Archief voor de categorie ‘Politiek’

Mysteryguests gaan discriminiatie peilen in de uitzendbranche

donderdag, januari 19th, 2012

Staatssecretaris De Krom van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft positief gereageerd op de de aanpak van de brancheorganisaties van uitzendbureaus om discriminatie in deze sector tegen te gaan. Vanochtend sprak de staatssecretaris met de Algemene Bond Uitzendondernemingen, de Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen, en vertegenwoordigers van het Landelijk Overleg Minderheden over de maatregelen tegen discriminatie. Staatssecretaris De Krom: “Discriminatie heeft een lelijk gezicht. Discriminatie is onacceptabel en dient met kracht te worden voorkomen en bestreden”. Alle partijen die aan tafel zaten zijn het hierover eens. De staatssecretaris is van mening dat de aanpak van discriminatie op de arbeidsmarkt primair de verantwoordelijkheid is van werkgevers, werknemers en etnische minderheden zelf.

Het overleg vond plaats naar aanleiding van een onderzoek vorig jaar van twee studenten van de Vrije Universiteit waaruit blijkt dat uitzendbureaus in ruim 75 procent van de gevallen ingaan op verzoeken van werkgevers om geen allochtone werknemers te leveren.

De brancheorganisaties hebben een pakket aan maatregelen aangekondigd om discriminatie binnen de branche tegen te gaan. Zo zal onder meer de mate waarin discriminatie voorkomt periodiek worden onderzocht, bijvoorbeeld door het inzetten van ‘mystery guests’. De brancheorganisaties gaan hun leden informeren middels trainingen en workshops – in samenwerking met LOM-partners – normeren en vervolgens scherp controleren.

Tot slot maken de brancheorganisaties zich hard om een bepaling over discriminatie op te laten nemen in de zogeheten code Stichting Normering Arbeid. Deze code is het keurmerk voor uitzendondernemingen. Bedrijven die dit keurmerk hebben moeten zich dan ook houden aan het verbod op discriminatie om het keurmerk te mogen behouden. Het LOM neemt het initiatief voor een conferentie waarbij ook de koepelorganisaties van werkgevers zullen worden betrokken bij de oplossing van dit vraagstuk. De staatssecretaris steunt dit initiatief.

De Krom is positief gestemd over deze initiatieven van de branche en sprak vanmorgen dan ook het vertrouwen uit dat de maatregelen effect zullen sorteren. De Krom: “Ik verwacht progressie. Stevige inzet van vele partijen is nodig, niet alleen de brancheorganisaties en uitzendbureaus kunnen het probleem oplossen, ook het bedrijfsleven heeft een verantwoordelijkheid om geen discriminerende verzoeken bij uitzendbureaus neer te leggen.

Knapen zet zich in voor vergroening ontwikkelingssamenwerking

donderdag, januari 19th, 2012

Bij ontwikkelingssamenwerking moeten we altijd rekening houden met ‘people, profit’ en – niet te vergeten – ‘planet’. Staatssecretaris Knapen sprak daarover woensdag met vertegenwoordigers van het Institute for Environmental Security, IUCN NL en Wetlands International namens een aantal internationaal georiënteerde milieuorganisaties.

‘Het is altijd zaak om ook voor het welzijn van mensen en economische ontwikkeling rekening te houden met natuurlijke hulpbronnen en milieu’, aldus Knapen. ‘De Rio+20-top komt eraan. Daar zal Nederland zich sterk maken om duurzaamheid beter te verankeren in de mondiale ontwikkelingsstrategie.’

De staatssecretaris richt de Nederlandse inzet in ontwikkelingslanden op vier thema’s: veiligheid en rechtsorde, water, voedselzekerheid, en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten. Met name bij programma’s voor water en voedselzekerheid speelt het milieu een belangrijke rol.

Schaduwinternet biedt mensenrechtenactivisten toegang tot digitale netwerken

maandag, januari 9th, 2012

Dagblad De Pers signaleert een boeiende nieuwe trend: digitale ontwikkelingshulp. Overigens is het beter te spreken over digitale mensenrechten, want dat is kern van deze nieuwe ontwikkeling. “Je gooit wat kabels, antennes, een paar mobieltjes, wat wifi-routers, laptops en de juiste software bij elkaar en het resultaat is een nachtmerrie. Althans, voor de Iraanse ayatollahs, het Chinese politbureau, de Syrische dictator Bashar Assad en anderen die internetcensuur en spionage tot kunst hebben verheven”, schrijft De Pers.

‘Internet in een koffer’, zoals het bekendstaat, is ook niet een juiste titel, maar bedacht door de New York Times die een mooie foto bij het artikel hierover wilden. Zegt Sascha Meinrath, directeur van het Open Technology Initiative van de New America Foundation in Washington. Open Technology Initiative ontwikkelde de digitale toepassing in opdracht van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Doel is om mensenrechtenorganisaties en -activisten toegang te geven tot het internet, zelfs als de regering het digitale netwerk uit de lucht haalt.

Duizenden dissidenten op plekken zoals Iran, Syrië, China en Rusland belanden in de cel of zelfs op het kerkhof omdat ze blogs schrijven, elkaar via sites als Facebook oproepen om te protesteren of via andere online manieren zogenaamde ‘subversieve’ activiteiten te ontplooien. Mede mogelijk gemaakt door westerse bedrijven die de plaatselijke geheime diensten voorzien van hightech afluister- en censuurtechnologie. De autoritaire regimes hebben er alle belang bij om de zogenaamde ”Facebookrevoluties’ – die de Arabische Lente vaart gaven – te voorkomen of de kop in te drukken. Om mensenrechtenactivisten toegang te verzekeren tot de digitale netwerken, zoals Facebook, Twitter en email, is het Open Technology Initiative bezig een ‘schaduwinternet’ te ontwikkelen dat werkt via Mesh-technologie. De Pers: “In autoritaire landen zijn computers via internetverbindingen vaak aangesloten op een netwerk dat door de staat wordt gecontroleerd. Die ‘kabel’ kan er worden uitgetrokken waardoor de internettoegang wegvalt. Bij een Mesh-netwerk kun je dat vergeten, het is een onzichtbaar, draadloos web zonder centraal punt waar de stekker uit kan. Een netwerk van bijvoorbeeld afzonderlijke computers, mobiele telefoons en routers, dat door middel van speciale software helemaal los functioneert van dat overheidsnetwerk waardoor informatie kan blijven stromen en ook het buitenland kan bereiken. Een foto van een in elkaar geslagen demonstrant of een e-mail met ontmoetingsplek voor het volgende protest springt direct tussen de draadloze apparaten die allemaal als een soort mast functioneren en het overheidsnetwerk overslaan. De staatscensuur kan de stekker er wel uittrekken, maar het Mesh-netwerk functioneert door.”

De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal stelt 6 miljoen euro beschikbaar voor internetvrijheid, een belofte die de regering deed op het internationale congres in Den Haag vorig jaar december over internetvrijheid. De Nederlandse ontwikkelingsorganisatie Hivos organiseert met dit geld onder meer conferenties voor Arabische bloggers waar ze hun nieuwste internetonderduiktrucs kunnen uitwisselen maar geeft ook technische tips en trainingen. Hivos werkt daarbij samen met de organisatie Tactical Tech in Berlijn. Hun oplossing zit niet in een koffer maar in een doos en heet: ‘Security in-a-box’. “Wij proberen technologie zo breed te maken dat het voor progressieve sociale verandering kan worden ingezet”, legt programmadirecteur Ali Ravi in De Pers uit. “Veiligheid in een doosje komt in maar liefst in negen talen (Engels, Frans, Spaans, Arabisch, Farsi, Chinees, Vietnamees, Birmees, en Russisch), gewerkt wordt aan Indonesisch en Ethiopisch. Vorig jaar zijn 5.000 fysieke dozen uitgedeeld en is een veelvoud gedownload. Het is een pakket met een boek en software om zo onzichtbaar mogelijk te blijven als internetter, censuur te omzeilen en onder de radar te blijven. Een paar voorbeelden: programma’s om de volledige inhoud van je harde schijf of usb-stick te wissen voor als de geheime politie onderweg is, tips hoe je een onkraakbaar wachtwoord maakt, een encryptieprogramma zodat de ontvanger als je een mail of foto verstuurt een wachtwoord moet invoeren om het te openen en Tor om je identiteit te verbergen als je surft en je acties niet naar je IP-adres (en dus huis) zijn te herleiden.

Wapenhandel vol van chantage en omkoperij

donderdag, december 22nd, 2011

Het kabinet weigert een algemeen verbod in te stellen op de export van wapens naar landen waar mensenrechten worden geschonden. Eerder deze maand lieten de bewindslieden minister Rosenthal en staatssecretaris Bleker dat al middels een brief in antwoord op een door de Tweede Kamer aangenomen motie weten.

Het aloude gezegde van de koopman versus de dominee laat zich opnieuw weer eens gelden. Dat dictaturen in het Midden-Oosten hun bevolking onderdrukken met hulp van onder meer door Nederland geleverd wapentuig laat onverlet dat het Nederlands kabinet veel retoriek over mensenrechten de wereld in stuurt. Loze woorden, maar dat moet ook wel aangezien Nederland al decennia lang in de top-10 van wapenexporterende landen staat. Die winstgevende bedrijfstak willen we niet teveel voor de voeten lopen, al worden moedige demonstranten in Arabische landen ermee van de straat geschoten.

In zijn nieuwe boek ‘The Shadow World: Inside the Global Arms Trade’ doet de Zuidafrikaanse oud-politicus Andrew Feinstein een boek (672 pp) open over hoe die schimmige wereld van wapenhandel werkt. “De kern van de handel in wapens is omkoping, betalingen op grote schaal die zowel de elites in de landen die de wapens kopen als de wapenhandelaars in de verkopende landen rijk maken. Hoewel politieke agenda’s soms een rol spelen in wie welke wapens krijgt, is de heersende ideologie achter de handel hebzucht,” schrijft Feinstein. Hij wijst Saudi-Arabië aan als het land dat deze vorm van corruptie tot kunst heeft verheven, en noemt in zijn boek een voorbeeld van het handjeklap van Ryad met de Britse regering van Tony Blair. ToenLonden onderzoek wilde laten doen naar mogelijke omkoperij in  een wapenhandeldeal, dreigden de Saudi’s de aankoop (en mogelijke latere aanschaf) stop te zetten en wilde ze de samenwerking op veiligheidsgebied beëindigen. “Opschorting van de Saudische samenwerking met de Britse geheime dienst zal leiden tot ‘bloed in de straten van Londen’,” schreef prins Bandar aan Blair. De Britse premier gaf direct toe.

Westerse landen hebben vooral sinds 2001 zich met handen en voeten  gebonden aan dictaturen in het Midden-Oosten en Zuid-Azië, alleen om kennis te vergaren van mogelijke veiligheidsbedreigingen (lees terrorisme). Die dictaturen chanteren het Westen om op zo gunstig mogelijke voorwaarden wapens te kunnen kopen. Aan de andere kant zorgt het anti-terrorismebeleid van overheden voor een “begerige gekte” bij wapenhandelaren, zoals een Amerikaanse militair het uitdrukte.

De Nederlandse regering gaat rustig mee in het dodelijke spel van omkoperij en chantage. Hoe vaak zal minister Rosenthal een briefje krijgen vanuit een schimmige dictatuur? Passages uit die brieven komen niet terecht in de toespraken vol mooie, maar betekenisloze woorden die de minister de wereld in stuurt…

Beleid tegen illegalen heeft tegendraads effect

donderdag, december 22nd, 2011

De criminalisering van mensensmokkel en illegaal huishoudelijk werk door de overheid staat in scherp contrast met het beeld dat de illegale migranten ervan hebben. Voor hen is het een manier om toegang te krijgen tot beter betaald werk. De overheid gaat aan deze werkelijkheid voorbij.
 
De afgelopen jaren hebben uitzonderlijke gevallen het beeld van de overheid over mensensmokkel en mensenhandel gedomineerd en het beleid op deze terreinen mede gestuurd. Denk aan het Dover-drama met Sister Ping, de Sneepzaak of de Marokkaanse slaaf op de Dappermarkt. Deze extreme zaken zijn beeldbepalend voor de komst, het verblijf en de gedwongen terugkeer van illegale vreemdelingen geworden. De overheid ziet mensensmokkel als een serieuze en ernstige vorm van georganiseerde misdaad die het migratiebeleid en de integratie van de gevestigde allochtonen ondermijnt.
 
Migranten daarentegen beschouwen het als een al dan niet betaalde dienst om familieleden bij zich te krijgen. Waar de overheid bang is voor de aanzuigende werking van versoepelingen in het migratiebeleid, doen de illegale vreemdelingen een informeel beroep op familieleden die toevallig in Nederland wonen. Waar de overheid illegaliteit criminaliseert, ziet de illegale vreemdeling zijn status als een min of meer vanzelfsprekende consequentie van zijn aanwezigheid zonder verblijfsdocumenten. Het is moderne slavernij met al zijn uitbuiting tegenover een sociaal arrangement met specifieke economische arbeidsverhoudingen met geaccepteerde en normatief begrensde uitbuiting. Kortom, rond de komst, het verblijf en de terugkeer van illegale vreemdelingen is er sprake van een kloof in betekenisgeving tussen de overheid en de migranten.
 
Het Nederlandse illegalenbeleid staat in het teken van het tegengaan en ontmoedigen van illegaal verblijf. Dat lijkt succesvol: telden onderzoekers in 2002 nog ruim 211.000 illegalen in Nederland, in 2009 was dit aantal meer dan gehalveerd tot ruim 97.000 personen die onrechtmatig in Nederland verblijven. Maar deze afname komt vooral door de insluiting van landen als Roemenië en Bulgarije in de Europese Unie en niet zozeer door een duidelijke afname van het aantal niet-westerse illegale vreemdelingen.
 
Uit onderzoek onder illegale vreemdelingen uit uiteenlopende herkomstlanden, met verschillende achtergronden en migratiemotieven, blijkt dat zij door het strengere beleid geen toegang meer hebben tot de voorzieningen van de verzorgingsstaat en evenmin tot ‘wit werk’. Illegalen zijn voor hun bestaan in toenemende mate aangewezen op ‘zwart werk’ en liefdadigheid. Illegale vreemdelingen maken deel uit van sociale arrangementen of morele economieën waarin de verhoudingen van illegalen met informele werkgevers en huisbazen bepaald worden door normen van wederkerigheid, patronen van risicomijdend gedrag en ideeën over rechtvaardigheid. Dit alles in een context waarin een overheid slecht benaderbaar is.
 
De titel van mijn oratie was ‘Moderne slavernij of gewoon werk?’. Vanuit het perspectief van de illegale vreemdelingen is er geen sprake van slavernij. Maar we kunnen de arbeidsverhoudingen tussen illegalen en hun werkgevers evenmin duiden als gewoon werk. Veeleer hebben we te maken met informele arbeid onder slechte en onzekere omstandigheden waarbij de arbeidsverhoudingen tussen de illegale vreemdelingen en de werkgevers vaak uit balans en soms ernstig verstoord zijn. Tegelijkertijd zijn er informele normen over rechtvaardigheid en onrecht die in samenhang met het risicomijdende gedrag van illegale vreemdelingen een rem vormen op de meer extreme vormen van negatieve wederkerigheid. De overheid gaat aan deze werkelijkheid voorbij. De terminologie van georganiseerde mensensmokkel – moderne slavernij en exploitatie – verhult de achterliggende sociale processen van in- en uitsluiting en economische processen van vraag en aanbod.

De overheid kiest in de aanpak van mensenhandel voor een juridische oplossing van wat in feite een normatieve problematiek is. De overheid kan zonder verklaringen van de slachtoffers van mensensmokkel tot veroordelingen komen, maar gaat daarbij voorbij aan bestaande sociale arrangementen. Daarmee wil ik overigens niet beweren dat de slachtoffers van mensenhandel zich niet in mensonterende situaties zouden kunnen bevinden. Maar er bestaat ook een andere werkelijkheid, met andere normen over wat rechtvaardig en onrechtvaardig is en waar betrokkene op informele manieren hun recht halen.
 
Een beleid dat steeds verder van de alledaagse werkelijkheid af komt te staan en als oplossing meer toezicht, meer controle en meer repressie aandraagt, draagt bij aan een verplaatsing en verharding van de problematiek. In de praktijk kunnen we deze processen al waarnemen. Met de toegenomen controle op prostitutie is mensenhandel onverminderd aanwezig en verdwijnt deze steeds meer backstage. Met de voorgenomen criminalisering van illegaal verblijf zal huisvesting en arbeid voor illegalen nog meer een schaars goed worden en krijgen de malafide of criminele aanbieders van diensten nog meer macht. Tegelijkertijd leren studies vanuit de gemeenschappen zelf hoe complex de mechanismen zijn die er spelen. Wederkerigheidsrelaties binnen sociale netwerken gaan hand in hand met wantrouwen. Toenemende controle zullen de bestaande sociale arrangementen beïnvloeden waarbij illegale migranten kwetsbaarder worden ten opzichte van de informele dienstverleners.
 
Ik heb tot dusverre niet gesproken over onderzoeksmethoden, maar om toekomstige vragen naar de komst, het illegaal verblijf en de terugkeer vanuit de perspectieven van betrokkenen te kunnen beantwoorden, dienen we hoe dan ook in contact te blijven met de direct betrokkenen. Met de zogenaamde kanslozen, de vertegenwoordigers van de nieuwe onderklasse, de illegalen en al die anderen die deel uitmaken van deze leefwereld. Er is wat mij betreft een blijvende noodzaak – naast allerlei ander vormen van dataverzameling – om onderzoek from below te verrichten. Een blijvende noodzaak voor meer ‘good old etnography’ zoals David Brotherton (2011) het zo mooi verwoordde. Niet om het exotische in de samenleving te laten zien, maar om het perspectief en de betekenissen van de betrokkenen te leren kennen en te contrasteren met de legitimiteit en effecten van het migratiebeleid. Het centraal stellen van een dergelijk perspectief en methode betekent investeren in goede, jonge criminologen met een scherp theoretisch oog, die bereid zijn om het veld in te trekken en oog hebben voor complexiteit en de humanitaire aspecten van de fenomenen onder studie.
 
Dit stuk is gebaseerd op de oratie die Richard Staring op 2 december 2011 heeft uitgesproken bij zijn  aantreden als bijzonder hoogleraar ‘Mobiliteit, toezicht en criminaliteit’ aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Foto: Bas Bogers
Bron: Sociale Vraagstukken

NCDO signaleert groei aantal particuliere initiatieven

dinsdag, december 20th, 2011

Uit onderzoek van NCDO blijkt dat het aantal kleinschalige, vrijwillige ontwikkelingsorganisaties – Particuliere initiatieven (PI) – groeit. Ook worden steeds meer mensen actief als vrijwilliger in een PI, meldt het onderzoek.

NCDO wilde via het onderzoek onder 661 vrijwilligers weten wie deze vrijwilligers zijn en wat hen beweegt actief te worden in een PI? De resultaten van het onderzoek laten zien dat deze vrijwilligers gemiddeld 55 jaar zijn en, vergeleken met een dwarsdoorsnede van de Nederlandse bevolking, vaker man (60%) en vaker gelovig (50%) zijn. Tevens zijn deze vrijwilligers vaak hoger opgeleid (70%) en verdienen zij gemiddeld genomen bovenmodaal. Uit eerder onderzoek weet NCDO dat de meeste vrijwilligers actief worden in het PI naar aanleiding van een vakantie of langdurig verblijf in een ontwikkelingsland. Wanneer mensen eenmaal actief zijn binnen een PI, worden ze voornamelijk gedreven door de wens de wereld om hen heen beter te begrijpen. Daarnaast kunnen mensen via hun vrijwilligerswerk in het PI uitdrukking geven aan belangrijke waarden, zoals gerechtigheid, en hecht men belang aan de sociale contacten die men opdoet tijdens het vrijwilligerswerk.

Gemiddeld besteden PI-vrijwilligers 37 uur per maand aan hun activiteiten binnen het PI. Vergeleken met vrijwilligers in het algemeen is dit meer dan gemiddeld. Men besteedt deze uren voornamelijk aan fondsenwerving, bestuurlijke taken en administratie. De verschillen tussen de vrijwilligers in het aantal uren dat zij dit werk doen zijn groot. Voor sommigen blijft de vrijwillige inzet beperkt tot enkele uren per maand terwijl anderen er een fulltime job aan hebben. Het is daarom interessant te kijken welke factoren bepalend zijn voor de hoogte van het aantal vrijwilligersuren.
Ongeveer de helft van de vrijwilligers die deelnamen aan het CIDIN-onderzoek uit 2008-2009 is niet alleen actief als vrijwilliger binnen een PI, maar is eveneens de oprichter van dit initiatief. Oprichters besteden gemiddeld 46 uur per maand aan het vrijwilligerswerk binnen hun eigen organisatie. Mannen blijken gemiddeld genomen meer tijd te investeren in een PI dan vrouwen en getrouwde vrijwilligers zijn actiever dan ongetrouwde. Ook geldt dat mensen die zichzelf niet rekenen tot een kerk of andere religieuze instelling actiever zijn dan de kerkelijken.

Een belangrijke baat van vrijwilligerswerk wordt aangeduid als ‘de warme gloed’ (the warm glow): het levert mensen een fijn gevoel op. Onderzoek heeft laten zien dat dit gevoel sterker is als mensen er van overtuigd zijn dat hun bijdrage daadwerkelijk een verschil maakt. Op basis van geografische (fysieke) en psychologische (‘anders zijn’) afstand tussen de doelgroep van ontwikkelingsorganisaties en vrijwilligers, alsmede de complexiteit van ontwikkelingsproblemen wordt aangenomen dat ‘de warme gloed’ die vrijwilligers van ontwikkelingsorganisaties ervaren minder  hoog zal zijn. Dit zou dan weer resulteren in een beperktere inzet van vrijwilligers. De resultaten van dit onderzoek komen overeen met deze redenering.

NCDO verwachtte dat PI-vrijwilligers die een sterk geloof hebben in ontwikkelingssamenwerking in het algemeen en de effectiviteit en efficiëntie van ontwikkelingsorganisaties in het bijzonder, meer tijd zouden investeren in een PI. Ze zouden, meer dan hun kritische medevrijwilligers gemotiveerd worden door de gedachte dat hun bijdrage daadwerkelijk verschil maakt. Het tegendeel blijkt uit de resultaten: kritischere PI-vrijwilligers spenderen juist meer tijd aan het PI. Vaak wordt verondersteld dat PI’s worden opgericht vanwege een kritische houding ten aanzien van bestaande ontwikkelingsorganisaties. Echter, dit blijkt voor slechts 5% van de vrijwilligers de belangrijkste aanleiding te vormen om een PI op te richten of actief te worden binnen een PI. Dit onderzoek toont aan dat er wel een positief verband is tussen de kritische houding ten aanzien van ontwikkelingssamenwerking en de mate waarin mensen zich inzetten in PI’s. Dit alles wekt de indruk dat PI-vrijwilligers hun werk zowel ervaren als een manier om uitdrukking te geven aan hun betrokkenheid op de wereld, als een alternatieve, doeltreffendere, manier om bij te dragen aan ontwikkelingssamenwerking.

Het vreemde en het eigene

dinsdag, december 6th, 2011

Op 21 en 22 oktober dit jaar vond in het Academiegebouw in Groningen de wetenschappelijke conferentie Het vreemde en het eigene. Eenheid en verscheidenheid inzake mensenrechten en democratie plaats.

Vijftig wetenschappers uit onder andere de VS, Engeland, Turkije, Zuid-Korea, België en Nederland discussieerden aan de hand van elf voor de conferentie geschreven papers over toekomst en beleid ten aanzien van burgerschap in een multiculturele samenleving, de problematische verhouding tussen wereldburgerschap en de nationale staat, interetnische verhoudingen en mensenrechten. 
 
De conferentie werd geopend door Chris Huinder, bestuurssecretaris van FORUM. Hij sloot aan het einde van vrijdagmiddag de conferentie af en bedankte alle deelnemers voor hun inspirerende bijdragen. Hij merkte daarbij onder andere op dat FORUM nu een veelheid aan benaderingen en begrippen had meegekregen op basis waarvan we in staat moeten zijn analytisch dieper in de problematiek van de moderne multiculturele samenleving te kunnen doordringen en daardoor nog slagvaardiger met gedegen beleidsvoorstellen te kunnen komen.

De burgemeester van de stad Groningen, Peter Rehwinkel, verwelkomde de conferentiegangers namens de Provincie Groningen, de Universiteit Groningen en de Stad Groningen op donderdag in het stadhuis.

Een verslag van de conferentie is gebundeld onder de titel ‘Strangeness and Familiarity’. Te bestellen bij Forum. De afzonderlijke hoofdstukken zijn op de website te downloaden (pdf).

De conferentie was onderdeel van het Forumproject ‘De mens als vreemdeling’. In 2010 is het 50 jaar geleden dat het proefschrift “De Mens als Vreemdeling” van de filosoof Lolle Nauta (1929 – 2006) verscheen. FORUM grijpt dit gegeven aan om dat thema opnieuw te agenderen. In het kader van het project De mens als vreemdeling worden in het najaar van 2010 tal van activiteiten georganiseerd, zoals een publieksbijeenkomst, een wetenschappelijke conferentie, een essaywedstrijd, en een expositie. 

Binnen dit project staat de thematiek van het ‘vreemde’ en het ‘eigene’ centraal: Wat is er nog vreemd in onze inmiddels geglobaliseerde wereld? Wie is nog vreemdeling voor wie? Welke inhoud hebben begrippen als ‘het vreemde’ en ‘het eigene’ eigenlijk nog in een globale context? Hoe gaan wij, westerlingen om met de vreemdeling, en hoe kijkt die vreemdeling vanuit zijn of haar perspectief tegen ons aan? En wat betekent dat bijvoorbeeld voor de politiek.
 
Het project De mens als vreemdeling is een initiatief van FORUM. Het wordt uitgevoerd in samenwerking met de faculteit Wijsbegeerte van de Rijksuniversiteit Groningen, en met steun van de gemeente Groningen en het Je Maintiendrai Fonds.

Weigerambtenaar geen probleem – enquete Binnenlands Bestuur

vrijdag, november 25th, 2011

Bijna zeven van de tien lezers van Binnenlands Bestuur (68 procent) vinden dat een ambtenaar mag weigeren homostellen te trouwen. Dat blijkt uit de resultaten van een enquête gehouden via www.binnenlandsbestuur.nl. De enquête, bestaande uit vier stellingen, werd 6.936 keer ingevuld.

64 procent vindt dat het voldoende is als een gemeente er voor zorgt dat homostellen kunnen trouwen in de gemeente waar zij wonen. De helft (52 procent) van de respondenten kwalificeert de discussie over weigerambtenaren als een ‘Haagse discussie’.

Op de stelling ‘de beslissing over het al dan niet gedogen van weigerambtenaren is een principiële keuze die in Den Haag moet worden gemaakt en voor alle gemeenten moet gelden’, zegt 42 procent van de respondenten ‘ja’, 53 procent ‘nee’ en 5 procent weet het niet.

De Tweede Kamer nam vorige week een motie aan die bepaalt dat weigerambtenaren niet mogen aanblijven. Het kabinet heeft gezegd de motie vooralsnog niet uit te voeren, in afwachting van een advies van de Raad van State hoe om te gaan met weigerambtenaren.

Volgens CDA-minister Donner van Binnenlandse Zaken moet gelijke behandeling van burgers worden gegarandeerd, maar moet ook iedere Nederlander benoembaar zijn in overheidsdienst, ongeacht zijn persoonlijke opvattingen. Volgens een inventarisatie van homobelangenvereniging COC zijn er in Nederland 93 trouwambtenaren die vanuit hun levensovertuiging geen homohuwelijke willen sluiten.

Veel gemeenten eisen van nieuw aan te stellen trouwambtenaren dat zij alle volgens de wet mogelijke huwelijken sluiten. Volgens het COC zijn er 23 gemeenten die van die lijn afwijken.

In Binnenlands Bestuur van deze week staat een reportage gemaakt in het Zeeuwse Reimerswaal, dat twee weigerambtenaren telt. Burgemeester Aeilt Jan Huisman zegt: ‘Wij voeren de wet uit. Maar hoe wij dat doen, is onze zaak.’

Louise Fresco biedt Knapen prioriteitenlijst Rio+20

dinsdag, november 15th, 2011

Ben Knapen, staatssecretaris Buitenlandse Zaken, ontving begin november een prioriteitenlijst uit handen van Louise Fresco, voorzitter van het Nationaal Platform Rio+20, als inbreng van het Nederlandse maatschappelijk middenveld voor de VN-duurzaamheidsconferentie Rio+20 in juni 2012.
 
Knapen is verantwoordelijk bewindspersoon voor het Nederlandse internationale duurzaamheidsbeleid. De prioriteiten kwamen tot stand door inbreng van Nederlandse NGO’s, bedrijven, onderzoekers, jongeren en individuen. Ze zijn inspiratiebron voor een groene economie, noodzakelijk voor een duurzame toekomst.
 
Rio+20 vindt plaats precies 20 jaar na de Earth Summit in Rio de Janeiro. Hoofdthema’s zijn groene economie en het versterken van institutionele kaders. Alle landen in de wereld zijn bezig om hier een inspirerende bijdrage aan te leveren. In Nederland is hiertoe het onafhankelijk Nationaal Platform Rio+20 (NPRio+20) opgericht. Dit platform beoogt vanuit verschillende maatschappelijke geledingen, een concrete bijdrage te leveren aan de conferentie in Rio de Janeiro van volgend jaar. Het vrijdag overhandigde document stuurt het platform NPRio+20 zelf naar de VN-conferentie. Daarnaast werkt het platform aan aanbevelingen voor de Nederlandse regering.
 
Debatten tijdens bijeenkomsten en via sociale media resulteerden in een lijst van achttien versnellers voor duurzame ontwikkeling. “Met deze prioriteiten voor een duurzame toekomst laten we zien aan de Verenigde Naties welke concrete bijdrage Nederland kan leveren’’, aldus Louise Fresco. “Deze week, tijdens de Dag van de Duurzaamheid, laten we Nederland zelf zien wat mogelijk is en wat we al doen. Dat is veel meer dan de meeste mensen zelf beseffen.’’
 
Naast prioriteiten voor individuele sectoren zijn er aanbevelingen op sociaal/cultureel en economisch gebied. Voorbeelden zijn: economie heruitvinden, belastingen vergroenen, wettelijke basis voor duurzame ketens, kringlopen sluiten, dialoog stimuleren, duurzaam onderwijs, duurzame technologieën inzetten en duurzame educatie.
 
Staatssecretaris Knapen: ‘Het is goed dat een zo brede vertegenwoordiging uit de samenleving zich buigt over verduurzaming en betrokkenheid bij de vergadering van de Verenigde Naties toont. Ik ga nu nog niet in op de inhoud. Ik wacht eerst uw aanbevelingen voor het kabinetsstandpunt van de Nederlandse regering af. Deze hoop ik spoedig tegemoet te zien.’

Multiculturalisme failliet? Onzin, volgens Taylor en Hirsch Ballin!

maandag, september 19th, 2011

Staatshoofden, politici en opiniemakers hebben de multiculturele samenleving ten grave gedragen. “De multiculturele samenleving is een mislukking,” zingen ze in koor. “Het multiculturalisme is failliet,’ voegen ze er aan toe. De afgelopen week waren er twee verfrissende tegengeluiden. En niet van de eerste de besten. Filosoof Charles Taylor en oud-minister en nu hoogleraar Ernst Hirsch Ballin openden de tegenaanval.

In de Letter & Geest-bijlage van Trouw (17 september 2011) waarschuwt de Canadese filosoof Charles Taylor voor een naar binnen gerichte politiek, zoals we die in Nederland steeds meer ontwaren (‘eigen belang voorop’, ‘wantrouwen naar het buitenland / naar het andere’, etc.). Taylor is van mening dat solidariteit, dat in westerse landen aan het slijten is, herontdekt moet worden, namelijk via democratie en collectieve identiteit: “En natuurlijk brengt dat ook het besef van een nationale identiteit met zich mee. Hetgeen overigens weer nieuwe gevaren in zich bergt, namelijk een sterke solidariteit die gebaseerd is op etniciteit.” Taylor concludeert dat een “sterk gevoel van solidariteit behouden moet worden, zonder op grond van etniciteit mensen uit te sluiten omdat ze geen autochtone inwoners zijn.”

De dringende vraag die Taylor stelt is: “Hoe kunnen we multiculturalisme samen laten gaan met sterke solidariteit?” Kern van een antwoord is volgens de Canadese filosoof dat een inwoner van een land niet meer “opgesloten zit in één particuliere omgeving, je woont in meerdere.” Westerse democratieën moeten deze realiteit accepteren, aldus Taylor, en dat vraagt een mentale verschuiving. Niet langer het idee verkondigen dat burgers voor honderd procent trouw moeten zijn aan een samenleving, een land, maar accepteren dat burgers de vrijheid hebben hun eigen identiteit te koesteren. “Als je om Duitser of Nederlander te worden al je banden moet afsnijden, dan vereist dat een hele grote aanpassing,” zegt Taylor. Voorwaarden: ruimte voor hun eigen identiteit, taal, werk, goed onderwijs.

Taylor onderkent dat Europa het in dat opzicht moeilijker heeft dan Canada. Het Noord-Amerikaanse land selecteert migranten onder meer op taalvaardigheid en vakkennis, terwijl de meeste migranten in Europese landen gastarbeider waren, die op de onderste trede van de sociaal-economische ladder staan. Dat maakt integratie een stuk moeilijker, aldus Taylor.

Het alternatief van de filosoof? “”We moeten af van het idee van een vaststaande historische identiteit. Een gemeenschappelijke identiteit moeten we steeds opnieuw maken.” Plus: “Het vertellen van het verhaal dat ondanks alle barrières iets groots van onze samenleving kunnen maken, het verhaal dat op de juiste manier vertelt wordt door politici (en niet door populisten die hameren op gevaar, oorlog, botsende beschavingen).”

Op 9 september sprak oud-minister en CDA-prominent Ernst Hirsch Ballin zijn oratie als kersvers hoogleraar mensenrechten aan de Universiteit van Amsterdam uit. Kern van zijn verhaal, met als titel ‘Burgerrechten’: een vonkelend pleidooi voor een open en tlerante houding jegens immigratie. Volgens Hirsch Ballin is het mislukt verklaren van de multiculturele samenleving gemakzuchtig. “Alsof een monoculturele samenleving wel mogelijk én wenselijk zou zijn.” Tegenover het ‘multiculturele drama’ van Scheffer plaatst Hirsch Ballin de valse illusie van de monoculturele staat. De dominantie van dat idee is volgens hem het echte drama. Een Nederland met één ‘Leitkultur’ is volgens hem uitgesloten “zolang Nederland een democratische rechtsstaat is”. Het toekennen van burgerrechten aan migranten versterkt de democratie – migratie, is noodzakelijk en “over het geheel genomen gunstig”.

Ook Hirsch Ballin spreekt van “de samenleving waaraan migranten een tweede identiteit ontlenen”. En waar ze bovendien een grote bijdrage an leveren, in cultureel, economische n persoonlijk perspectief. De hoogleraar houdt een pleidooi voor staatsburgerschap, dat bovendien weer een toegankelijk recht moet worden. “Burgerrechten moeten een mensenrecht worden,” aldus Hirsch Ballin.

Net als Charles Taylor vindt Hirsch Ballin het onzin dat van migranten geist wordt dat zij hun banden met het land van herkomst moeten doorsnijden. “Het is zowel verkeerd als zinloos.” Kabinetsbeleid dat dubbele nationaliteiten tegengaat, trouwen over de grens bemoeilijkt, meertaligheid als probleem definieert en eenmaal verworven Nederlanderschap zelfs wil kunnen afpakken, vindt bij Hirsch Ballin absoluut geen genade, schrijft NRC Handelsblad over de oratie. “Het is contraproductief, gaat in tegen de sociale realiteit en heeft averechtse gevolgen.”

YouTube voorvertoningsafbeelding