Archief voor de categorie ‘Religie’

Islamofobie in Nederland wijder verbreid dan gedacht

donderdag, januari 19th, 2012

Tussen 2005 en 2010 waren er meer dan honderd incidenten bij moskeeën in Nederland. En dat zijn er opvallend meer dan in andere landen. Dat blijkt uit een nieuw boek over islamofobie en discriminatie. De daders gaan meestal vrijuit en moslims doen vaak geen aangifte. 

In de jaren negentig gold Nederland als uitzonderlijk tolerant tegenover andere godsdiensten, zegt emeritus hoogleraar Frank Bovenkerk van de Universiteit van Amsterdam. ‘Tot opeens uit enquêtes bleek dat zich een aanzienlijke weerzin tegen de islam aan het ontwikkelen was. De onderzoekers dachten: dat kan haast niet, zo’n breuk met het verleden. Maar het was wel zo.’ 

Vervolgens kwamen de aanslagen van 11 september 2001 en de moord op filmmaker Theo van Gogh, in 2004. De Nederlandse politiek wakkerde de moslimhaat nog verder aan, vindt Bovenkerk: ‘Toenmalig vicepremier Gerrit Zalm zei na de moord op Van Gogh: ‘We zijn nu in oorlog’.' 

In de Verenigde Staten ging dat anders. Bovenkerk: ‘Het eerste wat president Bush deed na 9/11, was naar de moskee gaan omdat hij wist: ik moet mijn relatie met de moslimbevolking niet verpesten. Dus daar waren ze heel zorgvuldig in. Maar in Nederland zijn we opmerkelijk makkelijk meegegaan met politici als Pim Fortuyn en later Geert Wilders, die de weerzin tegen de islam voor politiek gewin gingen gebruiken.’ 

Ineke van der Valk deed onderzoek naar ‘Islamofobie en discriminatie’, zoals haar boek heet, dat deze donderdag verscheen. Zij telde 117 incidenten bij moskeeën in Nederland tussen 2005 en 2010. In de Verenigde Staten waren dat er in die periode 42. Het ging om brandstichtingen, bekladdingen, vernielingen en nog veel meer. 

‘Een poederbrief, een telefonische bedreiging maar ook acties als het ophangen van een dood schaap aan een gevel, waarbij dan op de vacht de tekst ‘No Mosque!’ stond. Of een varkenskop. Of de muur besmeuren met schapenbloed of varkensbloed, wat moslims als provocerend en beledigend ervaren,’ zegt Van der Valk. 

Die incidenten waren opvallend vaak in kleinere plaatsen. In de grote steden is de acceptatie van migranten groter omdat ze daar al veel langer wonen, denkt de onderzoekster.

Lang niet alle incidenten bleken te zijn gemeld. Soms op advies van de politie, soms omdat moskeebesturen bang waren voor herhaling. Het komt ook door een zekere nonchalance, zegt Aissa Zanzen van de Marokkaanse Moskeeorganisaties Amsterdam en Omstreken. 

‘Mensen redeneren: dat gebeurt nou eenmaal. De samenleving is verhard, er is een klimaat, en dat hoor je elke keer in de media, dat moslims de schuld krijgen van alles en nog wat. Daarnaast denken mensen ook dat de politie er toch niets aan doet, en aangifte doen kost te veel tijd. Een andere factor kan zijn de taalbeheersing, dat is toch een hobbel.’ 

De daders werden zelden opgespoord: in 99 van de 117 gevallen zijn ze niet bekend. ‘Dat geeft te denken’, zegt Van der Valk, ‘het wordt tijd dat justitie en politie daar meer aan doen.’

Dan is er nog de islamofobie op internet. Ronald Eissens van het Meldpunt Discriminatie Internet: ‘In 2011 waren er 290 meldingen van islamofobe uitingen, bijna eenvijfde van het totaal aantal meldingen over discriminatie.’ 

Discriminatie op het Nederlandstalige deel van internet wordt steeds meer ‘mainstream’, aldus Eissens: ‘Van de donkere vieze steegjes gaat het naar het volle daglicht, naar de populaire webfora, die iedereen leest.’

Wat valt hier tegen te doen? Ineke van der Valk: ‘Je moet serieus werken aan de sociale problemen die een rol spelen bij waarom mensen gaan discrimineren. Wie slachtoffer wordt van een misdaad door een moslim, is sneller geneigd tot discriminatie.’ 

‘Daarnaast moet je de openheid van de samenleving benadrukken en de waarden van diversiteit hooghouden. Noorwegen deed dat heel goed na de aanslag van Anders Breivik’, vindt Van der Valk. ‘Ik denk dat we daar een voorbeeld aan kunnen nemen omdat hier onder politici te veel de neiging bestaat om weg te kijken en te hopen dat de islamofobe mode overwaait. We moeten veel meer ons eigen verhaal houden en staan voor waarden die we belangrijk vinden, voor democratie en rechtsstaat.’

Bron: Radio Nederland Wereldomroep

Hoofdzaken: Hoofddoek en Hoofdboek

maandag, december 12th, 2011

Onderzoeksbureau Motivaction heeft onderzoek laten uitvoeren onder 1570 moslima’s (met en zonder hoofddoek) en andere Nederlandse vrouwen.

Moslima’s dragen hoofddoek uit vrije wil en niet uit onderdrukking. Dat zeggen bijna negen op de tien hoofddoekdraagsters. Van alle draagsters zegt 87% zelfs nooit aan haar keuze te twijfelen. Dat blijkt uit een landelijk onderzoek dat werd uitgevoerd ter gelegenheid van de publicatie van ‘Hoofdboek’, een grootschalig project dat Nederlanders een kijkje geeft in de wereld van hoofddoekdraagsters. Zes op de tien Nederlandse moslima’s in de leeftijd van 15 tot 35 jaar draagt tegenwoordig een hoofddoek. In tegenstelling tot wat Nederlanders denken, beginnen zij hiermee niet op hun 13e, maar gemiddeld pas als ze 19 jaar oud zijn. Slechts 16% is 13 of 14 jaar als ze voor het eerst een hoofddoek draagt. Het Nationaal Hoofddoekonderzoek maakt korte metten met vooroordelen die er onder Nederlanders heersen met betrekking tot dit beladen kledingstuk.

Zo blijkt uit de onderzoeksuitkomsten dat in meer dan de helft van de gezinnen (53%) waar de moeder een hoofddoek draagt, niet alle of zelfs geen enkele dochter dit ook doet. In totaal dragen 80.000 moslima’s een hoofddoek; 40.000 niet. [...]

De vrouwen dragen de hoofddoek met trots (93%). In tegenstelling tot wat sommige Nederlanders denken en zeggen, draagt slechts 15% een doek om haar aantrekkelijkheid te verbergen. 88% van de draagsters vindt dat je er met een hoofddoek aantrekkelijk uit kan zien. Veel Nederlanders (48%) blijken helemaal geen problemen te hebben met de hoofddoek. Vooral onder jongeren nemen het begrip en de tolerantie toe; van de vrouwelijke leeftijdsgenoten heeft 63% geen probleem met de hoofddoek.

Duidelijk beleid bij bedrijven
De acceptatie binnen bedrijven lijkt minder voorspoedig te verlopen. Volgens het merendeel van de ondervraagde moslima’s (62%) nemen Nederlandse bedrijven liever geen vrouwen met een hoofddoek in dienst. Dat beeld blijkt zelfs in versterkte mate te bestaan bij autochtone leeftijdsgenoten (78%). Veel bedrijven lijken het onderwerp echter dood te zwijgen en niet duidelijk te communiceren of – en in welke functies – ze een hoofddoek acceptabel vinden. Iedereen is unaniem in zijn oordeel: de meerderheid vindt dat ondernemingen meer duidelijkheid moeten bieden op dit vlak.
Het draait hierbij niet om het feit of bedrijven wel of geen hoofddoek op werkvloer toestaan. Het gaat de vrouwen om vooral om het scheppen van duidelijkheid. Als bedrijven hoofddoeken op de werkvloer niet toestaan, is dat niet per definitie een reden tot een boycot, zo blijkt. Moslima’s zijn hierin nog stelliger dan andere leeftijdsgenoten: 36% (vs. 28%) zou nog steeds producten kopen van bedrijven die het verbieden om een hoofddoek te dragen.
Opvallend is dat 18% van de niet-draagsters in het verleden wel een hoofddoek heeft gedragen. 31% geeft aan zich prettiger te voelen zonder. Toch geeft 41% aan gestopt te zijn met het bedekken van het haar om de kansen op een baan te vergroten. Ook discriminatie in het algemeen (19%) is een reden om niet langer een hoofddoek te dragen.

Werken met een hoofddoek
Het dragen van een hoofddoek onder werktijd is een beladen onderwerp, met veel verschillende meningen. Deze meningen zijn ook sterk verdeeld onder de respondenten van het hoofddoekonderzoek. Zo vindt 85% van de hoofddoekdraagsters dat je in elk beroep een hoofddoek moet mogen dragen. Moslima’s die hun haar niet bedekken zijn hier terughoudender in (58%), net als andere leeftijdsgenoten (29%). Beroepen waarin het volgens Nederlanders geen bezwaar is om een hoofddoek te dragen, zijn:
1. Schoonmaakster (84%)
2. Radiopresentatrice (82%)
3. Caissière supermarkt (70%)
4. Buschauffeur (58%)
5. Verpleegster (54%)

Toelichting op het onderzoek
Het Nationaal Hoofddoek Onderzoek is uitgevoerd door onderzoeksbureau Motivaction, in opdracht van het magazine Hoofdboek. Deels online, deels face tot face zijn moslima’s met en zonder hoofddoek en andere Nederlandse vrouwen in de leeftijd van 15-35 jaar geïnterviewd. Daarnaast is een aantal vragen uit het onderzoek ook gesteld aan de Nederlandse bevolking van 18 – 70 jaar. In totaal deden 1570 respondenten mee. Meer informatie: motivaction.nl.

Op basis van het onderzoek concludeert men dat zes van de 10 Nederlandse moslima’s in de leeftijd van 15-35 jaar een hoofddoek draagt. Het onderzoek richt zich, onder andere, op het ontkrachten van enkele misverstanden zoals hierboven al is vermeld. Meer precies betreft dit: Het Nationale Hoofddoek Onderzoek

Misverstand 1. Alle moslima’s moeten een hoofddoek dragen.
Misverstand 2. Alle meisjes beginnen op hun dertiende met een hoofddoek.
Misverstand 3. Moslima’s dragen de hoofddoek niet uit vrije wil.
Misverstand 4. De hoofddoek is er om de aantrekkelijkheid te verbergen.
Misverstand 5. Nederland heeft een probleem met de hoofddoek.

Interessant zijn ook de volgende uitkomsten:
•Gemiddeld hebben de vrouwen 34 hoofddoeken in de kast.
•Welke hoofddoek gedragen wordt, wordt bepaald door de stemming van de dag en of het een speciale dag is zoals tijdens de Ramadan, bruiloften en feestdagen en koninginnedag.
•Een hoofddoek wordt gezien als een belangrijke persoonlijke accessoire, maar worden ook frequent geruild binnen familie- en vriendenkring.
•Hoofddoek zouden steeds ‘modieuzer’ worden, dat wil zeggen gekleurd/veelkleurig en afgestemd op de rest van de kleding
•Naast een fashionstatement is een hoofddoek voor de dames primair een uiting van geloof en onderdeel van de eigen identiteit
•Favoriete winkels voor het kopen van de hoofddoek: Turkse en Marokkaanse winkels, H&M, V&D en Zara.
•Velen lijken te verklaren dat de hoofddoek pas wordt gedragen wanneer men ‘er klaar voor is’.
•Van de Nederlandse niet-moslims (denk ik) blijkt 8% voorstander van een hoofddoekenbelasting en 22% vindt dat de hoofddoek verboden moet worden.
•De Nederlandse moslima’s vinden de commotie over de hoofddoek zorgwekkend, eng en vervreemdend. De indruk die men heeft van de mening van ‘de Nederlander’ over de hoofddoek speelt mee in de beslissing wel of geen hoofddoek te dragen.
•Overigens vindt 23% van de Nederlandse bevolking (incl. moslima’s?) dat Nederland toleranter moet zijn. Bij jongeren ligt dat hoger.
•We kunnen spreken van een soort ‘burgerschapskloof’. Waar in de politiek nogal moeilijk gedaan zou worden over hoofddoeken, moslims en islam, blijkt dat in het leven van de jonge Nederlandse vrouwen er veel meer saamhorigheid en tolerantie te zijn.
•Met hoofddoek de arbeidsmarkt opgaan lijkt voor nogal wat problemen te kunnen zorgen. Sommigen passen zich aan aan de negatieve druk en de hoofddoek af, anderen niet. De indruk die men heeft van het bedrijfsleven is nogal negatief. Daarbij komt dat er veel moeite lijkt te zijn om moslimvrouwen met hoofddoek te accepteren in representatieve, zichtbare en beterbetaalde banen.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Ik vind dit type onderzoeken altijd wat lastig. Een paar overwegingen hierbij:
1.Een onderzoeksbevinding op basis van 1570 respondenten extrapoleren naar 80.000 kan best, maar is ook wel wat tricky. Om dat te kunnen beoordelen zouden we meer moeten weten over de 1570 respondenten. Hoe is deze samengesteld? Wat zijn de achtergronden? Hoe verhoudt deze steekproef zich tot de algemene populatie? Wat is de non-respons? Motivaction is zeker geen simpel commercieel pruts onderzoeksbureautje, maar men blinkt vaak niet uit in methodische verantwoording en reflectie.
2.Het onderzoek maakt deel uit van een groter project ‘Hoofdboek‘ opgezet door de nieuwe stichting Cup of Culture. Deze stichting zet ‘maatschappelijke thema’s als merk neer‘. De ‘branding’ van hoofddoek heeft als doel ‘om de beeldvorming rondom het meest beladen kledingstuk te verrijken’. Dat gaat niet werken mensen. Je moet onderzoek niet insteken met als doel een verrijking of verbetering van de beeldvorming. Het werkt niet en wordt simpel (en in dit geval onterecht) weggezet als ongeloofwaardige reclame. Dat het niet werkt komt omdat alle onderzoeken die zich zo nodig moeten richten op het ontkrachten van misverstanden als ‘hoofddoeken worden gedragen onder dwang’ of ‘hoofddoeken en mode passen niet bij elkaar’ de tegenstelling tussen hoofddoek en vrije keuze of hoofddoek en mode voortdurend blijven herhalen en ook voortdurend ergens het issue van integratie herhalen. Opvallend in de hele discussie is het aspect van mode. De vooronderstelling lijkt te zijn dat zich ‘terughoudend’ kleden per definitie niet modieus en/of sexy is. Het houdt de tegenstelling tussen moslim en Nederlander in stand. Dat we nu een mooie vrouw hebben met (overigens niet heel veel verschillende typen) hoofddoeken doet daar weinig aan af.
3.De zin ‘Zodat we nu voor het eerst echt weten wat er nu leeft in “de hoofden onder de doek”‘ is tenenkrommend en doet ook geen recht aan al die onderzoeken waarin moslimvrouwen aan het woord komen over de hoofddoek. De zinsnede ‘Zodat we nu voor het eerst echt weten wat er nu leeft in “de hoofden onder de doek”‘ is ook zo problematisch omdat het moslimvrouwen vooral neerzet als exotisch, mysterieus en afstandelijk in plaats van als vrouwen van vlees en bloed met wie je gewoon een praatje kunt maken als familie, vriend, kennis, collega of buurtgenoot.
4.Onderzoeken als dit houden toch vooral het stereotype in stand dat alles waar het bij moslimvrouwen om gaat de hoofddoek is. Dat mogen vrouwen die een hoofddoek dragen misschien zelf vinden (dat blijkt niet uit het onderzoek) en dat mogen ook anti-islam politici en opiniemakers vinden, maar dat wil niet zeggen dat dat recht doet aan het leven van deze vrouwen (of aan moslima’s zonder hoofddoek).
5.Daarnaast versterkt dit type onderzoek nog een ander stereotype, namelijk dat vrouwen in het algemeen vooral bezig zijn met mooi-zijn en het volgen van de laatste mode. Dat is misschien zo voor sommige vrouwen, maar toch zeker niet alle. Er zijn meerdere overwegingen bij het kiezen van de kleding (dat is overigens wel te zien in dit onderzoek, zie hierboven).
6.Het lijkt mij dat maatschappelijke thema’s verkopen / aan de orde stellen als ‘merk’ een interessante vondst is, maar ook niet anders kan dan werken met stereotypes. Is ‘branding’ immers niet meer dan het reduceren van complexe maatschappelijke issues tot eenvoudig te hanteren stereotypes waaruit alle mogelijke diversiteit en alternatieven zijn verdwenen? Er zijn inderdaad heel interessante ontwikkelingen te zien met betrekking tot hoofddoek-mode, maar moeten we daarom vrouwen met hoofddoek gaan duwen in de mainstream schoonheidsidealen of zelfs seksistische beoordelingen? Alsof hoofddoek en schoonheid nog(!) niet bij elkaar horen en alsof mode met bijvoorbeeld skinny jeans en make-up (genoemd in het onderzoek) de enige schoonheidsjablonen zijn?
7.Let wel ik ben helemaal niet tegen onderzoek naar vrouwen die een hoofddoek dragen. Er zijn uitstekende onderzoeken die ook ingaan op de hoofddoek als mode-item. Zie bijvoorbeeld Annelies Moors: “Islamic Fashion” in Europe: Religious conviction, aesthetic style, and creative consumption‘, en het inleidende artikel van een special issue van het journal Fashion Theory van haar samen met Emma Tarlo. Laatst genoemde heeft een prachtig boek geschreven Visibly Musim – Fashion, Politics, Faith. In dit boek laat zij zien dat sluiers niet zomaar kledingstukken zijn maar altijd (en soms in een bijna overdreven manier) worden verbonden met identiteit, anders-zijn, geschiedenis en tradities, moraal, symbolen van onderdrukking of juist emancipatie met politieke statements. Zij doet dit, en dat is het sterke punt, door zaken als hoofddoek en mode te behandelen als onderdeel van het levensverhaal van de vrouwen en de persoonlijke ontwikkelingen die zij hebben doorgemaakt. Het motivaction onderzoek hier laat een glimp zien door (als zoveelste onderzoek) te stellen dat veel vrouwen misschien later een hoofddoek willen dragen, als ze er klaar voor zijn, als ze er sterk genoeg voor zijn. Maar verder dan dat komt men niet. Emma Tarlo wel en zij laat zien welke verschillende afwegingen vrouwen maken in verschillende fases van hun leven. Het wel of niet dragen van een hoofddoek is geen teken van een afgeronde definitieve identiteit, maar onderdeel van een persoonlijke reis in het zoeken naar een identiteit en naar zingeving. Zaken waar iedereen, niet alleen moslima’s, zich wel iets bij kunnen voorstellen. In plaats van het nogal homogeniserende 1 vrouw, 100 hoofddoeken, laat Tarlo zien dat er sprake is is van 100-en vrouwen en 1000-en kledingstukken in verschillende levensfases.

Bron: Closer

Marokkaanse jongeren over homoseksualiteit

dinsdag, november 29th, 2011

22 Overwegend Marokkaanse (hetero) jongen praatten het afgelopen weekend met elkaar en met homo’s over hun perceptie van homoseksualiteit. Hun indrukken zijn vastgelegd in een korte videoreportage.

In De Dialoog praten mensen met verschillende achtergronden samen over homoseksualiteit. In een open gesprek wisselen zij hun ideeën en ervaring uit vanuit een culturele, religieuze of levensbeschouwelijke achtergrond. Stichting Malaica is gericht op het wegnemen van acceptatieweerstanden als gevolg van fricties en frustraties over homoseksualiteit. Samen organiseerden zij 26 en 27 november het “Shout Out.Respect 4 Diversity” trainingsweekend over homoseksualiteit voor 22 overwegend Marokkaanse jongeren . De hetero meiden en jongens hebben veel indrukken opgedaan, zo blijkt uit het videoverslag van de dag. Vooral de ontmoeting met ‘echte homo’s’ op zaterdagmiddag deed ogen openen. De meiden komen zichtbaar in beeld met hun ervaringen. Na enig aandringen wilde enkele Marokkaanse jongens wel vragen beantwoorden, mits ze niet herkenbaar in beeld zouden komen.

Bron: Wereldjournalisten

YouTube voorvertoningsafbeelding

Scott Kugle, hoogleraar islamstudies, tweemaal ‘uit de kast’

dinsdag, september 13th, 2011

Scott Kugle is hoogleraar Zuid-Azië en Islam Studies aan Emory University in Atlanta, V.S. In 2003 kwam hij tweemaal ‘uit de kast’: als homo en als moslim. In dat jaar publiceerde hij voor het eerst over homoseksualiteit in islam, in een essay in de bundel Progressive Muslims: on Gender, Justice and Pluralism. Voor collega-wetenschappers was zijn islamitische overtuiging een verrassing, voor zijn mede-gelovigen kwam zijn homoseksualiteit als een verrassing.

Tot in de jaren tachtig van de vorige eeuw werd Islamitische studies, ondergebracht bij de faculteit Orientalisme, gedomineerd door tekstwetenschappers. Nieuwe wetenschappers brachten in de jaren erna het vakgebied in verbinding met religiestudies, feminisme, religiedialoog, en progressieve politieke analyse. Weer later gingen jonge onderzoekers de wereldgodsdienst bekijken vanuit sexualiteit en gender. “Maar het waren steeds niet-moslims die dit baanbrekend onderzoek verrichten,” zegt Kugle in een interview met Religion Dispatches. “Wat miste was een betrokkenheid vanuit de islamitische traditie zelf. Die verbinding kwam met de komst van feministische moslimwetenschappers. Zij brachten de methode van kritische maar toch gelovige manier van onderzoek, die de basis vormde voor een nieuwe generatie wetenschappers, zoals Leila Ahmed en Amina Wadud. De aanslagen in 2001 gaven aanleiding om de islamstudie nog verder uit te bouwen. “Wij vonden dat de islam gekaapt was door extremisten en reactionairen, ” zegt Kugle. “We moesten ons meer openlijk uitspreken, met als doel om de islam terug te krijgen.”

Het duurde echter nog zeven jaar voordat Kugle zijn eerste boek publiceerde dat expliciet gaat over homoseksualiteit in de islam. In 2010 verscheen Homosexuality in Islam: Islamic Reflection on Gay, Lesbian and Transgender Muslims. In de tussenliggende jaren was Kugle actief in een aantal groepen, waarvan de bekendste de Al-Fatiha Foundation is. De publicatie van het 2003-essay bracht naast veel steun ook de beschuldiging van ‘ketter’ (Mu`tazili). Deze kritiek, hoe misplaatst ook, gaf de aanleiding voor Kugle om zich verder te verdiepen in het onderwerp, onder meer aan de Universiteit van Leiden en Swarthmore College (V.K.) De interviews met  (LGBTIQ staat voor lesbian, gay, bisexual, transgender, intersex, queer and questioning) die hij tijdens zijn studie maakte, worden volgend jaar uitgegeven, onder de titel Voices of Gay, Lesbian and Transgender Muslim Activists.

Kugle zegt dat het overgrote deel van de reacties die hij krijgt op zijn boek positief zijn. “Mensen schreven mij dat mijn boek hun leven heeft gered. Dat is een groot compliment! Veel homoseksuele moslims zijn vervreemd van hun familie en gemeenschap, worden depressief en overwegen zelfmoord. Het is een enorme beloning dat ik door het geven van informatie hen kan ondersteunen. Andere moslims schrijven mij dat ze het boek gebruiken om met hun familie te discussiëren.”

Het boek is geschreven voor moslims die leven in westerse, seculiere landen, aldus Kugle. Toch krijgt hij ook reacties uit moslimlanden. Onder andere ook van mensen die hem vragen of het boek via het internet gelezen kan worden, aangezien de censuur in sommige moslimlanden het boek tegenhoudt.

Kugle merkt op dat het idee van ‘bevrijdingstheologie’, zoals dat in christelijke kringen bekend is geworden, in de islam de term ‘hervorming’ of ‘revival’ krijgt. “Vanwege de associaties met het christendom zal een moslim niet het begrip bevrijdingstheologie gebruiken,” zegt Kugle. “Maar mensen als Amina Wadud, Asma Barlas, Farid Esack en Asghar Ali Engineer streven hetzelfde na. De eerste twee op het gebied van feminisme, de laatste twee in de strijd tegen onderdrukking, armoede en uitbuiting.”

Kugle ziet veel kennis en activiteiten op het gebied van interreligieuze coalities. Hij roept met name christelijke en joodse organisaties op hier werk van te maken, omdat zij in westerse landen grote en degelijke instituten hebben opgebouwd. Moslims gaan nu, door interne discussies, een fase in die christelijke en joodse gemeenschappen tientallen jaren geleden al hebben beleefd.

De auteur heeft hoop voor de toekomst. Hij heeft drie wensen voor die toekomst. Ten eerste hoopt hij dat door zijn boek LGBTIQ-moslims opnieuw verbinding kunnen maken met hun geloof. Daarmee kunnen ze tegenwicht bieden aan de onderdrukking en misbruik door religieuze leiders. Ten tweede hoopt hij dat zijn boek door familieleden en vrienden van LGBTIQ-moslims gelezen zal worden. Het boek biedt hen namelijk islamitische alternatieven voor de vooroordelen en afwijzing van homoseksuele en transgender moslims, en darmee meer tolerantie vanuit de geloofsgemeenschap zelf. Ten derde hoopt hij met zijn boek de angst weg te nemen die nieuwe onderzoekers op het onderwerp kunnen hebben. “Ik heb het boek geschreven met mijn eigen naam. Ik werd niet bedreigd. Ik ben niet aangevallen. Ik ben niet vermoord. Ik hoop dat mijn boek een sadaqa jariya zal zijn, een gift die bruikbaar blijft zelfs als de gever er niet meer is.”

Meer informatie over LGBTIQ-moslims op de website van Hidden Voices.

Fear, Inc.: het netwerk van islamhaters in de V.S.

zaterdag, augustus 27th, 2011

De gedachtewereld, die Anders Breivik tot zijn moorddadige daden in Oslo bracht, is in diverse media uitvoerig belicht. Ook op deze pagina’s is aandacht besteed aan de islamofobe denkers, die met name in de Verenigde Staten aan de weg timmeren. In Nederland lijkt de discussie naar aanleiding van de terreuraanslagen in Noorwegen weer wat geluwd, maar op diverse websites – niet toevallig Amerikaanse – blijft men ingaan op de achtergronden van het islamofobische denken.

Het Center for American Progress publiceerde onlangs een uitvoerig rapport over het netwerk van islam-bashers dat op het web en in diverse organisaties actief is. Fear, Inc.: The Roots of Islamophobia in America geeft gedetailleerde informatie over de invloed die mensen als Robert Spencer, David Horowitz en Pamela Geller hebben in de media en de politiek, maar ook over de enorme bedragen die de ‘denktanks’ spenderen aan het verkondigen van hun boodschap; volgens het Center for American Progress hebben de zeven invloedrijkste organisaties de afgelopen tien jaar hier meer dan 42 miljoen dollar aan besteed.

Overigens betitelt Pamela Geller het rapport op haar website Atlas Shrugs als “een soort Mein Kampf. Het is Goebbels die de jood aanvalt. Deze quislings [de opstellers van het rapport] zijn de vijand. Ze vrezen mijn werk, en dat is goed.” Deze Pamela haalde Geert Wilders ooit naar de V.S. voor een lezingentoernee en beiden houden niet op lovende woorden over elkaars werk te uiten…

YouTube voorvertoningsafbeelding

Jihad against Islam: Amerikaanse islamofoben winnen aan invloed

woensdag, augustus 3rd, 2011

Een werkelijk bizar toeval. In de week dat het tijdschrift Intelligence Report, uitgave van The Southern Poverty Law Center (SPLC), in de bus viel, beging de islamofobe Noor Anders Behring Breivik een dubbele terreuraanslag in en bij Oslo. Thema van het zomernummer van Intelligence Report: ‘Jihad against Islam’!

“Zelden heeft de Verenigde Staten te maken gehad met een meer roekeloze en harde campagne om een groep mensen te lasteren en hun fundamentele burger- en mensenrechten te beknotten, dan in de recente retoriek tegen moslims”. Zo opent IR het uitvoerige artikel, waarin ze ingaat op de groep islambashers en -haters die in de Verenigde Staten (en daarbuiten) de toon zetten in de campagne tegen de islam. Volgens het blad neemt 10 jaar na 9/11 de haat tegen moslims toe. En ditmaal zijn het activisten en zelfs politici die het hoogste woord hebben. En verontrustend genoeg is sinds het aantreden van Barack Obama in 2009 het venijn en de haat tegen de islam alleen maar toegenomen.

“Wat mij als Amerikaan moslim het meest verontrust is dat het niet langer een kleine groep van toegewijde islamofoben is die vooroordelen en zelfs haat uit tegen de Amerikaanse moslimgemeenschap, maar helaas zelfs politici en overheidsvertegenwoordigers,” zegt Sheila Musaji van de website The American Muslim. “Dat geeft de discriminatie een zekere respectabiliteit en rationaliteit, die anders alleen te vinden was bij extremisten.”

Het artikel geeft aan dat er wel zeker dreiging uitgaat van moslimterrorisme. Het haalt een onderzoek aan van het Triangle Center on Terrorism and Homeland Security dat aangeeft dat sinds 9/11 er 161 terroristische complotten waarbij Amerikaanse moslims betrokken waren, zijn geweest. 69 ervan waren gericht op doelen in de Verenigde Staten zelf en 11 zijn daadwerkelijk uitgevoerd. Maar het onderzoek vond een ander opmerkelijk gegeven. Van de 120 complotten werden er 48 verijdeld omdat Amerikaanse moslims de autoriteiten in kennis stelden. Desondanks geeft een aanzienlijk deel van de Amerikaanse bevolking aan – 35% – dat zij vindt dat de islam meer dan andere religies aanzet tot geweld.

Journalist Max Blumenthal geeft aan dat dit niet een spontane gebeurtenis is, maar het resultaat van een georganiseerde, langdurige campagne van een vaste groep rechts-extreme activisten die hun aandacht na 9/11 richten op de islam, maar pas echt invloedrijk werden na de verkiezing van Obama. Blumenthal noemt het de ‘Great Islamophobic Crusade’. Zo blijkt uit onderzoek dat in maart 2009 11% van de Amerikanen geloofde dat Obama moslim is. In augustus 2010 was dit percentage gestegen tot 18.

De groep activisten en intellectuelen golft mee en geeft voeding aan dit soort anti-islamsentimenten. Ze gebruikt daarbij twee tactieken. Ten eerste beweert de groep dat radicale moslims, zoals Osama bin laden, de Koran op een juiste manier interpreteert, terwijl vredelievende en gematigde moslims ofwel hun Heilige Boek niet begrijpen ofwel net doen alsof om een ander doel na te streven. Ten tweede valt de groep voortdurend individuen en organisaties aan die de gematigde islam in de Verenigde Staten vertegenwoordigen. Zij worden getypeerd als ‘wolven in schaapsklederen’, die een groot geheim moslimcomplot nastreven.

Intelligence Report portretteert 10 van de meest uitgesproken en fanatiekste islamofoben, waaronder Pamela Geller, die goede banden onderhoudt met Geert Wilders en zopas het boek ‘Stop the Islamization of America: A practical guide to the resistance’ en Debbie Schlussel, die eerder dit jaar op haar blog moslims zo karakteriseerde: “Zij zijn dieren, jazeker, maar minder nog dan een hond, want ze leren niet hun gedrag aan te passen als ze daarvoor beloond worden.”

De gebeurtenissen in Noorwegen hebben laten zien waartoe deze voortdurende ‘islamofobe kruistocht’ kan leiden. IR heeft verderop in het zomernummer een interview met Daryl Johnson, een van de belangrijkste deskundigen op het gebied van binnenlandse terreurdreiging. In een rapport van zijn bureau, de U.S. Department of Homeland Security, waarschuwde Johnson voor de dreiging van radicaal rechts. Maar onder druk van de politiek en zijn  eigen directie werd het rapport teruggetrokken. Dat geeft  te denken…

Omar Ahmad (1965-2011)

woensdag, mei 11th, 2011

Een week na dat al-Qaidaleider Osama Bin Laden in zijn Pakistaanse villa werd doodgeschoten overleed Omar Ahmad, de burgemeester van San Carlos, Californië. Op de website van Religion Dispatches heeft Hussein Rashid een liefdevol portret van de inspirerende Amerikaanse moslim geschreven.

Waar Osama niets anders dan haat en geweld predikte, bracht Ahmad hoop, compassie, liefde, humor en vriendschap, aldus Rashid. Burgemeester van het 30.000 inwoners tellende stadje halverwege San Francisco en San Jose, maar ook getypeerd als een 21ste eeuwse Hemingway: liefhebber van sigaren, verhalenverteller, Silicon Valley ondernemer, piloot, bergbeklimmer, fan van cowboylaarzen.

Hij weigerde te spreken over ‘moslim’ en ‘niet-moslim’; hij prefereerde ‘buren’. Zoon van immigranten uit Pakistan, werkte hij zich op binnen de wereld van de informatica – Google, Napster en Netscape. Maar in plaats van de virtuele wereld, lag zijn hart bij het opbouwen van een echte gemeenschap. Via de gemeenteraad van San Carlos werd hij gekozen als burgemeester. “En daar deed hij wat alle Amerikaanse burgemeesters doen,” schrijft Rashid. “Het gevecht aangaan met de vakbond van brandweerlieden.”

Achter de schermen werkte hij hard op de moslimgemeenschap in de Verenigde Staten op te bouwen en van advies te voorzien. “Voor Omar was er geen onderscheid tussen zijn geloof en zijn land.” Hij was mede-oprichter van CAIR, de Council on American-Islamic Relations.

Omar Ahmad stierf aan een hartaanval. Hij werd 46 jaar.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Britse schoolboeken antisemitisch en homofoob

donderdag, november 25th, 2010

Op sommige Britse scholen wordt gebruik gemaakt van Saudische schoolboeken met antisemitisch en homofoob materiaal. Dat blijkt uit een onderzoek van de BBC voor het tv-programma Panorama.

De boeken worden gebruikt op weekendscholen waar het Saudische lesprogramma wordt onderwezen. Ongeveer vijfduizend islamitische kinderen volgen deze lessen. Volgens het tv-programma staat in de schoolboeken dat een aantal joden is veranderd in apen en varkens. Ook wordt kinderen verteld dat de straf voor homoseksualiteit executie is. De kinderen wordt bovendien geleerd wat de correcte manier is om de handen en voeten van een dief af te hakken.

YouTube voorvertoningsafbeelding

De lesboeken zijn vooral in gebruik op islamitische scholen en bij onderwijsinitiatieven vanuit de moskee. Het lesmateriaal en de inhoud ervan komt uit Saudi-Arabië en werd bekend door een uitzending van het Britse actualiteitenprogramma Panorama. Dat liet zien hoe rond de vijfduizend islamitische kinderen in Groot-Brittannië wordt geleerd dat joden apen en varkens zijn, dat dieven hun handen moeten worden afgehakt en dat homoseksuelen moeten worden gedood.
De lesboeken horen bij sharia-onderwijs dat wordt gegeven op circa veertig ‘weekendscholen’, waar kinderen vanaf hun zesde kunnen worden onderwezen. Meestal gaat het bij dit onderwijs om tienerjongens. De vaak vanuit de moskee georganiseerde scholen, in zalen of bij mensen thuis, zijn tot dusverre niet onderhevig aan controle door de Britse onderwijsinspectie Ofsted.

Daar komt mogelijk spoedig verandering in. Maar niet zomaar, zegt de Britse minister van Onderwijs Michael Gove. “Saudi-Arabië is een soevereine staat en mag onderwijsproducten invoeren in Groot-Brittannië. Maar antisemitisme op scholen kunnen we natuurlijk niet hebben. Daar gaan we wat tegen doen.”

Ook vanuit gematigde moslimkringen is kritiek op het lesmateriaal. Een islamgeleerde noemt het lesmateriaal ‘niet wijs’, omdat het in verkeerde handen kan vallen. De Saudische overheid ontkent in het BBC-programma verantwoordelijk te zijn voor de lesboeken.

Aantal hatecrimes tegen homo’s lager, geweld ernstiger in V.S. en Oeganda

woensdag, november 24th, 2010

De laatste FBI-cijfers, die een daling in het aantal hatecrimes tegen homoseksuelen laat zien, werden met instemming in de Verenigde Staten ontvangen. Niet zozeer door de LGBT-gemeenschap, maar door christelijk rechts. Focus on the Family, een van de vlaggeschepen van christelijk rechts, reageerde: “speech chilling, and religious freedom killing”. Dat meldt Candace Chellew-Hodge op de website Religion Dispatches.

Christelijk rechts ziet in de daling een bewijs dat specifieke wetgeving op het gebied van hatecrimes tegen homoseksuelen niet nodig is. Chellew-Hodge schrijft dat de cijfers wel een daling laten zien – van 7.783 in 2008 naar 6.604 in 2009 – maar dat de aard van de misdaden ernstiger is geworden. Als het gaat om moord, doodslag, verkrachting en ernstige vormen van aanvallen op, is het aantal hatecrimes juist gestegen (de FBI rekent niet alleen geweld tegen individuen, maar ook tegen bedrijven en religieuze instellingen als een hatecrime). Gewelddadige hatecrimes laten juist een stijging zien, van 695 in 2008 naar 725 in 2009.

Als de bevolkingsgrootte in de statistieken wordt betrokken, is er ook sprake van een stijging. In 2009 waren er volgens de FBI sprake van 819 racistische aanslagen op de zwarte gemeenschap. Deze maakt 12,4 procent van de Amerikaanse bevolking uit. Tegen de LBGT-gemeenschap waren 725 gewelddadige aanslagen. Zij vertegenwoordigt 5,5 procent van de bevolking.

Nadat een Oegandese krant een namenlijst van bekende homoseksuelen in het Afrikaanse land had gepubliceerd onder de veelzeggende kop ‘Hang Them’, is het geweld tegen homoseksuelen toegenomen, meldt journaliste Jody May-Chang. Zij bespeurt ook de invloed van Amerikaans christelijk rechts. De zendelingen van Amerikaanse organisaties prediken dat “homoseksualiteit onbijbels en tegennatuurlijk is”. Het Amerikaanse onderzoeksinstituut Public Eye beschrijft in een rapport de groeiende invloed van christelijke rechtse kerkgenootschappen op anti-homo-wetgeving in Oeganda en het homofobische klimaat in het land.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Prins Charles’ visie op klimaatsverandering

donderdag, november 18th, 2010

Onder het rumoer van de koninklijke verloving van zijn zoon William door, presenteert prins Charles van Engeland in de documentaire Harmony: A New Way of Looking at Our World zijn visie op de ecologische crisis die de aarde treft. Tegelijk met de documentaire verschijnt een boek van de Prince of Wales (of moeten we zeggen ‘de Prince of Whales’?) met de gelijknamige titel. In  een recensie in The Ecologist schrijft Jemima Roberts dat “de revolutie waartoe prins Charles ons oproept ons doet verbinden met het besef van een gemeenschappelijke geest, een plek die in onze digitale tijd zo ver weg lijkt”.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Niet alle recensies zijn positief. Een recensent van de Engelse krant The Guardian kritiseert het ‘zweverige gehalte’ van het boek. Wel opmerkelijk, de interesse van royalties voor de meer spirituele kant van het leven. Met zijn boek en film lijkt prins Charles in de voetsporen te treden van oud-prinses Irene, en de Noorse prinses Märtha Louise heeft onlangs een boek over beschermengelen gepubliceerd.