organisaties als de VN en Wereldbank. Ik ben daar ook kritisch over. Ze moeten beter presteren, samenwerken, maar ook daar boeken we veel voortgang. Ook hierover later meer.
* In internationaal kader hebben we betere afspraken weten te maken over donorcoördinatie en harmonisatie. Tijdens de grote conferentie in Accra vorig jaar heeft Nederland zich ervoor ingezet dat er in relaties tussen donoren en OS-landen ook verantwoording wordt afgelegd aan nationale parlementen en burgers. Want daar gaat het om mensen: de gewone mensen daar.
* Op het gebied van bestrijding van HIV/Aids is er naast een aantal zorgwekkende ontwikkelingen vooral ook positieve trend zichtbaar: het aantal nieuwe HIV-infecties is gedaald van 3 miljoen per jaar in 2001 naar 2,7 miljoen in 2007. Het aantal aidspatiënten dat toegang heeft tot antiretrovirale medicijnen is gestegen. OS heeft ertoe bijgedragen dat vele levens gered zijn.
* In individuele landen zijn prachtige, hoopgevende voorbeelden van ontwikkeling te zien. Bijvoorbeeld in Mali, waar ik twee maanden geleden was. Daar bezocht ik het irrigatiegebied Office du Niger, een landschap dat een klein beetje lijkt op Nederland, maar dan midden in de Sahel. Plat als een dubbeltje, het is nat en boeren fietsen langs kaarsrechte slootjes. Nederland werkt daar sinds dertig jaar aan landbouwontwikkeling. Met succes, want van een failliet landbouwgebied met horige boeren is het Office du Niger een substantieel aandeelhouder geworden in de economie van Mali. Sterker nog, er is een – ik durf het bijna niet te zeggen – soort poldermodel ontstaan waarin de boeren samen met de regering en de irrigatiedienst de beslissingen nemen. En het belangrijkste: de rijstproductie is verzesvoudigd en de inkomsten voor arme boeren zijn verhoogd. Daardoor is Mali veel beter bestand tegen de voedselcrisis die Afrika keihard raakt.

Het thema van de dag, fair politics, sprak Koenders erg aan. “Het doet me namelijk denken aan fair play, een term die in de sport vaak wordt gebruikt om sportief gedrag aan te duiden. Fair politics, zoals fair play, gaat over hoe je met elkaar omgaat. Of je de regels kent die zijn afgesproken. En of je je aan die regels houdt. Pas als beide het geval zijn, is er sprake van een gelijke strijd. Wordt sport sportief en de wereld een level-playing field waarin ook de armste landen kansen hebben om zich te ontwikkelen? Maar daar houdt het natuurlijk nog niet op. Wat mij betreft gaat fair politics juist ook over de ongeschreven regels, de regels die niet als zodanig zijn opgenomen in het regelboekje, maar die wel degelijk met fair en unfair gedrag te maken hebben.
Denk maar even simpel aan het hebben van respect voor anderen, er voor zorgen dat jouw gedrag geen negatieve gevolgen heeft voor anderen. Geef je de tegenstander een hand voor de wedstrijd? Speel je de bal over de zijlijn als hij of zij geblesseerd op het veld ligt? Dat soort dingen.”

Aan het slot van zijn rede ging Koenders in op de veranderingen in het medefinancieringsprogramma.
* Ik heb nieuwe samenwerkingsvormen gestart met partners, van wie de meesten eerder nauwelijks betrokken waren bij OS. Dat gaat bijvoorbeeld in de vorm van akkoorden met het bedrijfsleven, instellingen voor onderzoek en onderwijs, goede doelen (ook niet OS), religieuze organisaties, soms ook nutsbedrijven en af en toe zelfs beleggingsfondsen.
* Verder kwam recentelijk de beleidsnotitie over de essentiële en door mij zeer gewaardeerde rol van maatschappelijke organisaties uit. De particuliere sector is een essentiële motor voor maatschappelijke verandering, voor strijd van onderop. Maar ook hier moet de nadruk veel meer liggen op samenwerken, maatwerk en meerwaarde. Dat betekent minder versnippering, innovatieve partnerschappen en meer nadruk op de toegevoegde waarde van het particuliere kanaal;
* Afgelopen week heb ik ook een stuk aan de Kamer gestuurd met mijn visie over modernisering van het multilaterale kanaal. Ik zal u de details vandaag besparen. Maar organisaties als de VN en de Wereldbank zijn – naast het particuliere en het bilaterale kanaal – enorm belangrijk voor ontwikkeling en armoedebestrijding. Ook daar kan het slimmer en effectiever. We hebben daar als betrouwbare donor een enorme hefboom.
* Tot slot kijk ik ook naar het maatschappelijk draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking. Hierover stuur ik binnenkort ook een brief aan de Kamer. Kritische maatschappelijke steun voor internationale en ontwikkelingssamenwerking vind ik essentieel. En dat zeg ik niet omdat ik hier vandaag ben. Er is een hoop vernieuwing en ontwikkeling. Dat ondersteun ik van harte. De manier waarop de voorlichting, de educatie en de bewustwording over OS is vormgegeven kan en moet volgens mij veel transparanter, minder versnipperd en ingewikkeld. Het kan en moet veel meer aansluiten bij een praktische maatschappelijke trend: individueel aandeelhouderschap van heel veel jonge mensen bij ontwikkeling. De steun van vooral de jonge generatie – zeg maar tussen 18 en 30, waarbij ik de ouderen echt niet wil afschrijven, want waar blijf ik dan met mijn leeftijd – voor OS is onverminderd groot. Zoveel jongeren, actief en betrokken bij grotere en kleinere activiteiten om de wereld bewoonbaar te houden. Ik zag laatst op een t-shirt staan “Don’t think someone else will save the planet”. Dat is voor mij de kern.

Koenders: duurzame ontwikkeling kernbegrip ontwikkelingssamenwerking

woensdag, februari 11th, 2009

‘Duurzame ontwikkeling is het kernbegrip van ons ontwikkelingssamenwerkingsbeleid, waar coherentie van ons nationaal beleid in onze internationale inspanningen onderling duidelijk samenhangen’. Dat zei minister Koenders op 10 februari bij het in ontvangst nemen van de Monitor Duurzaam Nederland 2009.

Koenders stelt dat op mondiale niveau afspraken moeten worden gemaakt over duurzame ontwikkeling. Want hoewel de Monitor de staat van de duurzaamheid in Nederland weergeeft, hebben ontwikkelingen in de rest van de wereld invloed op Nederland en vice versa. Klimaatverandering, verlies van biodiversiteit en uitputting van grondstoffen raakt ons allemaal. Vandaar dat de regering eind dit jaar op de Klimaatconferentie in Kopenhagen inzet op een nieuw klimaatakkoord.

Het kabinet heeft vijfhonderd miljoen euro vrijgemaakt voor hernieuwsbare energie in ontwikkelingslanden, zodat ook in die landen een aanzet wordt gegeven tot een duurzame oplossing van het energievraagstuk.

OnzeWereld: kleine meerderheid voor behoud budget ontwikkelingshulp

maandag, januari 26th, 2009

Uit het jaarlijkse onderzoek dat het tijdschrift OnzeWereld voor de vierde keer hield blijkt dat een kleine meerderheid van de mensen vindt dat de overheid genoeg besteedt aan ontwikkelingshulp. 55 procent van de ondervraagden is deze mening toegedaan; de rest (45 procent) vindt dat we te veel uitgeven. In vorige enquêtes was die laatste groep nog krap in de meerderheid. Er heeft zich dus een belangrijke verschuiving voorgedaan, aldus het blad: van en meerderheid die voor verlaging van het budget was naar een meerderheid die pleit voor handhaving van het budget voor ontwikkelingshulp. Opmerkelijk is echter dat als er een vergelijking wordt gemaakt met andere westerse landen, de grootste groep geënqueteerden vindt dat Nederland op het Europese gemiddelde moet gaan zitten. “Feitelijk een verlaging van twee miljard euro per jaar,” meldt OnzeWereld. Lau Schulpen, onderzoeker aan het Centre for International Development Issues in Nijmegen reageert: “Wat mij opvalt is dat een aanzienlijk deel van de Nederlanders zich graag wil verlagen tot het niveau van de buren. Het lijkt wel of de vergelijking met de buren een mooi excuus biedt. Wat mij betreft een onbegrijpelijk excuus, want het oordeel zou toch eerder moeten zijn dat de buren zich aan ons moeten aanpassen. Wij zijn immers het enige land dat zich aan de internationale afspraak houdt om minstens 0,7 procent van het bbp te geven.”

Een tweede conclusie uit het onderzoek is dat in 2008 vrijwel evenveel burgers geld hebben gegeven aan goede doelen als het voorgaand jaar. Conclusie drie is dat zeventig procent van de bevolking zich ergert aan de wervingmethoden van goede doelen. Een vierde conclusie is dat de kredietcrisis gevolgen heeft voor het geefgedrag. Hoewel zeventig procent zegt dat de economische crisis géén invloed zal hebben op het geefgedrag, zegt dertig procent dat ze minder zal gaan geven. Tenslotte concludeert OnzeWereld dat een meerderheid van de mensen vindt dat goededoelen-organisaties te weinig verantwoording afleggen over de besteding van het geld (zestig procent).

Koenders houdt pleidooi tegen vooroordelen over Afrika

maandag, januari 19th, 2009

Bij de opening van de tentoonstelling ‘De exotische mens: andere culturen als amusement’ in het Teylers Museum in Haarlem hield minister Koenders van ontwikkelingssamenwerking een pleidooi waarin hij zich keert tegen de vooroordelen die er (nog steeds) bestaan over Afrika. “We moeten ophouden Afrikanen af te schilderen als infantiel, als mensen die zielig en hulpbehoevend zijn en niet in staat om op een niet-geweldadige manier met elkaar om te gaan,” zei de minister. Koenders gaf aan blij te zijn dat de donkere dagen van de volkerenshows ver achter ons liggen, maar waarschuwde voor hardnekkige vooroordelen die tot op de dag van vandaag doorklinken. Deze vooroordelen, in het bijzonder over Afrika, doen niet alleen af aan de eigenwaarde en de kracht van mensen in ontwikkelingslanden, maar staan ook in de weg van gelijkwaardige samenwerking met partners in ontwikkelingslanden. “In de moderne ontwikkelingssamenwerking die ik voorsta is geen plaats voor deze vooroordelen”, aldus de minister.

In ZAM Magazine citeert Marja Vuijsje journalist Linda Polman (‘De crisiskaravaan’), die zichzelf erop betrapte dat ze tijdens een ontmoeting met een manager uit Mali dacht “Ik kon me niet voorstellen dat zo’n man daarvandaan kwam. Het ws wat je noemt een confrontatie met een heersend beeld van Afrika dat ik in mijn werk juist wil bestrijden”. Polman verzet zich tegen het beeld van Afrika als ‘een verloren continent, vereenzelvigd met corruptie, oorlog en honger: “Uit onderzoek bleek bijvoorbeeld dat Italië corrupter is dan Botswana. En van de inwoners van Afrika lijdt slechts een paar procent honger. Maar het produceren van zielige plaatsjes levert geld op”.
Mediaonderzoeker Garjan Sterk, die in het artikel van Vuijsje aan het woord komt, stelt dat het beeld van Afrika als verloren continent ook samenhangt met de manier waarop zwarte mensen in het algemeen werden en worden geclassificieerd: “Aan de plaatjes die wij in ons hoofd hebben, is honderden jaren koloniale geschiedenis voorafgegaan. Met die geschiedenis kwamen de racistische redeneringen waarin ‘zwart’ stond voor dom, irrationeel, gewelddadig en hulpeloos tegelijk”. Volgens Sterk doet de verkiezing van Obama als president van de Verenigde Staten meer goeds voor de beeldvorming over zwarten dan al de pogingen ‘de andere kant’ te laten zien bij elkaar.
Vuijsje haalt de kritiek op de tentoonstelling ‘Black is beautiful’ – vorig jaar in de Nieuwe Kerk in Amsterdam – aan als voorbeeld van zo’n poging ‘de andere kant’ te laten zien. De makers van de expositie werd door sommige recensenten verweten dat ze niet expliciet aandacht besteedden aan de manier waarop zwart eeuwenlang door wit is onderdrukt. De makers wilden juist laten zien dat schilders tot de negentiende eeuw (toen racistische theorieën werden ontwikkeld) zwarte modellen niet anders portretteerden dan witte modellen. Deze niet-stereotype benadering werd volgens Sterk door sommigen ervaren als een vorm van geschiedvervalsing. Edith Schreuder, gastconservator, haalt bemoediging uit een briefje dat ze kreeg van een Surinaamse vrouw: “Wat een gezeur, eindelijk worden we mooi gevonden, is het weer niet goed”.

Koenders bepleit rol bedrijfsleven bij Millenniumdoelen

dinsdag, februari 19th, 2008

Op een bijeenkomst van de werkgeversorganisatie VNO-NCW Noord bepleitte minister Bert Koenders een grotere rol van ondernemers bij het realiseren van de Millenniumdoelen. In zijn toespraak noemde Koenders drie belangrijke uitdagingen waarvoor de wereld staat. Ten eerste ongelijke verdeling van veiligheid. Ten tweede ongelijke verdeling van welvaart. En ten derde ongelijke verdeling van milieugebruiksruimte (klimaatverandering). Deze uitdagingen vragen om nieuwe coalities en het stellen van scherpe keuzes. Het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking gaat daarvoor uit van vier prioriteiten. Koenders noemt als eerste fragiele staten, vervolgens economische groei en verdeling, daarna meer rechten en kansen voor vrouwen – en specifiek aandacht voor seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, en tenslotte klimaat, duurzaamheid en energie.

De minister wil bij het werken aan deze prioriteiten nauw samenwerken met ondernemers. Versterken van het bedrijfsleven in ontwikkelingslanden ziet Koenders als belangrijk. Ook kan in zijn visie het bedrijfsleven een belangrijke rol spelen in het verwezenlijken van de Millenniumdoelen. Via publiek-private partnerschappen, het Schoklandfonds, The Currency Exchange, en via internationale organisaties.

Kritiek op Nederlandse hulp aan Afrika

zaterdag, februari 9th, 2008

Terwijl minister Bert Koenders door Afrika reist, publiceerde de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie een rapport waarin stevige kritiek wordt gegeven op de Nederlandse hulp aan Afrika. Het rapport telt 600 pagina’s en beschrijft het Afrikabeleid tussen 1998 en 2006.

De interne dienst van het ministerie heeft een flink aantal instrumenten van de Nederlandse hulp aan Afrika onder de loep genomen. De rechtstreekse hulp bedroeg in de onderzochte periode bijna zes miljard euro. Daarnaast wordt nog veel Nederlands geld voor Afrika gedoneerd via internationale instellingen.

Het rapport is vooral kritisch over de algemene begrotingssteun aan Afrikaanse landen. Deze vorm van ontwikkelingshulp wint terrein. Het idee achter deze vorm van hulp is dat ontwikkelingslanden onder bepaalde voorwaarden het geld zelf mogen besteden. Dit vergroot de eigen verantwoordelijkheid en voorkomt dat landen te afhankelijk worden van de hulpverstrekker. Maar volgens de inspectie zijn het doel en de criteria te vaag, waardoor het geld toch niet goed terechtkomt of bij omstreden regimes belandt. Van de directe Nederlandse hulp was bijna 800 miljoen bestemd voor begrotingssteun aan negen Afrikaanse landen.

English summary in The Broker.