Archief voor de categorie ‘Racisme’

Deradicaliseren extreem-rechts

vrijdag, juli 9th, 2010

Voormalige rechtsextremisten kunnen een nuttige rol vervullen bij het deradicaliseren van leden van extreemrechtse bewegingen. Wanneer zij nieuwkomers confronteren met hun eigen negatieve ervaringen blijkt dat zeer overtuigend te werken. Dat concluderen onderzoekers van de Anne Frank Stichting na gesprekken met twaalf voormalige rechtsextremisten.

Van groot belang is wel in welke fase van het radicaliseringsproces er wordt ingegrepen. De beste kans van slagen ligt in de beginfase. Maar ook tijdens de eindfase van een extreemrechtse carrière, wanneer de twijfel heeft toegeslagen, kan externe hulp doorslaggevende invloed hebben.

Ervaringen met geweld spelen een opvallende rol bij het toetreden tot rechtsextremistische bewegingen. Geweld gepleegd door allochtonen blijkt, in combinatie met bestaande vooroordelen, soms aanleiding om aansluiting te zoeken bij extreemrechtse organisaties. Geweld van politieke tegenstanders levert in een later stadium een bijdrage aan verdere radicalisering. In deze fase nemen de extreemrechtse hardekernleden zelf actief deel aan vaak ernstig geweld tegen minderheden en politieke tegenstanders.

Dit zijn de belangrijkste bevindingen uit de vandaag verschenen rapportage In en uit extreemrechts (pdf). Voor dit onderzoek naar processen van radicalisering en deradicalisering werden twaalf jongvolwassenen geïnterviewd, die gedurende langere tijd actief waren binnen de harde kern van extreemrechts. Zo werd inzicht verkregen in de vaak complexe processen van radicalisering en deradicalisering en in de mogelijkheden tot ingrijpen.

Stem of voeg toe aan:  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

…en Nederland leert van Franse politie

woensdag, juni 2nd, 2010

Eind mei bezocht een delegatie van de Nederlandse politie Parijs, om daar ervaringen uit te wisselen met Franse collega’s over ‘de aanpak van probleemwijken’. Korpschef Hollands Midden Jan Stikvoort en Paul van Musscher, politiechef in Gouda, zeggen in de Volkskrant: “Wij zijn toch meer van de dienstverlening. In het woord diender zit dat al vervat. Hier zetten ze hard in op orde handhaven. De Fransen zijn goed in repressie.”

Ahmed Marcouch, kandidaat kamerlid voor de PvdA en oud-politieman, vindt dat de repressieve aanpak een rol moet kunnen spelen. “Een wijkagent moet geen welzijnswerker worden. Maar uiteindelijk los je met een bewapeningswedloop de problemen niet op.”

Eerder dit jaar bezochten Franse politieagenten Slotervaart, om daar te zien hoe jongeren van overwegend Marokkaanse afkomst worden aangepakt. “Ze waren onder de indruk hoe wij de solidariteit met de relschoppers hebben doorbroken. Hoe we hebben gezorgd dat mensen zich distantiëren,” zegt Marcouch.

Uit de bezoeken – eerder bezochten Van Musscher en Stikvoort de politie in Marseille – komt naar voren dat de Nederlandse aanpak prefereert. “Laten we vooral vasthouden aan onze aanpak van praten en contact leggen”.

De Franse journalist Luc Bronner valt het op dat de Nederlandse politieagenten over hun bezoek meldden dat “ze het gevoel hadden in een militair konvooi te zitten”. Bronner is kritisch over het beleid van de Franse regering – “meer geweld, meer gewonde agenten, meer agrssie en onveiligheid” – en voorstander van het Nederlandse model. Hij pleit voor de invoering van een police généraliste, een soort wijkpolitie, vergelijkbaar met een huisarts, in plaats van een vliegende brigade.

Stem of voeg toe aan:  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

Racistisch geweld structureel in Nederland

donderdag, februari 18th, 2010

Racistisch geweld, vernielingen en bedreigingen komen in Nederland al tientallen jaren stelselmatig voor. Dit terwijl Nederlanders juist vaak denken dat het niet om een structureel fenomeen gaat. De overheid ontkent zelfs regelmatig dat dergelijke misdrijven een racistisch karakter hebben.

Dat concludeert politicoloog Rob Witte in zijn maandag verschenen boek Al Eeuwenlang een gastvrij volk – Racistisch geweld en overheidsreacties in Nederland (1950-2009). Daarin onderzocht hij racistische misdrijven en de manier waarop de overheid hiermee omging gedurende de afgelopen zestig jaar.

Rob Witte Villa VPRO 160210

Hoe vaak dit geweld precies voorkwam, is onbekend, maar vaststaat dat het om een structureel fenomeen gaat. Witte: „Racistisch geweld heeft zich sinds WOII steevast voorgedaan in Nederland.”

De politicoloog stelt dat politici en burgers vaak denken dat geweld met een racistisch karakter helemaal niet gebruikelijk is in Nederland. Hij haalt politica Rita Verdonk aan, die twee jaar geleden stelde dat Nederlanders al eeuwenlang een gastvrij volk zijn. „In het dominante zelfbeeld van Nederland bestond gedurende de besproken zestig jaar geen ruimte voor erkenning van het bestaan van racistisch geweld”, aldus Witte. Hij noemt het ontkennen van deze misdrijven daarom óók een structureel fenomeen.

De slachtoffers en het karakter van het racistisch geweld veranderden de afgelopen decennia voortdurend. In de jaren vijftig en zestig kwamen dreigementen en bekladdingen gericht tegen gastarbeiders – eerst tegen Italianen en Spanjaarden, later tegen Turken en Marokkanen – geregeld voor. Eind jaren negentig daarentegen werden individuele vluchtelingen en asielzoekerscentra vaak het slachtoffer van geweld en bedreigingen. De afgelopen jaren kwamen geweld tegen moslims en vernieling van moskeeën vrij vaak voor.

De regering en vooral gemeenten ontkenden volgens Witte regelmatig dat geweld een racistisch karakter had. Ze spraken bijvoorbeeld liever over ’kwajongensstreken’. Dat was alleen anders als de daders uit extreemrechtse hoek kwamen.

Volgens de politicoloog zijn gemeenten ook vaak verrast door racistische incidenten. Zo waren ze vaak niet op de hoogte van de gebeurtenissen die tot een uitbarsting leiden. „Een algemeen kenmerk in zestig jaar lokale overheidsreacties is dat beleidsmakers elke keer weer verrast worden.”

bron: Trouw

Stem of voeg toe aan:  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

Extreem-rechts in Duitsland steeds agressiever

donderdag, januari 28th, 2010

In het oosten van Duitsland zijn extreem-rechtse organisaties al jaren actief. Vaak op heel agressieve wijze en met veel geweld. In delen van de voormalige DDR durven allochtonen zich niet meer op straat te vertonen. Sinds kort manifesteren neo-nazi’s zich ook steeds meer in het westen van Duitsland. In Beieren spreekt men al van een “hippe subcultuur”, meldt dagblad Trouw.

Trouw interviewde Nicola Hieke, coördinator van een netwerk van adviseurs voor ouders met extreem-rechtse kinderen. “We zijn een mobiele adviesdienst. We gaan naar de mensen toe. We voeren gesprekken, geven voorlichting. Soms is één gesprek genoeg, vaak komen we drie à  vier keer terug,” zegt Hieke. “Een groot probleem is om rechts-extremisme tijdig te herkennen. De tijd dat neonazi’s kale koppen hadden en bomberjacks en Springerlaarzen droegen is voorbij. Ze zien er soms heel burgerlijk uit. Of ze hebben juist lange haren. Ook dragen ze vaak punkkleding en Palestijnensjaals. Ze zijn vaak niet meer te onderscheiden van linksradicale jongeren.”

Rechts-extremisme is een subcultuur aan het worden, schrijft Trouw. “Een hippe lifestyle met een eigen kledinglijn en met tal van accessoires. Het gaat veel verder dan het dragen van Lonsdale-kleren.” Volgens Hieke zijn extreem-rechtse organisaties een offensief begonnen om ‘de straat, de hoofden en de parlementen’ te veroveren. “Ze zijn bijvoorbeeld actief onder geschiedenisstudenten. En in vrouwenorganisaties, waar ze veelal conservatieve maar ook feministische ideeën propageren.” Extreem-rechtse jongeren vinden het fijn om tot een subcultuur te horen, het wij-gevoel, de erkenning door een groep. Maar ook frustratie en het gebrek aan perspectief speelt een rol, aldus Hieke.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Het anti-fascistische tijdschrift Alert! interviewt een groep antifascisten in Aken, een stad in Nordrhein-Westfalen, vlak over de Limburgse grens. Deze mensen hebben regelmatig te maken met rechtsextreem geweld. Ook in deze westduitse stad manifesteren neonazi’s zich steeds openlijker. “De neonazi-sien probeert zich als jongerensubcultuur te presenteren en heeft zich ook duidelijk verjongd, wat tot uitdrukking komt in de structuren van de ‘Autonome Nationalisten’ (die zich onder andere in de werkgroep Rheinland organiseren), maar ook binnen de NPD en het Kameradschaft Aachener Land (KAL) zijn jongere mensen actief,” zeggen leden van Antifa- Aachen. “Het zijn vooral jonge neo-nazi’s die in toenemende mate de binnenstad van Aken onveilig maken en mensen bedreigen… Natuurlijk zijn er steden waar de neonazi’s zich massaal op richten, zoals nu Dortmund, dus steden waar het fascistisch probleem groter is dan in andere steden. Dat heeft natuurlijk ook te maken met de aanwezigheid van tegenkrachten. Precies zo zijn in het oosten van Duitsland ook steden en streken waar de neonazi’s geen of weinig invloed hebben. Aan de andere kant zijn daar gebieden waar het levensgevaarlijk is als migrant of linkse rond te lopen.”

Stem of voeg toe aan:  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

Modern racisme in een angstig land

donderdag, december 17th, 2009

“Iedereen in dit land mag stemmen wat hij wil, ook op de PVV, maar iedereen heeft ook het recht te zeggen wat hij van een dergelijke keuze vindt,” zegt bijzonder hoogleraar interculturele communicatie Wasif Shadid in Contrast. Shadid neemt binnenkort afscheid van de universiteiten van Leiden en Tilburg. “Laten we ervoor zorgen dat de PVV krimpt tot een dwergbeweging. Laten we er vooral voor zorgen dat deze partij niet salonfähig wordt.”

Volgens Shadid staat de PVV van Wilders voor ‘modern racisme’: “het gebruiken van cultuur of religie om een bepaalde groep uit te sluiten of te stigmatiseren”. Shadid  haalt de uitkomsten aan van het wetenschappelijk onderzoek dat in opdracht van het ministerie van Binnenlandse zaken is geschreven. Daarin staat dat de PVV niet alleen extreemrechts is, maar ook een bedreiging vormt voor de sociale cohesie. Shadid: “Het rapport is van fundamentele betekenis voor het multiculturalismedebat. Door dit rapport kan deze potentiële aanhang [de Wildersaanhangers] later niet zeggen ‘dat hebben wij niet geweten’. Ook biedt het rapport politici een kans om hun standpunten over deze beweging te uiten nu deze wetenschappelijk worden ondersteund.” In dat licht vindt de scheidend hoogleraar het bemoedigend dat er steeds meer partijen en groepen zijn die kleur bekennen en aangeven niet met Wilders te willen samenwerken.

In zijn afscheidsrede zegt Shadid dat zowel de overheid als opinieleiders en media medeverantwoordelijk zijn voor het uit de hand gelopen debat. “We zijn onder invloed van de globalisering een angstig land geworden dat op zoek is naar zijn eigen identiteit en zich daarom afzet tegen allochtonen. De solidariteit met kansarmen en onderdrukten, zowel nationaal als internationaal, is verdwenen. De gevolgen van die verschraling zijn voor de allochtonen voelbaar geworden: er wordt gemeten met twee maten en ze krijgen het nadeel van de twijfel.”

Shadid pleit ervoor op te houden met culturalisering en etnisering. Tweede- en derdegeneratie allochtonen vertegenwoordigen niet meer de cultuur van hun voorouders, zegt de hoogleraar. “Ze lijden juist aan cultuurverlies.”

“Wat we nodig hebben is een soort hoopgevende, iedereen insluitende Obamavisie op het neiwue Nederlandschap, waarin de definitie niet bepaald wordt door cultuur of geboorteland van de (voor)ouders, maar door identificatie met en loyaliteit aan het huidige land en de huidige samenleving.”

Shadid heeft een ‘7-punten plan’:

  • ga voor inclusiebeleid in plaats van uitsluiting: creëer een wij-gevoel
  • definieer het Nederlanderschap anders, niet meer op basis van herkomst
  • ga (modern) racisme strenger tegen
  • bestrijd sociaal-economische achterstand
  • vermijd culturalisering en etnisering
  • wijs anti-islamisme openlijk af
  • bevorder interculturele expertise
Stem of voeg toe aan:  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

Discriminatie moslims in Europa alarmerend

dinsdag, december 15th, 2009

Anti-moslimsentimenten vormen een ernstig probleem in Europa. Te veel Europeanen geloven dat een religieuze identiteit integratie tegenwerkt, terwijl de meeste moslims zich juist sterk identificeren met het stad en het land waarin zij wonen.

Dat stelt het Open Society Institute (OSI) in een vandaag verschenen rapport (pdf). Het rapport is onder meer gebaseerd op tweeduizend diepte-interviews met mensen in elf Europese steden, waaronder Amsterdam en Rotterdam.

Hoewel de meeste moslims al jarenlang in Europese steden wonen, hebben velen te maken met discriminatie en argwaan van autochtone bevolkingsgroepen, aldus OSI. Volgens de stichting toont het rapport echter hoezeer uiteenlopende bevolkingsgroepen dezelfde behoeftes en bezorgdheden vertonen. ,,Het enige waarin zij verschillen, is de manier waarop zij door anderen worden behandeld en waargenomen.”

De OSI pleit in zijn rapport voor maatregelen op regionaal, nationaal en Europees niveau om religieuze discriminatie tegen te gaan. ,,Europa moet haar beloften van een open en inclusieve samenleving waarmaken”, stelde Nazia Hussain van OSI.

YouTube voorvertoningsafbeelding
Stem of voeg toe aan:  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

Extreemrechts steeds meer geaccepteerd door media

donderdag, december 10th, 2009

Pytrik Schafraad, onderzoeker aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, promoveert 11 december op een onderzoek naar de berichtgeving in kranten over extreem-rechts. Zijn conclusies: Kranten in Nederland en Vlaanderen berichten steeds genuanceerder en diverser over uiterst rechts. Maar controversiële thema’s blijven de boventoon voeren. Dat dit zo is heeft  vooral te maken met de partijen zelf, zegt Schafraad: “Fortuyn wilde het eerste artikel van de Grondwet afschaffen, Wilders maakte de film Fitna, wilde het land op slot voor migranten en bedacht de kopvoddentaks”. Dit meldt Wereldjournalisten.nl op haar website.

Schafraad analyseerde ruim vijfduizend berichten in drie verschillende kranten van vergelijkbare signatuur in Nederland, Vlaanderen en Duitsland. Voor Nederland waren dat de Volkskrant, het NRC en De Telegraaf. Voor Vlaanderen de Morgen, de Standaard en het Laatste Nieuws en voor Duitsland de Süddeutsche Zeitung, Frankfurter Allgemeine Zeitung en Bild.

Schafraads onderzoek laat zien dat op het moment dat in Nederland integratie als onderwerp ook door intellectuelen wordt overgenomen en extreemrechtse partijen meer zetels in de Tweede Kamer krijgen, de aandacht voor de deze partijen genuanceerder wordt. In het verkiezingsjaar 1989 bijvoorbeeld wanneer Janmaat in de Tweede Kamer wordt gekozen, is er niet meer dan één keer per week aandacht voor uiterst rechts: in de 3 kranten staan dat jaar 77 berichten over extreemrechtse standpunten.
In de loop van de jaren negentig van de vorige eeuw komt hier verandering in. Integratie is niet langer een exclusief thema voor uiterst rechts. Intellectuelen als Frits Bolkestein en Paul Scheffer domineren het debat. Er komt meer aandacht voor de inhoud en de denkbeelden van de partijen en de berichtgeving wordt gevarieerder.

Na de eeuwwisseling zet deze trend door en raakt vanaf 2003 in een stroomversnelling vanwege de populariteit van Pim Fortuyn. In het verkiezingsjaar 2002 staan er 802 berichten over extreemrechts in de kranten, in 2003 zijn dat er 508. Vanaf 2004 wordt uiterst rechts niet langer beschreven als controversiële buitenstaander, maar halen ze ook de krant met andere thema’s.  Er zijn nog maar 137 berichten over extreemrechtse standpunten.

In 1986 publiceren de kranten gemiddeld één artikel per week over uiterst rechts. Dat aantal groeit naar 3,5/dag in 2002. In dat jaar heeft de Volkskrant gemiddeld 5 artikelen per dag, het NRC iets minder dan 4 en De Telegraaf 1,5. Gemiddeld publiceert De Telegraaf half zoveel artikelen als de andere twee kranten. De Volkskrant en NRC schrijven langere artikelen dan De Telegraaf. Gemiddeld 11 procent van alle artikelen staat op de voorpagina’s.

De drie kranten verschillen ook in focus van berichtgeving: de Volkskrant schrijft minder over de rol van uiterst rechts in de politieke actualiteit (9%) dan het NRC (23%) en De Telegraaf (20%). Volkskrant en NRC schrijven meer over uiterst rechts in juridische conflicten (17 en 16%) dan Telegraaf (11%).
Gemiddeld 27% van de berichten (gemeten over de hele periode) gaat over vreemdelingenangst en exclusionisme: het uitsluiten van etnische minderheden, vluchtelingen en allochtonen (met in 1994 een uitschieter van 51%).

In Vlaanderen wordt het Vlaams Blok in de jaren negentig een steeds grotere en belangrijke partij. Schafraad ziet eenzelfde ontwikkeling als in Nederland. Krantenberichten worden diverser en genuanceerder, maar ook hier domineren controversiële aspecten zoals exclusieve aandacht voor het racisme van de extreemrechtse partij. Beschuldigingen zijn implicieter: media noemen het Vlaams Blok niet langer ondemocratisch, maar ‘niet behorend tot de democratische partijen.’

De Duitse berichtgeving is de afgelopen twintig jaar nauwelijks veranderd: extreemrechtse partijen krijgen nauwelijks media-aandacht. Dat heeft volgens Schafraad te maken met het feit dat ze de kiesdrempel niet halen en met de gevoeligheid vanwege het nationaal-socialistische verleden. Partijen die daar associaties mee oproepen krijgen weinig ruimte in de pers.

Bron: Wereldjournalisten.nl

Stem of voeg toe aan:  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

Tofik Dibi: Integratiedebat is zeau 2001..!

maandag, november 30th, 2009

Het integratiedebat is een bodemloze put, vindt Tofik Dibi. Dibi zit in de Tweede Kamer voor GroenLinks. “Het debat over de multiculturele samenleving leek aan het begin van deze eeuw nog veelbelovend. Maar wat eens een verademing leek, is omgeslagen in een diepe verzuchting. Dat debat gaat niet over de kansen van een nieuwe generatie Nederlanders, maar over apocalyptische angstbeelden van politici die in steeds hardere bewoordingen over elkaar heen buitelen om de gunst van de kiezer. Het wordt tijd voor een nieuwe fase in het integratiedebat.”

Het manifest, Zeau 2001, luidt alsvolgt:

U kent ons niet persoonlijk, maar wij durven te wedden dat u wel over ons heeft gehoord. Misschien wel zo vaak dat het lijkt alsof u ons kent. Wij zijn de hoofdrolspelers in een debat dat ook wel de sociale kwestie van de 21e eeuw wordt genoemd: het integratiedebat.

Een debat dat eens zo veelbelovend begon toen prominente VVD’er Frits Bolkestein op 8 september 1991 welbespraakt zei:

‘De integratie van minderheden is zo’n moeilijk probleem dat het alleen met durf en creativiteit kan worden opgelost. Voor vrijblijvendheid noch taboes is daarbij ruimte. Er is een groot debat nodig waaraan alle politieke partijen deelnemen, over wat mag en wat kan, wat moet en wat anders dreigt.’

Deze terechte oproep was niet aan dovemansoren gericht. Linksbuiten Paul Scheffer kopte begin 2000 Bolkestein’s aftrap het meest opvallend recht in de kruising met het ‘multiculturele drama’. In dit essay vroeg hij zich openlijk af waarom we denken het te kunnen veroorloven generaties migranten te zien mislukken?

Een essentiële vraag. De beantwoording ervan werd ruw verstoord door een wereldwijde wake up call. Een wake up call die zo destructief en overweldigend was, dat de multiculturele samenleving als gezellige smeltkroes onherroepelijk naar het rijk der fabelen werd verwezen: 11 september 2001. Het besef dat de multiculturele samenleving evenzeer de Marokkaanse slager en Turkse groenteboer als de Islamitische terrorist onderdak bood, schoot internationaal diep wortel. Sluimerende angstgevoelens, opgekropte frustraties en rationele bezwaren konden nu eindelijk vrijgelaten worden uit de privacy van onze woon- en bovenkamers zonder dat de racismekaart gespeeld werd. Eindelijk vertelden we elkaar van links tot rechts hardop en haarfijn wat we nou eigenlijk van elkaar vonden. Een verademing.

Maar er ging ook iets kapot.

De ene na de andere politicus betrad het speelveld met hetzelfde integratietrucje: Pim Fortuyn, Ayaan Hirsi Ali, Rita Verdonk en Geert Wilders volgden elkaar in rap tempo op en met elke nieuwe speler werd de boodschap apocalyptischer en schoot het volume omhoog. Van ‘achterlijke cultuur’, naar ‘tsunami’ tot een ‘kopvoddentaks’.

Inmiddels is 2010 in zicht en is die eens zo welkome verademing omgeslagen in een diepe verzuchting. Het integratiedebat dat in 2001 veelbelovend leek, is in 2009 een bodemloze put gebleken. Een dag niet over integratie gepraat, is een dag niet geleefd. Volgens socioloog Willem Schinkel is de term ‘integratie´ zo veel en zo slordig gebruikt, dat de betekenis ervan verdwenen is. Zelfs de trekkende Noord-Afrikaanse nijlgans die de traditionele autochtone Nederlandse gans het leven zuur maakt, wordt geassocieerd met integratie. De bittere realiteit is niet dat we ‘zeggen waar het op staat’, maar dat we vastgelijmd zitten voor een buis, starend naar een beeld dat stilstaat. Gepauzeerd op 5 voor 12. Het integratiedebat is een herhaling van dezelfde doembeelden zonder vooruitgang.

Het integratiedebat is zeau 2001.

Don’t Believe The Hype

Buiten het zicht van de politieke radar is het niet 5 voor 12, maar een nieuwe dag. Een dag die zich kenmerkt door een bloeiende en groeiende nieuwe generatie jonge Nederlanders. Wij zijn onderdeel van deze generatie die het doemscenario uit het integratiedebat lang achter zich heeft gelaten en driftig werkt aan een nieuw en onafhankelijk scenario met plot twists waar The Usual Suspects bij verbleekt.

Wie zich niet los trekt van het stilstaande beeld zal ons niet zien. Voor het ongetrainde oog zijn wij moeilijk zichtbaar, maar wie op play drukt en verder kijkt dan de straattaal, de tattoo, de huidskleur of de oorverdovende I-Pod zal een nieuwe voorhoede aanschouwen. Een voorhoede die haar weg omhoog vindt via sport, politiek en kunst en cultuur en in toenemende mate de middenklasse bevolkt. Wij maken deel uit van een generatie die hecht aan een persoonlijke invulling van haar religie, aan een kritische houding ten aanzien van haar religie en aan een moderne levenswijze. Wij zijn jonge mensen die niet dromen van de jihad, maar van vrijheid en democratie. Niet van de hoek van de straat, maar van die ene opleiding en die felbegeerde baan.

Eenmaal in het vizier weerleggen wij overtuigend de clichés uit het integratiedebat, maar dan moet de schijnwerper wel van moskee naar club en collegezaal. Van gevangeniscel naar voetbalveld. Van statistiek naar karakteristiek. De speaker moet van grootste schreeuwer, zelfbenoemde vertegenwoordiger en extremist naar de doodgewone meerderheid. Alleen dan zal de ongekende potentie van een generatie, die ook de nieuwe Johan Cruijffjes, Joke Smitjes en Jan Wolkersjes telt, benut worden.

Ondertussen is de politiek ziende blind en horende doof. Soms lijkt het er op alsof de politiek ons ook niet wil zien of horen. Wij zijn ontevreden PVV-stemmers, relschoppende niet-westerse allochtonen of fundamentalistische moslims. Daartussenin bevindt zich een groot vacuüm.  Politieke partijen komen niet verder dan als ware marionetten te figureren in de Grote Geertshow. Enerzijds spelen de klassieke middenpartijen een wedstrijdje hard-harder-hardst om verloren kiezers terug te winnen, terwijl anderzijds partijen alleen maar kunnen terugschelden om kiezers te winnen. Partijen die de nuance willen bewaren dreigen in het mediageweld onzichtbaar te worden. Het draait om futiliteiten als satellietschotels, handjesschudden en een Kinderen voor Kinderen liedje.

Begrijp ons niet verkeerd. Het integratiedebat is niet één en al ellende. De mooiste ontdekking van het integratiedebat is de (her)ontdekking van het DNA van Nederland: de vrijheid van meningsuiting, het recht op zelfbeschikking, non-discriminatie, de gelijkheid van man en vrouw en de scheiding van kerk en staat. Dit is wat Nederland, Nederland maakt. Wij dragen de erfelijke informatie in dit DNA vol trots. Maar wat in het debat ontbreekt is een zelfbewust eigentijds verhaal dat aansluit bij onze werkelijkheid. De toepasselijke klassieker van hiphopformatie Public Enemy ‘don’t believe the hype’ is het integratiedebat op het lijf geschreven. Wij staan te springen en te dringen voor een volgende fase in het integratiedebat. Voorbij de H.Y.P.E.

De Volgende Fase

Volgens Paul Scheffer heb je als belangrijkste ingrediënt voor de volgende fase in het integratiedebat nodig:

‘…wat mensen als individu verbindt met anderen. Hoe ze zich ‘samen’ voelen met hun medemensen, ook met mensen uit een ander land of andere cultuur. Die zelf gekozen gevoelsband is veel sterker dan de abstracte notie van een volksgemeenschap die mensen opsluit binnen een door anderen opgelegde gemeenschap of collectiviteit.’

Precies die ‘zelfgekozen gevoelsband’ kenmerkt ons. Wij leggen verbindingen met elkaar dwars door alle barrières heen. Wij opereren niet langs etnische of religieuze lijnen, maar op basis van gedeelde interesses en idealen. Wij hangen in dezelfde scene, volgen dezelfde studie en dromen van dezelfde toekomst. Onze wiegjes schommelden van de kust van de Zwarte Zee tot aan Oud-Zuid, van de hoogtes van het Rifgebergte tot aan het Brabantse Cuijk. In toenemende mate zijn wij kinderen uit gemengde gezinnen. Kinderen die de aanwezigheid van culturele en religieuze verscheidenheid even vanzelfsprekend vinden als ademhalen. Een hoofddoek op stiletto’s. Sproeten met kroeshaar. Geen dubbele, maar een driedubbele nationaliteit.

Wij zijn klaar voor de volgende fase in het integratiedebat en vragen de politiek om ons te volgen.

De toekomst van Nederland ligt besloten in de vrijheid van onze generatie om een baas te zijn. Baas over ons eigen leven. In de volgende fase zijn wij vrij om de hoofddoek af te slingeren of strak om het hoofd te houden. Vrij om naar Suriname of Curaçao te reizen zonder onderworpen te worden aan een 100% controle. 100% vrij om kritiek te leveren op de multiculturele samenleving zonder voor xenofoob of racist uitgemaakt te worden. 100% vrij om xenofobie of racisme te bekritiseren zonder als politiek correct te worden afgeschilderd. Wij willen gevrijwaard zijn van politici die ons elke godganse dag aanspreken op wat we niet zijn en wat we wel zouden moeten doen. Wij weigeren witgewassen te worden tot culturele klonen van de prototype Nederlander zoals die er volgens politiek Den Haag uitziet: een brave burger die op woensdag gehakt eet met het Wilhelmus op de achtergrond heftig discussierend over Sinterklaas die ‘ons’ wordt afgenomen. En wij laten ons net zo min vastketenen in onze ‘eigen gemeenschap’ elke keer als Mohammed of Jermaine Opsporing Verzocht domineren.

Laten we het doemscenario in het integratiedebat nu inruilen voor een nieuw scenario. Een scenario waarin de ongekende potentie van onderwijs, werk, jeugdzorg, kunst, cultuur en sport op de voorgrond staat in plaats van in de aftiteling. Een scenario dat kwaliteit boven kijkcijfers plaatst. Een beeldend verhaal dat inspireert in plaats van frustreert. Wij hebben een begin gemaakt, maar kunnen alleen een succesverhaal van dit scenario maken als iedereen meedoet. De tijd is aangebroken om de politiek wakker te schudden. De tijd is aangebroken voor een volgende fase in het integratiedebat.

Wie doet er mee?

Tofik Dibi (Tweede Kamerlid GroenLinks)
Noortje Thijssen
Saydan Karaman
Joeri Wetters
Kimberly Hintz
Erdal Kiran
Siddeeqah Sharif
Alexander Rontgen
Sabra Dahhan

Het manifest kan hier ondertekend worden.

Stem of voeg toe aan:  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

Jongeren radicaliseren door onrechtvaardigheid, groepsdreiging en onzekerheid

maandag, oktober 12th, 2009

Jongeren zijn eerder geneigd tot radicaal gedrag wanneer zij in hun ogen onrechtvaardig worden behandeld. Ook onzekerheid over zichzelf en groepsdreiging kunnen sympathie voor moslim- of rechts-radicaal gedachtegoed in de hand werken. Dat concludeert Kees van den Bos, hoogleraar Sociale psychologie aan de Universiteit Utrecht, in het rapport (pdf) Waarom jongeren radicaliseren en sympathie krijgen voor terrorisme. Het rapport is geschreven op verzoek van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding, in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het Ministerie van Justitie.

Samen met collega’s Annemarie Loseman en Bertjan Doosje bestudeerde Van den Bos hoe in Nederland levende jongeren denken over moslimradicalisme en rechts-extremistische ideeën. Daartoe werd een internetsurvey afgenomen onder 1341 jongeren. Het blijkt dat sympathie voor moslim- of rechts-radicaal gedachtegoed vooral een grote kans van ontstaan heeft wanneer jongeren denken dat hun groep wordt achtergesteld en daarmee onrechtvaardig wordt behandeld door de samenleving.

Ook groepsdreiging, waarbij een groep zich bedreigd voelt door andere groepen in de samenleving, is een indicator dat jongeren sympathieker over radicalisering kunnen gaan denken. Vooral bij autochtone rechtse jongeren speelt dit een grote rol: zij ervaren veel symbolische bedreiging van hun Nederlandse identiteit door de aanwezigheid van andere culturen in Nederland. Onzekerheid kan eveneens leiden tot radicalisering, maar uit het onderzoek blijkt dat deze factor minder van betekenis is dan onrechtvaardigheid en groepsdreiging. Als gevolg van gevoelens van onrechtvaardigheid, groepsdreiging en onzekerheid, kunnen jongeren boos worden op de maatschappij. Deze negatieve emoties leiden vervolgens mogelijkerwijs tot het daadwerkelijk vertonen van gewelddadig en ander kwetsend gedrag.

Beide groepen geven aan te begrijpen hoe het proces verloopt waardoor iemand terrorist wordt. De radicale moslimjongeren noemen vooral onwetendheid en onvoldoende kennis van de islam binnen hun eigen groep als oorzaak van dit proces. Sommigen denken dat stigmatisering in de media of onderdrukking door ‘het westen’ de basis vormt voor terrorisme onder moslims. De autochtone nationalistische jongeren zoeken de oorzaken vooral extern. Negatieve ervaringen met ‘buitenlanders’ worden door hen genoemd als een belangrijke reden om uiteindelijk rechts-extremistisch geweld te gebruiken. De moslimjongeren en de autochtone rechtse jongeren die deelnamen aan het interview zijn het over een ding met elkaar eens: ze wijzen terrorisme vrijwel allemaal expliciet af.

Stem of voeg toe aan:  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

Beter een soap dan een antiracisme campagne

donderdag, september 24th, 2009

Het voeren van een expliciete antiracisme campagne waarbij over ‘de racisten’ wordt gesproken, werkt contraproductief. Een soap werkt beter, constateert promovendus Floris Müller aan de Universiteit van Amsterdam.

De redactie van de website van Wereldjournalisten stelde de promovendus 5 vragen over zijn onderzoek.

Welke aspecten vormen een belangrijk deel van uw onderzoek?

‘Antiracisme omvat twee tegenstrijdige idealen. Aan de ene kant is er het ideaal van gelijkheid. Aan de andere kant is er het multiculturele ideaal van respect en ruimte voor culturele verschillen tussen mensen. Om die twee doelstellingen gelijktijdig te bewerkstelligen is communicatie, zowel op interpersoonlijk niveau als via de media, een belangrijk hulpmiddel.

‘Voor mijn onderzoek heb ik twee dingen onderzocht. Ten eerste heb ik onderzocht wat mensen van verschillende etnische achtergronden onder racisme verstaan. Wanneer vinden ze iets wel of geen racisme en waar trekken zij de grens? Bijvoorbeeld  racistische, maar niet kwaadbedoelde grappen, racistische spreekkoren op het voetbalveld en het Sinterklaasfeest met de omstreden figuur Zwarte Piet. Voor sommige mensen vallen deze dingen onder racisme, maar voor anderen juist helemaal niet.
Ten tweede heb ik specifiek gekeken naar communicatiecampagnes tegen racisme en voor multiculturele tolerantie en dialoog. Een van de campagnes is het WK Amsterdam, een voetbaltoernooi dat uit 32 teams bestaat die elk een etnische minderheid vertegenwoordigen. Daarnaast heb ik onder andere ook de multiculturele soap Westside van AT5 onder de loep genomen. In die tv-serie leeft de kijker mee met vier families van verschillende etnische achtergronden. De makers hoopten hiermee een positief effect te bewerkstelligen voor etnische minderheden in Nederland zoals de Cosbyshow in Amerika dat heeft gehad voor de zwarten daar. ’

U toont aan dat wanneer expliciet over racisme wordt gesproken in een campagne, overwegend ‘achterhaalde conceptualiseringen van het probleem van racisme’ worden gehanteerd. Wat bedoelt u hiermee?

‘De meeste mensen denken bij racisme direct aan neo-nazi’s en andersoortige extremisten. De meeste mensen vinden zichzelf natuurlijk geen neonazi en denken daarom dat ze weinig bij te dragen hebben aan het oplossen van het probleem van racisme. Maar het probleem van racisme heeft niet alleen te maken met het gedrag van mensen. Het gaat ook om de betekenissen die we aan culturele verschillen geven, wat we als normaal zien en hoe we met zelfs de kleine afwijkingen van de norm omgaan. In de bredere culturele context van  onze maatschappij kunnen bepaalde raciale, etnische en religieuze verschillen als scheidslijnen gaan fungeren en zo de weg vrijruimen voor racistisch gedrag en geweld. Door alleen maar over extremisten te praten wordt het probleem van racisme, en de bredere context daaromheen dat het mogelijk maakt, onterecht gereduceerd tot een klein aantal probleemgevallen.’

U zegt dat campagnes zoals soaps die zich meer richten op het stimuleren van identificatie met andere etnische groepen, meer effectief blijken. Hoe komt dat?

‘Bijvoorbeeld de soap Westside. Het programma geeft mensen de mogelijkheid om inzichten op te doen in hoe andere mensen leven en kunnen zich inleven in andere etnische groepen. De karakters worden op een persoonlijke manier neergezet en omdat bijna de helft moslim is, wordt het voor de kijker makkelijk om zich met een moslim te identificeren. Een opmerkelijke bevinding is dat witte Nederlanderse kijkers van Westside zich, door de identificatie met moslims, minder bedreigd gaan voelen door etnische minderheden.’

Welke belangrijke conclusie is uit uw onderzoek gekomen?

‘Uit mijn onderzoek blijkt dat communicatie een over het algemeen weinig doordacht aspect is van campagnes tegen racisme of voor multiculturele tolerantie en dialoog. Het voeren van een expliciete antiracisme communicatiecampagne waarbij over ‘de racisten’ wordt gesproken werkt bijvoorbeeld contraproductief maar daar zijn de makers zich niet van bewust. Iedereen zal het ermee eens zijn dat je niet racistisch moet zijn en de campagne zal mensen niet aan het denken zetten over hun eigen rol.

‘Een soortgelijk gebrek aan doordenken zie je ook bij campagnes die mensen met elkaar in gesprek proberen te krijgen. Als mensen bij elkaar worden gebracht om met elkaar te praten tijdens bijvoorbeeld het WK Amsterdam voetbaltoernooi of iftarbijeenkomsten wordt er van uitgegaan dat het gesprek vanzelf op een nuttige dialoog uitloopt. Het WK Amsterdam voetbaltoernooi is een mooi festival, maar je ziet dat de verschillende etnische groepen veelal met de eigen groep optrekken. Dat is goed voor de sociale cohesie binnen de groep, maar het doel om verschillende soorten mensen bij elkaar te brengen en in dialoog te brengen over wat hen bindt schiet men dan voorbij.

‘Communicatie tussen personen wordt pas echt interessant wanneer geijkte multiculti-discussies overstegen worden en mensen gaan praten over wat ze persoonlijk in hun eigen leven voor dilemma’s ervaren’

Wat hoopt u dat met uw onderzoek gedaan wordt?

‘Men moet meer nadenken over de manier waarop men mensen kan prikkelen om op een persoonlijke en geëngageerde wijze hun eigen plek in de multiculturele samenleving ter discussie te stellen. Communicatie tussen personen wordt pas echt interessant wanneer geijkte multiculti-discussies overstegen worden en mensen gaan praten over wat ze persoonlijk in hun eigen leven voor dilemma’s ervaren. Het zou mooi zijn als beleidsmakers en communicatiemedewerkers het communicatieproces in campagnes voor anti-racisme, tolerantie en dialoog serieuzer gaan nemen.’

Stem of voeg toe aan:  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner