Deradicaliseren extreem-rechts
Voormalige rechtsextremisten kunnen een nuttige rol vervullen bij het deradicaliseren van leden van extreemrechtse bewegingen. Wanneer zij nieuwkomers confronteren met hun eigen negatieve ervaringen blijkt dat zeer overtuigend te werken. Dat concluderen onderzoekers van de Anne Frank Stichting na gesprekken met twaalf voormalige rechtsextremisten.
Van groot belang is wel in welke fase van het radicaliseringsproces er wordt ingegrepen. De beste kans van slagen ligt in de beginfase. Maar ook tijdens de eindfase van een extreemrechtse carričre, wanneer de twijfel heeft toegeslagen, kan externe hulp doorslaggevende invloed hebben.
Ervaringen met geweld spelen een opvallende rol bij het toetreden tot rechtsextremistische bewegingen. Geweld gepleegd door allochtonen blijkt, in combinatie met bestaande vooroordelen, soms aanleiding om aansluiting te zoeken bij extreemrechtse organisaties. Geweld van politieke tegenstanders levert in een later stadium een bijdrage aan verdere radicalisering. In deze fase nemen de extreemrechtse hardekernleden zelf actief deel aan vaak ernstig geweld tegen minderheden en politieke tegenstanders.
Dit zijn de belangrijkste bevindingen uit de vandaag verschenen rapportage In en uit extreemrechts (pdf). Voor dit onderzoek naar processen van radicalisering en deradicalisering werden twaalf jongvolwassenen geļnterviewd, die gedurende langere tijd actief waren binnen de harde kern van extreemrechts. Zo werd inzicht verkregen in de vaak complexe processen van radicalisering en deradicalisering en in de mogelijkheden tot ingrijpen.









