Autochtone Utrechter meest crimineel
Jeugdige veelplegers beginnen pas rond hun dertiende met criminele activiteiten. Het zijn bovendien niet Marokkaanse, maar Nederlandse jongeren, die verantwoordelijk zijn voor de meeste strafbare feiten. Dit zijn de twee voornaamste conclusies uit het onderzoeksrapport Jeugdige veelplegers Utrecht van Ido Weijers en Marjolein Kampijon. Weijers is als bijzonder hoogleraar Jeugdrechtsverpleging verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht. Kampijon was ten tijde van het onderzoek verbonden aan het Openbaar Ministerie parket Utrecht.
Hoogleraar jeugdrechtspleging aan de Universiteit Utrecht Ido Weijers en voormalige medewerker van het Openbaar Ministerie in Utrecht Marjolein Kampijon deden onderzoek in opdracht van het OM naar jeugdige veelplegers en hun achtergrond. Ze kwamen onder meer tot de conclusie dat jonge veelplegers pas op hun dertiende met criminele activiteiten beginnen. Dat is later dan de vaak geopperde veronderstelling dat veelplegers hun ‘carričre’ al op de basisschool beginnen.
Weijers en Kampijon hebben 81 jongeren gevolgd die bekend staan als veelpleger. In acht jaar tijd pleegden de jongeren 1021 strafbare feiten. Van de jeugdige veelplegers is 49 procent van Marokkaanse komaf, 27 procent heeft een Nederlandse achtergrond. Volgens het rapport ligt het gemiddeld aantal delicten van de groep Marokkanen op elf. De kleinere groep Nederlanders ligt daar met 16,5 delict ruim boven.
De meeste veelplegers maken zich schuldig aan inbraken in huizen, winkels en auto’s of diefstal van fietsen en scooters. De jongeren doen dat voornamelijk voor het geld en deels voor de kick. Ruim driekwart maakt zich ook schuldig aan geweldsmisdrijven zoals vernieling, belediging, bedreiging en mishandeling.
In de beleving zijn het vooral allochtonen die zich schuldig maken aan criminaliteit. En dan vooral ook heel jonge allochtonen. Maar het is juist die beleving die zorgt voor een vertekend beeld van de werkelijkheid. “Naarmate er minder criminaliteit is in je omgeving, neemt de tolerantie voor wat er gebeurt, af,” schrijven Jan Meeus en Merel Thie in NRC Weekblad van 14 november. De veiligheidsparadox heet dat in jargon, die verklaart “hoe het kan dat het volgens de cijfers al jaren veiliger wordt in Nederland, maar dat mensen zich niet veiliger voelen”.
De criminaliteitscijfers in Nederland dalen sinds 2002. Toch denkt meer dan de helft van de Nederlanders dat het hier onveiliger wordt. Bij die cijfers zijn kanttekeningen te zetten, bevestigen onderzoekers van het WODC, het onderzoekscentrum van het ministerie van Justitie. Zo daalt het totaalcijfer door afname van het aantal inbraken en diefstallen, maar stijgt het aantal meldingen van geweld. Ook de jeugdcriminaliteit stijgt tegen de trend in. De cijfers van jeugdcriminaliteit laten een boeiend beeld zien, die het onderzoek in Utrecht lijken te bevestigen. “Crimineel gedrag begint vaak in de puberteit en bereikt een piek als de jongeren tussen de 18 en 20 jaar zijn,” schrijven Meeus en Thie. “Om dit in beeld te brengen gebruiken criminologen de age-crime curve.” Daaruit blijkt dat het aantal verdachten per 1000 inwoners bij Marokkaanse jongeren van 20 jaar het hoogst is, gevolgd door Antillianen, Turken en autochtone Nederlanders. Maar na hun 20ste daalt het aantal verdachten scherp.








