Archief voor de categorie ‘Racisme’

Tofik Dibi: Integratiedebat is zeau 2001..!

maandag, november 30th, 2009

Het integratiedebat is een bodemloze put, vindt Tofik Dibi. Dibi zit in de Tweede Kamer voor GroenLinks. “Het debat over de multiculturele samenleving leek aan het begin van deze eeuw nog veelbelovend. Maar wat eens een verademing leek, is omgeslagen in een diepe verzuchting. Dat debat gaat niet over de kansen van een nieuwe generatie Nederlanders, maar over apocalyptische angstbeelden van politici die in steeds hardere bewoordingen over elkaar heen buitelen om de gunst van de kiezer. Het wordt tijd voor een nieuwe fase in het integratiedebat.”

Het manifest, Zeau 2001, luidt alsvolgt:

U kent ons niet persoonlijk, maar wij durven te wedden dat u wel over ons heeft gehoord. Misschien wel zo vaak dat het lijkt alsof u ons kent. Wij zijn de hoofdrolspelers in een debat dat ook wel de sociale kwestie van de 21e eeuw wordt genoemd: het integratiedebat.

Een debat dat eens zo veelbelovend begon toen prominente VVD’er Frits Bolkestein op 8 september 1991 welbespraakt zei:

‘De integratie van minderheden is zo’n moeilijk probleem dat het alleen met durf en creativiteit kan worden opgelost. Voor vrijblijvendheid noch taboes is daarbij ruimte. Er is een groot debat nodig waaraan alle politieke partijen deelnemen, over wat mag en wat kan, wat moet en wat anders dreigt.’

Deze terechte oproep was niet aan dovemansoren gericht. Linksbuiten Paul Scheffer kopte begin 2000 Bolkestein’s aftrap het meest opvallend recht in de kruising met het ‘multiculturele drama’. In dit essay vroeg hij zich openlijk af waarom we denken het te kunnen veroorloven generaties migranten te zien mislukken?

Een essentiële vraag. De beantwoording ervan werd ruw verstoord door een wereldwijde wake up call. Een wake up call die zo destructief en overweldigend was, dat de multiculturele samenleving als gezellige smeltkroes onherroepelijk naar het rijk der fabelen werd verwezen: 11 september 2001. Het besef dat de multiculturele samenleving evenzeer de Marokkaanse slager en Turkse groenteboer als de Islamitische terrorist onderdak bood, schoot internationaal diep wortel. Sluimerende angstgevoelens, opgekropte frustraties en rationele bezwaren konden nu eindelijk vrijgelaten worden uit de privacy van onze woon- en bovenkamers zonder dat de racismekaart gespeeld werd. Eindelijk vertelden we elkaar van links tot rechts hardop en haarfijn wat we nou eigenlijk van elkaar vonden. Een verademing.

Maar er ging ook iets kapot.

De ene na de andere politicus betrad het speelveld met hetzelfde integratietrucje: Pim Fortuyn, Ayaan Hirsi Ali, Rita Verdonk en Geert Wilders volgden elkaar in rap tempo op en met elke nieuwe speler werd de boodschap apocalyptischer en schoot het volume omhoog. Van ‘achterlijke cultuur’, naar ‘tsunami’ tot een ‘kopvoddentaks’.

Inmiddels is 2010 in zicht en is die eens zo welkome verademing omgeslagen in een diepe verzuchting. Het integratiedebat dat in 2001 veelbelovend leek, is in 2009 een bodemloze put gebleken. Een dag niet over integratie gepraat, is een dag niet geleefd. Volgens socioloog Willem Schinkel is de term ‘integratie´ zo veel en zo slordig gebruikt, dat de betekenis ervan verdwenen is. Zelfs de trekkende Noord-Afrikaanse nijlgans die de traditionele autochtone Nederlandse gans het leven zuur maakt, wordt geassocieerd met integratie. De bittere realiteit is niet dat we ‘zeggen waar het op staat’, maar dat we vastgelijmd zitten voor een buis, starend naar een beeld dat stilstaat. Gepauzeerd op 5 voor 12. Het integratiedebat is een herhaling van dezelfde doembeelden zonder vooruitgang.

Het integratiedebat is zeau 2001.

Don’t Believe The Hype

Buiten het zicht van de politieke radar is het niet 5 voor 12, maar een nieuwe dag. Een dag die zich kenmerkt door een bloeiende en groeiende nieuwe generatie jonge Nederlanders. Wij zijn onderdeel van deze generatie die het doemscenario uit het integratiedebat lang achter zich heeft gelaten en driftig werkt aan een nieuw en onafhankelijk scenario met plot twists waar The Usual Suspects bij verbleekt.

Wie zich niet los trekt van het stilstaande beeld zal ons niet zien. Voor het ongetrainde oog zijn wij moeilijk zichtbaar, maar wie op play drukt en verder kijkt dan de straattaal, de tattoo, de huidskleur of de oorverdovende I-Pod zal een nieuwe voorhoede aanschouwen. Een voorhoede die haar weg omhoog vindt via sport, politiek en kunst en cultuur en in toenemende mate de middenklasse bevolkt. Wij maken deel uit van een generatie die hecht aan een persoonlijke invulling van haar religie, aan een kritische houding ten aanzien van haar religie en aan een moderne levenswijze. Wij zijn jonge mensen die niet dromen van de jihad, maar van vrijheid en democratie. Niet van de hoek van de straat, maar van die ene opleiding en die felbegeerde baan.

Eenmaal in het vizier weerleggen wij overtuigend de clichés uit het integratiedebat, maar dan moet de schijnwerper wel van moskee naar club en collegezaal. Van gevangeniscel naar voetbalveld. Van statistiek naar karakteristiek. De speaker moet van grootste schreeuwer, zelfbenoemde vertegenwoordiger en extremist naar de doodgewone meerderheid. Alleen dan zal de ongekende potentie van een generatie, die ook de nieuwe Johan Cruijffjes, Joke Smitjes en Jan Wolkersjes telt, benut worden.

Ondertussen is de politiek ziende blind en horende doof. Soms lijkt het er op alsof de politiek ons ook niet wil zien of horen. Wij zijn ontevreden PVV-stemmers, relschoppende niet-westerse allochtonen of fundamentalistische moslims. Daartussenin bevindt zich een groot vacuüm.  Politieke partijen komen niet verder dan als ware marionetten te figureren in de Grote Geertshow. Enerzijds spelen de klassieke middenpartijen een wedstrijdje hard-harder-hardst om verloren kiezers terug te winnen, terwijl anderzijds partijen alleen maar kunnen terugschelden om kiezers te winnen. Partijen die de nuance willen bewaren dreigen in het mediageweld onzichtbaar te worden. Het draait om futiliteiten als satellietschotels, handjesschudden en een Kinderen voor Kinderen liedje.

Begrijp ons niet verkeerd. Het integratiedebat is niet één en al ellende. De mooiste ontdekking van het integratiedebat is de (her)ontdekking van het DNA van Nederland: de vrijheid van meningsuiting, het recht op zelfbeschikking, non-discriminatie, de gelijkheid van man en vrouw en de scheiding van kerk en staat. Dit is wat Nederland, Nederland maakt. Wij dragen de erfelijke informatie in dit DNA vol trots. Maar wat in het debat ontbreekt is een zelfbewust eigentijds verhaal dat aansluit bij onze werkelijkheid. De toepasselijke klassieker van hiphopformatie Public Enemy ‘don’t believe the hype’ is het integratiedebat op het lijf geschreven. Wij staan te springen en te dringen voor een volgende fase in het integratiedebat. Voorbij de H.Y.P.E.

De Volgende Fase

Volgens Paul Scheffer heb je als belangrijkste ingrediënt voor de volgende fase in het integratiedebat nodig:

‘…wat mensen als individu verbindt met anderen. Hoe ze zich ‘samen’ voelen met hun medemensen, ook met mensen uit een ander land of andere cultuur. Die zelf gekozen gevoelsband is veel sterker dan de abstracte notie van een volksgemeenschap die mensen opsluit binnen een door anderen opgelegde gemeenschap of collectiviteit.’

Precies die ‘zelfgekozen gevoelsband’ kenmerkt ons. Wij leggen verbindingen met elkaar dwars door alle barrières heen. Wij opereren niet langs etnische of religieuze lijnen, maar op basis van gedeelde interesses en idealen. Wij hangen in dezelfde scene, volgen dezelfde studie en dromen van dezelfde toekomst. Onze wiegjes schommelden van de kust van de Zwarte Zee tot aan Oud-Zuid, van de hoogtes van het Rifgebergte tot aan het Brabantse Cuijk. In toenemende mate zijn wij kinderen uit gemengde gezinnen. Kinderen die de aanwezigheid van culturele en religieuze verscheidenheid even vanzelfsprekend vinden als ademhalen. Een hoofddoek op stiletto’s. Sproeten met kroeshaar. Geen dubbele, maar een driedubbele nationaliteit.

Wij zijn klaar voor de volgende fase in het integratiedebat en vragen de politiek om ons te volgen.

De toekomst van Nederland ligt besloten in de vrijheid van onze generatie om een baas te zijn. Baas over ons eigen leven. In de volgende fase zijn wij vrij om de hoofddoek af te slingeren of strak om het hoofd te houden. Vrij om naar Suriname of Curaçao te reizen zonder onderworpen te worden aan een 100% controle. 100% vrij om kritiek te leveren op de multiculturele samenleving zonder voor xenofoob of racist uitgemaakt te worden. 100% vrij om xenofobie of racisme te bekritiseren zonder als politiek correct te worden afgeschilderd. Wij willen gevrijwaard zijn van politici die ons elke godganse dag aanspreken op wat we niet zijn en wat we wel zouden moeten doen. Wij weigeren witgewassen te worden tot culturele klonen van de prototype Nederlander zoals die er volgens politiek Den Haag uitziet: een brave burger die op woensdag gehakt eet met het Wilhelmus op de achtergrond heftig discussierend over Sinterklaas die ‘ons’ wordt afgenomen. En wij laten ons net zo min vastketenen in onze ‘eigen gemeenschap’ elke keer als Mohammed of Jermaine Opsporing Verzocht domineren.

Laten we het doemscenario in het integratiedebat nu inruilen voor een nieuw scenario. Een scenario waarin de ongekende potentie van onderwijs, werk, jeugdzorg, kunst, cultuur en sport op de voorgrond staat in plaats van in de aftiteling. Een scenario dat kwaliteit boven kijkcijfers plaatst. Een beeldend verhaal dat inspireert in plaats van frustreert. Wij hebben een begin gemaakt, maar kunnen alleen een succesverhaal van dit scenario maken als iedereen meedoet. De tijd is aangebroken om de politiek wakker te schudden. De tijd is aangebroken voor een volgende fase in het integratiedebat.

Wie doet er mee?

Tofik Dibi (Tweede Kamerlid GroenLinks)
Noortje Thijssen
Saydan Karaman
Joeri Wetters
Kimberly Hintz
Erdal Kiran
Siddeeqah Sharif
Alexander Rontgen
Sabra Dahhan

Het manifest kan hier ondertekend worden.

Jongeren radicaliseren door onrechtvaardigheid, groepsdreiging en onzekerheid

maandag, oktober 12th, 2009

Jongeren zijn eerder geneigd tot radicaal gedrag wanneer zij in hun ogen onrechtvaardig worden behandeld. Ook onzekerheid over zichzelf en groepsdreiging kunnen sympathie voor moslim- of rechts-radicaal gedachtegoed in de hand werken. Dat concludeert Kees van den Bos, hoogleraar Sociale psychologie aan de Universiteit Utrecht, in het rapport (pdf) Waarom jongeren radicaliseren en sympathie krijgen voor terrorisme. Het rapport is geschreven op verzoek van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding, in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het Ministerie van Justitie.

Samen met collega’s Annemarie Loseman en Bertjan Doosje bestudeerde Van den Bos hoe in Nederland levende jongeren denken over moslimradicalisme en rechts-extremistische ideeën. Daartoe werd een internetsurvey afgenomen onder 1341 jongeren. Het blijkt dat sympathie voor moslim- of rechts-radicaal gedachtegoed vooral een grote kans van ontstaan heeft wanneer jongeren denken dat hun groep wordt achtergesteld en daarmee onrechtvaardig wordt behandeld door de samenleving.

Ook groepsdreiging, waarbij een groep zich bedreigd voelt door andere groepen in de samenleving, is een indicator dat jongeren sympathieker over radicalisering kunnen gaan denken. Vooral bij autochtone rechtse jongeren speelt dit een grote rol: zij ervaren veel symbolische bedreiging van hun Nederlandse identiteit door de aanwezigheid van andere culturen in Nederland. Onzekerheid kan eveneens leiden tot radicalisering, maar uit het onderzoek blijkt dat deze factor minder van betekenis is dan onrechtvaardigheid en groepsdreiging. Als gevolg van gevoelens van onrechtvaardigheid, groepsdreiging en onzekerheid, kunnen jongeren boos worden op de maatschappij. Deze negatieve emoties leiden vervolgens mogelijkerwijs tot het daadwerkelijk vertonen van gewelddadig en ander kwetsend gedrag.

Beide groepen geven aan te begrijpen hoe het proces verloopt waardoor iemand terrorist wordt. De radicale moslimjongeren noemen vooral onwetendheid en onvoldoende kennis van de islam binnen hun eigen groep als oorzaak van dit proces. Sommigen denken dat stigmatisering in de media of onderdrukking door ‘het westen’ de basis vormt voor terrorisme onder moslims. De autochtone nationalistische jongeren zoeken de oorzaken vooral extern. Negatieve ervaringen met ‘buitenlanders’ worden door hen genoemd als een belangrijke reden om uiteindelijk rechts-extremistisch geweld te gebruiken. De moslimjongeren en de autochtone rechtse jongeren die deelnamen aan het interview zijn het over een ding met elkaar eens: ze wijzen terrorisme vrijwel allemaal expliciet af.

Beter een soap dan een antiracisme campagne

donderdag, september 24th, 2009

Het voeren van een expliciete antiracisme campagne waarbij over ‘de racisten’ wordt gesproken, werkt contraproductief. Een soap werkt beter, constateert promovendus Floris Müller aan de Universiteit van Amsterdam.

De redactie van de website van Wereldjournalisten stelde de promovendus 5 vragen over zijn onderzoek.

Welke aspecten vormen een belangrijk deel van uw onderzoek?

‘Antiracisme omvat twee tegenstrijdige idealen. Aan de ene kant is er het ideaal van gelijkheid. Aan de andere kant is er het multiculturele ideaal van respect en ruimte voor culturele verschillen tussen mensen. Om die twee doelstellingen gelijktijdig te bewerkstelligen is communicatie, zowel op interpersoonlijk niveau als via de media, een belangrijk hulpmiddel.

‘Voor mijn onderzoek heb ik twee dingen onderzocht. Ten eerste heb ik onderzocht wat mensen van verschillende etnische achtergronden onder racisme verstaan. Wanneer vinden ze iets wel of geen racisme en waar trekken zij de grens? Bijvoorbeeld  racistische, maar niet kwaadbedoelde grappen, racistische spreekkoren op het voetbalveld en het Sinterklaasfeest met de omstreden figuur Zwarte Piet. Voor sommige mensen vallen deze dingen onder racisme, maar voor anderen juist helemaal niet.
Ten tweede heb ik specifiek gekeken naar communicatiecampagnes tegen racisme en voor multiculturele tolerantie en dialoog. Een van de campagnes is het WK Amsterdam, een voetbaltoernooi dat uit 32 teams bestaat die elk een etnische minderheid vertegenwoordigen. Daarnaast heb ik onder andere ook de multiculturele soap Westside van AT5 onder de loep genomen. In die tv-serie leeft de kijker mee met vier families van verschillende etnische achtergronden. De makers hoopten hiermee een positief effect te bewerkstelligen voor etnische minderheden in Nederland zoals de Cosbyshow in Amerika dat heeft gehad voor de zwarten daar. ’

U toont aan dat wanneer expliciet over racisme wordt gesproken in een campagne, overwegend ‘achterhaalde conceptualiseringen van het probleem van racisme’ worden gehanteerd. Wat bedoelt u hiermee?

‘De meeste mensen denken bij racisme direct aan neo-nazi’s en andersoortige extremisten. De meeste mensen vinden zichzelf natuurlijk geen neonazi en denken daarom dat ze weinig bij te dragen hebben aan het oplossen van het probleem van racisme. Maar het probleem van racisme heeft niet alleen te maken met het gedrag van mensen. Het gaat ook om de betekenissen die we aan culturele verschillen geven, wat we als normaal zien en hoe we met zelfs de kleine afwijkingen van de norm omgaan. In de bredere culturele context van  onze maatschappij kunnen bepaalde raciale, etnische en religieuze verschillen als scheidslijnen gaan fungeren en zo de weg vrijruimen voor racistisch gedrag en geweld. Door alleen maar over extremisten te praten wordt het probleem van racisme, en de bredere context daaromheen dat het mogelijk maakt, onterecht gereduceerd tot een klein aantal probleemgevallen.’

U zegt dat campagnes zoals soaps die zich meer richten op het stimuleren van identificatie met andere etnische groepen, meer effectief blijken. Hoe komt dat?

‘Bijvoorbeeld de soap Westside. Het programma geeft mensen de mogelijkheid om inzichten op te doen in hoe andere mensen leven en kunnen zich inleven in andere etnische groepen. De karakters worden op een persoonlijke manier neergezet en omdat bijna de helft moslim is, wordt het voor de kijker makkelijk om zich met een moslim te identificeren. Een opmerkelijke bevinding is dat witte Nederlanderse kijkers van Westside zich, door de identificatie met moslims, minder bedreigd gaan voelen door etnische minderheden.’

Welke belangrijke conclusie is uit uw onderzoek gekomen?

‘Uit mijn onderzoek blijkt dat communicatie een over het algemeen weinig doordacht aspect is van campagnes tegen racisme of voor multiculturele tolerantie en dialoog. Het voeren van een expliciete antiracisme communicatiecampagne waarbij over ‘de racisten’ wordt gesproken werkt bijvoorbeeld contraproductief maar daar zijn de makers zich niet van bewust. Iedereen zal het ermee eens zijn dat je niet racistisch moet zijn en de campagne zal mensen niet aan het denken zetten over hun eigen rol.

‘Een soortgelijk gebrek aan doordenken zie je ook bij campagnes die mensen met elkaar in gesprek proberen te krijgen. Als mensen bij elkaar worden gebracht om met elkaar te praten tijdens bijvoorbeeld het WK Amsterdam voetbaltoernooi of iftarbijeenkomsten wordt er van uitgegaan dat het gesprek vanzelf op een nuttige dialoog uitloopt. Het WK Amsterdam voetbaltoernooi is een mooi festival, maar je ziet dat de verschillende etnische groepen veelal met de eigen groep optrekken. Dat is goed voor de sociale cohesie binnen de groep, maar het doel om verschillende soorten mensen bij elkaar te brengen en in dialoog te brengen over wat hen bindt schiet men dan voorbij.

‘Communicatie tussen personen wordt pas echt interessant wanneer geijkte multiculti-discussies overstegen worden en mensen gaan praten over wat ze persoonlijk in hun eigen leven voor dilemma’s ervaren’

Wat hoopt u dat met uw onderzoek gedaan wordt?

‘Men moet meer nadenken over de manier waarop men mensen kan prikkelen om op een persoonlijke en geëngageerde wijze hun eigen plek in de multiculturele samenleving ter discussie te stellen. Communicatie tussen personen wordt pas echt interessant wanneer geijkte multiculti-discussies overstegen worden en mensen gaan praten over wat ze persoonlijk in hun eigen leven voor dilemma’s ervaren. Het zou mooi zijn als beleidsmakers en communicatiemedewerkers het communicatieproces in campagnes voor anti-racisme, tolerantie en dialoog serieuzer gaan nemen.’

Justitie vervolgt rechtsextremistische site Stormfront

dinsdag, september 8th, 2009

Justitie vervolgt twee mannen die discriminerende teksten op de rechts-extremistische site Stormfront zouden hebben gezet. De verdachten (37 en 43 jaar) moeten zich op donderdag 17 september voor de rechtbank in Amsterdam verantwoorden. Onder de bijnamen Full of Pride en Cicero zouden ze in 2006 en 2007 uitlatingen hebben gedaan die beledigend zijn voor joden en zwarten. Ook zou een van hen een joodse vrouw hebben bedreigd.

Bijna vijf jaar geleden heeft CIDI, het Centrum Informatie en Documentatie Israël, het ministerie van Justitie verzocht om op te treden tegen Stormfront. CIDI stuurde op 17 november 2004 een ‘brandbrief’ aan de minister van Justitie over de activiteiten van Stormfront. Deze brief werd later door het Openbaar Ministerie als een reguliere aangifte behandeld. In de brief werd melding gedaan van de vele discriminerende/antisemitische uitspraken en regelrechte bedreigingen met geweld (onder andere tegen CIDI) op het forum van de website.

Volgens het Openbaar Ministerie slaagde de politie er in eerste instantie niet in om “identificeerbare verdachten” te vinden. Maar uiteindelijk is het toch gelukt om vier verdachten in beeld te krijgen. Bij deze personen zijn op 19 september 2007 huiszoekingen gedaan, waarbij onder meer computers en documenten in beslag werden genomen. Er werden geen aanhoudingen verricht. Tegen twee van de vier verdachten is echter genoeg bewijs gevonden om vervolging te kunnen instellen. De zitting is op 17 september in de rechtbank van Amsterdam.

De twee verdachten worden beschuldigd van meerdere strafbare feiten: het plaatsen van een antisemitische tekst op de website, het bedreigen van een Joodse journaliste en het zich beledigend uitlaten over Joden en negroïde personen.
De ‘poster’ (de persoon die berichten op een forum plaatst) die zal worden vervolgd is op de Stormfront-website bekend onder de naam ‘Cicero’. Hij wordt naar zeggen van het Openbaar Ministerie gedagvaard voor vier feiten. Feit 1: het plaatsen van de antisemitische tekst: “De Jahoed is een parasitair wezen zonder besef van ecologie. Vandaar milieuvervuilende judeo-plutocratie en judeo-marxisme. Jahoed tot veevoer verwerken en de biologische basis van non-ecologisch economisch bezig zijn is opgeheven. In plaats van te betogen tegen kernenergie kunnen de groene jongens beter betogen tegen Jahoed. Ook de roofbouw op de oceaan geeft blijk van een Jahoed-mentaliteit. Kortom, de varkenshouderij kan circa 15 miljoen eenheden tegemoet zien. Als de biologische basis van het roofbouwplutocratisme is vernietigd zal de roofbouwplutocratie-mentaliteit vanzelf beginnen af te sterven.” Feit 2: betreft een bedreiging aan een Joodse journaliste: “we komen jou en je kindertjes ophalen. Tsjoeke-tsjoeke tuut-tuut!”. Feiten 3 en 4 betreffen het beledigend uitlaten over Joden en/of negroïde personen. In die berichten wordt gesteld dat Auschwitz nodig blijft ter zelfverdediging en dat ‘roetmoppen’ met een banaan de boom in horen.

De tweede verdachte, de ‘moderator’ (de persoon die het forum beheert), zal worden gedagvaard voor het plaatsen/of geplaatst houden van de onder feit 1 genoemde tekst. Daarnaast wordt hij vervolgd voor het plaatsen en/of geplaatst houden van de tekst: “De echte sluwe criminaliteit komt niet van welk ander volk behalve van het zionisme. De joden zijn het gevaarlijkste subras voor onze maatschappij”.

Leden van de site van Stormfront hebben het ook gemunt op het Friese topmodel Doutzen Kroes. Nadat bekend werd dat Doutzen een relatie had met een zwarte Amerikaanse dj werd het forum van Stormfront gevuld met racistische teksten, waarin onder andere een koppeling wordt gelegd tussen “negers en joden”.

Stormfront is een neo-nazistische en rechtsextremistische site, die afkomstig is vanuit de Verenigde Staten. De racistische organisatie heeft wereldwijd afdelingen, waaronder Nederland. De site bestaat uit een forum, waar op over diverse onderwerpen – alleen racistische en antisemitische – wordt gediscussieerd.

Media beoordeelt islamitisch geweld anders dan christelijk geweld

maandag, juli 13th, 2009

“Wat zou er gebeuren wanneer een zwangere Duitse vrouw in Egypte werd neergestoken,” is de vraag die een Egyptische blogger stelt na de moord op een islamitische vrouw door een rechtsextremist in Duitsland. Krijgt die moord minder aandacht in de (internationale) pers dan als een Westerse vrouw zou zijn vermoord door een moslim? Meet de media met twee maten als het gaat om rechtsradicaal geweld en moslimgeweld? Wordt christelijk-fundamentalistische terreur genuanceerder behandeld dan islamitisch terrorisme?

Dan Mathewson, assistent-professor Religiestudies aan Wofford College, Spartanburg (South-Carolina) meent van wel. Op Religion Dispatches schrijft hij hoe de Amerikaanse media twee religieus geïnspireerde schietpartijen totaal verschillend belichten. Scott Roeder, een anti-abortus activist, vermoordde op 31 mei George Tiller, abortusarts in Kansas. Roeder was in de jaren negentig van de vorige eeuw lid van een aantal radicaal-rechtse organisaties en van de christelijke anti-abortus beweging Operation Rescue. Bovendien had Roeder contact met Donald Spitz, de oprichter van de extremistische anti-abortus organisatie Army of God. Dat Roeder ook actief was in fundamentalistische christelijke kringen wisten de Amerikaanse media te verdoezelen of te verzwijgen, aldus Mathewson.

Hoe anders was de berichtgeving van de moord op de Amerikaanse militair William Long op 1 juni in Little Rock (Arkansas). De moordenaar is Abdulhakim Mujahid Muhammad, die in alle media wordt getypeerd als een “Amerikaan die bekeerd is tot de islam”. Alle verbindingen met het moslimgeloof van Muhammad worden door de Amerikaanse media uit ten treure beschreven: zijn bekering, zijn naamsverandering, zijn bezoek aan Jemen, de interesse van de FBI voor de niet bewezen connecties van Muhammad met radicaal islamitische groeperingen.

Een klein onderzoek naar de berichtgeving over de twee schietpartijen in de Nederlandse media laten eenzelfde eenzijdigheid zien. De mogelijke invloed van christelijke haatpredikers op Scott Roeder wordt door de Nederlandse kranten en weekbladen niet belicht. Verwijzingen naar zijn fundamentalistische activiteiten worden nauwelijks genoemd.
De moordaanslag van Abdulhakim Mujahid Muhammad haalde de grote Nederlandse kranten niet. Maar diverse weblogs, zoals Nieuw Religieus Peil, berichtten wel over “moslimbekeerling” Muhammad.

Dat was tien dagen eerder wel anders. Toen berichtten alle media over de verijdelde aanslag in New York op een synagoge, vliegveld JFK en een militaire basis. De radicaal-islamitische achtergronden en motieven van de vier verdachten werden nadrukkelijk genoemd.

Heeft Hisham Maged, de Egyptische blogger, dan toch gelijk?

Racistisch geweld in Duitsland en de V.S. doodgezwegen

maandag, juli 13th, 2009

Op 1 juli werd Duitsland opgeschrikt door de moord op Marwa al-Sherbini (32). Hoewel, opgeschrikt? De moord haalde niet de internationale media. Alleen via het internet vond het nieuws haar weg over de wereld. Op Wereldjournalisten vertolkt Sarah Noor haar woede over de slachtpartij en het zwijgen van de media erover.

Op 1 juli vermoordt de extreem-rechtse Alex W. met 18 messteken de van oorsprong Egyptische Al-Sherbini. In augustus 2008 werd de Egyptische op straat in Dresden door Alex W. voor ‘hoer’ en ‘terrorist’ uitgemaakt omdat ze een hoofddoek droeg. Zij pikte dit niet en diende een aanklacht in. In juli 2009 vond de hoorzitting plaats waar de zwangere Marwa, haar zoon van drie en haar man aanwezig waren. De dader moest een boete van 2.800 euro betalen voor het maken van racistische opmerkingen. Alex W. heeft in zijn woede de vrouw met een mes aangevallen en haar 18 keer gestoken met de dood als gevolg. Ook haar man en de mensen er om heen raakten gewond. Dit alles is gebeurd voor de ogen van haar driejarig kind en binnen de vier muren van vrouwe Justitiae.

Sarah Noor schrijft: “Waarom heeft dit bericht niet de headlines gehaald? Heeft Fox News of Sky News hierover bericht? Waarom heeft niemand gedemonstreerd tegen de Duitse politiek die pas na een week Egypte haar excuses aanbood? Waarom zijn er geen stille tochten gehouden en geen kransen gelegd en kaarsen gebrand? Waarom is er geen ophef ontstaan? En wie bepaalt wanneer er wel of geen ophef gemaakt moet worden?
Is dit immers geen daad voortgekomen uit racisme en xenofobie? Hoe zou het geweest zijn als een extreem islamitische man een Duitse lesbische vrouw 18 keer had doodgestoken? Of een joodse vrouw? Is er dan wel sprake van racisme en haat? Is het verlies van één gekleurde mensenleven minder waard dan het verlies van een niet gekleurde mensenleven?”

Een week na de aanslag bericht de Nederlandse media over de zaak, maar dan vanwege de ophef die er is onstaan over het gebrek aan media-aandacht. Trouw laat Grietje Keller van het Internationaal Informatiecentrum en Archief voor de Vrouwenbeweging (IIAV) aan het woord. Volgens haar vergroot de gebrekkige berichtgeving de kloof tussen moslims en niet-moslims. “Je hebt enerzijds mensen die het Arabische nieuws volgen, zoals bijvoorbeeld Marokkaanse Nederlanders en Irakese Koerden, en overspoeld worden met nieuws over deze zaak. Anderzijds zijn er de mensen die de Arabische media niet volgen. Ze weten nauwelijks wat er in Duitsland aan de hand is maar weten vooral niet wat er speelt bij de groep die de Arabische media wel volgt.”

Shabana Mir van de Universiteit van Oklahoma schrijft op Religion Dispatches dat de moord op Marwa Sherbini een verontrustende trend laat zien. “Het is blijkbaar okay om moslims te haten.” Alex W. was not a ‘lone wolf’ and many xenophobic groups are no longer quite fringe. This is disturbing to all Europeans. The doors of hatred do not operate singly. One door of hatred opens multiple doors. Non-Muslim immigrants and minorities should not reassure themselves that the focus on Muslims and their clothes will work to their advantage. Minorities often perceive tolerance and acceptance as limited commodities: if handed out to others, there’s not enough left for them. So they think it’s a good sign for them when one group gets to be branded. Sadly, this does not limit the damage. It’s merely a sign that the disease is spreading across the bodypolitic.”

Op Qantare.de beschrijft Amira El Ahl, oud-correspondent van Der Spiegel in Caïro, hoe het nieuws over de moord in Egypte werd ontvangen. Egyptische kranten, internet en televisie staan geheel in het teken van de moord op Marwa Sherbini en het anti-islam klimaat in Europa. Voor de Duitse ambassade werden demonstraties gehouden, waarbij “Terrorist, terrorist” werd gescandeerd. “Wat zou er gebeuren wanneer een zwangere Duitse vrouw in Egypte werd neergestoken,” citeert El Ahl de Egyptische blogger Hisham Maged. Het Egyptische publiek eert Sherbini als de “hoofddoek martelares”. Duizenden bezochten haar begrafenis in Alexandrië, de geboorteplaats van Sherbini.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Meer nieuws over racistisch geweld dat de (Nederlandse) media niet haalt komt van de  Southern Poverty Law Center. In een brief aan het Amerikaanse Congres vraagt het centrum aandacht voor de verontrustende stijging van het aantal rechtsextremisten dat dienst neemt in het Amerikaanse leger. Het SPLC vreest dat racisten het leger gebruiken als trainingskamp voor toekomstige terroristische aanslagen in de Verenigde Staten. Het centrum wijst de senatoren erop dat sinds 1994 12.500 militairen op non-actief zijn gesteld vanwege hun homoseksualiteit. “Het lijkt erop dat het Pentagon[Amerikaans ministerie van Defensie] homoseksualiteit als een groter gevaar voor de samenleving beschouwt dan neo-nazi’s en andere ‘white supremacists’.”