Archief voor de categorie ‘Recht’

Homo-acceptatie Marokkanen met stapjes vooruit

donderdag, februari 2nd, 2012

De negatieve houding ten opzichte van homoseksualiteit in de Marokkaanse gemeenschap moet verdwijnen, vindt het Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders (SMN). Niet alleen om Marokkanen te helpen de weg te vinden in de Nederlandse samenleving, maar ook omdat Marokkaans-Nederlandse homoseksuele, biseksuele lesbische en transgender jongeren in hun gemeenschap in de knel komen.

Met de aanbieding van het rapport “Op zoek naar balans, homo-emancipatie onder Marokkaanse Nederlanders” sloot het SMN gisteren een drie jaar lopend project af.
 
Drie jaar lang werd er in de Marokkaanse gemeenschap gediscussieerd. Door jongeren, ouderen en met religieuze leiders. Aanvankelijk reageerde een deel van de achterban van het SMN negatief op het thema van het programma, maar de initiatiefnemers zetten door. “In de sfeer van respect voor elkaars vrijheid en identiteit moeten we durven spreken over homogeweld en discriminatie.”
 
Rekening houdend met de gangbare opvattingen in de gemeenschap bewoog SMN zich door het mijnenveld van vooroordelen en misvattingen. In bedekte termen werden dialoogbijeenkomsten en theater stukken over ‘seksuele diversiteit’ aangekondigd. Wie te ver voor de troepen vooruitloopt, zoals Ahmed Marcouch wel eens wordt verweten, verliest de achterban die hij nu juist wil overtuigen. “Marcouch gebruikt zijn bekendheid om een minderheidsstandpunt te verkondigen”, zegt Hasib Moukaddim van SMN. “ Dat kan. Wij willen de kritische massa in de gemeenschap aanboren om te praten, begrip te kweken en tot acceptatie te komen.”
 
Langzaam  ontstond er meer openheid. Voor een deelneemster aan een dialoogbijeenkomst viel ineens het gedrag van een vriendin, veertig jaar geleden, op zijn plaats. Voor het eerst spraken ouders en jongeren openlijk over homoseksualiteit. Soms in termen van ziekte en zonde, maar vaak ook in de overtuiging dat oordelen aan Allah is. Na een geanimeerde discussie in Amsterdam Nieuw-West spraken buurtbewoners af dat iedereen mag vinden wat hij vindt, maar dat iedereen zich in de wijk veilig moet voelen en zich moet kunnen uiten. Abdelkader Salhi van Attanmia, een van de partners het project, benadrukt het belang van openheid in het gezin. “ Hoe je over de ander praat heeft echt met je opvoeding te maken.”
 
Verlichtingsfundamentalisme
 
De aanname dat de islam homoacceptatie in de weg staat is te gemakkelijk, vinden deelnemende organisaties. Religie is ingebed in cultuur, en die is veel breder. “Homo-vijandigheid heeft ook te maken met hoe je aankijkt tegen mannelijkheid, vrouwelijkheid en voortplanting”, zegt socioloog Laurens Buijs, en komt in alle bevolkingsgroepen voor.” Onderzoek van onder meer Buijs en Duyvendak toont aan dat daders van geweld tegen homo’s niet ‘voornamelijk door moslims, met name Marokkanen’ wordt gepleegd zoals de PVV beweert.
 
Ook Nederland krijgt een veeg uit de pan: “Nederlanders zijn homo’s gaan zien als de grote verliezers van de multiculturele samenleving”, schijft Buijs in de SMN publicatie. Hij hekelt het ‘verlichtingsfundamentalisme’ . “De homo-emancipatie werd in Nederland als voltooid beschouwd totdat migranten (met name moslims) roet in het eten gooiden omdat zij geen kaas hebben gegeten van ‘onze’ verlichtingsidealen. Fijntjes wijst Buijs erop dat homotolerantie niet in de Nederlandse genen verankerd zit . Tot 1971 konden homo’s strafrechtelijk worden vervolgd. En de helft van de VVD-fractie stemde in 1996 nog tegen het homohuwelijk.
 
Uit de kast?
 
Voor emancipatie van homo’s bestaat geen blauwdruk. Waar voor Nederlanders ‘uit de kast komen’ het ultieme doel lijkt te zijn, ligt dat onder Marokkaanse homojongeren niet zo scherp. Zij maken zich zorgen om het geluk van hun ouders en willen niet confronteren, maar verzoenen. Een reden waarom allochtone homo’s zich vaak niet thuis voelen bij het activistische COC. De Marokkaanse homojongeren in het panel in Rasa zijn allemaal uit de kast, zij het dat sommigen daar een hoge prijs voro betaalden. Zij zouden niet zomaar iedereen adviseren met zijn geaardheid naar buiten te komen. “Het is maatwerk”, zegt Mohammed Chaibi, “iedereen kent zijn eigen familie het beste.” Ikram Daaraoui voegt toe: “Het hangt ook af van hoe sterk je bent en hoe groot je netwerk is. Steun van anderen wanneer je besluit uit de kast te komen is heel belangrijk.”
 
Of ze er nooit genoeg van heeft om altijd maar door het leven te gaan met het etiket ‘Ikram, de Marokkaanse lesbienne’ terwijl een mens meer is dan zijn geaardheid. “Tja, Ikram is Marokkaans en Ikram is lesbisch”, zegt ze . “ Zolang het nodig is moet dat gezegd worden.”
 
‘Het is niet jouw taak om liefde te zeken, maar om binnen jezelf alle barrières te zoeken en te vinden die je ertegen hebt opgebouwd’ citeert het SMN de Perzische denker Rumi. De kritische massa is in beweging gekomen. Langzaam.

Bron: Wereldjournalisten

Mysteryguests gaan discriminiatie peilen in de uitzendbranche

donderdag, januari 19th, 2012

Staatssecretaris De Krom van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft positief gereageerd op de de aanpak van de brancheorganisaties van uitzendbureaus om discriminatie in deze sector tegen te gaan. Vanochtend sprak de staatssecretaris met de Algemene Bond Uitzendondernemingen, de Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen, en vertegenwoordigers van het Landelijk Overleg Minderheden over de maatregelen tegen discriminatie. Staatssecretaris De Krom: “Discriminatie heeft een lelijk gezicht. Discriminatie is onacceptabel en dient met kracht te worden voorkomen en bestreden”. Alle partijen die aan tafel zaten zijn het hierover eens. De staatssecretaris is van mening dat de aanpak van discriminatie op de arbeidsmarkt primair de verantwoordelijkheid is van werkgevers, werknemers en etnische minderheden zelf.

Het overleg vond plaats naar aanleiding van een onderzoek vorig jaar van twee studenten van de Vrije Universiteit waaruit blijkt dat uitzendbureaus in ruim 75 procent van de gevallen ingaan op verzoeken van werkgevers om geen allochtone werknemers te leveren.

De brancheorganisaties hebben een pakket aan maatregelen aangekondigd om discriminatie binnen de branche tegen te gaan. Zo zal onder meer de mate waarin discriminatie voorkomt periodiek worden onderzocht, bijvoorbeeld door het inzetten van ‘mystery guests’. De brancheorganisaties gaan hun leden informeren middels trainingen en workshops – in samenwerking met LOM-partners – normeren en vervolgens scherp controleren.

Tot slot maken de brancheorganisaties zich hard om een bepaling over discriminatie op te laten nemen in de zogeheten code Stichting Normering Arbeid. Deze code is het keurmerk voor uitzendondernemingen. Bedrijven die dit keurmerk hebben moeten zich dan ook houden aan het verbod op discriminatie om het keurmerk te mogen behouden. Het LOM neemt het initiatief voor een conferentie waarbij ook de koepelorganisaties van werkgevers zullen worden betrokken bij de oplossing van dit vraagstuk. De staatssecretaris steunt dit initiatief.

De Krom is positief gestemd over deze initiatieven van de branche en sprak vanmorgen dan ook het vertrouwen uit dat de maatregelen effect zullen sorteren. De Krom: “Ik verwacht progressie. Stevige inzet van vele partijen is nodig, niet alleen de brancheorganisaties en uitzendbureaus kunnen het probleem oplossen, ook het bedrijfsleven heeft een verantwoordelijkheid om geen discriminerende verzoeken bij uitzendbureaus neer te leggen.

Hoofdzaken: Hoofddoek en Hoofdboek

maandag, december 12th, 2011

Onderzoeksbureau Motivaction heeft onderzoek laten uitvoeren onder 1570 moslima’s (met en zonder hoofddoek) en andere Nederlandse vrouwen.

Moslima’s dragen hoofddoek uit vrije wil en niet uit onderdrukking. Dat zeggen bijna negen op de tien hoofddoekdraagsters. Van alle draagsters zegt 87% zelfs nooit aan haar keuze te twijfelen. Dat blijkt uit een landelijk onderzoek dat werd uitgevoerd ter gelegenheid van de publicatie van ‘Hoofdboek’, een grootschalig project dat Nederlanders een kijkje geeft in de wereld van hoofddoekdraagsters. Zes op de tien Nederlandse moslima’s in de leeftijd van 15 tot 35 jaar draagt tegenwoordig een hoofddoek. In tegenstelling tot wat Nederlanders denken, beginnen zij hiermee niet op hun 13e, maar gemiddeld pas als ze 19 jaar oud zijn. Slechts 16% is 13 of 14 jaar als ze voor het eerst een hoofddoek draagt. Het Nationaal Hoofddoekonderzoek maakt korte metten met vooroordelen die er onder Nederlanders heersen met betrekking tot dit beladen kledingstuk.

Zo blijkt uit de onderzoeksuitkomsten dat in meer dan de helft van de gezinnen (53%) waar de moeder een hoofddoek draagt, niet alle of zelfs geen enkele dochter dit ook doet. In totaal dragen 80.000 moslima’s een hoofddoek; 40.000 niet. [...]

De vrouwen dragen de hoofddoek met trots (93%). In tegenstelling tot wat sommige Nederlanders denken en zeggen, draagt slechts 15% een doek om haar aantrekkelijkheid te verbergen. 88% van de draagsters vindt dat je er met een hoofddoek aantrekkelijk uit kan zien. Veel Nederlanders (48%) blijken helemaal geen problemen te hebben met de hoofddoek. Vooral onder jongeren nemen het begrip en de tolerantie toe; van de vrouwelijke leeftijdsgenoten heeft 63% geen probleem met de hoofddoek.

Duidelijk beleid bij bedrijven
De acceptatie binnen bedrijven lijkt minder voorspoedig te verlopen. Volgens het merendeel van de ondervraagde moslima’s (62%) nemen Nederlandse bedrijven liever geen vrouwen met een hoofddoek in dienst. Dat beeld blijkt zelfs in versterkte mate te bestaan bij autochtone leeftijdsgenoten (78%). Veel bedrijven lijken het onderwerp echter dood te zwijgen en niet duidelijk te communiceren of – en in welke functies – ze een hoofddoek acceptabel vinden. Iedereen is unaniem in zijn oordeel: de meerderheid vindt dat ondernemingen meer duidelijkheid moeten bieden op dit vlak.
Het draait hierbij niet om het feit of bedrijven wel of geen hoofddoek op werkvloer toestaan. Het gaat de vrouwen om vooral om het scheppen van duidelijkheid. Als bedrijven hoofddoeken op de werkvloer niet toestaan, is dat niet per definitie een reden tot een boycot, zo blijkt. Moslima’s zijn hierin nog stelliger dan andere leeftijdsgenoten: 36% (vs. 28%) zou nog steeds producten kopen van bedrijven die het verbieden om een hoofddoek te dragen.
Opvallend is dat 18% van de niet-draagsters in het verleden wel een hoofddoek heeft gedragen. 31% geeft aan zich prettiger te voelen zonder. Toch geeft 41% aan gestopt te zijn met het bedekken van het haar om de kansen op een baan te vergroten. Ook discriminatie in het algemeen (19%) is een reden om niet langer een hoofddoek te dragen.

Werken met een hoofddoek
Het dragen van een hoofddoek onder werktijd is een beladen onderwerp, met veel verschillende meningen. Deze meningen zijn ook sterk verdeeld onder de respondenten van het hoofddoekonderzoek. Zo vindt 85% van de hoofddoekdraagsters dat je in elk beroep een hoofddoek moet mogen dragen. Moslima’s die hun haar niet bedekken zijn hier terughoudender in (58%), net als andere leeftijdsgenoten (29%). Beroepen waarin het volgens Nederlanders geen bezwaar is om een hoofddoek te dragen, zijn:
1. Schoonmaakster (84%)
2. Radiopresentatrice (82%)
3. Caissière supermarkt (70%)
4. Buschauffeur (58%)
5. Verpleegster (54%)

Toelichting op het onderzoek
Het Nationaal Hoofddoek Onderzoek is uitgevoerd door onderzoeksbureau Motivaction, in opdracht van het magazine Hoofdboek. Deels online, deels face tot face zijn moslima’s met en zonder hoofddoek en andere Nederlandse vrouwen in de leeftijd van 15-35 jaar geïnterviewd. Daarnaast is een aantal vragen uit het onderzoek ook gesteld aan de Nederlandse bevolking van 18 – 70 jaar. In totaal deden 1570 respondenten mee. Meer informatie: motivaction.nl.

Op basis van het onderzoek concludeert men dat zes van de 10 Nederlandse moslima’s in de leeftijd van 15-35 jaar een hoofddoek draagt. Het onderzoek richt zich, onder andere, op het ontkrachten van enkele misverstanden zoals hierboven al is vermeld. Meer precies betreft dit: Het Nationale Hoofddoek Onderzoek

Misverstand 1. Alle moslima’s moeten een hoofddoek dragen.
Misverstand 2. Alle meisjes beginnen op hun dertiende met een hoofddoek.
Misverstand 3. Moslima’s dragen de hoofddoek niet uit vrije wil.
Misverstand 4. De hoofddoek is er om de aantrekkelijkheid te verbergen.
Misverstand 5. Nederland heeft een probleem met de hoofddoek.

Interessant zijn ook de volgende uitkomsten:
•Gemiddeld hebben de vrouwen 34 hoofddoeken in de kast.
•Welke hoofddoek gedragen wordt, wordt bepaald door de stemming van de dag en of het een speciale dag is zoals tijdens de Ramadan, bruiloften en feestdagen en koninginnedag.
•Een hoofddoek wordt gezien als een belangrijke persoonlijke accessoire, maar worden ook frequent geruild binnen familie- en vriendenkring.
•Hoofddoek zouden steeds ‘modieuzer’ worden, dat wil zeggen gekleurd/veelkleurig en afgestemd op de rest van de kleding
•Naast een fashionstatement is een hoofddoek voor de dames primair een uiting van geloof en onderdeel van de eigen identiteit
•Favoriete winkels voor het kopen van de hoofddoek: Turkse en Marokkaanse winkels, H&M, V&D en Zara.
•Velen lijken te verklaren dat de hoofddoek pas wordt gedragen wanneer men ‘er klaar voor is’.
•Van de Nederlandse niet-moslims (denk ik) blijkt 8% voorstander van een hoofddoekenbelasting en 22% vindt dat de hoofddoek verboden moet worden.
•De Nederlandse moslima’s vinden de commotie over de hoofddoek zorgwekkend, eng en vervreemdend. De indruk die men heeft van de mening van ‘de Nederlander’ over de hoofddoek speelt mee in de beslissing wel of geen hoofddoek te dragen.
•Overigens vindt 23% van de Nederlandse bevolking (incl. moslima’s?) dat Nederland toleranter moet zijn. Bij jongeren ligt dat hoger.
•We kunnen spreken van een soort ‘burgerschapskloof’. Waar in de politiek nogal moeilijk gedaan zou worden over hoofddoeken, moslims en islam, blijkt dat in het leven van de jonge Nederlandse vrouwen er veel meer saamhorigheid en tolerantie te zijn.
•Met hoofddoek de arbeidsmarkt opgaan lijkt voor nogal wat problemen te kunnen zorgen. Sommigen passen zich aan aan de negatieve druk en de hoofddoek af, anderen niet. De indruk die men heeft van het bedrijfsleven is nogal negatief. Daarbij komt dat er veel moeite lijkt te zijn om moslimvrouwen met hoofddoek te accepteren in representatieve, zichtbare en beterbetaalde banen.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Ik vind dit type onderzoeken altijd wat lastig. Een paar overwegingen hierbij:
1.Een onderzoeksbevinding op basis van 1570 respondenten extrapoleren naar 80.000 kan best, maar is ook wel wat tricky. Om dat te kunnen beoordelen zouden we meer moeten weten over de 1570 respondenten. Hoe is deze samengesteld? Wat zijn de achtergronden? Hoe verhoudt deze steekproef zich tot de algemene populatie? Wat is de non-respons? Motivaction is zeker geen simpel commercieel pruts onderzoeksbureautje, maar men blinkt vaak niet uit in methodische verantwoording en reflectie.
2.Het onderzoek maakt deel uit van een groter project ‘Hoofdboek‘ opgezet door de nieuwe stichting Cup of Culture. Deze stichting zet ‘maatschappelijke thema’s als merk neer‘. De ‘branding’ van hoofddoek heeft als doel ‘om de beeldvorming rondom het meest beladen kledingstuk te verrijken’. Dat gaat niet werken mensen. Je moet onderzoek niet insteken met als doel een verrijking of verbetering van de beeldvorming. Het werkt niet en wordt simpel (en in dit geval onterecht) weggezet als ongeloofwaardige reclame. Dat het niet werkt komt omdat alle onderzoeken die zich zo nodig moeten richten op het ontkrachten van misverstanden als ‘hoofddoeken worden gedragen onder dwang’ of ‘hoofddoeken en mode passen niet bij elkaar’ de tegenstelling tussen hoofddoek en vrije keuze of hoofddoek en mode voortdurend blijven herhalen en ook voortdurend ergens het issue van integratie herhalen. Opvallend in de hele discussie is het aspect van mode. De vooronderstelling lijkt te zijn dat zich ‘terughoudend’ kleden per definitie niet modieus en/of sexy is. Het houdt de tegenstelling tussen moslim en Nederlander in stand. Dat we nu een mooie vrouw hebben met (overigens niet heel veel verschillende typen) hoofddoeken doet daar weinig aan af.
3.De zin ‘Zodat we nu voor het eerst echt weten wat er nu leeft in “de hoofden onder de doek”‘ is tenenkrommend en doet ook geen recht aan al die onderzoeken waarin moslimvrouwen aan het woord komen over de hoofddoek. De zinsnede ‘Zodat we nu voor het eerst echt weten wat er nu leeft in “de hoofden onder de doek”‘ is ook zo problematisch omdat het moslimvrouwen vooral neerzet als exotisch, mysterieus en afstandelijk in plaats van als vrouwen van vlees en bloed met wie je gewoon een praatje kunt maken als familie, vriend, kennis, collega of buurtgenoot.
4.Onderzoeken als dit houden toch vooral het stereotype in stand dat alles waar het bij moslimvrouwen om gaat de hoofddoek is. Dat mogen vrouwen die een hoofddoek dragen misschien zelf vinden (dat blijkt niet uit het onderzoek) en dat mogen ook anti-islam politici en opiniemakers vinden, maar dat wil niet zeggen dat dat recht doet aan het leven van deze vrouwen (of aan moslima’s zonder hoofddoek).
5.Daarnaast versterkt dit type onderzoek nog een ander stereotype, namelijk dat vrouwen in het algemeen vooral bezig zijn met mooi-zijn en het volgen van de laatste mode. Dat is misschien zo voor sommige vrouwen, maar toch zeker niet alle. Er zijn meerdere overwegingen bij het kiezen van de kleding (dat is overigens wel te zien in dit onderzoek, zie hierboven).
6.Het lijkt mij dat maatschappelijke thema’s verkopen / aan de orde stellen als ‘merk’ een interessante vondst is, maar ook niet anders kan dan werken met stereotypes. Is ‘branding’ immers niet meer dan het reduceren van complexe maatschappelijke issues tot eenvoudig te hanteren stereotypes waaruit alle mogelijke diversiteit en alternatieven zijn verdwenen? Er zijn inderdaad heel interessante ontwikkelingen te zien met betrekking tot hoofddoek-mode, maar moeten we daarom vrouwen met hoofddoek gaan duwen in de mainstream schoonheidsidealen of zelfs seksistische beoordelingen? Alsof hoofddoek en schoonheid nog(!) niet bij elkaar horen en alsof mode met bijvoorbeeld skinny jeans en make-up (genoemd in het onderzoek) de enige schoonheidsjablonen zijn?
7.Let wel ik ben helemaal niet tegen onderzoek naar vrouwen die een hoofddoek dragen. Er zijn uitstekende onderzoeken die ook ingaan op de hoofddoek als mode-item. Zie bijvoorbeeld Annelies Moors: “Islamic Fashion” in Europe: Religious conviction, aesthetic style, and creative consumption‘, en het inleidende artikel van een special issue van het journal Fashion Theory van haar samen met Emma Tarlo. Laatst genoemde heeft een prachtig boek geschreven Visibly Musim – Fashion, Politics, Faith. In dit boek laat zij zien dat sluiers niet zomaar kledingstukken zijn maar altijd (en soms in een bijna overdreven manier) worden verbonden met identiteit, anders-zijn, geschiedenis en tradities, moraal, symbolen van onderdrukking of juist emancipatie met politieke statements. Zij doet dit, en dat is het sterke punt, door zaken als hoofddoek en mode te behandelen als onderdeel van het levensverhaal van de vrouwen en de persoonlijke ontwikkelingen die zij hebben doorgemaakt. Het motivaction onderzoek hier laat een glimp zien door (als zoveelste onderzoek) te stellen dat veel vrouwen misschien later een hoofddoek willen dragen, als ze er klaar voor zijn, als ze er sterk genoeg voor zijn. Maar verder dan dat komt men niet. Emma Tarlo wel en zij laat zien welke verschillende afwegingen vrouwen maken in verschillende fases van hun leven. Het wel of niet dragen van een hoofddoek is geen teken van een afgeronde definitieve identiteit, maar onderdeel van een persoonlijke reis in het zoeken naar een identiteit en naar zingeving. Zaken waar iedereen, niet alleen moslima’s, zich wel iets bij kunnen voorstellen. In plaats van het nogal homogeniserende 1 vrouw, 100 hoofddoeken, laat Tarlo zien dat er sprake is is van 100-en vrouwen en 1000-en kledingstukken in verschillende levensfases.

Bron: Closer

Weigerambtenaar geen probleem – enquete Binnenlands Bestuur

vrijdag, november 25th, 2011

Bijna zeven van de tien lezers van Binnenlands Bestuur (68 procent) vinden dat een ambtenaar mag weigeren homostellen te trouwen. Dat blijkt uit de resultaten van een enquête gehouden via www.binnenlandsbestuur.nl. De enquête, bestaande uit vier stellingen, werd 6.936 keer ingevuld.

64 procent vindt dat het voldoende is als een gemeente er voor zorgt dat homostellen kunnen trouwen in de gemeente waar zij wonen. De helft (52 procent) van de respondenten kwalificeert de discussie over weigerambtenaren als een ‘Haagse discussie’.

Op de stelling ‘de beslissing over het al dan niet gedogen van weigerambtenaren is een principiële keuze die in Den Haag moet worden gemaakt en voor alle gemeenten moet gelden’, zegt 42 procent van de respondenten ‘ja’, 53 procent ‘nee’ en 5 procent weet het niet.

De Tweede Kamer nam vorige week een motie aan die bepaalt dat weigerambtenaren niet mogen aanblijven. Het kabinet heeft gezegd de motie vooralsnog niet uit te voeren, in afwachting van een advies van de Raad van State hoe om te gaan met weigerambtenaren.

Volgens CDA-minister Donner van Binnenlandse Zaken moet gelijke behandeling van burgers worden gegarandeerd, maar moet ook iedere Nederlander benoembaar zijn in overheidsdienst, ongeacht zijn persoonlijke opvattingen. Volgens een inventarisatie van homobelangenvereniging COC zijn er in Nederland 93 trouwambtenaren die vanuit hun levensovertuiging geen homohuwelijke willen sluiten.

Veel gemeenten eisen van nieuw aan te stellen trouwambtenaren dat zij alle volgens de wet mogelijke huwelijken sluiten. Volgens het COC zijn er 23 gemeenten die van die lijn afwijken.

In Binnenlands Bestuur van deze week staat een reportage gemaakt in het Zeeuwse Reimerswaal, dat twee weigerambtenaren telt. Burgemeester Aeilt Jan Huisman zegt: ‘Wij voeren de wet uit. Maar hoe wij dat doen, is onze zaak.’

Hoofddoekdebat gaat niet over vrouwen zelf

vrijdag, juli 8th, 2011

‘Dit proefschrift gaat over de politieke debatten en het beleid omtrent vrouwelijke Islamitische kledij in Frankrijk, Nederland en Duitsland, oftewel de hijab. Hoewel er al veel onderzoek is gedaan naar de vraag waarom de hijab in het publieke en politieke debat zo veel stof doet opwaaien, bestaat er maar weinig internationaal vergelijkend onderzoek.’ Dit zegt sociologe Doutje Lettinga in haar proefschrift over de hijab.

‘De Islamitische sluier (hijab) in Nederland is inzet geworden van een politieke strijd om nationale identiteit, net als in andere West-Europese landen. Uit de integratienota van minister Donner (Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties) blijkt dat het kabinet gezichtssluiers wil verbieden om gemeenschappelijke normen en waarden te beschermen. Maar een wettelijk verbod duidt eerder op een breuk met een Nederlandse historische traditie.’

Dit laatste concludeert Lettinga die 4 juli promoveerde aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij maakte een Europese vergelijking van het debat over hoofddoeken en andere vormen van sluiering en analyseerde het politieke debat en beleid in Nederland, Frankrijk en Duitsland over dertig jaar.

De houding van landen ten opzichte van de sluier wordt beïnvloed door nationale tradities in de omgang met religie, etniciteit en gender, blijkt uit het onderzoek van Lettinga. Hierdoor bestaan er duidelijke verschillen in het beleid van Nederland, Frankrijk en Duitsland. Terwijl Frankrijk in 2004 een verbod op religieuze kledij doorvoerde in openbare scholen, mogen leerlingen in Nederland en Duitsland wel hoofddoeken dragen. In Nederland mogen ook leerkrachten en reguliere ambtenaren uitdrukking geven aan hun religie, terwijl Frankrijk en een groot deel van de Duitse deelstaten dit verbieden. Sommige deelstaten staan leerkrachten echter wel toe het nonnenhabijt of het keppeltje te dragen.

‘Populistische partijen weten de sluier te agenderen als een symbool van een Islamitische ideologie die botst met onze Westerse, zogenaamd gender-egalitaire beschaving,’ aldus Lettinga. ‘De reactie van de CDA en VVD om een verbod door te voeren op gelaatsbedekkende kledij breekt met historische tradities van godsdienstvrijheid, zelfbeschikking en tolerantie.’

Afrikaanse babys als proefkonijnen voor malariavaccin

woensdag, januari 19th, 2011

Het verhaal doet denken aan de hypothese die auteur Edward Hooper beschreef in zijn boek The River: A journey back to the source of HIV and AIDS. Hooper oppert dat een inentingscampagne voor een experimenteel polio-vaccin de oorzaak is van de overdracht van het HIV-virus op mensen, met als gevolg de mondiale Aids-epidemie. De Italiaanse onderzoeker Antonio Mazzeo schrijft in het laatste nummer van De Wereldmorgen dat een speciale eenheid van het Amerikaanse leger in Kenia samen met de Britse farmaceutische multinational GlaxoSmithKline malariatests uitvoert op Afrikaanse baby’s en zuigelingen.

De ontwikkeling van het militair-medisch onderzoeksprogramma heeft al meer dan 500 miljoen dollar gekost en onderzoekers van een gigant van de farmaceutische industrie werken er samen met de beste artsen van het Amerikaanse leger. Sponsor is de almachtige baas van de nieuwe informaticatechnologie, Bill Gates. Het gaat hier over het experiment met een nieuw vaccin tegen malaria met de codenaam ‘RTS,S/ASO2′.

De gegevens van het vaccinatie-experiment worden verzameld in het Muriithi-Wellde Clinical Research Centre van Kombewa, een stadje in de Keniaanse provincie Nyanza. De analyse gebeurt door het team van het USAMRU-K. “Onze eenheid hangt af van het hoofdkwartier voor Medisch Onderzoek van het Amerikaanse leger (USAMRMC) met hoofdzetel in Fort Detrick, Maryland. Wij coördineren de activiteiten in Afrika met het US Africa Command (AFRICOM) van Stoccarda en het hoofdkwartier van het US Army Africa in Vicenza”, verklaart de woordvoerder van USAMRU-K.

“In Kombewa is het onderzoek naar de werkzaamheid van het vaccin tegen malaria in een vergevorderd stadium. USAMRU-K neemt deel aan het experiment dat kan uitmonden in het eerste vaccin tegen malaria voor kinderen. De deelnemers worden gedurende drie schooljaren gratis behandeld. Zodra de veiligheid en de doeltreffendheid van het vaccin bewezen zijn, kan het vaccin op de markt worden gebracht. De huidige studie ontstond uit een hechte samenwerking met het PATH Malaria Vaccine Initiative (MVI) en de Britse farmaceutische groep GlaxoSmithKline (GSK).”

Voor de ontwikkeling van het vaccin heeft GSK al 300 miljoen dollar geïnvesteerd en het zal nog 100 miljoen uitgeven in de volgende twee jaar. De Amerikaanse non-profit organisatie PATH heeft 107,6 miljoen dollar geschonken uit het fonds Bill & Melinda Gates Foundation, het humanitaire fonds van de Microsoft-magnaat.

Het vaccin (RTS,S/AS02) werd in 1987 ontwikkeld in de Belgische laboratoria van GSK Biologicals in Waals-Brabant en is een eerste keer getest op ‘enkele vrijwilligers’ in de VS dankzij de medewerking van het US Walter Reed Army Institute of Research, het medisch onderzoeksinstituut van het Amerikaanse leger in Washington. Het eerste grote experiment met RTS,S-vaccin vond echter plaats in Afrika in 1998. En in de jaren 2002-2003 zijn de test gratis uitgevoerd op de ‘volwassenen’ van de dorpen in Kombewa. Dat gebeurde in een ziekenhuis dat mee beheerd wordt door USAMRU-K.

“De tests geven bemoedigende resultaten op het gebied van veiligheid en mogelijkheid tot immuniteit. Daarom werd op het einde van 2003 het experiment uitgebreid naar de kinderen van dezelfde streek, wat nogmaals bemoedigende resultaten opleverde”, staat in een rapport van GlaxoSmithKline.

“Onmiddellijk daarna is fase II van start gegaan met meer dan 2.000 kinderen in het zuiden van Mozambique.” De resultaten van deze test, in 2004 en 2005 gepubliceerd in het medische vakblad The Lancet, toonden dat het RTS,S-vaccin gedurende een periode van 18 maanden doeltreffend was. Het verminderde de klinische malaria in 35 procent van de gevallen en de zware malaria in 49 procent. Het is natuurlijk niet bekend wat er gebeurde met de overige, zijnde 1.300, kinderen.

Een tijdje later ging fase IIb van start om de doeltreffendheid van het antimalariavaccin ‘op lange termijn’ te bepalen. Als proefkonijnen werden deze keer meer dan duizend zuigelingen in Kenia en Tanzania en een onbepaald aantal in Mozambique gebruikt.

De resultaten werden op 8 december 2008 in het New England Journal of Medicine gepubliceerd: “Bij 340 baby’s tussen 5 en 17 maanden heeft RTS,S/AS01 het risico op malaria met 53 procent gereduceerd tijdens een follow-upperiode van acht maanden, wanneer het werd toegediend op de leeftijd van 8, 12 en 16 maanden samen met een vaccin tegen difterie, tetanus, kinkhoest en haemophilus influenzae B (Hib). De studie toont ook nog 65 procent minder nieuwe infecties in een follow-upperiode van drie maanden na het toedienen van de drie doses van het vaccin”.

Tijdens dezelfde maanden werd een laatste test uitgevoerd in Kenia en Tanzania op 894 kinderen tussen 5 en 17 maanden. “We onderzochten de veiligheid en de doeltreffendheid van het RTS,S/AS01 in combinatie met een ander hulpmiddel van GSK met de code AS01″, verklaren de verantwoordelijken van het farmaceutische bedrijf.

“Elk kind kreeg nog eens drie doses van het experimentele vaccin RTS,S/AS01 of het vaccin tegen rabiës. Daaruit bleek dat de formule RTS,S/AS01 het optreden van malaria reduceert met 53 procent gedurende gemiddeld acht maanden. Verdere studies in Mozambique met het vaccin RTS,S samen met een ander hulpmiddel van GSK (AS02) hebben een doeltreffendheid van 35 procent aangetoond gedurende 18 maanden bij kinderen tussen één en vier jaar”.

In mei 2009 begon fase III van het experiment met de inenting van meer dan 16.000 kinderen in dorpen in Gabon, Mozambique, Tanzania, Ghana, Kenia, Malawi en Burkina Faso. Volgens het Amerikaanse leger zouden er in het ziekenhuis van Kombewa meer dan duizend kinderen in de leeftijdsgroep van vijf maanden tot drie jaar aan de test onderworpen zijn.

“De volgende stap wordt de deelname van nog eens een duizendtal baby’s jonger dan zes weken. Dat betekent dat we eerst het vertrouwen moeten winnen van nieuwe moeders op het platteland, omdat die altijd thuis bevallen”, aldus de garnizoensverantwoordelijke.

Een communiqué van GlaxoSmithKlein van 21 april 2010 bevestigt dat “de doeltreffendheid zal worden getest op baby’s van 5 tot 17 maanden. Het nieuwe vaccin zal in 2013 door de internationale gezondheidsautoriteiten gecontroleerd worden”. Verdere gegevens over de doeltreffendheid en mogelijkheid tot immuniteit “zullen worden voorgesteld wanneer ze klaar zijn”. “Als alles goed gaat”, vervolgt GSK, “zal de algemene inenting met RTS,S van baby’s tussen 6 en 12 weken mogelijk zijn binnen vijf jaar”.

Als alles goed gaat, dus. In het ergste geval kan GSK overwegen om het experiment uit te breiden tot nog eens tienduizenden kleine menselijke proefkonijntjes in het hele Afrikaanse continent.

Het lijkt ongelooflijk gewetenloos en immoreel om massaal te expirementeren met het vaccin in een continent dat lijdt aan honger, onderontwikkeling, anafabetisme en gebrek aan om het even welke basisdienst. Ook de rol van een selecte ‘gezondheidseenheid’ van het Amerikaanse leger baart grote zorgen. USAMRU-Kenia kan echter op een lange traditie bogen op het gebied van ‘wetenschappelijk onderzoek’ en ‘preventie’ van tropische ziekten.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Als de in het buitenland operationele task force van het Walter Reed Army Institute of Research, werd de eenheid in 1969 in Kenia uitgenodigd om een studie op te starten naar de trypanosomiasis, een parasitaire infectie overgebracht door de tseetseevlieg.

In 1973 vestigde USAMRU zich permanent in Nairobi dankzij een overeenkomst met het Kenya Medical Research Institute. In de volgende jaren werden in de hoofdstad en in West-Kenia (Kisumu, Kisian, Kombewa en Kericho) laboratoria geopend voor farmaceutische experimenten tegen malaria, trypanosomiasis, globale opkomende infectieziekten en HIV-aids. Tegen aids zijn de meeste en recentste inspanningen geleverd: in het kader van het United States Military HIV Research Program (USMHRP) is de staf van het Amerikaanse leger bezig met de ontwikkeling van het vaccin HIV-1 met algehele werkzaamheid en met het testen en beoordelen van andere experimentele vaccins tegen aids. Op het einde van 2000 werd het hoofdkantoor van het HIV-programma nogmaals in Kenia gevstigd, in Kericho.

Toevallig ontstond eind december 2000 in Groot-Brittannië de farmaceutische firma GlaxoSmithKlein dankzij de fusie van twee farmaceutische reuzen, Glaxo Wellcome en SmithKlein Beecham. Met meer dan 100.000 werknemers en een jaarlijkse omzet van 34 miljard euro is GSK de tweede farmaceutische groep in de wereld (na de Pfizer-groep) met een marktaandeel van 5,6 procent.

Het ‘ethische’ gedrag van de multinational is van verschillende kanten streng bekritiseerd en het bedrijf was al eerder betrokken bij verschillende schandalen. Zo beval de Argentijnse regering een onderzoek naar aanleiding van de dood van 14 kinderen in 2008 bij een experiment met een nieuw vaccin tegen long- en oorontsteking. Twee andere kinderen zouden gestorven zijn bij gelijkaardige tests in Panama en Chili.

Begin 2007 begon GSK in drie regio’s van Noord-Argentinië, Mendoza, San Juan en Oost-Santiago, 15.000 baby’s jonger dan één jaar tegen pneumokokken te vaccineren. De ouders (eenvoudige mensen) “ondertekenden zonder te weten dat het om een experiment ging in fase drie, direct op mensen, van een geneesmiddel dat risico’s kon inhouden”. Zo berichtte de lokale pers.

Ondanks het onderzoek startte GSK met de verspreiding van het vaccin Synflorix over heel Afrika “om invasieve pneumokokkenziekten te bestrijden”. Het ging om een ‘humanitair’ programma van 1,3 miljard dollar in opdracht van de G8, de Wereldbank en Unicef en voor een groot deel gefinancierd door GAVI (Global Alliance for Vaccines and Immunisation), door vijf landen (Groot-Brittannië, Canada, Rusland, Noorwegen en Italië) en door de onvermijdelijke Bill & Melinda Gates Foundation. Er zijn tot 300.000 doses voorzien, geproduceerd in een GSK-fabriek in Singapore. Echt een mooi voorbeeld van de globale markt.

Terwijl de omzet en de bijbehorende winst onwaarschijnlijk aangroeien, heeft het management van GSK een plan gelanceerd om op korte termijn het centrum voor onderzoek en productie van antibiotica in het Italiaanse Verona te sluiten, een van de twee Italiaanse vestigingen van de multinational. Daarbij staan meer dan 600 banen op de tocht.

Een verplaatsing van productie-eenheden naar Zuidoost-Azië, tests op Afrikaanse baby’s, ontmanteling van het bestaande productie-apparaat in Europa. En op de achtergrond diverse oorlogen, een ander gelaat van het onmenselijke kapitalisme. In de laatste tien jaar heeft GSK met het Amerikaanse ministerie van Defensie 61 contracten afgesloten voor de levering van vaccins, medicijnen en sanitaire uitrusting voor een totaal bedrag van 75.555.579 dollar.

Dat is weliswaar veel minder dan wat de overeenkomsten met het Pentagon partner en ‘mecenas’ Bill Gates opgebracht hebben: met computers, programma’s en oorlogsspelen voor het Pentagon verdiende Microsoft-Gates 278.480.465 dollar, 2,5 keer meer dan wat zijn Foundation investeerde in nieuwe vaccins tegen malaria.

Bron: Wereldmorgen.be

Nationale ombudsman noemt geweld in grensgevangenis ‘niet toegestaan’

donderdag, januari 6th, 2011

De Nationale ombudsman heeft de directie van de Schipholgevangenis op de vingers getikt omdat de inzet van oproerpolitie tegen een sit down demonstratie niet was toegestaan. De klacht van een van de gevangenen over het gebruik van handboeien en de hardhandige fouillering zijn ook gegrond verklaard.

Op 18 februari 2009 hielden zo’n 34 vreemdelingen in het detentiecentrum Schiphol een zitstaking. Zij protesteerden daarmee tegen het uitzichtloze bestaan in vreemdelingendetentie en het besluitloze gedrag van de Nederlandse overheid. Om aan deze staking een einde te maken, werd de Landelijke Bijzondere Bijstandsverlening (LBB) ingezet (een soort mobiele eenheid compleet met helmen, schilden en lange latten) die volgens de demonstranten veel geweld gebruikte zoals is vastgesteld in de Nova uitzending. De demonstranten zijn geboeid afgevoerd naar hun cellen en daar volgens eigen zeggen verder mishandeld zoals blijkt uit deze transcriptie van de integrale tekst van het programma. Een van de woordvoerders is voor straf overgeplaatst naar detentiecentrum Zeist en is daar begonnen met zijn
hongerstaking.

Andere woordvoerders zijn voor straf in totale afzondering geplaatst.  De Nationale ombudsman plaatst een aantal kanttekeningen bij de verblijfsomstandigheden in die cel en doet ten aanzien van dit punt de aanbeveling om hongerstakers in een afzonderingscel zoveel mogelijk faciliteiten te bieden en andere kleding te verstrekken dan scheurkleding (papieren kleding om te voorkomen dat men suïcide pleegt) die als vernederend wordt beschouwd.

Willie Smits is boos

dinsdag, december 14th, 2010

Willie Smits, in Nederland geboren maar intussen Indonesisch staatsburger, is een veelzijdig en energiek man. Hij is vooral bekend als redder van orang-oetangs, maar is daarnaast via talloze stichtingen actief in milieubeschermer, sociale projecten en dierenwelzijn, en uitvinder met tientallen patenten op zijn naam. De energie voor dit alles haalt Smits uit zijn boosheid. “Als ik mijn kleinkinderen op mijn arm heb, ben ik verschrikkelijk boos op de wereld. Op wat wij allemaal van hen afnemen. Dat is verschrikkelijk. Dat er in die wetenschap nog steeds zoveel mensen zijn die op hun luie reet blijven zitten en niks doen, dat vind ik afschuwelijk. Onbegrijpelijk. Ik weet niet of al mijn doelen haalbaar en realistisch zijn, maar niets doen is misdadig”, zegt Smits in de Volkskrant.

Een van zijn nieuwste projecten richt zich op herbebossing, omdat de orang-oetans leven in bossen. In de Volkskrant vertelt Smits over zijn nieuwe stichting die deze week is opgericht: Masarang International. De stichting doet projecten in herbebossing, verschaft kinderen van arme boeren studiebeurzen en strijdt tegen dierensmokkel.

Een ander groot project is de samenwerking met Microsoft en de oprichting van een commercieel bedrijf dat minifabriekjes bouwt waar sap uit suikerpalmen wordt omgezet in bio-ethanol en drinkwater. Doel van Smits is om zo de lokale bevolking te ondersteunen en tegelijkertijd de houtkap tegen te gaan. De fabrieken zijn eigendom van een coöperatie van 6.000 lokale boeren op Sulawesi.

Het Microsoftproject brengt via een satelliet veranderingen in het oerwoud in kaart. Met geld uit het onderwijsproject van de computergigant en de ngo Take it Global kan iedere jongere die dat leuk vindt zijn eigen 9 hectare oerwoud ‘krijgen’. Vier miljoen geïnteresseerden hebben zich al gemeld; doel is tien miljoen schoolkinderen te bereiken.

" width="400" height="300" class="vvqbox vvqvideo">" />

Uitsluiting door overheid leidt tot uitsluiting door burgers

donderdag, december 9th, 2010

Als de overheid het grote groepen immigranten die langdurig legaal in Nederland wonen onmogelijk maakt hier met hun gezinsleden te wonen, hen uitsluit van permanent verblijfsrecht en van het Nederlanderschap en bovendien een (zeer) kleine groep genaturaliseerde Nederlanders bedreigt met ontneming van hun Nederlanderschap, moet ze niet verbaasd zijn als burgers denken dat zij immigranten in hun buurt, op hun werk of op straat ook mogen uitsluiten.

Dat schrijven Kees Groenendijk en Thomas Spijkerboer op de website van het Nederlands Juristen Blad (NJB). Groenendijk is emeritus-hoogleraar rechtssociologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, Spijkerboer is hoogleraar migratierecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Het artikel op het NJBlog gaat uitvoerig in op de invloed van Wilders op het nieuwe denken over migratie, uitsluiting en gezinshereniging.

“De paragraaf over de plannen rond immigratie in de akkoorden tussen VVD-CDA-PVV beslaat zes pagina’s dikbedrukte tekst met tientallen voorstellen voor oude en nieuwe maatregelen.1 De drie partijen zeggen daarmee twee doeleinden na te streven: een “zeer substantiële daling van de instroom” van migranten en “effectieve integratie van nieuwkomers en bevolkingsgroepen”. Bij elk van oude en nieuwe voorstellen rijst de vraag: mag het, kan het en helpt het? Is het juridisch of moreel toegestaan, is het voorstel haalbaar en helpt het echt een probleem op te lossen? Of zal het vooral averechts werken en bestaande problemen groter maken?

Aan de juridische houdbaarheid en praktische haalbaarheid hebben de media de afgelopen weken al veel aandacht besteed. Met het voornemen vijf recent met instemming van alle EU-lidstaten vastgestelde richtlijnen en vier verdragen waarbij veel staten partij zijn, te wijzigen neemt het kabinet Rutte een Sysifus-taak op zich. Het overschat hiermee de Nederlandse positie in Europa. De andere lidstaten laten hun politieke agenda niet door Nederland dicteren. Het onderschat de excentrische positie die Nederland op dit terrein in veel opzichten in de EU inneemt. Veel voorstellen zijn onder minister Verdonk al gedaan en toen als onhaalbaar of contraproductief van tafel verdwenen.”

“Uitvoering van de plannen die op verschillende punten in het akkoord staan vermeld, betekent dat er vier soorten Nederlanders komen:
1. Geboren Nederlanders die praktisch alleen voor verlies van die nationaliteit hoeven te vrezen als ze voor een andere nationaliteit kiezen.
2. Nederlanders van Antilliaanse herkomst die door de overheid tot “terugkeer naar landen van het Koninkrijk” in de Antillen kunnen worden gedwongen.
3. “Voorwaardelijke Nederlanders” die als zij binnen vijf jaar na de verkrijging worden veroordeeld voor een ernstig misdrijf, het Nederlanderschap kan worden ontnomen.
4. Nederlanders die langer dan vijf jaar geleden zijn genaturaliseerd en die voorlopig, zolang de wetgever niet anders besluit, gelijke rechten hebben als de eerste categorie.”

“Wij zijn dus niet gerustgesteld door het feit dat Europees en internationaal recht in de weg staan aan uitvoering van het regeerakkoord op het gebied van immigratie en integratie. Het akkoord tussen VVD, PVV en CDA laat zien dat drie partijen (en niet maar één van die drie) zich ten doel hebben gesteld om aanwijsbare groepen Nederlandse ingezetenen uit te sluiten. Dat enkele feit leidt tot versterking van de al bestaande uitsluiting van deze groepen medeburgers.”, concluderen de auteurs.

Verbod EU goedkope medicijnen voor ontwikkelingslanden dreigt

woensdag, december 1st, 2010

Stella’s leven is in balans. Vier jaar geleden werd ze geboren, HIV-positief. Haar moeder, Rebecca Mbabazi, 23 jaar jong, ondekte net als veel andere moeders in Oeganda, dat ze besmet was met het virus toen ze al zwanger was.

Moeder en dochter leven aan de rand van het Bwindiwoud in het westen van het land. Het gebied is beroemd vanwege de gorilla’s, maar werd berucht door het hoge aantal HIV / Aids besmettingen.

Net als de meeste kinderen houdt Stella niet van pillen – ze trekt een komisch gezicht als de medicijnen ter sprake komen. Maar ze neemt ze trouw in, twee keer per dag. Dat redt haar leven. Maar hoe lang nog? Als het aan de Europese Unie ligt zal de levering van goedkope medicijnen, waar Stella afhankelijk van is, stoppen.

Op Wereld Aids Dag publiceert de Britse krant The Independent het schokkende verhaal van Stella en de noodzaak van goedkopen medicijnen.

De medicijnen waar Stella’s leven van afhangt komen uit Hyderabad, India. De stad is het centrum van de farmaceutische industrie die miljoenen mensen in ontwikkelingslanden het leven heeft gered. India is, door de produktie van goedkope, uit het Westen gekopieerde medicijnen, de “apotheek van de derde wereld” geworden. Het land levert meer dan 80 procent van de aidsremmers in Afrika. Door deze farmaceutische produktie zijn de kosten van behandeling van een HIV-patiënt in een ontwikkelingsland gedaald van 500 dollar per jaar naar 70 dollar.

Volgende week kan daar wel eens een einde aan komen. De EU begint dan in Brussel handelsbesprekingen met India. Een van de agendapunten is het patentrecht van de Europese farmaceutische industrie. Als de onderhandelingen tot een akkoord leiden, kan dit wel eens het einde van de goedkope HIV-medicijnen zijn. De ontwikkeling van nieuwe en goedkope medicijnen zal een vertraging oplopen van 10 tot 15 jaar.

Artsen Zonder Grenzen voert actie tegen het voorstel van de EU.

YouTube voorvertoningsafbeelding