Archief voor de categorie ‘Vluchtelingen’

Beleid tegen illegalen heeft tegendraads effect

donderdag, december 22nd, 2011

De criminalisering van mensensmokkel en illegaal huishoudelijk werk door de overheid staat in scherp contrast met het beeld dat de illegale migranten ervan hebben. Voor hen is het een manier om toegang te krijgen tot beter betaald werk. De overheid gaat aan deze werkelijkheid voorbij.
 
De afgelopen jaren hebben uitzonderlijke gevallen het beeld van de overheid over mensensmokkel en mensenhandel gedomineerd en het beleid op deze terreinen mede gestuurd. Denk aan het Dover-drama met Sister Ping, de Sneepzaak of de Marokkaanse slaaf op de Dappermarkt. Deze extreme zaken zijn beeldbepalend voor de komst, het verblijf en de gedwongen terugkeer van illegale vreemdelingen geworden. De overheid ziet mensensmokkel als een serieuze en ernstige vorm van georganiseerde misdaad die het migratiebeleid en de integratie van de gevestigde allochtonen ondermijnt.
 
Migranten daarentegen beschouwen het als een al dan niet betaalde dienst om familieleden bij zich te krijgen. Waar de overheid bang is voor de aanzuigende werking van versoepelingen in het migratiebeleid, doen de illegale vreemdelingen een informeel beroep op familieleden die toevallig in Nederland wonen. Waar de overheid illegaliteit criminaliseert, ziet de illegale vreemdeling zijn status als een min of meer vanzelfsprekende consequentie van zijn aanwezigheid zonder verblijfsdocumenten. Het is moderne slavernij met al zijn uitbuiting tegenover een sociaal arrangement met specifieke economische arbeidsverhoudingen met geaccepteerde en normatief begrensde uitbuiting. Kortom, rond de komst, het verblijf en de terugkeer van illegale vreemdelingen is er sprake van een kloof in betekenisgeving tussen de overheid en de migranten.
 
Het Nederlandse illegalenbeleid staat in het teken van het tegengaan en ontmoedigen van illegaal verblijf. Dat lijkt succesvol: telden onderzoekers in 2002 nog ruim 211.000 illegalen in Nederland, in 2009 was dit aantal meer dan gehalveerd tot ruim 97.000 personen die onrechtmatig in Nederland verblijven. Maar deze afname komt vooral door de insluiting van landen als Roemenië en Bulgarije in de Europese Unie en niet zozeer door een duidelijke afname van het aantal niet-westerse illegale vreemdelingen.
 
Uit onderzoek onder illegale vreemdelingen uit uiteenlopende herkomstlanden, met verschillende achtergronden en migratiemotieven, blijkt dat zij door het strengere beleid geen toegang meer hebben tot de voorzieningen van de verzorgingsstaat en evenmin tot ‘wit werk’. Illegalen zijn voor hun bestaan in toenemende mate aangewezen op ‘zwart werk’ en liefdadigheid. Illegale vreemdelingen maken deel uit van sociale arrangementen of morele economieën waarin de verhoudingen van illegalen met informele werkgevers en huisbazen bepaald worden door normen van wederkerigheid, patronen van risicomijdend gedrag en ideeën over rechtvaardigheid. Dit alles in een context waarin een overheid slecht benaderbaar is.
 
De titel van mijn oratie was ‘Moderne slavernij of gewoon werk?’. Vanuit het perspectief van de illegale vreemdelingen is er geen sprake van slavernij. Maar we kunnen de arbeidsverhoudingen tussen illegalen en hun werkgevers evenmin duiden als gewoon werk. Veeleer hebben we te maken met informele arbeid onder slechte en onzekere omstandigheden waarbij de arbeidsverhoudingen tussen de illegale vreemdelingen en de werkgevers vaak uit balans en soms ernstig verstoord zijn. Tegelijkertijd zijn er informele normen over rechtvaardigheid en onrecht die in samenhang met het risicomijdende gedrag van illegale vreemdelingen een rem vormen op de meer extreme vormen van negatieve wederkerigheid. De overheid gaat aan deze werkelijkheid voorbij. De terminologie van georganiseerde mensensmokkel – moderne slavernij en exploitatie – verhult de achterliggende sociale processen van in- en uitsluiting en economische processen van vraag en aanbod.

De overheid kiest in de aanpak van mensenhandel voor een juridische oplossing van wat in feite een normatieve problematiek is. De overheid kan zonder verklaringen van de slachtoffers van mensensmokkel tot veroordelingen komen, maar gaat daarbij voorbij aan bestaande sociale arrangementen. Daarmee wil ik overigens niet beweren dat de slachtoffers van mensenhandel zich niet in mensonterende situaties zouden kunnen bevinden. Maar er bestaat ook een andere werkelijkheid, met andere normen over wat rechtvaardig en onrechtvaardig is en waar betrokkene op informele manieren hun recht halen.
 
Een beleid dat steeds verder van de alledaagse werkelijkheid af komt te staan en als oplossing meer toezicht, meer controle en meer repressie aandraagt, draagt bij aan een verplaatsing en verharding van de problematiek. In de praktijk kunnen we deze processen al waarnemen. Met de toegenomen controle op prostitutie is mensenhandel onverminderd aanwezig en verdwijnt deze steeds meer backstage. Met de voorgenomen criminalisering van illegaal verblijf zal huisvesting en arbeid voor illegalen nog meer een schaars goed worden en krijgen de malafide of criminele aanbieders van diensten nog meer macht. Tegelijkertijd leren studies vanuit de gemeenschappen zelf hoe complex de mechanismen zijn die er spelen. Wederkerigheidsrelaties binnen sociale netwerken gaan hand in hand met wantrouwen. Toenemende controle zullen de bestaande sociale arrangementen beïnvloeden waarbij illegale migranten kwetsbaarder worden ten opzichte van de informele dienstverleners.
 
Ik heb tot dusverre niet gesproken over onderzoeksmethoden, maar om toekomstige vragen naar de komst, het illegaal verblijf en de terugkeer vanuit de perspectieven van betrokkenen te kunnen beantwoorden, dienen we hoe dan ook in contact te blijven met de direct betrokkenen. Met de zogenaamde kanslozen, de vertegenwoordigers van de nieuwe onderklasse, de illegalen en al die anderen die deel uitmaken van deze leefwereld. Er is wat mij betreft een blijvende noodzaak – naast allerlei ander vormen van dataverzameling – om onderzoek from below te verrichten. Een blijvende noodzaak voor meer ‘good old etnography’ zoals David Brotherton (2011) het zo mooi verwoordde. Niet om het exotische in de samenleving te laten zien, maar om het perspectief en de betekenissen van de betrokkenen te leren kennen en te contrasteren met de legitimiteit en effecten van het migratiebeleid. Het centraal stellen van een dergelijk perspectief en methode betekent investeren in goede, jonge criminologen met een scherp theoretisch oog, die bereid zijn om het veld in te trekken en oog hebben voor complexiteit en de humanitaire aspecten van de fenomenen onder studie.
 
Dit stuk is gebaseerd op de oratie die Richard Staring op 2 december 2011 heeft uitgesproken bij zijn  aantreden als bijzonder hoogleraar ‘Mobiliteit, toezicht en criminaliteit’ aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Foto: Bas Bogers
Bron: Sociale Vraagstukken

Homohaat in asielzoekerscentra

maandag, oktober 25th, 2010

In Nederlandse asielzoekerscentra worden elk jaar tientallen homoseksuelen mishandeld en bespot vanwege hun geaardheid, meldt de organisatie Secret Garden.

De stichting heeft de afgelopen anderhalf jaar 158 klachten ontvangen van heimelijke homoseksuelen en lesbiennes die uit veelal islamitische landen zijn gevlucht om asiel aan te vragen in Nederland. In asielzoekerscentra belanden zij vaak tussen landgenoten die op hen neerkijken vanwege hun geaardheid. Dit leidt vaak tot fysieke confrontaties, stelt de stichting in de brochure Van onzichtbaar in niemandsland naar zichtbaar in Nederland.

YouTube voorvertoningsafbeelding YouTube voorvertoningsafbeelding

Hoogleraar Van Kalmthout: vluchtelingenbeleid is vernederend

donderdag, juli 1st, 2010

Misschien wel symbolisch voor de veranderende houding in Nederland ten opzichte van vluchtelingen: vreemdelingenrecht werd ‘bijzonder strafrecht’. Anton van Kalmthout, hoogleraar straf- en vreemdelingenrecht, maakte de verandering van nabij mee. “Vreemdeling werd synoniem van crimineel of gelukszoeker. Van iemand die ten onrechte hier is, die in zijn handen mag wrijven dat-ie hier mag zijn,” zegt Van Kalmthout in Trouw van 1 juli.

“Gelukszoekers… We zoeken toch allemaal geluk? Of we noemen ze zelfs economische gelukszoekers. We hebben een ongelooflijk negatief mensbeeld,” zegt Van Kalmthout, die per 1 juli stopt als hoogleraar. Hij verwonderde zich er over dat het illegalenbeleid in Nederland onmenselijk werd genoemd: “Onmenselijk: nee. Onwenselijk en vernederend: ja.” Maar dat kinderen van uitgeprocedeerde asielzoekers op straat worden gezet, dat wil Van Kalmthout misschien wel onmenselijk noemen.

“Duizenden mensen die onderweg verdrinken: het kan ons niks schelen. Een mensenleven van een gelukszoeker is niets waard. Vluchtelingen zijn kostenposten, betekenen overlast, criminaliteit. We waren ooit een gastvrij land, maar gastvrijheid: dat is niet het kenmerk van Nederland dat we snel terug zullen zien. Illegaliteit wordt nu geassiocieerd met overlast en ergernis. Met criminaliteit en dus gevangenis.”

Van Kalmthout maakt zich zorgen over de maatschappelijke onvrede, die zich vertaalt in angstgevoelens op het gebied van criminaliteit en vreemdelingen. En hoewel de cijfers aantonen dat Nederland veiliger wordt en er géén sprake is van massa-immigratie – “het aantal mensen dat het land verlaat en binnenkomt is al jaren redelijk in evenwicht” – vindt de scheidend hoogleraar het zorgelijk dat geen enkele politieke partij niet laat zien hoe streng Nederland al is. “De beeldvorming heeft haar werk al gedaan. Door niet inhoudelijk te reageren op die lege, foute oneliners van populistische politici, handhaaf je het beeld. Of versterk je het gevoel dat we hier te maken hebben met een tsunami aan gelukszoekers. Dat is de status quo.”

Mensenrechten krijgen in Nederland veel te weinig aandacht, vindt Van Kalmthout. “Als de mensenrechten in bananenrepublieken worden geschonden, dan staan we in Nederland voorop om er schande van te spreken. Maar zelf gaan we ook heel benepen met die mensenrechten om. Je kunt ze ook voluit omarmen, ooit waren we zo trots op onze voorlopersrol.”

Van Kalmthout: “Het ergste is dat je verkiezingsretoriek tegenwoordig niet alleen vlak voor de verkiezingen hoort. Partijen beseffen dat je de kiezers niet alleen in de laatste vier weken voor je wint. Het loopt jaren door, onder invloed van Verdonk, Wilders en Teeven blijven onderwerpen als veiligheid, migratie en integratie op de agenda.”

Bauani Ndume winnaar Internationale Kindervredesprijs 2009

donderdag, december 10th, 2009

Op 3 december heeft de 16jarige Bauani Ndume uit handen van Nobelprijswinnaar Wangari Maathai de Internationale Kindervredesprijs 2009 ontvangen. Op 7-jarige leeftijd vluchtte Baruani uit de Democratische Republiek Congo. Tijdens de vlucht verloor hij zijn ouders en kwam terecht in het vluchtelingenkamp Nyarugusu in Tanzania, waar hij sindsdien woont. In het kamp verblijven ruim 60.000 andere vluchtelingen, waarvan meer dan de helft kinderen zijn. Baruani zet zich op een bijzondere wijze in voor deze kinderen. Hij is erin geslaagd met beperkte middelen een radioprogramma op te zetten, waarin hij problemen en uitdagingen bespreekt met zijn leeftijdsgenoten. Door oproepen in zijn show probeert hij kinderen die hun ouders zijn kwijtgeraakt in de vlucht, met elkaar te herenigen. Het grote succes van het programma, dat ondertussen in vier Afrikaanse landen wordt uitgezonden, heeft ertoe geleid dat inmiddels vele kinderen met hun familie zijn herenigd.

In zijn speech bij de uitreiking van de prijs haalde minister Koenders herinneringen op aan zijn bezoek aan de vluchtelingenkampen in Congo. “Ik herinner me de stank, ik herinner me de tekorten, ik herinner me de angst voor het geweld. Maar wat ik mij het meest herinner zijn de kinderen – kwestbaar, maar bovenal moedig.”

For me, that memory makes this opportunity to speak to you here today extra special. Because the winner of the 2009 Children’s Peace Prize is a Congolese child. He lost his parents in the war and was forced to flee to a camp in Tanzania, but that didn’t break his spirit. Just 16 years old, he now helps others in the same situation to build a new life for themselves. Sisi kwa sisi, Children for Children.

He is supported in his work by World Vision, the organisation that operates the refugee camp in Tanzania. I am delighted that World Vision focuses extra attention on children and teenagers. In projects like ‘Child Voice Out’ and ‘Learn From Me’, young people talk to their peers about their traumatic experiences and learn to confront each other about harmful behaviour, like using drugs or having unprotected sex. In this way, young refugees help each other prepare for life outside the camp: this is a striking example of new and improved international development.

I am proud that ongoing Dutch government support for World Vision has helped make these and other projects possible.

Ladies and gentlemen,

This year we celebrate the twentieth anniversary of the UN Convention on the Rights of the Child. I say ‘celebrate’ deliberately, because a great deal of progress has been made. Let me give you two concrete examples. One: the number of children who die before the age of five dropped from 12.5 million in 1990 to nine million last year. Two: more and more children are going to school. In 2002, 115 million children were denied an education; five years later that number had fallen to 101 million.  We’re making good progress.

Education is, of course, a vital issue. Only yesterday evening I returned from Pakistan, where schools have been set up in camps and villages under the Education in Emergencies programme. Reinstating children’s daily routine allows agencies like UNICEF to pave the way to recovery. The Dutch government is delighted and proud to be supporting this work. When I was there yesterday, I carefully listened to the children. They were really making the atmosphere in the camps. And the most important thing their parents asked me, was: please make sure our kids get an education.

As I said, a lot of progress has been made, but there is still a long way to go. Child labour, trafficking in children and sexual exploitation of children, and girls in particular, are critical problems.

In August of this year, the UN Security Council adopted Resolution 1882, agreeing that violence against children in armed conflict situations must no longer go unpunished. Today I call upon all nations to implement this resolution as quickly as possible. The same goes for Resolution 1888 on the prevention of conflict-related sexual violence against women and children, and the implementation of obligations under the Convention on the Rights of the Child. I hope that Marta Santos Pais, the Special Representative on Violence Against Children, and Radhika Coomaraswamy, the Special Representative for Children and Armed Conflict, will play an important role in this respect. They have to energize and they can energize.

Sierra Leone proves that progress is possible. Not so long ago, a terrible war made victims of countless children in Sierra Leone. Today it champions children’s rights. Not only has it transposed the Convention on the Rights of the Child into national law, it has also implemented optional protocols on the involvement of children in armed conflict and on the sale of children, child prostitution and child pornography. The Dutch government hopes, and I hope, that others will follow Sierra Leone’s good example.

Ladies and gentlemen, the Dutch government thanks KidsRights for it’s tremendous effort in helping kids and, of course, for making this award ceremony such an important international event. Therefore, I would like to close with the words of Om Prakash Gurjar, the winner of the 2006 Children’s Peace Prize. He said: ‘In the village in India where I was born and raised, the notion of child rights does not exist.’

Our challenge is to change that.

Thank you.

Nederland positiever over immigranten

maandag, april 27th, 2009

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) medlt dat Nederlanders positiever zijn gaan denken over immigranten. Het Continue Onderzoek Burgerperspectieven laat zien dat in het eerste kwartaal van 2009 44 procent van de ondervraagden de aanwezigheid van verschillende culturen een winst voor de samenleving noemt. Eind 2008 was 36 procent van de ondervraagden dit van mening. Eind vorig jaar zei 41 procent dat Nederland met minder immigranten een prettiger land zou zijn; nu vindt 35 procent dat.

Nederlanders zijn volgens het SCP ook milder van toon geworden. De vrijheid van meningsuiting vormt voor de de ondervraagden een dilemma. Het is niet goed anderen te kwetsen, maar kwetsen is subjectief: wat de een tegen het hoofd stoot, laat de ander onbewogen.
Een meerderheid (61%) vindt dat de vrijheid van meningsuiting niet zover mag gaan dat mensen worden gekwetst in hun religieuze gevoelens. Toch moet volgens 54% de vrijheid van meningsuiting krachtiger worden beschermd.
Vrouwen, ouderen, lageropgeleiden en gelovigen vinden relatief vaak dat de vrijheid van meningsuiting niet mag uitmonden in het kwetsen van anderen. Onder mannen, ouderen, lageropgeleiden en niet-gelovigen zijn relatief veel voorstanders van een rachtiger
bescherming van de vrijheid van meningsuiting. In de discussie over de vrijheid van meningsuiting spelen de opvattingen over de integratie en de verharding van de samenleving een rol. De vrijheid van meningsuiting wordt dan als typisch Nederlandse waarde gezien die onder druk staat. Anderen zien in de grotere nadruk op deze vrijheid ofwel een afname van tolerantie, ofwel de grotere geneigdheid zich aangevallen te voelen.

Gevangen vluchtelingen in hongerstaking

dinsdag, maart 3rd, 2009

De hongerstaking van de gevangen migranten in Blok L van detentiecomplex Schiphol Oost gaat nog steeds door. Maandagochtend (2 maart) hebben Mohamed Ali (Somalie), Ibrahim (Sudan), Ghaid Hussein (Pakistan), Ali Sala (Mali), Aziz Makhtumov Tajikistan) en Surah Keladze (Georgie) dit aan de telefoon verklaard tegenover M2M Radio.

De hongerstaking begon op woensdag 18 februari. Nadat NOVA er op 28 februari een item aan wijdde, verklaarde Justitie dat de hongerstaking was afgelopen. Ook is gezegd dat een aantal hongerstaking was overgebracht naar Kamp Zeist.

Tijdens de paaswake van zondag 1 maart werd oogcontact met de gevangenen door het personeel van het cellencomplex verhinderd door de luchtkooi waar de mensen uit L recreeërden te ontruimen en ramen te blinderen. Het bleek wel mogelijk om een telefoonnummer door te geven en beltegoed waarmee de hongerstakers nu dagelijks in contact staan met een brede groep verontruste burgers en organisaties.

Ze zijn vastbesloten door te gaan en voelen zich gesteund door het kort geding dat de Vereniging van Asieladvocaten Nederland heeft aangespannen tegen de Staat der Nederlanden. Dit kort geding dient vrijdag 6 maart om 15 uur voor de President van de rechtbank, Mr. Van der Meer.

Een aantal burgers en organisaties bereidt dezer dagen een nieuw gebaar van solidariteit naar de gevangenen voor (vrijdag 6 en zaterdag 7 maart).

De hongerstakers protesteren met hun aktie tegen de onbepaalde duur van de vreemdelingenbewaring en tegen hun behandeling. Ze begrijpen niet waarom ze opgesloten zitten.

Vandaag meldt Nidos, de instantie die de wettelijke voogdij heeft opver asielkinderen, dat bijna 100 van de 180 alleenstaande minderjarige vreemdelingen die de afgelopen twee jaar in vreemdelingendetentie hebben gezeten, zijn verdwenen. Het is onbekend wat er met de verdwenen kinderen is gebeurd. Nidos vermoedt dat een deel is doorgereisd naar een ander Europees land, maar (gedwongen) prostittie wordt niet uitgesloten.

Alleenstaande kinderen die illegaal in Nederland worden aangetroffen, worden in Zwaag in detentie genomen. Daar wordt bekeken of de kinderen kunnen worden uitgezet of dat ze een asielprocedure mogen beginnen. In beide gevallen komt het kind na verloop van tijd vrij. Nidos verzet zich tegen het gevangen zetten van kinderen, omdat cijfers alten zien dat het averrechts werkt. Van de in detentie gezette kinderen verdwijnt circa 60 procent. Van de kinderen die meteen bij aankomst worden opgevangen verdwijnt 10 procent en bij de beschermde opvang van slachtoffers van mensenhandel verdwijnt bijna 17 procent.

Ook op het uitzetbeleid is kritiek. Samah, een organisatie die alleenstaande minderjarige vluchtelingen begeleidt, zijn vroig jaar twe kinderen uitgezet. Zes vertrokken vrijwillig, de rest verdween in de illegaliteit.

Veel vluchtelingen slachtoffer van geweld

donderdag, februari 28th, 2008

Een meerderheid van vluchtelingen en asielzoekers in Nederland en Belgie is slachtoffer van geweld, schrijft dagblad Metro. Dit blijkt uit een internationaal onderzoek, uitgevoerd in opdracht van het ICHR (International Centre for Reproductive Health) in samenwerking met MOVISIE en Pharos. Het onderzoek laat een schrikbarend beeld zien van systematisch geweld tegen vluchtelingen in Nederland en Belgie. “Onderling geweld, intimidatie en seksueel geweld komen het vaakste voor, een belangrijke oorzaak is de stress en frustratie die voortkomt uit die asielstatus en/of illegaliteit. In een derde van de gevallen is de dader een autochtoon. Tien procent daarvan is iemand met een gezagspositie, zoals medewerkers in de asielopvang, de asielprocedure en politieagenten”, schrijft MOVISIE. Emotioneel-psychisch geweld komt het meest voor (62%), gevolgd door seksueel geweld (56,6%), fysiek geweld (47,3%) en socio-economisch geweld (33,7%). Ruim 70 procent van de daders is man en een groot deel van het geweld wordt gepleegd door de (ex-) partner van het slachtoffer.
Door het ICRH is een agenda ontwikkeld die vluchtelingen en asielzoekers meer kennis moet geven over hun rechten in Nederland en Belgie.