Mondiale financiële crisis: van zeepbel naar harde landing
Achteraf is het verbijsterend hoe snel de financiële crisis om zich heen heeft gegrepen. Ondanks waarschuwingen – de spreekwoordelijke roependen in de woestijn van de economie – groeide de financiële zeepbel tot onverantwoorde omvang. En plotseling – binnen een paar maanden (en wat zijn een paar maanden in de menselijke geschiedenis?) – zakte het hele systeem in elkaar. Bijna letterlijk een harde knal, gevolgd door een nog hardere landing.
De Britse minister voor onderwijs en gezin, Ed Balls, noemt de huidige crisis de ergste in 100 jaar. Balls, vertrouweling van de Britse premier Gordon Brown, zei verder dat het “nog wel 10 tot 15 jaar zal duren voordat herstel is bereikt”.
Balls is minister in het Verenigd Koninkrijk. Dat land wordt door het tijdschrift Foreign Policy genoemd als een van de vijf landen waar het IJslandse scenario dichtbij is. IJsland verklaarde zich vorig jaar failliet en kon niet meer voldoen aan haar financiële verplichtingen. Het Verenigd Koninkrijk is een van de landen die volgens Foreign Policy de economische ineenstorting van IJsland kan volgen. Londen heeft al de bijnaam ‘London aan de Theems’, aldus het blad. Vraag is niet, volgens FP, wanneer het land in een economische recessie zal geraken, maar wanneer het in een economische depressie zal belanden. Tweede land op de lijst is Letland, dat volgens FP het meest op IJsland lijkt, wat betreft de economische situatie. Dreigend in dit land is tevens de mogelijke gevolgen van de financiële crisis voor het kwetsbare economische systeem. De Griekse democratie lijkt sterker, maar het land – derde op de lijst – heeft een zeer heet najaar achter de rug. Wekenlang vonden in de Griekse steden rellen plaats, waarbij vooral ook banken het moesten ontgelden. Het is volgens Foreign Policy zelfs niet ondenkbaar dat het land de euro-zone moet verlaten. De Oekraïne is nummer vier. Het land heeft een torenhoge schuld en wordt zwaar getroffen door de crisis omdat het afhankelijk is van de export van staal. De vraag hiernaar is wereldwijd gekelderd. Het IMF redde het land van totaal bankroet, maar het is de vraag of Kiev de lening van het IMF kan terugbetalen. Ook in de Oekraïne kan de economische situatie politieke gevolgen hebben. Laatste land op de lijst is Nicaragua. Het land is voornamelijk afhankelijk van remittances (geld dat Nicaraguanen in het buitenland naar huis sturen). Het autoritaire beleid van de regering Ortega maakt hem niet populair bij hulpverlenende landen.
Ondertussen worden ontwikkelingslanden getroffen door een driedubbele crisis: voedsel, klimaat en geld. Nieuw fenomeen daarin is, wat de Volkskrant ‘financieel nationalisme’ noemt. Westerse landen bewaren hun schaarse geld voor de thuismarkt, waardoor ontwikkelingslanden, die geen enkele schuld dragen aan de financiële crisis, steeds moeilijker aan kredieten kunnen komen. De Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, maar ook onze eigen Wouter Bos, hebben afspraken met de nationale banken gemaakt om het kapitaal zoveel mogelijk binnen de landsgrenzen te houden. Dit ‘eigen-land-eerst’-beleid treft niet alleen de economieën van de ontwikkelingslanden, maar ook de succesvolle microkredieten worden slachtoffer.








