Islamofobie in Nederland wijder verbreid dan gedacht
donderdag, januari 19th, 2012Tussen 2005 en 2010 waren er meer dan honderd incidenten bij moskeeën in Nederland. En dat zijn er opvallend meer dan in andere landen. Dat blijkt uit een nieuw boek over islamofobie en discriminatie. De daders gaan meestal vrijuit en moslims doen vaak geen aangifte.
In de jaren negentig gold Nederland als uitzonderlijk tolerant tegenover andere godsdiensten, zegt emeritus hoogleraar Frank Bovenkerk van de Universiteit van Amsterdam. ‘Tot opeens uit enquêtes bleek dat zich een aanzienlijke weerzin tegen de islam aan het ontwikkelen was. De onderzoekers dachten: dat kan haast niet, zo’n breuk met het verleden. Maar het was wel zo.’
Vervolgens kwamen de aanslagen van 11 september 2001 en de moord op filmmaker Theo van Gogh, in 2004. De Nederlandse politiek wakkerde de moslimhaat nog verder aan, vindt Bovenkerk: ‘Toenmalig vicepremier Gerrit Zalm zei na de moord op Van Gogh: ‘We zijn nu in oorlog’.'
In de Verenigde Staten ging dat anders. Bovenkerk: ‘Het eerste wat president Bush deed na 9/11, was naar de moskee gaan omdat hij wist: ik moet mijn relatie met de moslimbevolking niet verpesten. Dus daar waren ze heel zorgvuldig in. Maar in Nederland zijn we opmerkelijk makkelijk meegegaan met politici als Pim Fortuyn en later Geert Wilders, die de weerzin tegen de islam voor politiek gewin gingen gebruiken.’
Ineke van der Valk deed onderzoek naar ‘Islamofobie en discriminatie’, zoals haar boek heet, dat deze donderdag verscheen. Zij telde 117 incidenten bij moskeeën in Nederland tussen 2005 en 2010. In de Verenigde Staten waren dat er in die periode 42. Het ging om brandstichtingen, bekladdingen, vernielingen en nog veel meer.
‘Een poederbrief, een telefonische bedreiging maar ook acties als het ophangen van een dood schaap aan een gevel, waarbij dan op de vacht de tekst ‘No Mosque!’ stond. Of een varkenskop. Of de muur besmeuren met schapenbloed of varkensbloed, wat moslims als provocerend en beledigend ervaren,’ zegt Van der Valk.
Die incidenten waren opvallend vaak in kleinere plaatsen. In de grote steden is de acceptatie van migranten groter omdat ze daar al veel langer wonen, denkt de onderzoekster.
Lang niet alle incidenten bleken te zijn gemeld. Soms op advies van de politie, soms omdat moskeebesturen bang waren voor herhaling. Het komt ook door een zekere nonchalance, zegt Aissa Zanzen van de Marokkaanse Moskeeorganisaties Amsterdam en Omstreken.
‘Mensen redeneren: dat gebeurt nou eenmaal. De samenleving is verhard, er is een klimaat, en dat hoor je elke keer in de media, dat moslims de schuld krijgen van alles en nog wat. Daarnaast denken mensen ook dat de politie er toch niets aan doet, en aangifte doen kost te veel tijd. Een andere factor kan zijn de taalbeheersing, dat is toch een hobbel.’
De daders werden zelden opgespoord: in 99 van de 117 gevallen zijn ze niet bekend. ‘Dat geeft te denken’, zegt Van der Valk, ‘het wordt tijd dat justitie en politie daar meer aan doen.’
Dan is er nog de islamofobie op internet. Ronald Eissens van het Meldpunt Discriminatie Internet: ‘In 2011 waren er 290 meldingen van islamofobe uitingen, bijna eenvijfde van het totaal aantal meldingen over discriminatie.’
Discriminatie op het Nederlandstalige deel van internet wordt steeds meer ‘mainstream’, aldus Eissens: ‘Van de donkere vieze steegjes gaat het naar het volle daglicht, naar de populaire webfora, die iedereen leest.’
Wat valt hier tegen te doen? Ineke van der Valk: ‘Je moet serieus werken aan de sociale problemen die een rol spelen bij waarom mensen gaan discrimineren. Wie slachtoffer wordt van een misdaad door een moslim, is sneller geneigd tot discriminatie.’
‘Daarnaast moet je de openheid van de samenleving benadrukken en de waarden van diversiteit hooghouden. Noorwegen deed dat heel goed na de aanslag van Anders Breivik’, vindt Van der Valk. ‘Ik denk dat we daar een voorbeeld aan kunnen nemen omdat hier onder politici te veel de neiging bestaat om weg te kijken en te hopen dat de islamofobe mode overwaait. We moeten veel meer ons eigen verhaal houden en staan voor waarden die we belangrijk vinden, voor democratie en rechtsstaat.’















