Het gerechtshof in de Indiase hoofdstad New Delhi heeft op 2 juli bepaald dat seksueel verkeer tussen volwassen homo’s niet in strijd is met de wet. Het wettelijke verbod op homoseksualiteit in India is door de rechter nietig verklaard. Het verbod (Section 377 van de Indiase wetboek van strafrecht) is ooit door het Britse koloniale gezag ingesteld. De uitspraak geldt alleen voor New Delhi. In de rest van India blijft het koloniale verbod geldig. Maar verwacht wordt dat activisten op grond van de rechterlijke uitspraak in New Delhi het verbod voor heel India willen schrappen. Volgens het gerechtshof in New Delhi is de 149-jarige oude wet discriminerend en “een schending van fundamentele rechten”. Homo-activisten hebben negen jaar tegen de wet geprocedeerd.
Homoseksualiteit is in India een taboe. Conservatieve politici en religieuze groeperingen achter homoseksualiteit in strijd met Indiase tradities. “Wij zijn tegen deze praktijk omdat ze niet past in onze traditie en hoort bij onze cultuur,” aldus een vertegenwoordiger van de World Hindu Council.
Op 5 februari van dit jaar kondigde de Boliviaanse president Evo Morales de nieuwe grondwet voor het Latijns-Amerikaanse land af. De nieuwe grondwet verbiedt discriminatie op grond van seksuele voorkeur of geaardheid. Vertegenwoordigers van LGBT-organisaties (Lesbians, Gays, Bisexuals, Transgenders) zijn tevreden, maar ook ingetogen over de grondwet, meldt ViceVersa, vakblad voor ontwikkelingssamenwerking. “Ze zijn trots en tevreden dat door hun gezamenlijke inzet in de grondwet een verbod is opgenomen op alle vormen van discriminatie om seksuele geaardheid of geslachtidentiteit”, schrijft Peter Rhebergen. “Niet alleen discriminatie van homoseksuele en biseksuele mensen is verboden, ook die van transseksuelen. Maar de organisaties zijn duidelijk ontevreden dat in de nieuwe grondwet alleen een huwelijk of juridische verbintenis tussen man en vrouw erkend wordt. Ook het recht van transseksuelen om hun verandering van identiteit te kunnen laten registreren is niet in de grondwet opgenomen.”
Ondanks de nieuwe grondwet gaan in de praktijk discriminatie, geweld en bedreigingen tegen LGBT’s door. Alberto Moscoso Flor, directeur van Adesproc Libertad, de nationale vereniging van 21 LGBT-organisaties, zegt: “Homoseksualiteit is geen thema van deze regering, wij moeten er een thema van maken. Daarvoor zijn netwerken van LGBT-organisaties en internationale contacten zoals met Hivos, de Nederlandse ambassade en Human Rights Watch nodig. Alléén kunnen we het niet. Tegelijkertijd moeten we hier coalities sluiten met mensenrechtenorganisaties, de nationale ombudsman, het ministerie van gender en parlementsleden.”
Hivos ondersteunt LGBT-organisaties in Bolivia. Ria Hulsman, vertegenwoordiger van Hivos in het Latijns-Amerikaanse land, zegt dat die steun soms lastig is. “Er zijn nogal wat verschillen tussen de posities van lesbiennes, homo’s en transgenders. De economische positie van travestieten en transseksuelen is erg zwak omdat ze vaak geen regulier werk hebben. Bovendien ondervinden ze veel discriminatie in de gezondheidszorg en bij overheidsinstelllingen.” Hulsman betreurt het dat de organisaties geen brug hebben weten te slaan naar de inheemse bevolking. Leiders van de zogeheten Indigenas ontkennen overigens het betsaan van homoseksualiteit binnen hun gemeenschappen. “Homoseksualiteit is een probleem van de steden. Homo’s maken geen deel uit van onze cultuur.”
De inheemse Quechua-homo Ronald Céspedes en Aymara-lesbienne Julieta Paredes denken hier anders over. Parades zegt in ViceVersa: “Juist door de visie dat mannen en vrouwen een eenheid moeten vormen, bestaat er in die gesloten Indigenas-gemeenschappen nauwelijks een mogelijkheid voor eigen autonomie van vrouwen.” Céspedes wijst op de rol van de Spanjaarden en de Rooms-Katholieke kerk: “In de oorspronkelijke kosmosvisie kan een persoon wel zes verschillende identiteiten hebben. Homo- of lesbische geaardheid was niet bijzonder. Die visie werd in het koloniale tijdperk verboden. En nog steeds door de kerk. De tijd van dekolonisatie van de seksualiteit is nu aangebroken.”
Vorig jaar vertoonde Tûmba in samenwerking met het Homoplatform Fryslân de film 7 Years, een film van Bram Vergeer. De documentaire gaat over de situatie van homoseksuelen in Kenia, de celstraf die zij op grond van een Britse koloniale wet(!) nog steeds kunnen krijgen – een straf van zeven jaar, waar de titel van de film naar verwijst – de invloed van de kerk en de pesterijen van de politie.